De basis van het zelf inmaken

Sinds enige tijd ben ik bezig met het zelf inmaken van zilveruitjes, komkommer, paprika en het maken van Amsterdamse uien. Een leuk en ontspannend werkje wat niet al te veel tijd in beslag neemt. Door zelf in te maken kan ik de gewenste smaak bepalen en werken met verse ingrediënten. In deze tijd waar de voedselveiligheid in het geding is door industriële voedselbereiding en bewerkt en ultra-bewerkt voedsel in de supermarkt wordt het steeds belangrijker dat je weet wat je eet. De basis van het zelf inmaken.

Ik ben begonnen met het zelf inmaken van zilveruitjes en het maken van Amsterdamse uitjes. Op het programma staan nog paprika, komkommer en augurk. Van elk soort maak ik zo’n vier potten van rond de 350 ml. Om te beginnen heb ik dan ook twintig potten met metalen deksel nodig. Die zijn voor niet veel geld te koop. Het mooie van potten kopen is dat je gelijke potten hebt. Dat staat netjes in het rek. Wil je geen geld uitgeven, dan kan je potten sparen. 

De basis van het zelf inmaken

Belangrijk bij het zelf inmaken is hygiëne. Je wilt geen vervelende bacteriën is je inmaakpotten. Dus, schone potten en deksels, schone handen en schoon materiaal. Ik doe de potten die ik denk te gebruiken een avond te voren in de afwasmachine op het heetste programma. Vlak voor ik ze gebruik zet ik de potten in de oven op 150 graden. Voorverwarmen is niet nodig. Als de oven op 150 graden is zet ik de timer op 15 minuten. De deksels heb ik in een schaal met kokend water gelegd.

Zijn de 15 minuten om dan kunnen de potten uit de oven. Het beste kan dat met een kooktang! De potten en de deksels op een schone theedoek zetten zodat ze droog kunnen stomen. Let op: alléén de rand van de deksel aanraken en vooral niet de binnenkant.

Ik werk steeds met hetzelfde basismengsel van water en azijn voor 500 gram in te maken groenten: Ingrediënten: 275 ml natuurazijn (5-7% zuur), 225 ml water, 125 gr honing, 1 el Keltisch zeezout, 2 tl mosterdzaad, 1 tl dillezaad, 1 tl zwarte peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels

Naar eigen wens en smaak kan je kruiden bijvoegen om de smaak te verrijken. Ik gebruik soms als extra smaakmaker korianderzaad, jeneverbessen, karwijzaad, gerookte paprikapoeder, kurkuma of rode peper. Ik houd het eenvoudig met één of twee extra smaakmakers. 

Gebruik je verse kruiden dan worden deze eerst gewassen, net als de in te maken paprika, komkommer of augurk. Dan worden de groenten in de gewenste grootte gesneden: de paprika in keurige reepjes, de komkommer en de augurk in plakjes. Of desgewenst in andere vormen. De rode peper kan in dunne ringen gesneden worden. Houdt er rekening mee dat er snel gewerkt moet worden. Het basismengsel moet zo heet mogelijk in de potten gedaan worden. Zorg er voor dat alle benodigdheden en ingrediënten klaar voor het grijpen staan en afgewogen zijn.

Tijd om het basismengsel gereed te maken. Doe alle ingrediënten in de pan en breng deze aan de kook. Laat het mengsel ongeveer vijf minuten zachtjes koken en zet dan het vuur uit. Vul ondertussen de potten met de paprika, of komkommerschijfjes, of de augurkjes, de zilveruitjes tot ongeveer 1,5 cm onder de rand. Giet het basismengsel in de potten tot een cm onder de rand. Zorg er voor dat alles onder staat. Nog even de lucht uit de potten halen door de potten zachtjes op het aanrecht te tikken. Ik gebruik steeds een houten snijplank om op te tikken.

Dan zo snel mogelijk de deksel op de potten, hoe heter hoe beter. Zijn alle potten stevig dicht gedraaid, dan gaan ze in een pan met kokend water voor ongeveer 10 minuten. Het water niet hoger dan driekwart van de pot. Na 10 minuten kan het vuur uit en de potten laten afkoelen in het water. Zijn de potten afgekoeld, dan een sticker met datum van inmaken er op. Gedurende twee tot vier weken bewaren op een donkere koele plaats. Na openen is een pot nog een week of zes houdbaar in de koelkast

Meer inmaak-ideeën

Probeer eens mini Romatomaatjes in te maken. Wel even de tomaatjes met een mesje een kerfje geven om het basismengsel goed te laten marineren.

Of rode pepertjes in ringetjes snijden en overgieten met het basismengsel. Je kunt mildere of juist pittiger pepertjes gebruiken naar je eigen smaak.

Ook lekker zijn Kiska uitjes. Dit zijn kleine pareluitjes, ook wel bekend als “kıska soğan”. Het zijn kleine, ronde uien die qua grootte lijken op zilveruitjes en vaak vers worden verkocht. Ze worden veel gebruikt in de Turkse keuken

Recept Amsterdamse uien inmaken

Op verjaardagen en partijen werden in het ouderlijk gezin Amsterdamse uien en zoetzure zilveruitjes geserveerd. Op een blokje kaas, een plakje leverworst of zo los een Amsterdamse ui. Mijn moeder grilde van alles wat zoetzuur was. Zij kocht het bij de kruidenier voor mijn vader en ons, kinderen. Tante Rooie Betsie had die afkeer van zoetzuur niet. Die maakte uien, augurken en witte kool in dat het een lust was. Bijna alles kwam uit de eigen volkstuin.

Ik heb de afkeer van zoetzure producten niet geërfd van mijn moeder. Niet bij de vroegere zuurkar, maar te koop in de super, van Kesbeke of van De Leeuw Zuurhandel. Maar hoe zijn die Amsterdamse uien en ingemaakte zilveruitjes in de Nederlandse keuken beland? 

De geschiedenis van Amsterdamse uien hangt nauw samen met de instroom van Asjkenazische Joden uit Oost-Europa, zoals Duitsland en Polen, vanaf de 17e eeuw. Amsterdam was destijds een toevluchtsoord voor vervolgde Joden, en velen vestigden zich in arme wijken zoals de Jodenbuurt. De Joodse keuken uit Oost-Europa stond bol van ‘zuurwaren’: groenten zoals uien, augurken, kool en zelfs haring werden ingelegd in azijn met kruiden om ze langer houdbaar te maken. Dit was een praktische oplossing in een tijd zonder koelkasten, en het paste goed bij de Amsterdamse marktcultuur.

De uien zelf – kleine consumptie- of zilveruitjes – werden direct na de oogst handmatig gepeld en ingelegd in een mengsel van azijn, suiker, zout en specerijen.

Rond 1850 werd ‘De Leeuw Zuurhandel’ opgericht, een pionier in het inleggen van uien, komkommers en haring in houten vaten vol kruidenazijn.  Straatventers, vaak Joodse families, trokken met handkarren door buurten zoals de Jordaan en de Jodenbuurt. Deze ‘zuurkarren’ verkochten de uien huis-aan-huis of op markten, vaak gecombineerd met een rolmops of een stuk kaas. Het was betaalbaar eten voor de arbeidersklasse. 

Families zoals de Kesbekes begonnen thuis te schillen: Camiel Kesbeke liet vrouwen in Amsterdam de uien pellen en bracht ze later naar Zeeland voor efficiëntere verwerking.  Dit leidde tot de oprichting van Kesbeke Fijne Tafelzuren, nog steeds een toonaangevend bedrijf.

De Eerste Wereldoorlog en de economische crisis van de jaren ‘30 versterkten de populariteit; ingelegde uien waren goedkoop en lang houdbaar. In de loop der jaren industrialiseerden bedrijven zoals De Leeuw en Kesbeke: handkarren maakten plaats voor fabrieken.

Ingrediënten: 500 gr wat grotere zilveruitjes, 1 tl Keltisch zeezout, 275 ml natuurazijn, 250 ml water, 125 gr honing, 1 tl kurkumapoeder, 2 tl mosterdzaad, 1 tl peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels, 1 klein rood pepertje

Aan de slag: Recept Amsterdamse uien inmaken

Waarom kopen als je het ook makkelijk zelf kunt maken? Weet wat je eet. Pel de uitjes zorgvuldig. Bestrooi ze met het zout en laat ze 4 uur pekelen in een schaal in de koelkast. Spoel ze daarna goed af onder koud water en laat uitlekken in een vergiet.

Meng in een pan de azijn, water, suiker en alle kruiden (mosterdzaad, peperkorrels, laurierblad, kurkuma, **. Breng aan de kook op middelhoog vuur en laat 3-5 minuten zachtjes doorkoken, zodat de smaken intrekken. Roer de kurkuma goed door tot een glad papje voor een mooie gele tint.

Voeg de uitgelekte uien toe aan het hete mengsel. Laat 10-15 minuten zachtjes koken op laag vuur. Proef en pas zoet of zuur aan met extra suiker of azijn.

Verdeel de hete uien en het vocht over brandschone, gesteriliseerde glazen potten. Ik zet de potten in de koude oven en laat deze verwarmen tot 150°C en dan voor 15 minuten op 150 graden laten staan. Vul tot 1 cm onder de rand en sluit stevig af met de deksel.

Laat minstens 3 weken intrekken op een donkere, koele plek. Ik bewaar de potten in de koelkast. Ze zijn houdbaar tot 6 maanden. Lekker bij stoofvlees, kaas of stamppot.

Mijn verjaardag in 1960

Mijn verjaardag werd altijd op de zondag ná mijn echte verjaardag gevierd. Ik zal een jaar of tien zijn geweest. De kamer versierd met drie slingers. Zo rond 1 uur ‘s middags kwam de visite: tante Greet met ome Johan (zeg maar Piet), nicht Tonia, tante Betsie, beter bekend als ‘Rooie Betsie’, tante Jeanne (door de Amsterdamse tak steevast Sjaan genoemd) en één of twee buurvrouwen. Natuurlijk werd er ‘lang zal hij leven’ gezongen voor mijn verjaardag.

We hadden een kleine familie, maar ook een vrij kleine huiskamer. Het leek een drukte van jewelste. De stoelen in een kring, mijn moeder bij de deur naar de keuken. Dat was handig om de koffie, thee, taart en koekjes te halen. We hadden de luxe van taart, gebak én luxe koekjes. Zo’n kring van visite was gezellig, maar best wel onhandig. De volwassenen kregen koffie of thee én een schotel met een stuk taart of een gebakje. Daar zat je dan met je handen vol. Mijn broers en ik kregen een glaasje ranja en een gebaksbordje met een stuk taart. Maar wel aan tafel op drinken. 

De visite wist dat ik Matchbox autootjes spaarde dus kreeg ik zo’n zes autootjes op mijn verjaardag. Geen dubbele of die ik al had. Mijn moeder hield een lijstje bij van wat ik graag wilde. De speelgoedwinkel had boekjes van Matchbox met alle modellen er in. Elk jaar aangevuld met de nieuwe modellen. Dat was op zich al het sparen waard.Was iedereen voldaan van koffie, thee en gebak dan kwamen de glaasjes en hapjes op tafel. Hoewel, de schalen met hapjes werden doorgegeven en gingen van hand tot hand. Eerst de volwassenen, dan de kinderen. Ome Johan en mijn vader dronken een jonkie, Rooie Betsie een sherry. Mijn moeder en haar zus tante Jeanne een advocaatje met ruim slagroom. 

In de keuken mocht ik helpen de hapjes klaar te maken: gekookte worst en leverworst in plakjes snijden. De kaas -jonge en belegen- in blokjes. Op de blokjes belegen kaas ging met een prikkertje een blokje stemgember of een zilveruitje. Mijn moeder sneed de augurken in plakjes. Alles op aparte schalen. Soms mocht ik langs gaan, want het was mijn verjaardag. Dat bleek niet handig wegens de beperkte manoeuvreer ruimte. Dan maar doorgeven en de schaal zo goed als leeg terug kwam voor de volgende ronde. 

Na de verschillende glaasjes en de grapjes van ome Johan werd het tijd voor een kom soep. De buurvrouwen gingen dan alvast. Er moest thuis gekookt worden. De achterblijvers konden kiezen uit tomatensoep of kippensoep. Uit blik. Een enkele dwarsligger wilde koffie, maar daar begon mijn moeder niet aan ‘dan blijf ik bezig’ was haar argument. Daarna was het afscheid nemen met de verplichte kussen en was het afwassen geblazen. 

De verjaardagshapjes

  • In de keuken werden de gekookte worst in plakjes gesneden; 
  • leverworst in plakjes gesneden met een stukje augurk of een zilveruitje, een bakje mosterd om te dippen;
  • Kleine augurkjes met daaromheen een plakje cervelaatworst of een plakje salami vastgezet met een prikkertje;
  • Jonge kaas in blokjes geserveerd met een bakje mosterd om te dippen;
  • Belegen kaas in blokjes met een stukje stemgember of een plakje augurk, of een zilveruitje, of een Amsterdamse ui vastgezet met een prikkertje;
  • Asperges uit blik omwikkeld met ham;
  • Een bakje Amsterdamse uien.

Bakjes met paprikachips en naturel chips, eventueel dipsausjes uit een zakje werden op tafel gezet, naast bakjes met Tuc zoute koekjes, een bakje pinda’s of nootjes. Op tafel een glas met rookwaar: sigaretten en kleine sigaartjes (señoritas).

Buikspek in de koekenpan bereid

In ons gezin zijn niet alle leden verzot op buikspek. De structuur bevalt niet echt. Ik ben wel te porren voor een goed bereid stukje buikspek. Dus bij de slager een stukje zonder zwoerd gekocht. Mijn favoriete bereidingswijze; buikspek in de koekenpan bereid.

Buikspek is veelzijdig. Buikspek in de oven, buikspek op de BBQ, buikspek in de slowcooker, in de koekenpan, sticky buikspek. Het kan allemaal. Om de naturel smaak te houden gebruik ik alleen wat zout en wat peper. Buikspek is van zichzelf al lekker. Deze keer bak ik het in de koekenpan.

Ingrediënten: 250 gr buikspek zonder zwoerd, wat zout en wat peper, een beetje ghee.

Aan de slag: buikspek in de koekenpan

Een uur voordat ik ga bakken haal ik het buikspek uit de koelkast en laat het op kamertemperatuur komen. Voorzover nodig even droogdeppen. Ik kies er voor om het vet licht in te snijden met een snede of vier.

Om de smaak wat levendiger te maken wrijf ik het vlees in met wat zout en peper. Dan mag het een kwartiertje rusten. Na een kwartier verhit ik de ghee in een gietijzeren koekenpan op middelmatig vuur. De pan moet goed heet zijn voordat de spek in de pan gaat.

Eerst gaat het spek op het vetrandje in de pan voor een minuut of vijf. Dan het spek draaien voor nogmaals vijf minuten. Na deze vijf minuten wordt het spek op een iets lager vuur om en om gebakken. Na een minuut of tien kan het vuur uit en is het spek klaar voor serveren. Ik leg het spek op dubbel keukenpapier op een bord om uit te lekken.

Andere bereidingen:

Sticky buikspek
Buikspek uit de oven:
Buikspek op de BBQ

En nog veel meer te vinden op internet

Professor Pannenkoek

Twee keer per jaar gaat VL met één of meerdere vriendinnen een midweek naar het Oosten van het land. Welverdiende uitjes om te genieten en te ontspannen zonder ‘maham’ te horen. Bij de uitjes horen steevast ook bezoekjes aan de winkel van Professor Pannenkoek. Een bijzondere man die zich vastgebeten heeft in de kennis en kunde van de pannenkoek. Maar waarom Professor Pannenkoek? 

In zijn jonge jaren als student deed hij in 1973 mee aan een bakwedstrijd. De winnaar mocht de titel ‘Professor Pannenkoek 1973’ in ontvangst nemen. Die winnaar was de huidige professor. Sindsdien is er geen strijd meer geweest om de titel zodat de professor zijn titel met trots is blijven dragen.

Wat maakt de pannenkoeken van de professor zo apart en interessant? Op zijn website zegt hij het volgende er over; ‘…Professor Pannenkoek (kiest) voor granen van eigen bodem. Mooie, soms vergeten graanrassen, uit de verschillende delen van ons land. Waar boeren met passie werken aan de terugkeer van echte goede biologische granen op de akkers en waar molenaars deze malen tot prachtige melen, rijk aan mineralen en voedingsstoffen…’ Hij heeft -soms honderden jaren- oude recepturen bestudeerd en ontwikkelt dagelijks nieuwe toepassingen van ingrediënten. 

Kom je in zijn winkel dan komt de pannenkoekgeur je tegemoet. De professor is aan het bakken. Natuurlijk ontkom je er niet aan om te proeven. Op de schappen staan veel zakken pannenkoekmixen, exclusief ontworpen door en voor de professor. In zijn assortiment verschillende soorten pannen en accessoires om te bakken. VL bakt de pannenkoeken het liefst in een maifan stone pannetje. Hierin kunnen vier pannenkoekjes tegelijk gebakken worden. VL koopt tijdens haar bezoeken aan de winkel twee, drie mixen voor thuis.

Bron: https://professorpannenkoek.nl/de-professor/

Dé favoriete mix in ons huis is de spelt/kaneelmix. Op zijn website zegt de professor: ‘…Dit recept ontdekte de professor in een 15e-eeuws Gents  manuscript. Het leverde een fantastische mix op van spelt, tarwe, boekweit en geurige specerijen als kaneel, kardemom, anijs, gember en kruidnagel…’

Pannenkoekjes van de spelt/kaneel mix van Professor Pannenkoek
Pannenkoekjes van de spelt/kaneel mix van Professor Pannenkoek Foto Luka

Basisrecept boerenkool stamppot

Voor ons basisrecept boerenkool stamppot zagen we bij de groenteman verse boerenkoolbladeren. We overlegden of we deze zouden kopen en zelf snijden óf dat we voorgesneden boerenkool zouden kopen. De groenteman kwam met een tip. Door de kool te snijden gaat gaan sappen verloren en dat merk je in de smaak. Voor een extra smakelijke stamppot wordt de boerenkool niet gesneden, maar gebroken.

Ingrediënten: 600 gr boerenkool, 1200 gr kruimige aardappelen, 1 grote ui, 1 bolletje soloknoflook, 150 gr boter, 1 el ghee, 1/2 tl nootmuskaat, een scheut melk, 300 gr spekblokjes, 2 rookworsten

Aan de slag: Basisrecept boerenkool stamppot

Scheur de verse boerenkoolbladeren los van de nerven en was de bladeren in ruim water. Om alle zand kwijt te raken is meermalen wassen aan te raden. Stop de bladeren met aanhangend water in een plastic zak die dan in de vriezer gaat voor een paar dagen.

Is het tijd om de stamppot te maken haal ik de zak met bevroren boerenkoolbladeren te voorschijn en breek de bladeren fijn. Nu kan je kiezen voor een wat grovere of juist een wat fijnere structuur. Ik ga voor het laatste.

Schil de aardappelen, snijd deze in ongeveer gelijke stukken en spoel deze. Zet de pan met aardappelen in koud water op het vuur. Breng in een andere pan water aan de kook en kook de boerenkool gaar.

Pel de ui en snipper deze grof. Pel de knoflook en snipper deze fijn. In een koekenpan de ghee verhitten en de uisnippers karameliseren gedurende een half uur. In de laatste minuten de knoflook toevoegen en licht bakken.

Zodra de aardappelen gaar zijn worden ze afgegoten. De aardappelen nog even zonder deksel droog stomen. Giet ook de boerenkool af, maar bewaar het kookvocht. Stamp de aardappelen tot puree onder toevoeging van blokjes boter. Maak de puree smeuïg met scheutje voor scheutje melk totdat de puree naar wens is. Gebruik hiervoor de garde.

Tijd om de boerenkool en het ui/knoflook mengsel door de puree te spatelen. Het is best een nauwkeurig werkje om de kool en de puree goed verdeeld te krijgen. Omdat er redelijk veel boter in de puree is verwerkt hoeft er geen jus bij geserveerd te worden. Boerenkool stamppot is lekker met piccalilly, mosterd, zilveruitjes of schijfjes augurk. De worst kan in plakjes op de stamppot gelegd worden.

Het echte broodje hamburger

In de jaren ‘70 deed fastfood zijn intrede in Europa. De eerste McDonald’s van Europa opende op 21 augustus 1971 de deuren in Zaandam. Het Amerikaanse bedrijf ging een samenwerking aan met het Nederlandse Albert Heijn. Tijd voor het echte broodje hamburger.

In de eerste jaren waren er veel uitdagingen, omdat Nederlanders nog niet bekend waren met het fastfoodconcept, het eten van hamburgers en het eten met de handen.

In de jaren ’70 waren hamburgers vaak basic –een dunne hamburger, eenvoudige saus, kaas en broodje– zonder de overdadige toppings van nu. Dit zorgt voor een authentieke, no-nonsense smaak die focust op de basis-ingrediënten.

Veel recepten uit die tijd gebruikten verse, lokale producten zonder de hedendaagse toevoegingen zoals conserveermiddelen of kunstmatige smaakstoffen. Door deze jaren ‘70 broodje hamburger te maken, heb je een ‘gezondere’ versie. Een beetje nostalgie. Weet wat je eet.

Ingrediënten (voor 4 broodjes hamburger):

600 g rundergehakt, 1 ei, 1 tl zout, 1/2 tl versgemalen zwarte peper,1/2 tl knoflookpoeder, /2 tl uienpoeder, (of 15 gr hamburgerkruiden), 1 tl Worcestershire-saus

4 zachte witte hamburgerbuns, 4 plakken cheddar kaas, 4 blaadjes knapperige ijsbergsla,  dunne plakjes tomaat, 4 dunne ringen rode ui, 4 dunne schijfjes zoetzure augurk, 1 tl Mosterd (optioneel) Amerikaanse saus naar smaak

Aan de slag: het echte broodje hamburger

Meng met de hand het rundergehakt voorzichtig met het ei, zout, peper, knoflookpoeder, uienpoeder en Worcestershire-saus. Vorm vier gelijke ballen en druk ze plat tot hamburgers van ongeveer 1 cm dik. Maak een kleine kuil in het midden om krimpen tijdens het bakken te voorkomen.

Verhit een koekenpan of grillplaat op middelhoog vuur. Voeg een klein beetje ghee toe om plakken te voorkomen. Bak de hamburgers 3-4 minuten per kant voor medium (of langer voor doorbakken, afhankelijk van voorkeur). Leg een plak cheddar op elke hamburgers in de laatste minuut en laat de kaas smelten.

Snijd de hamburgerbroodjes doormidden en rooster de snijkanten licht in een droge pan of op de grill tot ze goudbruin zijn (ongeveer 1-2 minuten).

Besmeer de onderste helft van het broodje royaal met de saus. Leg daarop een hamburger met de gesmolten cheddar. Voeg sla, tomaat, ui en augurken toe in die volgorde. Smeer een dun laagje mosterd (optioneel) op de bovenste helft van het broodje en plaats deze op de burger. Serveer het echte broodje hamburger direct met frietjes en een koude cola en je waant je in de jaren ‘70 (vorige eeuw).

Het échte broodje hamburger. Door deze jaren ‘70 broodje hamburger te maken, heb je een ‘gezondere’ versie. Een beetje nostalgie. Weet wat je eet.
Het echte broodje hamburger


Dé traditionele gehaktbal

Onlangs startte ik mijn zoektocht naar ‘dé traditionele gehaktbal’. Op zoek naar de ultieme gehaktbal vond ik veel recepten voor gehaktballen met de toevoeging ‘oma’s gehaktbal’. Vaak wordt gebruik gemaakt van kruiden die ‘oma’ niet kende of voorhanden had. Ik kies voor recepten uit het Amsterdamse Kookboek en het Haagse Kookboek uit de jaren ‘50 en combineer deze tot één recept. Dé traditionele gehaktbal.

Het Amsterdamse Kookboek en het Haagse Kookboek waren in de jaren 1940-1950 toonaangevende bronnen voor huisvrouwen en bevatten eenvoudige, voedzame recepten die pasten bij de naoorlogse periode. Gehaktballen waren een geliefd gerecht, vaak bereid met betaalbare ingrediënten zoals gehakt, broodkruim, ei en eenvoudige kruiden. Ze werden meestal geserveerd met aardappelen, groenten en jus, en de recepten waren gericht op smaak en stevigheid passend bij de sobere tijdsgeest.

In de jaren rond 1950 waren luxe ingrediënten schaars, dus gehaktballen werden gemaakt met eenvoudige producten die makkelijk voorhanden waren zoals beschuit en basis kruiden zoals nootmuskaat en peper. Ketjap en mosterd, die later populair werden, waren in die jaren minder gangbaar in traditionele recepten uit deze kookboeken. Het Amsterdamse Kookboek en Haagse Kookboek benadrukten praktische, zuinige methoden. Het gebruik van boter en een zware braadpan was gewoon. De jus werd vaak gemaakt van het braadvocht om niets te verspillen. Een portie van 125-150 gram gehakt per bal was gebruikelijk voor een stevige maaltijd, passend bij een gezin van vier.

Dé traditionele gehaktballen

Ingrediënten (voor 4 personen): 500 gram gehakt (half-om-half: varkens- en rundergehakt, of puur rundergehakt voor een magerder resultaat), 1 ei, 2 beschuiten (of 50 gram oud witbrood, geweekt in 2 eetlepels melk), 1 kleine ui, zeer fijn gesnipperd, 1 theelepel zout, 1/4 theelepel versgemalen zwarte peper, 1/4 theelepel nootmuskaat, 1 eetlepel boter (voor het bakken), 1 eetlepel bloem (optioneel, voor de jus), 200 ml water of runderbouillon (voor de jus)

Om de gehaktbal wat eigentijdser te maken gebruik ik een el mosterd en 7 gr gehaktkruiden van Het Blauwe Huis. Ook gebruik ik 150 gr rundergehak persoon, dus 600 gram in totaal, óf van Boer Jan óf van onze natuurslager. De eerste is wat droger dan de ander.

Aan de slag met dé traditionele gehaktbal

Verkruimel de beschuiten fijn in een kom (of week het brood in melk en knijp het uit). Meng het gehakt, ei, verkruimelde beschuiten (of brood), fijn gesnipperde ui, zout, peper en nootmuskaat in een grote kom. Kneed het mengsel goed met de hand tot het egaal is. Als het te nat aanvoelt, voeg een klein beetje extra beschuitkruim of paneermeel toe (maximaal 1 eetlepel).

Verdeel het mengsel in 4 gelijke porties (circa 125-150 gram per bal voor 4 personen). Maak met vochtige handen ronde, stevige ballen om te voorkomen dat ze uit elkaar vallen tijdens het bakken.

Verhit de boter in een zware (gietijzeren) braadpan op middelhoog vuur tot het schuim wegtrekt. Leg de gehaktballen voorzichtig in de pan en bak ze rondom goudbruin (circa 5-7 minuten). Draai ze regelmatig voor een gelijkmatige korst. Zet het vuur lager, voeg een scheutje water of bouillon toe (ongeveer 100 ml) en dek de pan af. Laat de gehaktballen op laag vuur in 20-25 minuten gaar sudderen. Keer ze af en toe om.

Haal de gehaktballen uit de pan en houd ze warm onder aluminiumfolie. Roer de bloem door het achtergebleven braadvocht in de pan om een gladde massa te vormen. Voeg geleidelijk de resterende 100 ml water of bouillon toe en roer tot een gladde jus ontstaat. Laat de jus enkele minuten pruttelen en breng op smaak met extra zout en peper indien nodig.

Serveer de gehaktballen met de jus, gekookte aardappelen en een traditionele groente zoals sperziebonen, wortelen of rode kool. Een klassieke combinatie is andijviestamppot met dé traditionele gehaktbal en in het kuiltje wat jus.

Dé traditionele gehaktbal.Onlangs startte ik mijn zoektocht naar ‘dé traditionele gehaktbal’. Op zoek naar de ultieme gehaktbal vond ik veel recepten voor gehaktballen met de toevoeging ‘oma’s gehaktbal’. Vaak wordt gebruik gemaakt van kruiden die ‘oma’ niet kende of voorhanden had.
Image by Pirkko Seitsenpiste from Pixabay

Masterclass Aardappelpuree

Aardappelpuree is een van die klassieke gerechten die iedereen wel eens maakt, maar die met een beetje extra kennis naar een hoger niveau getild kan worden. In deze masterclass  aardappelpuree bespreek ik het verschil tussen bloemige en vastkokende aardappelen en geef tips over welke soorten je het best kunt kiezen. Of je nu een romige, luchtige puree wilt of een variant met wat meer bite. In deze masterclass aardappelpuree lees je het.

Het verschil tussen bloemige en vastkokende aardappelen

Aardappelen lijken misschien allemaal hetzelfde, maar er zit een wereld van verschil in hun structuur en toepassing. Het draait allemaal om het zetmeelgehalte.

Bloemige aardappelen, ook wel kruimige of afkokers genoemd, bevatten veel zetmeel. Hierdoor vallen ze tijdens het koken een beetje uit elkaar, wat ze ideaal maakt voor gerechten waar je een zachte stuctuur wilt, zoals puree, friet of stamppot

Vastkokende aardappelen hebben minder zetmeel en een fijnere structuur. Ze houden hun vorm na het koken en blijven stevig, wat ze perfect maakt voor salades, gebakken aardappelen of gerechten waar je beet wilt houden. Ze zijn rijker van smaak, maar minder geschikt voor een gladde puree omdat ze niet zo makkelijk uit elkaar vallen.  Kort samengevat: bloemig voor zacht en kruimig, vastkokend voor stevig en vormvast.

Voor de beste aardappelpuree kies je bloemige aardappelen. Populaire soorten in zijn Bintje, Doré, Eigenheimer, Bildtstar, Excelsior, Turbo, Première, Frieslander, Santé, Irene en Resonant. Deze vallen mooi uit elkaar en geven een luchtige, romige puree.     

Als je vastkokende aardappelen wilt gebruiken, ga dan voor soorten zoals Nicola of Ratte. Deze zijn minder ideaal voor puree maar kunnen een interessante, stevigere variant opleveren. 

Recept 1: Klassieke aardappelpuree met bloemige aardappelen

Ingrediënten: 1 kg bloemige aardappelen (bijv. Bintje of Doré), 100 ml melk, 150 gr boter, 1 el slagroom, Zout en peper naar smaak, snufje nootmuskaat

Schil de aardappelen en snijd ze in gelijke stukken. Spoel ze af onder koud water.Doe de aardappelen in een pan met koud water en een snufje zout. Zorg er voor dat de aardappelen net niet onder water staan. 

Breng aan de kook en laat 15-20 minuten zachtjes doorkoken tot ze zacht zijn (prik met een vork om te checken). Laat je het gas te hoog dan zullen de aardappelen in de pan tot moes koken en vol water zitten. 

Giet de aardappelen af en laat even uitdampen in de pan om overtollig vocht kwijt te raken. Verwarm de melk in een apart pannetje (niet koken!). Stamp de aardappelen fijn met een pureestamper. Voeg de boter in klontjes toe en roer goed door met de garde. Ik gebruik hiervoor een Deense garde. Giet geleidelijk de warme melk en de slagroom erbij terwijl je blijft stampen tot een gladde puree. Wil je een fijnere puree, dan kan je de puree nog door een passeerzeef halen. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat.
Tip: Gebruik geen blender of mixer want dat maakt de puree plakkerig door het zetmeel.   

Recept 2: Aardappelpuree met vastkokende aardappelen

Vastkokende aardappelen geven een puree met meer bite – niet helemaal glad, maar wel smaakvol en stevig. Voor 4 personen.

Ingrediënten: 1 kg vastkokende aardappelen (bijv. Nicola of Ratte), 100ml melk, 200 gr boter, 1 el slagroom, Zout en peper naar smaak

Schil de aardappelen en snijd in gelijke stukken. Spoel af. Kook in gezouten water gedurende 20-25 minuten tot ze gaar zijn. Vastkokende aardappelen moeten wat langer  koken dan bloemige. Zorg er daarom voor dat de aardappelen ongeveer 1 cm onder water staan. Giet af en laat uitdampen. Verwarm de melk, Stamp de aardappelen – het wordt niet helemaal glad, maar dat is de charme! Voeg boter toe en roer. Voeg de warme melk en de slagroom toe en roer met de (Deense) garde verder tot een smeuïge massa. Breng op smaak met zout en peper. Roer eventueel gehakte kruiden erdoor voor frisheid.
Tip: Als het te klonterig is, kun je een beetje meer melk toevoegen.

Met deze masterclass aardappelpuree kun je voortaan de perfecte puree maken, afgestemd op je aardappelkeuze. Experimenteer en deel je resultaten in de reacties.

Broeder in de slowcooker

Haarlemmerweg, het is een mooie zomerse dag. Het loopt tegen etenstijd. Om vijf uur ‘smiddags moet de warme maaltijd op tafel staan. Mijn moeder gaat met een pan water, een bak met aardappelen en een schilmesje naar de voordeur. Daar zitten de buurvrouwen al klaar. Het is gezamenlijk aardappelen schillen in het zonnetje. En natuurlijk ook de nieuwtjes uitwisselen, soms op een lichtelijk roddelniveau maar altijd gezellig.

Op zaterdag werd er niet gekookt. Dan was het een uitgebreide broodmaaltijd. Of broeder uit de slowcooker. De slowcooker van mijn moeder was een tulbandvorm op een petroleumstel of in de gasoven.

Recept van broeder in de slowcooker

(wordt gemaakt in de moderne slowcooker.)

Ingrediënten: 300 gram zelfrijzend bakmeel, 175 gram rozijnen, 100 gram krenten, 75 gram sucadestukjes, 125 ml melk, 125 gram boter, 2 eieren, het merg van drie vanillestokjes (of 2 zakjes vanillesuiker)

De ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn. Dus mogen de ingrediënten een uurtje uit de koelkast. De rozijnen en krenten worden een uurtje geweekt. Daarna de rozijnen en krenten even drogen met keukenpapier en bestuiven met bloem. Dan blijven ze keurig op hun plaats in het deeg. De rozijnen, krenten en sucadestukjes mengen tot een gevarieerd geheel.

De boter mixen tot het zacht en smeuïg is, stuk voor stuk de eieren erbij. Voeg dan ook de vanillesuiker toe. Mixen zodat alles goed romig wordt. Een beetje melk toevoegen en verder mixen.
Dan het zelfrijzend bakmeel er door heen scheppen en verder mixen. Verder mixen en melk rustig toevoegen tot het een geheel iets dikker is dan beslag maar dunner dan deeg.

De binnenpan van slowcooker invetten en bekleden met bakpapier. Zo dat de broeder, eenmaal gaar, aan het bakpapier uit de slowcooker getrokken kan worden. Met de spatel het beslag/deeg voorzichtig in de slowcooker spatelen en er een zo mooi mogelijke bol van maken. Tussen de pan en de deksel een dubbel stuk keukenpapier leggen. De deksel op de slowcooker en instellen op laag voor een uur of 2,5. Na deze tijd met een grote satéprikker controleren of de broeder gaar is. Niet gaar, dan nog een half uurtje om daarna weer te proberen.

Zodra de broeder in de slowcooker gaar is, deze een kwartiertje in de pan af laten koelen. Dan kan het aan het bakpapier uit de pan getild worden. In plakken gesneden met boter, poedersuiker of stroop serveren.

Geverifieerd door ExactMetrics