Gevulde boerenomeletjes uit de maifan pan

Ongeveer een jaar geleden kocht VL een maifan eierpan. Het verhaal gaat dat de mineralen in het maifansteen (genezend steen) tijdens het bakken afgegeven wordt aan het baksel. Of dit  bewezen waar is of een mooi verkoop verhaal weet ik niet helemaal. Onze ervaring is dat bakken in maifan pannen eenvoudig en snel is. Vandaag wordt het Gevulde boerenomeletjes.

Wat is een maifan eierpan precies?

Een leverancier zegt dit over de pan ‘…Een maifan eierpan (ook wel viercompartimentenpan genoemd) is een aluminium pan met een speciale maifan-steencoating en vier ronde, verdiepte openingen. Maifan-steen is een mineraal dat van nature een uitstekende antiaanbakeigenschap heeft. De coating zorgt ervoor dat voedsel met weinig of geen olie loslaat, terwijl de warmte gelijkmatig over alle vier de vakjes wordt verspreid. De steel is meestal van hout of hittebestendig materiaal, zodat je hem veilig kunt vasthouden zonder je vingers te verbranden…’

Het grote voordeel? Je kookt vier porties tegelijk. De pan is geschikt voor gas, inductie, keramisch en elektrisch. De antiaanbaklaag is PFAS-vrij in de meeste moderne versies en schoonmaken is een kwestie van even afspoelen of met een zachte spons afnemen. Geen schuren, geen inweken.

Het gemak van de pan in de praktijk

Je zet de pan op middelhoog vuur, doet een klein beetje ghee in elk vakje en binnen een minuut is de bodem warm. Je giet het eimengsel erin, strooit de voorgesneden groenten erover en dekt eventueel af of laat gewoon even bakken. Na een paar minuten kun je de omeletjes omdraaien of ze laten stollen. Klaar. Vier mooie, ronde of iets ovale omeletjes die eruit zien alsof je er veel moeite voor hebt gedaan.

Vergelijk dat met een gewone koekenpan: je bakt één omelet, die wordt te groot of te dun, je moet constant opletten, en daarna begint het opnieuw voor de volgende. Of je probeert alles tegelijk en eindigt met een rommeltje. De maifan-pan heeft dat niet. Hij is licht, stevig en neemt weinig ruimte in de keukenkast. Na gebruik spoel je hem af, droog je hem af en zet je hem weg. Klaar.

Eenvoudig recept: gevulde boerenomeletjes met paprika, bosui, champignons en Keltisch zeezout

Voor 4 kleine omeletjes

Ingrediënten:

  • 4 eieren
  • 1 rode of gele paprika
  • 4–5 champignons
  • 2 bosjes bosuitjes
  • Keltisch zeezout naar smaak
  • Versgemalen zwarte peper
  • wat ghee
  • Optioneel: een snufje verse kruiden zoals peterselie of bieslook

Aan de slag: Gevulde boerenomeletjes

  • 1.  Snijd de paprika in kleine blokjes. Snijd de champignons in dunne plakjes of kleine stukjes. Snijd de bosui in ringen, zowel het witte als het groene deel.
  • 2.  Klop de eieren los in een kom. Voeg een snufje Keltisch zeezout en eventueel peper toe. Niet te hard kloppen; net genoeg zodat de dooier en het eiwit vermengd zijn.
  • 3.  Verwarm de maifan eierpan op middelhoog vuur. Verdeel een klein beetje ghee over de vier openingen. Laat de pan een minuutje opwarmen.
  • 4.  Giet het eimengsel gelijkmatig over de vier vakjes. Laat het even stollen (ongeveer 30–45 seconden).
  • 5.  Verdeel de paprika, champignons en bosui over de vier omeletjes. Druk de groenten licht aan zodat ze goed in het ei zakken. Strooi eventueel nog een klein snufje Keltisch zeezout over de groenten.
  • 6.  Bak 2–3 minuten tot de onderkant stevig is en de bovenkant begint te stollen. Met een siliconen spatel kun je de omeletjes voorzichtig omdraaien voor een gouden korstje aan beide kanten, of je laat ze gewoon stollen zonder omdraaien (dan blijven ze zachter).
  • 7.  Haal de omeletjes uit de pan zodra ze gaar zijn. Serveer direct, met volkorenbrood, Turks brood of een handje rucola.

De gevulde boerenomeletjes zijn onze favoriet, samen met pannenkoekjes van het meel van
Professor Pannenkoek.

Gefermenteerde mayonaise recept: gezond en zelf gemaakt

Weet wat je eet! Dan is gefermenteerde mayonaise een juiste keuze. In gewone mayonaise uit de supermarkt zit vaak soja- of zonnebloemolie met een ongunstige vetzuursamenstelling, suiker en andere toevoegingen. Bij zelf gemaakte gefermenteerde mayonaise weet ik precies de ingrediënten zijn. Ik kies daarom voor een betere milde olijfolie, eieren van De Buijzerd en kombucha.

Waarom gefermenteerde mayonaise gezonder is

Door de korte fermentatie op kamertemperatuur ontstaan melkzuurbacteriën. Die verlagen de pH, voegen enzymen toe en maken de mayonaise langer houdbaar. Tegelijkertijd krijg je levende culturen die goed zijn voor de darmflora. De onverzadigde vetten helpen bij de opname van vitaminen A, D, E en K.

Gefermenteerde mayonaise recept met staafmixer

Dit gefermenteerde mayonaise recept met staafmixer levert ongeveer 350 ml op, is snel te maken en blijft weken tot maanden goed in de koelkast. Perfect voor ons vanwege de pure ingrediënten. Ik gebruik een verse eieren direct van de boerderij.

Ingrediënten:

  • 1 ei (of 2 eidooiers)
  • 1 theelepel mosterd
  • 1 eetlepel vers citroensap of appelazijn
  • ½ theelepel Keltisch zeezout
  • 2 eetlepels probiotische vloeistof (wei van yoghurt/kefir, zuurkoolsap, kombucha of waterkefir)
  • 280–300 ml milde olijfolie

Aan de slag: gefermenteerde mayonaise

  • 1. Doe ei, mosterd, citroensap/azijn, zout en de probiotische vloeistof in een schone gesteriliseerde glazen pot.
  • 2. Giet de olie er voorzichtig overheen en laat even scheiden zodat de olie boven ligt.
  • 3.  Zet de staafmixer helemaal op de bodem. Schakel in op hoge snelheid en houd stil tot er onderaan een witte emulsie ontstaat.
  • 4.  Til dan de mixer langzaam op en beweeg licht op en neer tot alle olie is opgenomen. Dit duurt 20–40 seconden.
  • 5.  Proef en pas eventueel zout of zuur aan.
  • 6.  Doe de mayonaise in een schone pot. Laat 6–12 uur (of een nacht) op kamertemperatuur fermenteren.
  • 7.  Bewaar de mayonaise daarna in de koelkast.

Tips

  • Gebruik altijd ingrediënten op kamertemperatuur.
  • Begin altijd onderaan met de staafmixer.
  • Kies een milde olijfolie of een andere neutrale olie.

Bewaren en gebruiken van gefermenteerde mayonaise

In de koelkast blijft de mayonaise weken tot maanden goed. Controleer altijd op geur en uiterlijk. Gebruik het op sandwiches, in salades, bij groenten of als basis voor aioli en andere dressings.

Omdat je precies weet wat erin zit, eet je bewuster. Dat is de kern van “weet wat je eet”: pure ingrediënten, betere vetten en extra probiotica zonder onnodige toevoegingen

Hoe lang blijft gefermenteerde mayonaise houdbaar?

Door de fermentatie blijft hij veel langer goed dan gewone zelfgemaakte mayonaise: vaak weken tot enkele maanden in de koelkast.

Unieke zoetzure bloemkool

Op dinsdag doen we boodschappen op de markt. Dan staat er de Zorgtuinderij met biologische producten uit eigen tuin. De kaasboer staat er met onze favoriete kaassoorten. De visboer heeft een vaste winkel met verse vis zo van de afslag. Dat zijn onze favoriete leveranciers.

Vandaag werd ik er op uit gestuurd om inkopen te doen. VL had keurig boodschappenbriefje gemaakt. Alle producten per winkel gesorteerd. Een mondelinge toelichting gaf nóg meer duidelijkheid. De bedoeling is veel bloemkool van de Zorgtuinderij. Dat komt in orde.

Nu wil het dat de Zorgtuinderij kraam alleen grote bloemkolen heeft. Eén bloemkool is te weinig voor de smoor van bloemkool, twee is véél te veel. Toch maar twee gekocht en voor wat er overblijft zoeken naar een oplossing.

Van de week wordt het dus bloemkoolsmoor. Van de rest maak ik ingemaakte bloemkoolroosjes. Blijft er dán nog wat over dan wordt dat gefermenteerd. Eerst maar het recept om bloemkoolroosjes in te maken. Lees ook de tip over de basis van inmaken.

Ingrediënten:

  • 500 gr bloemkool
  • 275 ml witte wijnazijn (of natuurazijn)
  • 250 ml water
  • 125 gr honing
  • 1 el Keltisch zeezout
  • 1 tl mosterdzaadjes
  • 1 tl korianderzaadjes
  •  ½ tl komijnzaadjes
  • 1 tl gemalen kurkuma
  • 1 laurierblad
  • Schil van ½ biologische sinaasappel (alleen de oranje schil, geen wit)

Aan de slag: zoetzure bloemkool

Snijd de bloemkool in kleine, gelijkmatige roosjes. Was ze goed en laat ze uitlekken.

Steriliseer de pot in de oven op 150 graden C volgens deze beschrijving

 Doe de azijn, water, honing, zeezout, mosterdzaad, korianderzaad, komijn, knoflook, kurkuma, laurierblad en sinaasappelschil in een pan. Breng al roerend aan de kook tot de honing en zeezout is opgelost. Laat het mengsel 4–5 minuten zachtjes pruttelen zodat de smaken goed trekken.

Voeg de bloemkoolroosjes toe om het 2–3 minuten meekoken tot ze net beetgaar zijn en knapperig blijven. Verwijder de sinaasappelschil en het laurierblad als je wilt (of laat ze erin voor extra smaak).

Giet vervolgens de bloemkool met het hete vocht in de warme, gesteriliseerde pot. Zorg dat alles goed onder het vocht staat. Draai de deksel goed dicht. Zet de pot ongeveer driekwart onder water in een pan met kokend water. Laat het water zachtjes koken voor 20 minuten. Na deze 20 minuten het water laten afkoelen tot kamertemperatuur. Daarna kan de pot in de koelkast. De zoetzure bloemkool kan maanden bewaard worden. Als het voor die tijd al niet opgegeten is.

Knapperige gefermenteerde rode uien

Inmaken met azijn, water en kruiden is bij iedereen wel bekend. Het resultaat is ingelegde rode uien. Daarnaast is fermenteren in pekelwater niet zo bekend, maar net zo eenvoudig en net zo lekker. Het laat je uien conserveren en extra smaak geven. Tot slot ga ik voor knapperige gefermenteerde rode uien.

Lacto-fermentatie is een natuurlijk proces waarbij melkzuurbacteriën (vooral Lactobacillus-soorten) suikers in groenten omzetten in melkzuur. Daarnaast wordt zout toegevoegd en wordt zuurstof zo veel mogelijk uitgesloten, zodat de goede bacteriën de overhand krijgen.

Concreet verlaagt het melkzuur dat zij produceren de pH, waardoor bederfveroorzakende bacteriën en schimmels geen kans krijgen. Het resultaat: knapperige, lichtzure, aromatische groenten die weken tot maanden houdbaar zijn in de koelkast.

Het “lacto” in de naam verwijst naar lactic acid (melkzuur), niet naar lactose of melk. Je hebt geen startercultuur of speciale apparatuur nodig. Alleen zout, water, een schone pot en wat geduld. Dit proces is eeuwenoud. Denk aan zuurkool, kimchi, traditionele augurken en gefermenteerde uien.

Voor beginners is rode ui een ideale startgroente. Daarnaast is de ui zoet en blijft hij knapperig.

Bovendien hebben gefermenteerde rode uien een roze paarse tint en een zachte zuurheid door fermentatie. Lekker op broodjes, in salades, bij taco’s, hamburgers of kaas. In de koelkast blijven ze maanden goed.

Ingrediënten:

  • 500–600 g rode uien
  •  20–25 g Keltisch zeezout 
  • 1 liter afgekoeld gekookt water
  •  1–2 theelepels mosterdzaad, een paar peperkorrels, een laurierblad

Nodig is een schone glazen pot met deksel die geschikt is voor pekelen en fermentatie. Daarnaast gebruik ik een glazen pot met schroefdeksel waar zoetzure augurken van Kesbeke ingezeten hebben. Een gewichtje om de uien onder de pekel te houden. Dat kan van alles zijn als het maar brandschoon is.

Ik gebruik een fermentatiegewicht van glas.

Aan de slag (lacto-) gefermenteerde rode uien

De pot gaat een avond van tevoren in de afwasmachine op het heetste programma. Daarnaast wordt de pot de volgende dag voor 15 minuten gesteriliseerd op 150 graden in de oven.

Plaats de pot in de koude oven en stel de temperatuur in op 150 graden. Daarna laat je de pot een kwartier steriliseren. Laat de pot afkoelen voordat je hem gebruikt. Het deksel heeft tijdens het proces in een bakje heet water gelegen.

Schil de uien en snijd ze in ringen. Hoe dunner, hoe sneller ze fermenteren en hoe zachter ze worden. Voor knapperigheid mag het iets dikker. Ik gebruik de mandoline voor keurige even dunne ringen.

De uienringen gaan in de pot met 2 tl mosterdzaad en 10 zwarte peperkorrels.

Daarnaast gaan er zoveel uienringen in de pot tot ongeveer 2 cm onder de rand.

Dan is de pekel aan de beurt. Daarna los ik 25 g zout op in 1 liter water. Giet het over de uien tot ze ruim bedekt zijn. Tot slot laat je 1 cm ruimte over bovenin de pot.

Druk de uien stevig aan zodat er zo min mogelijk luchtbellen tussen zitten. Leg het gewichtje erop zodat alle uien onder de pekel blijven.

Dit is belangrijk: blootstelling aan lucht kan schimmel veroorzaken.

Dan gaat de deksel op de pot.

Daarnaast leg ik de pot liever in een bakje, omdat er wat vocht kan lekken. Daarnaast is een geschikte plek op het aanrecht of in een kast op kamertemperatuur (18–22 °C), uit de directe zon.

Nu komt het aan op geduld. Daarnaast laat de uienringen 5 tot 10 dagen fermenteren. Elke dag de pot de eerste dagen even openen om gassen te laten ontsnappen. Na 5 dagen zijn de uien meestal al lekker zuur en knapperig; langer fermenteren geeft een sterkere smaak.

Verder, als je tevreden bent over de smaak, doe de pot in de koelkast. Daar stopt of vertraagt het proces sterk. Na een dag of zeven is de gefermenteerde rode uien op zijn lekkerst, vinden wij.

Hoe ziet het lacto-fermenteren er uit

Dag 1 tot 3 wordt de pekel troebel en ontstaan kleine bubbeltjes. Dit markeert het begin van het actieve fermentatieproces. Je ziet de bubbels als teken dat lucht vrijkomt.

Dag 5 tot 7 hebben de uien een mooie, frisse en zure smaak gekregen. Proef dan of de zuurgraad goed is. Verplaats de pot daarna naar de koelkast. Langer laten staan kan tot tien dagen voor een intensere smaak. Daarna worden de uien zachter.

Daarnaast kun je ook sjalotjes inmaken voor zoetzure sjalotjes.

Stamppot met Zoete-Aardappel, prei en geitenkaas


Stamppot met Zoete-Aardappel, prei en geitenkaas

Ingrediënten:

  • 500 gr zoete aardappelen
  • 500 gr kruimige aardappelen
  • 750 gr prei
  • 1 el ghee
  • 150 gr geitenkaas
  • 1 tl bouillonkruiden
  • 2 kruidnageltjes
  • wat roomboter en melk

Stamppot met Zoete-Aardappel, prei

Ik gebruik de oranje zoete aardappelen en heb gekozen voor Zeeuwse Roem als aardappel. Zeeuwse Roem is een vastkokende aardappel met een milde smaak. Ik vind dit ideaal voor stamppotten. Deze combinatie behoudt de structuur bij koken en voorkomt papperigheid.

Deze keuze zorgt voor een stevige textuur tijdens het stampen en laat de smaken van de aardappelen goed samenkomen. Daarnaast zorgt het voor een gebalanceerde kleur en presentatie. De combinatie van oranje zoete aardappel en Zeeuwse Roem geeft een mild, doch vol mondgevoel.

Aan de slag, Stamppot met Zoete-Aardappel, prei en geitenkaas

De zoete aardappelen en aardappelen schillen, de lelijke puntjes en in gelijke stukken snijden. De stukjes gaan is een grote pan met water. Even goed wassen en het water verschonen. Het water mag nét boven de stukjes staan, meer is niet nodig.

Het volgende snijwerk is de prei. Deze wordt eerst in de lengte door midden gesneden. Daarna in niet te dunne halve ringen. Ongeveer een cm dik is mooi. De preiringen gaan in het vergiet en worden nauwkeurig gewassen en gespoeld. Is alle zand er uit dan goed laten uitdruipen.

Daarnaast gaat de pan met aardappelen op het vuur. Daarna voeg je een tl bouillon-kruiden en 2 kruidnageltjes toe. Even doorroeren, deksel op de pan en de kookwekker op 12 minuten. Dan kan een hapjespan op het vuur. Een snufje kerrie voor nét een tikje extra smaak. Vervolgens verwarm je een el ghee en bak je de prei op middenvuur vijf minuten.

Na ongeveer twaalf minuten zijn de aardappelstukjes gaar. Verwijder de panneninhoud naar een vergiet en laat het vocht weglopen, en giet het daarna terug in de pan. Vervolgens kun je de gemengde aardappelen nog een paar minuten droogstomen, eventueel op een heel laag vuur.

Voeg daarna een flinke klont roomboter toe en stamp de aardappelen met een pureestamper tot een grove puree. Zorg dat de boter volledig smelt en mengt met de aardappelen, en blijf stampen tot er nauwelijks klonten meer zichtbaar zijn en het mengsel een zachte, grove structuur behoudt.

Van de geitenkaas voeg ik drie schijfjes aan de puree toe. Een beetje melk voor extra smeuïgheid bij de puree. Met de Deense garde het zaakje goed mengen tot dat alle kaas gesmolten is. Dan kan de prei door de puree gespateld worden. VL heeft vier diepvrieszakjes klaar gezet. De rest van de kaas kan over de stamppot gekruimeld worden. Mijn schoonmoeder kan genieten van haar Stamppot met Zoete-Aardappel, prei en geitenkaas

Gefermenteerde knoflook in honing: een eeuwenoud huismiddeltje

Soms zijn de eenvoudigste remedies het beste. Daarnaast horen geen dure supplementen bij dit recept. Gefermenteerde knoflook in honing is zo’n klassieker. Voor de donkere dagen stond er altijd een potje in de kast. Bij het eerste kuchje gaat het lepeltje honing met een zacht teentje knoflook erin. Daarnaast werkt het tegen een dalende weerstand.

Een remedie met diepe wortels

Knoflook en honing zijn al duizenden jaren onafscheidelijk in de traditionele geneeskunde. Archeologen vonden knoflookresten in piramides in het oude Egypte; het werd meegegeven aan farao’s voor het hiernamaals. Ook de Grieken en Romeinen wisten van de kracht van knoflook. Hippocrates, de vader van de geneeskunde, prees het aan bij allerlei kwalen. Honing diende niet alleen als zoetmaker, maar vooral als natuurlijk conserveermiddel en wondheler.

De combinatie van beide in één pot komt voor in verschillende culturen. In delen van Oost-Europa, Azië en het Midden-Oosten werd knoflook in honing bewaard. Dit maakte het houdbaar en temperde de scherpte. Het fermentatieproces verzacht de intense allicine van rauwe knoflook. De honing wordt vloeibaarder en smaakvoller.

Vandaag de dag is dit eenvoudige huismiddel herontdekt. Mensen die fermenteren ontdekken hoe lekker en krachtig het is. Geen wonder: rauwe honing bevat enzymen en goede bacteriën, knoflook bioactieve stoffen. Samen laten ze een milde fermentatie ontstaan die de voordelen behoudt en zelfs versterkt.

Het eenvoudige recept voor een pot van ongeveer 300-400 ml

Ingrediënten:

  • 150 – 200 gram verse knoflookteentjes,
  • 200-250 gram rauwe, niet- gepasteuriseerde biologische honing.

Benodigdheden: Een schone glazen weckpot van 400-500 ml, houten lepel.

Aan de slag: gefermenteerde knoflook in honing

Begin altijd met hygiëne. Zet de glazen pot zonder deksel in de afwasmachine op het heetste programma. Laat de pot goed drogen en zet deze dan in de oven op 150 graden voor 15 minuten om te steriliseren. Leg deksel in zeer heet water.

Pel de knoflookteentjes. Snijd grote tenen eventueel doormidden. Vul de pot tot ongeveer de helft of twee derde met de teentjes. Druk ze niet te hard aan, laat wat ruimte over. Giet de rauwe honing erover tot alle knoflook volledig onderstaat. Gebruik een houten lepel om voorzichtig te roeren zodat er geen luchtbellen tussen de teentjes blijven zitten. De honing zakt vanzelf verder naar beneden, dus check na een kwartiertje en vul eventueel bij.

Draai de deksel licht op de pot. Daarnaast produceert fermentatie gassen die moeten kunnen ontsnappen. Zet de pot op een schoteltje; het kan wat overlopen. Daarnaast zet je het op een donkere, koele plek bij kamertemperatuur.

Tijdens de eerste week open je dagelijks de pot voorzichtig om gas te laten ontsnappen. Kantel de pot zodat alles goed bedekt blijft. Daarnaast zie je na een paar dagen bubbeltjes verschijnen. Zo is het teken dat het fermenteren op gang komt. Laat het minstens 3 tot 4 weken trekken. Daarnaast geldt: hoe langer, hoe zachter de knoflook en hoe ronder de smaak. Bovendien, na een maand is het al heerlijk, na twee of drie maanden nóg beter.

De knoflook wordt mooi zacht en mild zoet. De honing krijgt een heerlijke lichte knoflooksmaak en wordt dunner en donkerder.

Hoe gebruik je gefermenteerde knoflook in honing

Een theelepel tot eetlepel per dag is een mooie onderhoudsdosis, vooral van oktober tot maart. Bij de eerste kriebel in de keel neem je gerust wat vaker. Lekker puur, door een kopje thee. Daarnaast kan Gefermenteerde knoflook in honing ook gebruikt worden in dressings, marinades of over gegrilde groenten. Verhit het niet te sterk als je de maximale voordelen wilt behouden.

Tip: Maak meerdere kleine potten tegelijk. Maak er eentje om direct te gebruiken en een andere om verder te laten rijpen. Daarnaast schrijf je altijd de datum van fermenteren op de pot. Het blijft jaren goed dankzij de honing.

Knoflook en honing zijn al duizenden jaren onafscheidelijk in de traditionele geneeskunde. In het oude Egypte vonden archeologen knoflookresten in piramides
Gefermenteerde knoflook in honing: een eeuwenoud huismiddeltje

Heeft u meer interesse in Hot Honey?

Daarnaast vervang de knoflook door één pepertje, of twee pepertjes, in kleine snippertjes gesneden, en volg het bovenstaande recept.

Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes

Mijn voorraad ingemaakte zilveruitjes raakt uitgeput. Sneller dan ik verwachtte zijn de potten zo goed als leeg. Tijd om een nieuwe voorraad aan te leggen. Helaas is het buiten het seizoen. De nieuwe oogst is eind juni te verwachten. Afgelopen week zag ik hele kleine sjalotjes liggen. Een mooie vervanging van de zilveruitjes tot de nieuwe oogst. De sjalotjes zijn zo klein dat ze niet gesneden hoeven te worden. Dat worden dus hele ingemaakte sjalotjes.

Een stukje Nederlandse geschiedenis

Zilveruitjes zijn al meer dan een eeuw een oer-Hollands product. Nederland is wereldwijd de grootste producent. De inmaaktraditie kreeg een grote boost door Joodse immigranten in Amsterdam die straatventers werden met “zuurkarren”. Tafelzuur – waaronder uitjes – was vroeger een betaalbare en houdbare toevoeging aan het sobere Hollandse eten. Vandaag de dag horen ze bij elke borrelplank en kaas.

De gebruikelijke handelingen om de pot te steriliseren heb ik al gedaan. De pot de avond tevoren in de afwasmachine op het heetste programma. Vandaag de pot in de oven voor 15 minuten op 150 graden en het Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes in een schaal met zo heet mogelijk water. Een theedoek alvast opgevouwen op het aanrecht om straks de hete pot op te zetten.

Ingrediënten:

  • 400-500 gr kleine sjalotjes
  • 200 ml appelciderazijn,
  • 150 ml water,
  • 2 el honing,
  • 1 tl Keltisch zeezout,
  • ½ tl zwarte peperkorrels,
  • 2 laurierbladeren,
  • 2 teentjes verse geplette knoflook,
  • ½ tl mosterdzaad.

Aan de slag: Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes


Het recept is eenvoudig en met weinig ingrediënten voor een toch verrassend resultaat. Het voorwerk is ook eenvoudig, alleen de sjalotjes pellen en de andere ingrediënten afwegen.

Doe in een pannetje het water, de azijn, suiker, zout, peperkorrels, mosterdzaad, laurierbladeren en geplette knoflook. Breng het aan de kook terwijl je roert tot de honing en het zout volledig zijn opgelost. Laat het een minuut of vijf zacht pruttelen. 

Als de oventijd voorbij is en de pot iets afgekoeld, haal dan de pot uit de oven en zet deze op de theedoek. Doe dan voorzichtig de sjalotjes in de pot en giet dan de hete vloeistof met kruiden in de pot. Zorg er voor dat de sjalotjes goed onder staan en het vocht ongeveer een centimeter onder de rand staat. Heel handig is een glazen gewicht op de inhoud te zetten. Kijk uit, het is allemaal goed heet. Gebruik goede ovenwanten. De deksel kan op de pot en stevig aangedraaid.

Om de ingemaakt sjalotjes langer te kunnen bewaren zet ik een hoge pan met heet water op het vuur. Een schoon aanrecht doekje op de bodem van de pan en de pot gaat in de pan. Het water moet ongeveer tot driekwart van de pot komen. De temperatuur van het water flink opstoken tot kokend. Kookt het eenmaal dan mag de pot ongeveer 15 minuten in het kokende water blijven. Na het kwartier het gas uit en de pot in de pan laten afkoelen tot kamertemperatuur.

Op de zijkant van de pot even de datum van inmaken genoteerd en klaar zijn de ingemaakte sjalotjes. Nu maar geduldig twee weken wachten voor dat we ze gaan gebruiken.

Een verleidelijk gerecht uit de 18e eeuw: Asperges à la Pompadour

Het is lente. Na de winter met zware maaltijden is het tijd voor lichtere gerechten. Het gaat om kleurrijke gerechten zoals artisjokken, radijsjes, postelein, aardbeien en asperges. Daarnaast is een van de meest legendarische bereidingen Asperges à la Pompadour.

Dit recept werd toegeschreven aan Madame de Pompadour (1721-1764), de officiële en invloedrijke maîtresse van koning Lodewijk XV. Asperges à la Pompadour combineert luxe, geschiedenis en sensualiteit uit een tijd. Asperges werden gezien als potentieverhogend, afrodisiacum golden. Zeg maar de Viagra van de Oudheid.

Hierdoor noemde men ze in Frankrijk soms ‘points d’amour’ (liefdespunten). Lodewijk XIV was een groot liefhebber. Hij liet ze in Versailles het hele jaar door kweken in broeikassen. Zijn opvolger Lodewijk XV en zijn hofhouding zette die traditie voort. Madame de Pompadour zou specifiek witte Hollandse asperges met violetkleurige toppen hebben gebruikt.

Het recept is bewaard gebleven via beschrijvingen uit de 19e eeuw. Zo werd het doorgegeven via Grimod de la Reynière, die het ontving van zijn oudoom Monsieur de Jarente. Het werk noemt Asperges à la Pompadour in Grand Dictionnaire de Cuisine.

Onderstaand recept is gebaseerd op de historische beschrijvingen uit de 19e-eeuwse bronnen. Het is voor 4 tot 6 personen als voorgerecht of bijgerecht.

Ingrediënten:

  • 1,5 kilo mooie witte asperges,
  • Water en zout om te koken,
  • 1 flinke klont boter (ca. 100–150)
  • Een snufje zout,
  • Een goede mespunt gemalen nootmuskaat)
  • 1 eetlepel tarwebloem,
  • 2 verse eidooiers,
  • een scheutje citroensap,
  • Verse peterselie of bieslook.

Aan de slag: Asperges à la Pompadour

Schil de asperges zorgvuldig van onder de kop naar beneden. Daarnaast snijd je de houtige onderkant eraf. Bind ze eventueel in bundels met keukentouw voor het koken. Vervolgens breng je een ruime pan met licht gezouten water aan de kook.

Kook de asperges beetgaar in 8–12 minuten, afhankelijk van de dikte. Daarna giet je af. Bewaar een beetje kookvocht en snijd de asperges in stukken van ca. 3–4 cm. Laat ze even uitlekken.

Smelt de boter in een pan op laag vuur. Voeg een snufje zout en de gemalen macis toe. Strooi de bloem erover en roer goed door tot een lichte roux ontstaat maar niet laten kleuren. Voeg geleidelijk wat aspergekookvocht toe tot een gladde, niet te dikke saus ontstaat.

Klop de twee eidooiers los in een kommetje. Neem de pan van het vuur en roer de eidooiers erdoor (zorg dat de saus niet meer kookt, anders stollen de dooiers te snel). Verwarm eventueel au bain-marie voorzichtig verder tot de saus licht gebonden is. Voeg indien gewenst een scheutje citroensap toe.

Schep de aspergestukken in de saus en warm ze kort mee. Serveer direct, eventueel met extra boter of verse kruiden. Traditioneel: met een lepel opscheppen, maar met een vork eten. Het gerecht is rijk en boterig. Serveer Asperges à la Pompadour als voorgerecht met wat brood of als luxe bijgerecht bij vis of gevogelte

Hedendaagse koks raden vaak aan om een klassieke béarnaisesaus te maken als alternatief – dat is frisser en smaakvoller dan de originele gebonden boter-saus.

Bronnen:

•  Jessica Kerwin Jenkins, Encyclopedia of the Exquisite (2010) → historische context en recept. 

•  fxCuisine.com (reproductie van het originele recept via Grimod de la Reynière en Néo-Physiologie du Goût, 1839). 

•  Historiek.net – artikel over asperges in de geschiedenis. 

•  Alexandre Dumas, Grand Dictionnaire de Cuisine.

•  National Geographic – artikel over asperges als historisch “viagra”. 

Romeinse Maaltijden op een dag

Al een tijdje ben ik geïnteresseerd naar de oorsprong van veel hedendaagse recepten en gewoonten als tafelmanieren. In eerste instantie ben ik tot de Middeleeuwen gekomen. De oorsprong van stamppotten, het gebruik van honing in plaats van de veel duurdere suiker. De Middeleeuwse tafelmanieren die vandaag de dag nog gelden. Van lieverlee duik ik verder de geschiedenis in en kom op de Romeinse Tijd. De eetgewoonten waren sterk verweven met Hygiëne, Praktijk en Religie. Romeinse Maaltijden op een dag, een kennismaking

De drie dagelijkse Romeinse maaltijden

Ientaculum (ontbijt)
Bij zonsopgang of kort daarna aten de Romeinen hun eerste maaltijd. Dit was geen uitgebreid familiegebeuren, maar een snelle hap om de dag te starten. Typisch: brood (vaak gedoopt in wijn, olijfolie of honing), kaas, olijven, gedroogd fruit zoals vijgen of dadels, soms een ei of een papje van emmer (puls). Voor de armen bleef het bij brood en olijven; de rijken voegden melk, honing of verse vruchten toe. Het doel was puur praktisch: energie voor de ochtend zonder veel tijd te verliezen.

Prandium (lunch of tussendoortje)
Rond het middaguur (ongeveer 11-14 uur) volgde een lichte maaltijd. Dit was vaak koud en eenvoudig: brood, restjes vlees of worst, kaas, olijven, groenten of fruit. Voor arbeiders kon dit voedzamer zijn, maar voor de elite was het vooral een bruggetje tot de hoofdmaaltijd. In de loop der tijd werd de prandium lichter, omdat de cena steeds later op de dag kwam te liggen. Vroeger at men ’s avonds nog een lichte vesperna, maar die verdween grotendeels bij de hogere klassen.

Cena (hoofdmaaltijd)
De cena was de belangrijkste maaltijd van de dag. Oorspronkelijk rond 14-15 uur, maar bij welgestelden verschoof dit naar de late namiddag of avond (na de thermen, vanaf ca. 16-17 uur). Voor gewone Romeinen bleef het een eenvoudige, voedzame maaltijd: een eenpansgerecht met graanpap, groenten, wat vlees of vis, brood en wijn. Bij de elite werd het een waar convivium – een sociaal banket in het triclinium, waar gasten liggend aten op drie banken rond lage tafels. Hier gold de echte Romeinse tafelmanier: handen wassen, voeten schoon, en aandacht voor hygiëne en gastvrijheid.

De gangen van een Romeinse cena
Een uitgebreide cena bij de hogere klassen bestond uit drie hoofdgangen (mensae):

•  Gustatio (voorgerecht of appetizer)
Dit lichte gerecht wekte de eetlust op. Denk aan eieren (hardgekookt of in saus), olijven, rauwe of gekookte groenten (sla, prei, asperges), schelpdieren zoals oesters of mosselen, kleine visjes, slakken of paddenstoelen. Vaak geserveerd met mulsum (wijn met honing). Het was verfrissend en bereidde de maaltijd voor.

•  Primae mensae (hoofdgerecht)
Hier kwam het echte werk: warm, gevarieerd en rijkelijk gekruid met garum (gefermenteerde vissaus), peper, komijn, munt en andere kruiden. Voorbeelden: varkensvlees, kip, eend, wild, vis of zeevruchten, stoofschotels, gebraden gevogelte of ovenschotels (patina). Groenten zoals kool, prei, bonen en wortels hoorden er ook bij. Wijn (aangelengd met water) vloeide rijkelijk. Bij luxueuze banketten konden er meerdere subgangen zijn.

•  Secundae mensae (nagerecht)
De afronding was zoet en licht: vers fruit (appels, peren, vijgen, dadels, druiven), noten, honingkoeken, kaas of gebak. Soms kwamen oesters of andere zeevruchten hier terug. De maaltijd eindigde vaak met fruit – vandaar de uitdrukking “ab ovo usque ad mala” (van ei tot appel). Na afloop volgde soms een comissatio: een drinkronde met pure wijn, en een libatie aan de huisgoden.

De hele cena kon uren duren, met slaven die handen wasten tussen de gangen, tafels schoonveegden en restjes op de vloer lieten liggen (tot na afloop, uit religieuze overwegingen).

Een eenvoudig recept: Prei-patina (uit de prima mensae)

Patina’s – ovenschotels gebonden met ei – waren populair in de Romeinse keuken, zowel hartig als zoet. Hier een eenvoudige, authentiek geïnspireerde versie van een prei-patina, gebaseerd op recepten uit De Re Coquinaria (toegeschreven aan Apicius). Perfect als hoofdgerecht of bijgerecht.

Ingrediënten:

  • 5 – 6 preien (schoongemaakt, in ringen),
  • 4 eieren,
  • 200 ml melk (of een mix met room),
  • 2 el olijfolie,
  • 1-2 el garum (vervanger: Thaise vissaus of zout + ansjovisfilet),
  • 1 tl gemalen peper,
  • 1 tl komijn,
  • Verse kruiden (koriander of munt, fijngehakt),
  • wat geraspte kaas of stukjes spek

Aan de slag

1.  Kook de preiringen 5-7 minuten tot ze zacht zijn. Laat goed uitlekken.
2.  Klop de eieren los met melk, olijfolie, garum, peper, komijn en kruiden.
3.  Vet een ovenschaal in. Verdeel de prei erin en giet het eimengsel erover. Strooi eventueel kaas erover.
4.  Bak in een voorverwarmde oven op 180°C gedurende 25-35 minuten, tot het gestold is en licht goudbruin kleurt.
5.  Serveer warm, met brood en een eenvoudige saus van olijfolie, azijn en peper.

Dit gerecht is voedzaam, betaalbaar en typisch Romeins: groenten staan centraal, goed gekruid en licht verteerbaar. Voor een luxere versie kun je vis of vlees toevoegen; voor een dessertvariant (zoals peer-patina) vervang je prei door gekookte peren met honing en passum (zoete wijn).

Romeins eten draait om balans, seizoensproducten en sociale verbondenheid. Of je nu een eenvoudige maaltijd bereidt of een heel convivium nabootst: begin met schone handen, eet liggend als je durft, en geniet van de smaken die de basis legden voor de latere Europese keuken.

Deze gewoonten varieerden per tijdperk, regio en sociale klasse, maar vormen de kern van wat we weten uit bronnen als Apicius, Petronius en archeologische vondsten.

Pinsa-Pizza recept

Een tijdje geleden belegden we naanbrood als een pizza. Het was het niet helemaal, maar toch voor een tijdje lekker. Tot VL naar de ingrediënten ging kijken. Voor ons een reden om geen naanbrood meer te kopen. Zelf maken is eenvoudig, maar het ontbreekt ons aan tijd om het te doen. Dan maar naar de pizza bodem overstappen. Daar bleek toch wel vaak palmolie als ingrediënt in te zitten.

Na wat zoeken kwamen we aan de Pinsa van Bertoli. Volgens de verpakking is ‘…de moderne Pinsa gebaseerd op een pizzarecept uit het Romeinse tijdperk…’. Ook de ingrediënten spraken ons aan. In ieder geval géén palmolie, maar olijfolie. De luchtige Pinsa is voor ons een prima bodem voor onze Pinsa-Pizza recept.

Ingrediënten

  • 4 Pinsa bodems,
  • 250 gr kastanjechampignons,
  • 35 Roma minitomaatjes,
  • 1 grote rode paprika,
  • 2 grote uien,
  • 90 gr groene pesto,
  • 200 gr tomatenpuree,
  • 180 gr Parmezaanse kaas,
  • voldoende blokjes ananas,
  • 200 gr uitgelekte buffelmozzerella 

Aan de slag: Pinsa-Pizza recept

De ui wordt gepeld en in dunne halve ringen gesneden. De tomaatjes gehalveerd, de champignons in dunne plakjes en de paprika in dunne reepjes. De Parmezaanse kaas wordt grof geraspt. Alle ingrediënten in bakjes en op bordjes in de wachtkamer.

In onze Pinsa-Pizza recept gebruikt VL de onderkant van de Pinsabodems als bovenkant. Die onderkant is mooi egaal en makkelijk te besmeren. De bodems worden op de bakplaat en het rooster gelegd. VL besmeert de Pinsabodems met een laagje pesto en een laagje tomatenpuree. Als eerste worden de champignons verdeeld over de vier bodems. Dan volgen de halve uiringen. We zijn met vier personen en een paar van ons hebben wensen. Dus VL maakt een schemaatje van waar de verschillende Pinsa’s op de ovenplaat liggen. Zo krijgt ieder de Pinsa naar wens.

VL is aan de paprika toe. De reepjes keurig verdeeld over alle Pinsa’s. Dan komt de tomaat aan de beurt. VL knipt de buffelmozzerella in 8 stukjes en verdeelt deze over de Pinsa-pizza’s. Tot nu toe geen bijzondere wensen om rekening mee te houden. Dan komen de ananasblokjes en worden sommige Pinsa-pizza’s omgetoverd in Pizza Hawaï. Een gruwel voor een van de gezinsleden. 

Ondertussen wordt de oven voorverwarmd op 180 graden. Tenslotte wordt de gesnipperde Parmazaan verdeeld voorzover de wensen strekken. Nu is het belangrijk om de bakplaat niet te draaien zodat VL weet welke pizza voor wie bestemd is. Na 15 minuten in de oven op 180 graden zullen de Pinsa-Pizza’s klaar voor opdienen zijn.

Geverifieerd door ExactMetrics