Gefermenteerde knoflook in honing: een eeuwenoud huismiddeltje

Soms zijn de eenvoudigste de beste remedies. Geen dure supplementen, geen ingewikkelde apparatuur, maar gewoon twee pure ingrediënten die samen iets magisch vormen. Gefermenteerde knoflook in honing is zo’n klassieker. In veel families, zeker in grootmoeders tijd, stond er altijd een potje in de kast voor de donkere dagen. Bij het eerste kuchje of een dip in de weerstand ging het lepeltje honing met een zacht teentje knoflook erin.

Een remedie met diepe wortels

Knoflook en honing zijn al duizenden jaren onafscheidelijk in de traditionele geneeskunde. In het oude Egypte vonden archeologen knoflookresten in piramides – het werd meegegeven aan farao’s voor het hiernamaals. Ook de Grieken en Romeinen wisten van de kracht van knoflook. Hippocrates, de vader van de geneeskunde, prees het aan bij allerlei kwalen. Honing diende niet alleen als zoetmaker, maar vooral als natuurlijk conserveermiddel en wondheler.

De combinatie van beide in één pot komt voor in verschillende culturen. In delen van Oost-Europa, Azië en het Midden-Oosten werd knoflook in honing bewaard om het houdbaar te maken en de scherpte te temperen. Het fermentatieproces verzacht de intense allicine van rauwe knoflook, terwijl de honing vloeibaarder en smaakvoller wordt. Generatie op generatie is dit doorgegeven als natuurlijk steuntje voor de weerstand, vooral in de herfst en winter. 

Vandaag de dag is dit eenvoudige huismiddel herontdekt. Mensen die fermenteren ontdekken hoe lekker en krachtig het is. Geen wonder: rauwe honing bevat enzymen en goede bacteriën, knoflook bioactieve stoffen. Samen laten ze een milde fermentatie ontstaan die de voordelen behoudt en zelfs versterkt.

Het eenvoudige recept voor een pot van ongeveer 300-400 ml

Ingrediënten: 150-200 gram verse knoflookteentjes, 200-250 gram rauwe, niet- gepasteuriseerde biologische honing

Benodigdheden: Een schone glazen weckpot van 400-500 ml, houten lepel.

Aan de slag: gefermenteerde knoflook in honing

  1.  Begin altijd met hygiëne. Zet de pot zonder deksel in de afwasmachine op het heetste programma. Laat de pot goed drogen en zet deze dan in de oven op 150 graden voor 15 minuten om te steriliseren. De deksel in zeer heet water leggen. 

Pel de knoflookteentjes. Snijd grote tenen eventueel doormidden. Vul de pot tot ongeveer de helft of twee derde met de teentjes. Druk ze niet te hard aan, laat wat ruimte over.

Giet de rauwe honing erover tot alle knoflook volledig onderstaat. Gebruik een houten lepel om voorzichtig te roeren zodat er geen luchtbellen tussen de teentjes blijven zitten. De honing zakt vanzelf verder naar beneden, dus check na een kwartiertje en vul eventueel bij.

Draai de deksel licht op de pot. Fermentatie produceert gassen, die moeten kunnen ontsnappen. Zet de pot op een schoteltje (het kan wat overlopen) op een donkere, koele plek bij kamertemperatuur.

De eerste week dagelijks even de pot voorzichtig openen om gas te laten ontsnappen en de pot kantelen zodat alles goed bedekt blijft. Na een paar dagen zie je bubbeltjes verschijnen. Dat is het teken dat het fermenteren op gang komt.

Laat het minstens 3 tot 4 weken trekken. Hoe langer, hoe zachter de knoflook en hoe ronder de smaak. Na een maand is het al heerlijk, na twee of drie maanden nóg beter.

De knoflook wordt mooi zacht en mild zoet, de honing krijgt een heerlijke lichte knoflooksmaak en wordt dunner en donkerder.

Hoe gebruik je gefermenteerde knoflook in honing

Een theelepel tot eetlepel per dag is een mooie onderhoudsdosis, vooral van oktober tot maart. Bij de eerste kriebel in de keel neem je gerust wat vaker. Lekker puur, door een kopje thee, in dressings, marinades of over gegrilde groenten. Verhit het niet te sterk als je de maximale voordelen wilt behouden.

Tip: Maak meerdere kleine potten tegelijk. Eentje om te gebruiken, eentje om verder te laten rijpen. Schrijf altijd de datum van fermenteren op de pot. Het blijft jaren goed dankzij de honing. Gefermenteerde knoflook in honing.

Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes

Mijn voorraad ingemaakte zilveruitjes raakt uitgeput. Sneller dan ik verwachtte zijn de potten zo goed als leeg. Tijd om een nieuwe voorraad aan te leggen. Helaas is het buiten het seizoen. De nieuwe oogst is eind juni te verwachten. Afgelopen week zag ik hele kleine sjalotjes liggen. Een mooie vervanging van de zilveruitjes tot de nieuwe oogst. De sjalotjes zijn zo klein dat ze niet gesneden hoeven te worden. Dat worden dus hele ingemaakte sjalotjes.

Een stukje Nederlandse geschiedenis

Zilveruitjes zijn al meer dan een eeuw een oer-Hollands product. Nederland is wereldwijd de grootste producent. De inmaaktraditie kreeg een grote boost door Joodse immigranten in Amsterdam die straatventers werden met “zuurkarren”. Tafelzuur – waaronder uitjes – was vroeger een betaalbare en houdbare toevoeging aan het sobere Hollandse eten. Vandaag de dag horen ze bij elke borrelplank en kaas.

De gebruikelijke handelingen om de pot te steriliseren heb ik al gedaan. De pot de avond tevoren in de afwasmachine op het heetste programma. Vandaag de pot in de oven voor 15 minuten op 150 graden en het Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes in een schaal met zo heet mogelijk water. Een theedoek alvast opgevouwen op het aanrecht om straks de hete pot op te zetten.

Ingrediënten: 400-500 gr kleine sjalotjes, 200 ml appelciderazijn, 150 ml water, 2 el honing, 1 tl Keltisch zeezout, ½ tl zwarte peperkorrels, 2 laurierbladeren, 2 teentjes verse geplette knoflook, ½ tl mosterdzaad.

Aan de slag: Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes


Het recept is eenvoudig en met weinig ingrediënten voor een toch verrassend resultaat. Het voorwerk is ook eenvoudig, alleen de sjalotjes pellen en de andere ingrediënten afwegen.

Doe in een pannetje het water, de azijn, suiker, zout, peperkorrels, mosterdzaad, laurierbladeren en geplette knoflook. Breng het aan de kook terwijl je roert tot de honing en het zout volledig zijn opgelost. Laat het een minuut of vijf zacht pruttelen. 

Als de oventijd voorbij is en de pot iets afgekoeld, haal dan de pot uit de oven en zet deze op de theedoek. Doe dan voorzichtig de sjalotjes in de pot en giet dan de hete vloeistof met kruiden in de pot. Zorg er voor dat de sjalotjes goed onder staan en het vocht ongeveer een centimeter onder de rand staat. Heel handig is een glazen gewicht op de inhoud te zetten. Kijk uit, het is allemaal goed heet. Gebruik goede overwanten. De deksel kan op de pot en stevig aangedraaid. 

Om de ingemaakt sjalotjes langer te kunnen bewaren zet ik een hoge pan met heet water op het vuur. Een schoon aanrecht doekje op de bodem van de pan en de pot gaat in de pan. Het water moet ongeveer tot driekwart van de pot komen. De temperatuur van het water flink opstoken tot kokend. Kookt het eenmaal dan mag de pot ongeveer 15 minuten in het kokende water blijven. Na het kwartier het gas uit en de pot in de pan laten afkoelen tot kamertemperatuur.

Op de zijkant van de pot even de datum van inmaken genoteerd en klaar zijn de ingemaakte sjalotjes. Nu maar geduldig twee weken wachten voor dat we ze gaan gebruiken.

Low en Slow Zeeuws Spek uit de oven

In mijn vorige blog gebruikte ik een historisch recept uit 1700 voor Zeeuws spek. Vroeger werd het vaak gekookt in water met kruiden en specerijen. Tegenwoordig is de bereiding van het spek anders: het buikspek zonder zwoerd wordt eerst gemarineerd en daarna langzaam gegaard in de oven. Dit geeft een heerlijk mals, doorregen stuk spek met een mooie smaak en een licht krokant randje. Low en Slow Zeeuws spek uit de oven.

Wat is het verschil met vroeger?

Het moderne Zeeuws Spek is niet gekookt maar gemarineerd en langzaam gegaard. De marinade bevat vaak zoet-pittige ingrediënten zoals ketjap manis, mosterd, knoflook en specerijen. Dit zorgt voor de kenmerkende glanzende, smaakvolle korst en sappige binnenkant.

Basisrecept voor low en slow Zeeuws Spek

Ingrediënten: 1 kg buikspek zonder zwoerd, 2 el grove mosterd, 6 el ketjap manis,  1 el gerookte paprikapoeder, 3 teentjes knoflook, 1 kleine ui, 1 el honing, 1 kruidnagel, 3 jeneverbessen

Aan de slag: Low en slow Zeeuws Spek


Snijd het vet aan de bovenkant  kruislings in of prik met een vork veel gaatjes in het spek. Pel en snipper de ui en knoflook heel fijn. Meng de mosterd, ketjap manis,  gerookte paprikapoeder, knoflook, ui en honing tot een gladde marinade. Voeg de kruidnagel en de geplette jeneverbessen toe. Smeer het spek royaal in, masseer de marinade goed in en leg het in een afgedekte schaal. Laat het minimaal 24 uur marineren in de koelkast. Draai het af en toe om. 

Haal het spek op tijd uit de koelkast en laat het op kamertemperatuur komen. Verwarm de oven voor op 100 graden Celcius. Leg het spek op een rooster met daaronder een lekbak of ovenschaal. Let op, er komt veel vet vrij. Gaar het spek tot een kerntemperatuur van 70-85°C. Ik gebruik graag mijn kentemperatuurmeter om te voorkomen dat het spek te droog wordt. Het garen kan een uurtje of 4 duren.  Smeer het spek af en toe met extra marinade voor een mooi glanzend laagje. 


Laat het spek even rusten op een rooster. Snijd het in plakken of blokjes. Warm is het heerlijk bij Hollandse kost; koud is het perfect als broodbeleg of borrelsnack. Koel het goed af voordat je het in de koelkast zet (houdbaar ca. 1 week) of invriest.

Honing Knoflook Kip recept

Over een kleine week gaat VL met Vriendin op hun halfjaarlijkse midweek. Er is een slowcooker voorhanden, maar nu nog het recept. VL is groot voorstander van Honing Soja Kip.

Voor Vriendin is tomaat en sojasaus op dit moment uit den boze. Beiden hebben een grote voorkeur voor kipdijfilet, goede honing, verse knoflook, rauwe slagroom.

Honing Soja Kip gaat het dus niet worden. Dan komt het Honing Knoflook Kip recept in beeld. (Of het recept tot uitvoering komt tijdens deze midweek is twijfelachtig. Het is tenslotte vakantie).

Ingrediënten: 4 kipdijfilets, 6 tenen verse knoflook, 250 ml rauwe slagroom, 100 ml honing, 125 ml kippenbouillon,  100 g geraspte Parmezaanse kaas, 1 el ghee, arrow root, zout en peper naar smaak, extra: verse peterselie, zongedroogde tomaatjes of in ringen gesneden bosui.

Aan de slag: Honing Knoflook Kip

VL en Vriendin hebben ruime kookervaring en staan dagelijks in de keuken. Dus zullen ze waarschijnlijk tijdens het koken hun aanpassingen doen aan het recept. Zo zal elke keer dat de een of de ander kookt het gerecht iets andere smaak hebben.

De kipdijfilets staan al zeker een uurtje buiten de koelkast. Aan de slag: de teentjes knoflook worden gepeld en geplet om daarna fijn gesnipperd te worden. Omdat het vakantie is worden kipfilets niet aangebraden, maar rauw in de slowcooker gelegd.

Roer in een kom de slagroom, honing, kippenbouillon, knoflook, zout, peper en  Parmezaan door elkaar tot een glad mengsel. Leg de kip in de slowcooker en giet de saus erover. Zorg dat de kip goed bedekt is.

Stel de slowcooker op ‘Laag’ voor 4 uur. De kip valt vanzelf uit elkaar. Is dat niet helemaal gelukt, dan even met twee vorken de filets helpen door te ‘pullen’.

Is de saus niet stevig genoeg, meng wat arrow root met wat water en roer dit door de saus tot de gewenste dikte.

Spinazie stamppot met gehaktbal en ei

Het was al weer een hele tijd geleden dat we iets maakten met spinazie à la crème. Op verzoek van de kinderen, maar dan anders dan we gewend zijn: spinazie stamppot met gehaktbal en ei. We hebben het geluk dat we aan gehakt van Piëmontese runderen kunnen komen. Een luxe iets zoet gehakt met een mooie vet/vlees verhouding. Piëmontese runderen hebben over het algemeen iets droger vlees. Vaak geserveerd in de wat duurdere restaurants. We halen het gehakt bij ‘onze’ boer Jan voor een schappelijke prijs.

Ingrediënten: 1250 gr kruimige aardappels, 500 gr spinazie à la crème, 700 gr rundergehakt, 5 eieren, 1 grote ui, 5 teentjes verse knoflook, 1 tl bouillonkruiden, 1 tl gerookte paprikapoeder, 10 gr gehaktkruiden, 1 el ghee, wat nootmuskaat, zwarte peper en Keltisch zeezout naar smaak.

Aan de slag: spinazie stamppot met gehaktbal

Eerst maar eens aan de slag met het gehakt. Het ligt al een uurtje uit de koelkast en uit de verpakking in een ruime kom. Met een vork het gehakt wat rul gemaakt dan gaan de gerookte paprikapoeder, de gehaktkruiden, zout en peper er door gemengd. Zijn de kruiden niet meer zichtbaar dan gaat het rauwe ei erin. Nog eens met een vork mengen, om daarna met koude handen het gehakt een minuut of 5 te kneden. Het gehakt in vieren delen en mooie ballen draaien. Dat gaat het best met koud water nat gemaakte handen. De kom met de gehaktballen kan opzij worden gezet. Kook ondertussen de overblijvende eieren hard.

De diepvries spinazie kan alvast uit de vriezer in een pannetje. De aardappelen schillen in ongeveer gelijke blokjes snijden en in een grote pan met wat water en een keer spoelen. Dan zoveel koud water in de pan dat de aardappelen net onder staan. De pan is zo ruim dat allen aardappelblokjes in één laag in de pan liggen. De bouillonkruiden in de pan strooien en even door roeren. Dan kan de deksel op de pan.

 Nu is het zaak van goed plannen. De puree is met een minuut of 15 klaar. De gehaktballen hebben iets langer dan een half uur nodig om smakelijk en klaar te zijn. Dus begin ik met de gehaktballen. Een paar el ghee in de braadpan goed heet laten worden. Eenmaal op temperatuur gaan de ballen in de pan. Rustig aan rondom bruin aanbraden. Ondertussen mag de pan met aardappelen aan. Ik zet de pan op de wokpit en op laag tot midden vuur. Zo kookt het water sneller.

De gehaktballen zijn goed bruin en kunnen in de wacht: uit de pan en op een bord. Nog een el ghee in de pan en de gesnipperde ui en knoflook fruiten. Dan kunnen de ballen weer in de pan bij de ui en knoflook. Het vuur wat hoger tot het begint te bruisen. Dan kan er afgeblust worden. De deksel op een kiertje op de pan en het vuur laag. Het geheel mag nu een minuut of 30 pruttelen. 

De pan met spinazie gaat op laag vuur om te ontdooien en warm te worden. De aardappelen zijn in een minuut of 12 gaar en klaar om afgegoten te worden. De aardappelen kunnen dan weer in de pan en even laten uitdampen. Met de pureestamper de aardappelen fijn stampen. De spinazie toevoegen en met de garde de stamppot smeuïg roeren. Omdat de spinazie vochtig genoeg is hoeft er geen boter of melk meer bij. 

Serveer de spinazie stamppot met gehaktballen en ei. Het ei kan in plakjes gesneden of gesnipperd over of naast de stampot geserveerd worden. 

Een verleidelijk gerecht uit de 18e eeuw: Asperges à la Pompadour

Het is lente. Na de winter met de zware maaltijden is het tijd voor de lichtere en kleurrijke gerechten als artisjokken, radijsjes, postelein, aardbeien en asperges. Witte asperge is in veel landen een lente-delicatesse. Een van de meest legendarische bereidingen is Asperges à la Pompadour. Dit recept werd toegeschreven aan Madame de Pompadour (1721-1764) de officiële en invloedrijke maîtresse van koning Lodewijk XV. 

Asperges à la Pompadour combineert luxe, geschiedenis en sensualiteit uit een tijd waarin asperges als potentieverhogend, afrodisiacum golden. Zeg maar de Viagra van de Oudheid. In Frankrijk noemde men ze soms “points d’amour” (liefdespunten). Lodewijk XIV was een groot liefhebber en liet ze in Versailles het hele jaar door kweken in broeikassen. Zijn opvolger Lodewijk XV en zijn hofhouding zetten die traditie voort. Madame de Pompadour zou specifiek witte Hollandse asperges met violetkleurige toppen hebben gebruikt.

Het recept is bewaard gebleven via beschrijvingen uit de 19e eeuw. Het werd doorgegeven via de archieven van Grimod de la Reynière, die het ontving van zijn oudoom Monsieur de Jarente, een minister uit de tijd van Madame de Pompadour. Het gerecht is ook beschreven in Grand Dictionnaire de Cuisine van Alexandre Dumas’. 

Onderstaand recept is gebaseerd op de historische beschrijvingen uit de 19e-eeuwse bronnen. Het is voor 4 tot 6 personen als voorgerecht of bijgerecht.

Ingrediënten: 1,5 kilo mooie witte asperges, Water en zout om te koken, 1 flinke klont boter (ca. 100–150, Een snufje zout, Een goede mespunt gemalen macis (of nootmuskaat), eetlepel tarwebloem, 2 verse eidooiers, een scheutje citroensap, Verse peterselie of bieslook.

Aan de slag: Asperges à la Pompadour

Schil de asperges zorgvuldig van onder de kop naar beneden. Snijd de houtige onderkant eraf. Bind ze eventueel in bundels met keukentouw voor het koken. Breng een ruime pan met licht gezouten water aan de kook. Kook de asperges beetgaar in 8–12 minuten afhankelijk van de dikte. Giet af, bewaar een beetje kookvocht en snijd de asperges in stukken van ca. 3–4 cm. Laat ze even uitlekken. 

Smelt de boter in een pan op laag vuur. Voeg een snufje zout en de gemalen macis toe. Strooi de bloem erover en roer goed door tot een lichte roux ontstaat maar niet laten kleuren. Voeg geleidelijk wat aspergekookvocht toe tot een gladde, niet te dikke saus ontstaat.

Klop de twee eidooiers los in een kommetje. Neem de pan van het vuur en roer de eidooiers erdoor (zorg dat de saus niet meer kookt, anders stollen de dooiers te snel). Verwarm eventueel au bain-marie voorzichtig verder tot de saus licht gebonden is. Voeg indien gewenst een scheutje citroensap toe.

Schep de aspergestukken in de saus en warm ze kort mee. Serveer direct, eventueel met extra boter of verse kruiden. Traditioneel: met een lepel opscheppen, maar met een vork eten. Het gerecht is rijk en boterig. Serveer het als voorgerecht met wat brood of als luxe bijgerecht bij vis of gevogelte

Hedendaagse koks raden vaak aan om een klassieke béarnaisesaus te maken als alternatief – dat is frisser en smaakvoller dan de originele gebonden boter-saus.

Bronnen:

•  Jessica Kerwin Jenkins, Encyclopedia of the Exquisite (2010) → historische context en recept. 

•  fxCuisine.com (reproductie van het originele recept via Grimod de la Reynière en Néo-Physiologie du Goût, 1839). 

•  Historiek.net – artikel over asperges in de geschiedenis. 

•  Alexandre Dumas, Grand Dictionnaire de Cuisine.

•  National Geographic – artikel over asperges als historisch “viagra”. 

Verse aspergesoep uit de slowcooker

ARTIKEL IS IN BEWERKING
Verse aspergesoep uit de slowcooker

Ingrediënten: 1 kg witte asperges, 1,3 liter kippenbouillon, 1 ui, 3 teentjes verse knoflook, 1 middelgrote aardappel, 50 g boter, 50 g bloem, 200 ml slagroom, nootmuskaat, 2 laurierblaadjes, zout en peper naar smaak, 150-200 g valleiham, 4 eieren, verse peterselie of bieslook

Aan de slag: Verse aspergesoep uit de slowcooker


Schil de asperges zorgvuldig en snijd de harde onderkantjes (ca. 2 cm) eraf. Bewaar de schillen en kontjes voor de bouillon. Snijd de geschilde asperges in stukken van ongeveer 3-4 cm. Houd de aspergekopjes apart; die voeg je later toe zodat ze mooi beetgaar blijven.


Doe de aspergeschillen, kontjes, de fijngesnipperde ui, knoflook, aardappelblokjes en de kippenbouillon in de slowcooker. Zet de slowcooker op ‘Laag’ voor 6-8 uur of op ‘Hoog’ voor 3-4 uur. Zeef daarna de bouillon en verwijder de schillen en ui. Je houdt ongeveer 1 liter smaakvolle aspergebouillon over.


Giet de gezeefde bouillon terug in de slowcooker. Voeg de aspergestukjes (zonder de kopjes) toe. Laat dit op ‘Laag’ nog 1 tot 1½ uur garen tot de asperges zacht zijn. Maak ondertussen een roux: smelt de boter in een pannetje, roer de bloem erdoor en bak deze kort op laag vuur. Voeg de roux toe aan de slowcooker en roer goed door.


Pureer de soep met een staafmixer tot een gladde, romige massa. Voeg de slagroom toe en breng de soep op smaak met nootmuskaat, zout en peper.
Voeg nu de aspergekopjes toe en laat nog 20-30 minuten op ‘Laag’ staan tot ze beetgaar zijn.


Kook ondertussen de 4 eieren hard (8-9 minuten), laat ze schrikken onder koud water, pel ze en snijd ze in kwarten of hak ze grof.
Snijd de valleiham in dunne reepjes of kleine blokjes.
Optioneel: voeg de helft van de hamreepjes de laatste 10 minuten toe aan de soep voor extra smaak.


Schep de hete romige aspergesoep in diepe borden of kommen. Garneer elke portie royaal met:

•  de resterende valleihamreepjes

•  de stukjes of kwarten hardgekookt ei

•  fijngehakte verse peterselie of bieslook
Serveer direct met vers brood, een pistoletje of een knapperig broodje.

Wat weetjes over asperges

De oudste gedetailleerde aanwijzingen voor het kweken van asperges komen van Cato de Oudere (234–149 v.Chr.) in zijn werk De agri cultura. Hij adviseerde onder meer om wilde asperges te planten naast rietvelden, zodat ze beter zouden gedijen. 

Asperges het lekkerst zijn als ze meteen na de oogst bereid worden – versheid was cruciaal. Julius Caesar zou asperges hebben gegeten met gesmolten boter, vergelijkbaar met moderne bereidingen. Keizer Augustus was er zo dol op dat hij een speciale vloot zou hebben ingericht om asperges snel door het rijk te transporteren.

Het oudst bekende kookboek De re coquinaria (toegeschreven aan Apicius, samengesteld rond de 4e–5e eeuw, maar met oudere recepten) bevat meerdere aspergerecepten.

Asperges golden in de oudheid én Middeleeuwen als afrodisiacum – Madame de Pompadour zou ze later nog serveren om die reden.

Kort samengevat: de Romeinen maakten van asperges een commerciële, snelle en verfijnde delicatesse met kruidige sauzen en ovenschotels, terwijl de Middeleeuwen een soberdere, meer medicinale benadering kenden tot de heropleving via Arabische invloeden. Veel Romeinse bereidingsprincipes (kort koken, verse kruiden, ei-binding) klinken nog verrassend modern.

Romeinse Maaltijden op een dag

Al een tijdje ben ik geïnteresseerd naar de oorsprong van veel hedendaagse recepten en gewoonten als tafelmanieren. In eerste instantie ben ik tot de Middeleeuwen gekomen. De oorsprong van stamppotten, het gebruik van honing in plaats van de veel duurdere suiker. De Middeleeuwse tafelmanieren die vandaag de dag nog gelden. Van lieverlee duik ik verder de geschiedenis in en kom op de Romeinse Tijd. De eetgewoonten waren sterk verweven met Hygiëne, Praktijk en Religie. Romeinse Maaltijden op een dag, een kennismaking

De drie dagelijkse Romeinse maaltijden

Ientaculum (ontbijt)
Bij zonsopgang of kort daarna aten de Romeinen hun eerste maaltijd. Dit was geen uitgebreid familiegebeuren, maar een snelle hap om de dag te starten. Typisch: brood (vaak gedoopt in wijn, olijfolie of honing), kaas, olijven, gedroogd fruit zoals vijgen of dadels, soms een ei of een papje van emmer (puls). Voor de armen bleef het bij brood en olijven; de rijken voegden melk, honing of verse vruchten toe. Het doel was puur praktisch: energie voor de ochtend zonder veel tijd te verliezen.

Prandium (lunch of tussendoortje)
Rond het middaguur (ongeveer 11-14 uur) volgde een lichte maaltijd. Dit was vaak koud en eenvoudig: brood, restjes vlees of worst, kaas, olijven, groenten of fruit. Voor arbeiders kon dit voedzamer zijn, maar voor de elite was het vooral een bruggetje tot de hoofdmaaltijd. In de loop der tijd werd de prandium lichter, omdat de cena steeds later op de dag kwam te liggen. Vroeger at men ’s avonds nog een lichte vesperna, maar die verdween grotendeels bij de hogere klassen.

Cena (hoofdmaaltijd)
De cena was de belangrijkste maaltijd van de dag. Oorspronkelijk rond 14-15 uur, maar bij welgestelden verschoof dit naar de late namiddag of avond (na de thermen, vanaf ca. 16-17 uur). Voor gewone Romeinen bleef het een eenvoudige, voedzame maaltijd: een eenpansgerecht met graanpap, groenten, wat vlees of vis, brood en wijn. Bij de elite werd het een waar convivium – een sociaal banket in het triclinium, waar gasten liggend aten op drie banken rond lage tafels. Hier gold de echte Romeinse tafelmanier: handen wassen, voeten schoon, en aandacht voor hygiëne en gastvrijheid.

De gangen van een Romeinse cena
Een uitgebreide cena bij de hogere klassen bestond uit drie hoofdgangen (mensae):

•  Gustatio (voorgerecht of appetizer)
Dit lichte gerecht wekte de eetlust op. Denk aan eieren (hardgekookt of in saus), olijven, rauwe of gekookte groenten (sla, prei, asperges), schelpdieren zoals oesters of mosselen, kleine visjes, slakken of paddenstoelen. Vaak geserveerd met mulsum (wijn met honing). Het was verfrissend en bereidde de maaltijd voor.

•  Primae mensae (hoofdgerecht)
Hier kwam het echte werk: warm, gevarieerd en rijkelijk gekruid met garum (gefermenteerde vissaus), peper, komijn, munt en andere kruiden. Voorbeelden: varkensvlees, kip, eend, wild, vis of zeevruchten, stoofschotels, gebraden gevogelte of ovenschotels (patina). Groenten zoals kool, prei, bonen en wortels hoorden er ook bij. Wijn (aangelengd met water) vloeide rijkelijk. Bij luxueuze banketten konden er meerdere subgangen zijn.

•  Secundae mensae (nagerecht)
De afronding was zoet en licht: vers fruit (appels, peren, vijgen, dadels, druiven), noten, honingkoeken, kaas of gebak. Soms kwamen oesters of andere zeevruchten hier terug. De maaltijd eindigde vaak met fruit – vandaar de uitdrukking “ab ovo usque ad mala” (van ei tot appel). Na afloop volgde soms een comissatio: een drinkronde met pure wijn, en een libatie aan de huisgoden.

De hele cena kon uren duren, met slaven die handen wasten tussen de gangen, tafels schoonveegden en restjes op de vloer lieten liggen (tot na afloop, uit religieuze overwegingen).

Een eenvoudig recept: Prei-patina (uit de prima mensae)

Patina’s – ovenschotels gebonden met ei – waren populair in de Romeinse keuken, zowel hartig als zoet. Hier een eenvoudige, authentiek geïnspireerde versie van een prei-patina, gebaseerd op recepten uit De Re Coquinaria (toegeschreven aan Apicius). Perfect als hoofdgerecht of bijgerecht.

Ingrediënten (voor 4 personen): 5-6 preien (schoongemaakt, in ringen), 4 eieren, 200 ml melk (of een mix met room), 2 el olijfolie, 1-2 el garum (vervanger: Thaise vissaus of zout + ansjovisfilet), 1 tl gemalen peper, 1 tl komijn, Verse kruiden (koriander of munt, fijngehakt), Optioneel: wat geraspte kaas of stukjes spek

Aan de slag

1.  Kook de preiringen 5-7 minuten tot ze zacht zijn. Laat goed uitlekken.
2.  Klop de eieren los met melk, olijfolie, garum, peper, komijn en kruiden.
3.  Vet een ovenschaal in. Verdeel de prei erin en giet het eimengsel erover. Strooi eventueel kaas erover.
4.  Bak in een voorverwarmde oven op 180°C gedurende 25-35 minuten, tot het gestold is en licht goudbruin kleurt.
5.  Serveer warm, met brood en een eenvoudige saus van olijfolie, azijn en peper.

Dit gerecht is voedzaam, betaalbaar en typisch Romeins: groenten staan centraal, goed gekruid en licht verteerbaar. Voor een luxere versie kun je vis of vlees toevoegen; voor een dessertvariant (zoals peer-patina) vervang je prei door gekookte peren met honing en passum (zoete wijn).

Romeins eten draait om balans, seizoensproducten en sociale verbondenheid. Of je nu een eenvoudige maaltijd bereidt of een heel convivium nabootst: begin met schone handen, eet liggend als je durft, en geniet van de smaken die de basis legden voor de latere Europese keuken.

Deze gewoonten varieerden per tijdperk, regio en sociale klasse, maar vormen de kern van wat we weten uit bronnen als Apicius, Petronius en archeologische vondsten.

Romeinse Tafelmanieren: Hygiëne, Praktijk en Religie

Je bent uitgenodigd voor een convivium, een Romeins banket in het triclinium, de eetkamer met drie banken rondom een lage tafel. De gasten liggen ontspannen achterover, gekleed in een lichte synthesis, terwijl slaven af en aan lopen met schalen vol oesters, fazant en garum. Maar achter deze schijnbaar ontspannen maaltijd schuilt een strikt systeem van tafelmanieren. Romeinse tafelmanieren waren niet willekeurig, maar gebaseerd op drie pijlers: Hygiëne, Praktijk en Religie in het Triclinium.

De Romeinen leefden in een wereld van stoffige straten en open sandalen, maar ook in een kosmos vol goden en geesten. Voeten wassen was geen luxe, maar noodzaak. Sandalen uitdoen had een diepere betekenis: het aardse stof achterlaten om een hogere sfeer te betreden. In deze blog duik ik in de Romeinse eetgewoonten. Welke gewoonten waren puur hygiënisch of praktisch, en welke hadden een religieuze lading? Ik baseer me op literaire bronnen zoals Plinius de Oudere, archeologische vondsten en mozaïeken.

De hygiënische en praktische basis: schoonheid als beschaving

De Romeinen waren meesters in hygiëne. Open sandalen en ongeplaveide straten maakten vuile voeten onvermijdelijk. Daarom begon elk banket met een ritueel dat vooral praktisch was: bij de deur deden gasten hun sandalen uit. Een slaaf waste meteen de voeten met water – vaak geparfumeerd. Dit was geen luxe, maar noodzaak. Literaire bronnen en iconografie bevestigen dit als vaste gewoonte. Zonder dit zou het triclinium al snel een modderpoel worden. Achteroverleunen op kussens terwijl je voeten nog vol stof zaten? Ondenkbaar voor een beschaafd mens.

Hetzelfde gold voor de handen. Romeinen aten zelden met vorken (die kwamen pas later). Ze gebruikten messen, lepels (cocleare voor eieren en schelpdieren) en vooral hun vingers. Beleefde eters namen eten met drie vingers, zodat ringvinger en pink schoon bleven. Slaven kwamen daarom regelmatig langs met kannen geparfumeerd water. Voor de maaltijd, na elke gang en soms tussendoor: handen wassen. Dit was geen beleefdheidsgebaar alleen, maar pure hygiëne. Eten met vuile handen in een gedeelde schaal? Dat leidde tot viezigheid en ziekte.

Praktisch was ook het gebruik van servetten. Iedere gast had zijn eigen mappa (groot linnen doek) en kleinere sudaria. De mappa spreidde je uit over de rand van de bank om vlekken te voorkomen, of je veegde er je mond en handen mee af. Aan het eind van de maaltijd mocht je er restjes in wikkelen en mee naar huis nemen – een vroege vorm van doggybag. De tafel zelf werd na elke gang schoongeveegd met een doek of spons. Vanaf de 1e eeuw n. Chr. lag er vaak een tafelkleed. Alles om het banket comfortabel en netjes te houden.

Zelfs voorafgaand aan het diner speelde hygiëne een rol. Veel Romeinen bezochten eerst de thermen. Niet alleen om te ontspannen, maar om het lichaam voor te bereiden op de overvloed. Schoon zijn was een teken van beschaving. Geen religie nodig – puur praktisch en medisch. De baden hielpen humoren af te voeren, zodat je meer kon eten zonder ongemak.

Deze gewoonten waren universeel, van keizerlijk paleis tot bescheiden huis. Ze maakten het mogelijk om urenlang te liggen eten zonder dat het een rommeltje werd. Hygiëne was hier geen bijzaak, maar de fundering van het hele feest.

De religieuze dimensie: goden, geesten en het onzichtbare

Toch was niet alles puur praktisch. De Romeinen zagen de maaltijd ook als een moment waarop de goddelijke en menselijke wereld elkaar raakten. Hier komen de religieuze overwegingen om de hoek kijken.

Neem het afdoen van de ring. Plinius de Oudere schrijft in zijn Naturalis Historia dat het een universele gewoonte was om bij tafel de ring af te doen. Dit stamde uit “oude religieuze observaties” (ex veteri religione). Waarom? Een ring was een symbool van binding, van status of zelfs cultus. Door hem af te doen, verbrak je tijdelijk die aardse band en maakte je jezelf “schoon” voor de maaltijd. Het was een stil gebaar van eerbied, zonder woorden – een scrupulositas, een religieuze zorgvuldigheid.

Nog duidelijker religieus was het omgaan met restjes. Tijdens de maaltijd gooiden gasten etensresten en afval op de vloer. Maar je raapte ze niet op. Waarom niet? Omdat ze toebehoorden aan de wereld van de doden. De zielen van overledenen circuleerden door het huis, en het was heiligschennis (sacrilegium) om tijdens de cena aan die restjes te komen. Pas na afloop van het banket veegden slaven de vloer schoon. Mozaïeken met de beroemde asarotos oikos (“ongeveegde kamer”) beelden deze vloer vol afval af – een artistieke herinnering aan een geslaagd feest. Hier overlapten hygiëne en religie: praktisch opruimen na afloop, maar tijdens het eten een verbod uit eerbied voor de geesten.

De maaltijd zelf begon vaak met een religieus moment. Goden werden aangeroepen. Tussen de hoofdmaaltijd (cena) en het nagerecht (secunda mensa) brachten gasten offers van wijn, zout en meel aan de Lares, de huisgoden. Libaties – het plengen van wijn – waren standaard. Soms puur symbolisch, soms letterlijk op de vloer of altaar. In cultusmaaltijden (zoals bij Mithras of Serapis) was het hele banket doordrenkt van religie, maar zelfs bij profane convivia bleef die laag aanwezig. De maaltijd was een moment van verbondenheid met het goddelijke, niet alleen met medemensen.

Sandalen uitdoen had naast hygiëne soms een symbolische lading. Het aardse stof achterlaten kon voelen als een overgang naar een “hogere sfeer”, zoals jij al aangaf – een echo van bredere antieke gewoonten waarbij je het profane achter je laat. Hoewel bronnen het vooral praktisch benadrukken, paste het perfect in de Romeinse mentaliteit waarin reinheid en godsvrucht hand in hand gingen.

Een naadloze verstrengeling

Wat opvalt bij de Romeinse tafelmanieren is hoe hygiëne, praktijk en religie in elkaar grepen. Voeten wassen was hygiënisch noodzakelijk, maar gebeurde door een slaaf als daad van gastvrijheid – een deugd die de goden welgevallig was. Handen wassen voorkwam viezigheid, maar paste ook bij de zorgvuldigheid die religie eiste. Restjes op de vloer waren praktisch, maar vooral een religieus taboe.

Deze vermenging was typisch Romeins. Reinheid was geen seculier concept; het had altijd een morele en goddelijke dimensie. Wie zich goed gedroeg aan tafel, toonde niet alleen beschaving, maar ook pietas – eerbied voor goden, voorouders en medemensen.

Volgende keer dat je aan een Romeins banket denkt, zie je niet alleen luxe en overvloed. Je ziet een zorgvuldig georkestreerd ritueel waarin het lichaam schoon bleef en de ziel eerbied betuigde. De Romeinen aten niet zomaar – ze vierden het leven, met alle stof, goden en geesten erbij.

Bronnen: Plinius de Oudere (Naturalis Historia), beschrijvingen van Seneca en Petronius, archeologische mozaïeken en moderne studies over het Romeinse convivium.

Onlangs kocht ik drie middeleeuwse keukenmessen bij CelticWebMarchant en ik ben er superblij mee! Ze zijn historisch correct, van mooie kwaliteit en liggen heerlijk in de hand. Ik gebruik ze regelmatig bij het bereiden van middeleeuws geïnspireerde recepten en ze snijden perfect. De webshop is overzichtelijk, het aanbod aan historische replica’s is groot en de service is snel en vriendelijk. Voor iedereen die houdt van authentieke middeleeuwse spullen een absolute aanrader.

Prachtige middeleeuws keukenmessen voor de middeleeuwse keuken.
Prachtige middeleeuws keukenmessen voor de middeleeuwse keuken. Deze messen is perfect voor als je in historische stijl wilt koken

error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics