Dan zit je met de gebakken peren

Twee keer per jaar gaat VL met het vriendinnenclubje Wilde Wieven een midweek in de bossen. Een bungalow, een goed restaurant, een mooi dorp en bossen. En uiteraard heel fijn gezelschap. Tijdens één van de uitstapjes raakte het clubje verzeild in een restaurant. Dat restaurant is meteen de thuishaven geworden. Goede kwaliteit, prettige bediening en verrassende gerechten. Wel tijdig reserveren. Anders zit je met de gebakken peren.

Ook nu weer zal er gegeten worden in het Tramlokaal. Vooraf het uitstapje wordt er gereserveerd en de menukaart bekeken. Het oog van VL viel op de gebakken peren, balsamico gebakken peren.

Dan wordt het tijd om recepten te zoeken en kijken wat het best bevalt en aansluit op de eetwensen. Kijken, combineren, uitproberen dat het een lieve lust is. Dan…kom ik een recept tegen waarvan je kan zeggen ‘niets meer aan doen’. Zo’n recept kan je dan zonder meer overnemen. Beschouw het als compliment aan de bedenker van het recept. Dit keer is het recept van Oil & Vinegar

Ingrediënten
Balsamico Brons IGP, Amarettini koekjes, Castillo de Canena Extra vierge olijfolie, 4 peren met steeltje, geschild, 4 zakjes vanillesuiker, 100 gr slagroom, 200 gr roomkaas, steranijs, 1 vanillestokje, 200 ml water

  1. Doe 1 flesje Balsamico brons IGP in een pannetje en vul aan met 200 ml water. Leg vervolgens de geschilde peren erin en zorg ervoor dat ze bijna helemaal in het vocht liggen. Voeg een half vanillestokje, de steranijs en 2 zakjes vanillesuiker toe. 
  2. Breng aan de kook en laat 40 minuten zachtjes koken. Draai de peren geregeld om zodat ze egaal van kleur worden. Zet na 40 minuten het vuur uit en laat de peren afkoelen in het vocht. 
  3. Schraap ondertussen de vanillezaadjes uit de overgebleven vanillestok. Doe in een mengkom, voeg de roomkaas toe en klop los met een mixer. Klop in een tweede kom de slagroom met 2 zakjes vanillesuiker lobbig. Schep het roomkaasmengsel en de slagroom luchtig door elkaar. Neem 20 Amarettini koekjes en maal fijn. 
  4. Serveer de peer staande op een bord met daarnaast een rijkelijke schep roomkaasmengsel. Sprenkel daar wat Castillo de canena extra vierge olijfolie over en werk af met de fijngemalen Amarettini koekjes.

De perfecte cheesecake

Nou zou je denken dat iemand die enthousiast begint met bakken een makkelijk recept kiest. Een cake of zandkoekjes. Niet in ons gezin. De oudste heeft het idee om een desert te maken. Dat komt mooi uit want het is vlak voor Kerst en we hadden nog geen idee voor een echt Kerstdesert.

De gevonden recepten waren niet ‘je van het’. Dus ging zoon op zoek en kwam uit op Amerikaanse recepten. Een lang verhaal kort; na dagen zoeken en snuffelen werden een aantal recepten gecombineerd en omgezet naar Europese maten en gewichten.

Tja, dan heb je een recept op papier wat ook nog praktijk moet worden. Het meest spannende deel. Zoon gaat, geassisteerd door VL, aan de slag. Het is een meerdaags project ‘de perfecte cheescake’.

Eerst wat tips voor een goed resultaat:
De ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn;
Gebruik goede ingrediënten als ongezouten roomboter en Cylon-kaneel;
Het beslag niet te lang mixen, want dan kan de cheesecake scheuren;
Zet tijdens het bakken een schaaltje met water onder in de oven;
Bakken op 150 graden;
De cheesecake mag nog een beetje zacht en wiebelig zijn wanneer het uit de oven komt.

Ingrediënten: 2 blikjes gecondenseerde melk (397gram ieder);
1pak bastogne koek (260 gram); 680 gram roomkaas;
150 gram lichte basterdsuiker;
125 gram zure room;
100 – 120 gram boter;
een halve eetlepel bloem;
2 theelepels vanille-extract;
2 theelepels (Cylon-) kaneel;
4 grote eieren;
2 Granny Smit-appels;
nog een eetlepel lichte basterdsuiker.

De eerste dag wordt de Dulce de Leche gemaakt door de twee dichte blikjes gecondenseerde melk -volledig onder water- in een pan op een laag vuur drie uur koken. Let op dat de blikjes onder water blijven staan tijdens deze drie uren, dus regelmatig controleren!

De Bastogne koekjes dienen fijn gemalen te worden. Makkelijk met een krachtige blender. Is deze niet voor handen, dan is het intensief handwerk om met een deegroller te koekjes te crushen. De gemalen koekjes door een zeef halen voor het beste resultaat

De volgende dag wordt het bouwpakket in elkaar gezet. In een pannetje wordt 100 – 120 gram boter gesmolten. De gemalen koek wordt in een mengkom gedaan en voorzichtig wordt de gesmolten boter -onder voortdurend spatelen- bij gegoten tot en een stevig mengsel ontstaat.

De bodem van een springvorm (24 cm) wordt bedekt met op maat geknipt bakpapier. het bakpapier en de rand van de springvorm goed ingevet met boter. Maak van het koek-/botermengsel een stevige bodem en druk deze goed aan. Zorg er voor dat er een goed randje ontstaat. De vorm kan nu een uur in de koelkast.

Tijd om de oven voor te verwarmen op 150 graden.
Meng een halve eetlepel bloem door iets meer dan een half blikje Dulce de Leche en besmeer de bodem met dit mengsel.

Mix de roomkaas en de basterdsuiker kort op de laagste stand. Dan de de zure room, vanille-extract en een theelepel kaneelpoeder toevoegen en goed mengen met de mixer. Eenmaal goed gemengd hkunnen één voor één de eieren er bij en wederom goed gemixed, maar niet te lang. Giet het mengsel in de vorm en zet het geheel voor een uur á vijf kwartier in de oven op 150 graden. Zoals in de ‘Tips’ staat is een schaaltje water onder in de oven belangrijk.

Dag 3
Laat de cheescake ongeveer een uur afkoelen in de oven met de ovendeur op een kier. Blijft de deur niet openstaan, zet er dan een lucifersdoosje tussen. Na een uur kan de cheesecake uit de oven en nog een kwartier op het aanrecht. Vervolgens kan de cheesecake voor een nacht in de koelkast.

Aan te raden is om een klein stukje cheesecake met een toefje slagroom te serveren. Let wel, de cheesecake is machtig eten. Het resultaat is een werkelijk perfecte cheescake!

Stoofappeltjes

We gaan op vakantie en nemen mee….. In ieder geval onze (Japanse) keukenmessen, de slowcooker, een goede wok, een goede koekenpan en meer van die spullen. Weliswaar is op ons vakanteiadres keukengerei aanwezig maar toch, eigen spullen werken lekkerder en vertrouwder. O ja, niet te vergeten onze zelfgedroogde kruiden. Dan hoeven we de voedseldroger ook niet nog eens mee te nemen.

Dan komt het moment dat we een maaltijd gaan bereiden. Onderhandelen met de kinderen wat te eten, inkopen gedaan, nog een keer met de honden gewandeld dan is het tijd om te gaan koken. Ik doe het snijwerk, VL heeft het overzicht, het recept (in haar hoofd) en doet het uiteindelijke koken. ‘Mag ik van je de tijm, rozemarijn en meer van de kruiden?’ Natuurlijk, maar waar zijn die verrekte kruiden. We hebben ze uitgezocht, klaargezet en ingepakt…. Maar niet in de kratten gedaan. De kruiden zijn nog thuis! En de winkels inmiddels dicht. We hebben nog wel wat restjes supermarktkruiden, maar geen geurende tijm en basilicum.

Het gerecht niet maken is geen optie, naar de winkel ook niet want die is dicht, weet u nog wel?! Dan maar zonder de gewenste hoeveelheden kruiden het gerecht maken. We gebruiken de laffe supermarktkruidenmeuk, meer voor onze geruststelling dan voor de smaak. Benieuwd hoe het zal vallen bij de kinderen. Zij weten heel goed hoe het gerecht zou moeten smaken.

Ingrediënten
1 kg stoofappeltjes, een paar lepels honing, twee of drie kruidnagels en een kaneellstokje.

Stoofappels, en daar hebben we de grootste moeilijkheid, welke en hoe kom je er aan? De beste soorten zijn Zoete Ermgaard; Zoete Grauwe Holaart; Zoete Grauwe Reinette en Zoete Princesse Noble. Erg lastig aan te komen. Soms is één van deze soorten te koop op de markt of bij een goede groenteboer.

De appels schillen en in partjes snijden. De klokhuizen er uit snijden en met de schillen in de groenbak (of zoals bij ons bij de wormen in de compostbak).

De appelpartjes, de honing, kruidnagels en het gebroken kaneelstokje in de slowcooker. Het geheel afvullen met water tot de appelpartjes net onder water staan. (voor de liefhebber kan er een forse scheut halfzoete witte wijn bij).

Na zo’n zes uren op ‘Laag’ zijn de stoofappeltjes gaar en klaar.

De tafel gedekt, de kinderen geroepen (‘jaha, we komen eraan’). Na een minuut of tien komen de kinderen er aan geslenterd. Voor hun gevoel zijn ze snel. VL schept de door haar ingeschatte portie per gezinslid op het bord. Zo wordt geen voedsel verspild en bijnemen kan altijd nog. De reactie van de kinderen. ‘Het smaakt anders, maar ook heel lekker’. Tja, het zal door de omgeving komen, op vakantie smaakt alles anders.

Wij leren hieruit dat soms het weglaten van ingrediënten de smaak van het gerecht (uiteraard) beïnvloedt maar weinig afdoet aan het genieten van het eten. Ik zou niet alle ingrediënten van een gerecht achterwege laten, want dan smaakt zo naar niets. Ik zou met alle liefde het recept hieronder genoteerd hebben. Helaas heeft VL het recept in haar hoofd en niet op papier. Dat komt later. Om toch met een recept te eindigen heb ik het bereiden van stoofappeltjes genoteerd.

Denk je nu ‘hé, dat recept komt me bekend voor’. Was dat niet…. Ja, klopt. Het is hetzelfde als het recept van stoofperen. In beide recepten heb ik gekeken naar de meest oorspronkelijke smaak van de stoofperen en die van de stoofappeltjes. Natuurlijk kan je toevoegingen doen die passen bij jouw wensen en smaak.

‘Griekse Stoofperen’

We hebben ‘iets’ met koken, ‘iets’ met Griekenland en ‘iets’ met traditioneel. Vandaag wil ik een experimentje doen met traditionele stoofperen en een Griekse draai er aan geven. We gebruiken voor dit experiment de kleine 1,5 liter slowcooker.

'Griekse Stoofperen'

Hoewel er vier soorten stoofperen zijn in Nederland, zijn er alleen de Gieser Wildeman en de Saint Remy in de winkel te vinden. De twee andere rassen, de ZoeteBredero en de Winterrietpeer worden alleen door hobbyisten gekweekt. Ik gebruik altijd Gieser Wildeman stoofperen. De lekkerste zoete stoofpeer sinds meneer Wildeman te Giessendam hem in 1850 begon te kweken.

Nu we het goede hebben uit de ene wereld ga ik op zoek naar het beste uit een andere wereld, Griekenland. Nu kan iedereen wel een Grieks recept bereiden, maar of je dan ook de echte smaak van Griekenland hebt? Nee dus. Ga je Grieks koken ben je haast aan jezelf verplicht zoveel mogelijk originele Griekse ingrediënten te gebruiken. En die Griekse ingrediënten kopen we bij De Smaken van Griekenland in Groningen. (bega nooit de fout om de echte Griekse yoghurt Proto te kopen. Je bent voor heel je leven verpest en smaakt de ‘Griekse Style-‘yoghurt niet meer). Heb je het geluk om vlak bij Amsterdam te wonen, zoals wij, dan loop je de kans dat de eigenaar Ilias Kotsiris zelf het bestelde komt afleveren. Maar wel op donderdag, dan moet hij toch in Amsterdam zijn.

De richting hebben we te pakken; stoofperen en ‘iets Grieks’. Ik kies voor stoofperen gekruid met Bachari. Niet geheel toevallig hebben we in onze voorraadkast een forse doos met Griekse ingrediënten. Daaruit pluk ik kaneelstokjes, honing en Bachari. De Bachari kopen we in korrels die we zelf malen.

De bedoeling is dat alle ingrediënten in de pan worden gedeponeerd, wat water erbij en voor ruim 6 tot 7 uur laten stoven. Aan de slag

Materiaal: snijplank, scherp mes, eventueel dunschiller, theelepels, slowcooker 1,5 liter

Ingrediënten
6 Gieser Wildeman stoofperen, 2 theelepels Bachari, 3 kaneelstokjes (in drieën gebroken) 1 forse theelepel honing en voldoende water.

Nu moet de keus gemaakt worden, houd ik de peren heel of halveer ik ze) Ik halveer de peertjes en schil deze. De klokhuizen uit de halve peren gesneden. De schillen en de klokhuizen gaan in de compostbak en de peertjes in de slowcooker.

De kaneelstokjes, de honing en de Bachari over de peertjes. Tenslotte zoveel water dat de peertjes net onder water staan. De slowcooker kan aan. Onze kleine slowcooker heeft een ‘auto-‘stand; hij begint op ‘Hoog’, eenmaal op temperatuur schakelt de pan automatisch naar ‘Laag’. Een heel prettig snufje heb ik gemerkt in de praktijk.

Na 7 uur is het geheel klaar, de peren rood en geurend. Nu hoeven we de kinderen niet te roepen dat ‘het eten klaar is’, ze staan al beneden om de peren te proeven. Heerlijke zoet/kruidige stoofperen.

Gieser Wildeman peren hebben de gewoonte om vanzelf mooi rood te worden. Dus geen kleurmiddelen als rode wijn of rode bessensap nodig. Gieser maakt het wel spannend, pas in het laatste uur worden de peren rood. Na een uurtje of vier begint de pan te geuren; de zoete geur van stoofperen gemengd met de kruidige geur van kaneel en Bachari. Een prima samenwerking tussen Nederland en Griekenland.

Van basis recept naar Honing-Kokoscake

De smaak van echte zelfgebakken cake, wie kent dat nog? Wie weet de ingrediënten in de juiste verhoudingen? En nu niet meteen naar een cakemix of een kant-en-klaarpakje grijpen. Om twee redenen; je weet niet wat er in zit en het wordt ‘iets’ wat op cake lijkt. Eenmaal weer een cake zelf gebrouwen, is het verschil onmiskenbaar.

Dit zit in een willekeurige cake-mix: suiker, scharrelei, tarwebloem, plantaardige oliën en vetten (palmvet, raapzaadolie, kokosvet), stabilisator: E422, tarwezetmeel, emulgator: E471/ E475, rijsmiddel: E500/ E450, aardappelzetmeel, verdikkingsmiddel: E433/ E466/ E412, rijstzetmeel, conserveermiddel: E202/ E282, zout, voedingszuur: citroenzuur, aroma’s, kleurstof: carotenen

Van basis recept naar Honing-Kokoscake

Ingrediënten
Ingrediënten van een basiscake: in gelijke delen bloem, suiker, boter, eieren; bakpoeder of bakingsoda; en snufje zout, een vanillestokje.

Omdat ik de cake in de kleine slowcooker ga maken zijn de hoeveelheden van de ingrediënten aangepast: 175 gram boter, 175 gram bloem, 175 gram suiker en 175 gram eieren (Ik doe altijd een extra ei er bij)

Heb je een grotere vorm of wil je een grotere cake kan je de hoeveelheden aanpassen, als de verhouding van de boter, suiker, eieren, bloem maar 1 : 1 : 1 : 1 is.

Om te beginnen kan de oven voorverwarmd worden op 180 graden. De boter zacht en romig mixen, de suiker toevoegen en mooi smeuïg roeren. Tijdens het mixen een voor een de eieren toevoegen en het merg van het kaneelstokje. Zijn deze ingrediënten goed gemengd dan kan een snufje zout en de bakpoeder of bakingsoda er bij en alles goed glad mixen.

Een cakevorm invetten met boter, het beslag in de cakevorm deponeren en bovenkant glad strijken met de spatel. Het geheel kan nu midden in de oven geschoven worden. Na een uurtje met een sateprikker (of breinaald)in de cake prikken en kijken of de cake gaar is. Komt de sateprikker of breinaald droog uit de cake is de cake klaar. Anders nog even in de warme oven laten staan.

Maar het is nu nog geen honing-kokoscake, toch? Klopt. Voordat ik de bloem bij het gemixte mengsel doe, voeg ik twee snufjes kaneel, twee tot drie eetlepels en drie eetlepels kokosrasp toe. Ik voeg géén zout toe want dat zit al in de bakpoeder of bakingsoda. Alles goed mengen om daarna de bloem toe te voegen. En het verdere recept volgen zoals beschreven.

Maar ik zou de honing-kokoscake in de slowcooker maken als experiment. Dus gaat het beslag in de slowcooker. De binnenpan invetten en bekleden met bakpapier. Het is wat gefrommel. Nu heeft de kleine slowcooker een handige ‘autostand’; begint op ‘Hoog’, eenmaal op temperatuur schakelt de pan over op ‘Laag’. Na een uurtje of vier is de cake klaar en gaar (als alles gelukt is)

Rest de vraag; is het handig of nuttig cake te bakken in een slowcooker? Nee, voor mij niet. Volgende keer weer in de oven. Met een uurtje klaar.

Stoofperen zoals deze bedoeld zijn

Wie kent ze niet als bijgerecht, dessert of soms zelfs als maaltijd? Honderden manieren om stoofperen te maken. Vooral populair is het toevoegen van rode wijn, rode bessensap of andere toevoegingen. Om de échte smaak van de peren te proeven houd ik dit recept erg makkelijk en basic met als hoofdingrediënt: stoofperen. Want waarom allerlei dingen toevoegen, als het om de smaak van stoofperen gaat?

Stoofperen zoals deze bedoeld zijn

Neem de aantallen niet al te serieus, koken is geen exacte wetenschap.

Ingrediënten: tussen de 1 en 2 kilo Gieser Wildeman
2 kaneelstokjes, 1 tot 2 eetlepels honing.

Het zal u niet verbazen als de peren eerst geschild moeten worden. Ik laat de peren heel. Nu kunnen de peren in de slowcooker samen met water. De peren moeten nét onder water staan. De overige ingrediënten toevoegen. Let op, bij één kilo peren de lage aantallen en bij twee kilo peren de hoge aantallen uit de ingrediëntenlijst gebruiken.

De pan mag aan -natuurlijk op ‘Laag’ en het geduld wordt op de proef gesteld. In de basis zal een uurtje of zes voldoende zijn. Een uurtje meer kan geen kwaad. Gebruikt u de maximale aantallen ingrediënten, kunnen we rustig naar de acht uren op ‘laag’ gaan. Ondertussen kunnen we die dingen doen die we belangrijk vinden.

Zijn de stoofperen eenmaal klaar kunnen we ze dienen als dessert –al dan niet met ijs- of bijgerecht. Zowel warm als koud. Onze jongste vindt stoofperen zo lekker dat hij zijn maaltijd er mee doet.