ARTIKEL IS IN BEWERKING
Verse aspergesoep uit de slowcooker
Ingrediënten: 1 kg witte asperges, 1,3 liter kippenbouillon, 1 ui, 3 teentjes verse knoflook, 1 middelgrote aardappel, 50 g boter, 50 g bloem, 200 ml slagroom, nootmuskaat, 2 laurierblaadjes, zout en peper naar smaak, 150-200 g valleiham, 4 eieren, verse peterselie of bieslook
Aan de slag: Verse aspergesoep uit de slowcooker
Schil de asperges zorgvuldig en snijd de harde onderkantjes (ca. 2 cm) eraf. Bewaar de schillen en kontjes voor de bouillon. Snijd de geschilde asperges in stukken van ongeveer 3-4 cm. Houd de aspergekopjes apart; die voeg je later toe zodat ze mooi beetgaar blijven.
Doe de aspergeschillen, kontjes, de fijngesnipperde ui, knoflook, aardappelblokjes en de kippenbouillon in de slowcooker. Zet de slowcooker op ‘Laag’ voor 6-8 uur of op ‘Hoog’ voor 3-4 uur. Zeef daarna de bouillon en verwijder de schillen en ui. Je houdt ongeveer 1 liter smaakvolle aspergebouillon over.
Giet de gezeefde bouillon terug in de slowcooker. Voeg de aspergestukjes (zonder de kopjes) toe. Laat dit op ‘Laag’ nog 1 tot 1½ uur garen tot de asperges zacht zijn. Maak ondertussen een roux: smelt de boter in een pannetje, roer de bloem erdoor en bak deze kort op laag vuur. Voeg de roux toe aan de slowcooker en roer goed door.
Pureer de soep met een staafmixer tot een gladde, romige massa. Voeg de slagroom toe en breng de soep op smaak met nootmuskaat, zout en peper.
Voeg nu de aspergekopjes toe en laat nog 20-30 minuten op ‘Laag’ staan tot ze beetgaar zijn.
Kook ondertussen de 4 eieren hard (8-9 minuten), laat ze schrikken onder koud water, pel ze en snijd ze in kwarten of hak ze grof.
Snijd de valleiham in dunne reepjes of kleine blokjes.
Optioneel: voeg de helft van de hamreepjes de laatste 10 minuten toe aan de soep voor extra smaak.
Schep de hete romige aspergesoep in diepe borden of kommen. Garneer elke portie royaal met:
• de resterende valleihamreepjes
• de stukjes of kwarten hardgekookt ei
• fijngehakte verse peterselie of bieslook
Serveer direct met vers brood, een pistoletje of een knapperig broodje.
Wat weetjes over asperges
De oudste gedetailleerde aanwijzingen voor het kweken van asperges komen van Cato de Oudere (234–149 v.Chr.) in zijn werk De agri cultura. Hij adviseerde onder meer om wilde asperges te planten naast rietvelden, zodat ze beter zouden gedijen.
Asperges het lekkerst zijn als ze meteen na de oogst bereid worden – versheid was cruciaal. Julius Caesar zou asperges hebben gegeten met gesmolten boter, vergelijkbaar met moderne bereidingen. Keizer Augustus was er zo dol op dat hij een speciale vloot zou hebben ingericht om asperges snel door het rijk te transporteren.
Het oudst bekende kookboek De re coquinaria (toegeschreven aan Apicius, samengesteld rond de 4e–5e eeuw, maar met oudere recepten) bevat meerdere aspergerecepten.
Asperges golden in de oudheid én Middeleeuwen als afrodisiacum – Madame de Pompadour zou ze later nog serveren om die reden.
Kort samengevat: de Romeinen maakten van asperges een commerciële, snelle en verfijnde delicatesse met kruidige sauzen en ovenschotels, terwijl de Middeleeuwen een soberdere, meer medicinale benadering kenden tot de heropleving via Arabische invloeden. Veel Romeinse bereidingsprincipes (kort koken, verse kruiden, ei-binding) klinken nog verrassend modern.

