Verse aspergesoep uit de slowcooker

ARTIKEL IS IN BEWERKING
Verse aspergesoep uit de slowcooker

Ingrediënten: 1 kg witte asperges, 1,3 liter kippenbouillon, 1 ui, 3 teentjes verse knoflook, 1 middelgrote aardappel, 50 g boter, 50 g bloem, 200 ml slagroom, nootmuskaat, 2 laurierblaadjes, zout en peper naar smaak, 150-200 g valleiham, 4 eieren, verse peterselie of bieslook

Aan de slag: Verse aspergesoep uit de slowcooker


Schil de asperges zorgvuldig en snijd de harde onderkantjes (ca. 2 cm) eraf. Bewaar de schillen en kontjes voor de bouillon. Snijd de geschilde asperges in stukken van ongeveer 3-4 cm. Houd de aspergekopjes apart; die voeg je later toe zodat ze mooi beetgaar blijven.


Doe de aspergeschillen, kontjes, de fijngesnipperde ui, knoflook, aardappelblokjes en de kippenbouillon in de slowcooker. Zet de slowcooker op ‘Laag’ voor 6-8 uur of op ‘Hoog’ voor 3-4 uur. Zeef daarna de bouillon en verwijder de schillen en ui. Je houdt ongeveer 1 liter smaakvolle aspergebouillon over.


Giet de gezeefde bouillon terug in de slowcooker. Voeg de aspergestukjes (zonder de kopjes) toe. Laat dit op ‘Laag’ nog 1 tot 1½ uur garen tot de asperges zacht zijn. Maak ondertussen een roux: smelt de boter in een pannetje, roer de bloem erdoor en bak deze kort op laag vuur. Voeg de roux toe aan de slowcooker en roer goed door.


Pureer de soep met een staafmixer tot een gladde, romige massa. Voeg de slagroom toe en breng de soep op smaak met nootmuskaat, zout en peper.
Voeg nu de aspergekopjes toe en laat nog 20-30 minuten op ‘Laag’ staan tot ze beetgaar zijn.


Kook ondertussen de 4 eieren hard (8-9 minuten), laat ze schrikken onder koud water, pel ze en snijd ze in kwarten of hak ze grof.
Snijd de valleiham in dunne reepjes of kleine blokjes.
Optioneel: voeg de helft van de hamreepjes de laatste 10 minuten toe aan de soep voor extra smaak.


Schep de hete romige aspergesoep in diepe borden of kommen. Garneer elke portie royaal met:

•  de resterende valleihamreepjes

•  de stukjes of kwarten hardgekookt ei

•  fijngehakte verse peterselie of bieslook
Serveer direct met vers brood, een pistoletje of een knapperig broodje.

Wat weetjes over asperges

De oudste gedetailleerde aanwijzingen voor het kweken van asperges komen van Cato de Oudere (234–149 v.Chr.) in zijn werk De agri cultura. Hij adviseerde onder meer om wilde asperges te planten naast rietvelden, zodat ze beter zouden gedijen. 

Asperges het lekkerst zijn als ze meteen na de oogst bereid worden – versheid was cruciaal. Julius Caesar zou asperges hebben gegeten met gesmolten boter, vergelijkbaar met moderne bereidingen. Keizer Augustus was er zo dol op dat hij een speciale vloot zou hebben ingericht om asperges snel door het rijk te transporteren.

Het oudst bekende kookboek De re coquinaria (toegeschreven aan Apicius, samengesteld rond de 4e–5e eeuw, maar met oudere recepten) bevat meerdere aspergerecepten.

Asperges golden in de oudheid én Middeleeuwen als afrodisiacum – Madame de Pompadour zou ze later nog serveren om die reden.

Kort samengevat: de Romeinen maakten van asperges een commerciële, snelle en verfijnde delicatesse met kruidige sauzen en ovenschotels, terwijl de Middeleeuwen een soberdere, meer medicinale benadering kenden tot de heropleving via Arabische invloeden. Veel Romeinse bereidingsprincipes (kort koken, verse kruiden, ei-binding) klinken nog verrassend modern.

Romeinse Tafelmanieren: Hygiëne, Praktijk en Religie

Je bent uitgenodigd voor een convivium, een Romeins banket in het triclinium, de eetkamer met drie banken rondom een lage tafel. De gasten liggen ontspannen achterover, gekleed in een lichte synthesis, terwijl slaven af en aan lopen met schalen vol oesters, fazant en garum. Maar achter deze schijnbaar ontspannen maaltijd schuilt een strikt systeem van tafelmanieren. Romeinse tafelmanieren waren niet willekeurig, maar gebaseerd op drie pijlers: Hygiëne, Praktijk en Religie in het Triclinium.

De Romeinen leefden in een wereld van stoffige straten en open sandalen, maar ook in een kosmos vol goden en geesten. Voeten wassen was geen luxe, maar noodzaak. Sandalen uitdoen had een diepere laag: het aardse stof achterlaten om een hogere sfeer te betreden. In deze blog duik ik in de Romeinse eetgewoonten. Welke gewoonten waren puur hygiënisch of praktisch, en welke hadden een religieuze lading? Ik baseer me op literaire bronnen zoals Plinius de Oudere, archeologische vondsten en mozaïeken.

De hygiënische en praktische basis: schoonheid als beschaving

De Romeinen waren meesters in hygiëne. Open sandalen en ongeplaveide straten maakten vuile voeten onvermijdelijk. Daarom begon elk banket met een ritueel dat vooral praktisch was: bij de deur deden gasten hun sandalen uit. Een slaaf waste meteen de voeten met water – vaak geparfumeerd. Dit was geen luxe, maar noodzaak. Literaire bronnen en iconografie bevestigen dit als vaste gewoonte. Zonder dit zou het triclinium al snel een modderpoel worden. Achteroverleunen op kussens terwijl je voeten nog vol stof zaten? Ondenkbaar voor een beschaafd mens.

Hetzelfde gold voor de handen. Romeinen aten zelden met vorken (die kwamen pas later). Ze gebruikten messen, lepels (cocleare voor eieren en schelpdieren) en vooral hun vingers. Beleefde eters namen eten met drie vingers, zodat ringvinger en pinkie schoon bleven. Slaven kwamen daarom regelmatig langs met kannen geparfumeerd water. Voor de maaltijd, na elke gang en soms tussendoor: handen wassen. Dit was geen beleefdheidsgebaar alleen, maar pure hygiëne. Eten met vuile handen in een gedeelde schaal? Dat leidde tot viezigheid en ziekte.

Praktisch was ook het gebruik van servetten. Iedere gast had zijn eigen mappa (groot linnen doek) en kleinere sudaria. De mappa spreidde je uit over de rand van de bank om vlekken te voorkomen, of je veegde er je mond en handen mee af. Aan het eind van de maaltijd mocht je er restjes in wikkelen en mee naar huis nemen – een vroege vorm van doggybag. De tafel zelf werd na elke gang schoongeveegd met een doek of spons. Vanaf de 1e eeuw n. Chr. lag er vaak een tafelkleed. Alles om het banket comfortabel en netjes te houden.

Zelfs voorafgaand aan het diner speelde hygiëne een rol. Veel Romeinen bezochten eerst de thermen. Niet alleen om te ontspannen, maar om het lichaam voor te bereiden op de overvloed. Schoon zijn was een teken van beschaving. Geen religie nodig – puur praktisch en medisch. De baden hielpen humoren af te voeren, zodat je meer kon eten zonder ongemak.

Deze gewoonten waren universeel, van keizerlijk paleis tot bescheiden huis. Ze maakten het mogelijk om urenlang te liggen eten zonder dat het een rommeltje werd. Hygiëne was hier geen bijzaak, maar de fundering van het hele feest.

De religieuze dimensie: goden, geesten en het onzichtbare

Toch was niet alles puur praktisch. De Romeinen zagen de maaltijd ook als een moment waarop de goddelijke en menselijke wereld elkaar raakten. Hier komen de religieuze overwegingen om de hoek kijken.

Neem het afdoen van de ring. Plinius de Oudere schrijft in zijn Naturalis Historia dat het een universele gewoonte was om bij tafel de ring af te doen. Dit stamde uit “oude religieuze observaties” (ex veteri religione). Waarom? Een ring was een symbool van binding, van status of zelfs cultus. Door hem af te doen, verbrak je tijdelijk die aardse band en maakte je jezelf “schoon” voor de maaltijd. Het was een stil gebaar van eerbied, zonder woorden – een scrupulositas, een religieuze zorgvuldigheid.

Nog duidelijker religieus was het omgaan met restjes. Tijdens de maaltijd gooiden gasten etensresten en afval op de vloer. Maar je raapte ze niet op. Waarom niet? Omdat ze toebehoorden aan de wereld van de doden. De zielen van overledenen circuleerden door het huis, en het was heiligschennis (sacrilegium) om tijdens de cena aan die restjes te komen. Pas na afloop van het banket veegden slaven de vloer schoon. Mozaïeken met de beroemde asarotos oikos (“ongeveegde kamer”) beelden deze vloer vol afval af – een artistieke herinnering aan een geslaagd feest. Hier overlapten hygiëne en religie: praktisch opruimen na afloop, maar tijdens het eten een verbod uit eerbied voor de geesten.

De maaltijd zelf begon vaak met een religieus moment. Goden werden aangeroepen. Tussen de hoofdmaaltijd (cena) en het nagerecht (secunda mensa) brachten gasten offers van wijn, zout en meel aan de Lares, de huisgoden. Libaties – het plengen van wijn – waren standaard. Soms puur symbolisch, soms letterlijk op de vloer of altaar. In cultusmaaltijden (zoals bij Mithras of Serapis) was het hele banket doordrenkt van religie, maar zelfs bij profane convivia bleef die laag aanwezig. De maaltijd was een moment van verbondenheid met het goddelijke, niet alleen met medemensen.

Sandalen uitdoen had naast hygiëne soms een symbolische lading. Het aardse stof achterlaten kon voelen als een overgang naar een “hogere sfeer”, zoals jij al aangaf – een echo van bredere antieke gewoonten waarbij je het profane achter je laat. Hoewel bronnen het vooral praktisch benadrukken, paste het perfect in de Romeinse mentaliteit waarin reinheid en godsvrucht hand in hand gingen.

Een naadloze verstrengeling

Wat opvalt bij de Romeinse tafelmanieren is hoe hygiëne, praktijk en religie in elkaar grepen. Voeten wassen was hygiënisch noodzakelijk, maar gebeurde door een slaaf als daad van gastvrijheid – een deugd die de goden welgevallig was. Handen wassen voorkwam viezigheid, maar paste ook bij de zorgvuldigheid die religie eiste. Restjes op de vloer waren praktisch, maar vooral een religieus taboe.

Deze vermenging was typisch Romeins. Reinheid was geen seculier concept; het had altijd een morele en goddelijke dimensie. Wie zich goed gedroeg aan tafel, toonde niet alleen beschaving, maar ook pietas – eerbied voor goden, voorouders en medemensen.

Volgende keer dat je aan een Romeins banket denkt, zie je niet alleen luxe en overvloed. Je ziet een zorgvuldig georkestreerd ritueel waarin het lichaam schoon bleef en de ziel eerbied betuigde. De Romeinen aten niet zomaar – ze vierden het leven, met alle stof, goden en geesten erbij.

Bronnen: Plinius de Oudere (Naturalis Historia), beschrijvingen van Seneca en Petronius, archeologische mozaïeken en moderne studies over het Romeinse convivium.

Onlangs kocht ik drie middeleeuwse keukenmessen bij CelticWebMarchant en ik ben er superblij mee! Ze zijn historisch correct, van mooie kwaliteit en liggen heerlijk in de hand. Ik gebruik ze regelmatig bij het bereiden van middeleeuws geïnspireerde recepten en ze snijden perfect. De webshop is overzichtelijk, het aanbod aan historische replica’s is groot en de service is snel en vriendelijk. Voor iedereen die houdt van authentieke middeleeuwse spullen een absolute aanrader.

Prachtige middeleeuws keukenmessen voor de middeleeuwse keuken.
Prachtige middeleeuws keukenmessen voor de middeleeuwse keuken. Deze messen is perfect voor als je in historische stijl wilt koken

Middeleeuwse erwten-prei potagie

Stel je voor: je staat in een middeleeuwse keuken boven een dampende pot erwten-prei potagie. Geen grammetjes, geen timer, maar wel een diepe overtuiging dat je maaltijd letterlijk het lichaam in evenwicht brengt. Dat is de humorenleer in de praktijk

De humorenleer is afkomstig van de Griekse arts Hippocrates (ca. 460-370 v.Chr.). Hij zag ziekte als natuurlijk gevolg van een disbalans in het lichaam. De Grieks-Romeinse arts Claudius Galenus (129-216 n.Chr.) werkte de theorie verder uit. Volgens Galenus bestaat het menselijk lichaam uit vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Deze sappen -humoren genaamd- hebben elk een combinatie van de kwaliteiten warm/koud en vochtig/droog, en corresponderen met de vier elementen (lucht, water, vuur, aarde), de seizoenen en organen.

Raken de lichaamssappen uit balans dan wordt de persoon ziek. Er waren toentertijd verschillende manieren om de balans weer te herstellen. Eén daarvan was via het voedsel.  Middeleeuwse koks gebruikten ingrediënten met andere ingrediënten om zo de humoren weer in balans te krijgen. Zo werd een eenvoudige boeren erwten-prei potagie (stamppot) niet alleen om de maag te vullen, maar ook gezond volgens deze theorie.

Middeleeuwse erwten-prei potage, een reconstructie. Veel recepten uit de middeleeuwen zijn gebaseerd op de keuken van de rijken en de geestelijkheid. Er zijn weinig tot geen recepten voor de gewone man beschreven. Dit recept is een reconstructie gebaseerd op typische ingrediënten en bereidingswijzen. Middeleeuwse erwten-prei potage.

Aan de slag: Middeleeuwse erwten-prei potagie

Ingrediënten: 300 g gedroogde spliterwten, 2 flinke preien, 1 grote ui, ½ witte kool of een handvol boerenkool/raapstelen, 1 liter water, 1 el reuzel of spekvet, een klein stukje gerookt spek of zout spek in blokjes, Zout naar smaak, scheut wijnazijn of appelazijn,takje tijm, peterselie, salie of laurierblad

Spoel de spliterwten en week ze ’s nachts in koud water. Giet de geweekte erwten af. Snij de prei in ringen en gebruik zowel het wit als het groen. Pel de ui en snipper deze grof. De kool wordt in reepjes gesneden.

Doe de erwten in een grote soeppan met 1 liter water. Breng aan de kook en schep het schuim af. Voeg direct de gesneden prei, ui en kool toe Voeg spekvet/reuzel of blokjes spek toe als je die gebruikt. Breng het geheel aan de kook en zet het vuur laag. Laat het geheel zo’n 3 uur zachtjes koken met deksel op een kiertje. Roer af en toe en voeg water toe als het te dik wordt. Wil je dikke stamppot, voeg dan geen extra water toe. De erwten vallen uiteindelijk uit elkaar en maken het natuurlijk dik.

Als het bijna gaar is (erwten zacht en papperig), stamp je het geheel met een pureestamper of houten lepel tot een grove stamppot. Proef het gerecht en voeg zout toe. Maak het zuur met een scheut azijn of verjus – dit balanceert de zoete erwten en geeft die typische middeleeuwse frisheid (humorenleer: zuur tempert “warm” eten). Strooi er verse peterselie over als je die hebt.

Serveer de Middeleeuwse erwten-prei potagie heet met stevig rogge- of gerstebrood om in te dippen. Eventueel een klontje boter of extra azijn erbovenop.

Gebruik geen bouillonblokjes. Die bestonden toen niet. Gebruik water en vet/spek voor smaak. Maak het dagen van tevoren: potagie stond vaak dagen op het vuur en werd steeds  aangevuld met nieuwe ingrediënten. Voeg voor de variatie pastinaak, raap of wortel toe als je die had. Gebruik geen aardappelen. Die waren nog niet bekend in de Lage Landen.

Sinds ik me bezig houd met Middeleeuwse recepten heb ik inmiddels een drietal (replica’s van) Middeleeuwse keukenmessen. Gekocht bij Celtic WebMerchant

Prachtige middeleeuwse keukenmessen voor de middeleeuwse keuken.
Prachtige middeleeuwse keukenmessen voor de middeleeuwse keuken. Deze messen zijn perfect voor als je in historische stijl wilt koken

Bron:historiek.net; Jeanette koockt; eetverleden.nl

Pittige Indische hachee

Na 1900 werden Indonesische en Chinese gerechten in Nederland geïntroduceerd. Nasi goreng, bami en loempia’s werden al snel vernederlandst. Met aardappelen, sperziebonen en een schep appelmoes erbij. Recepten in Nederlandse kookboeken werden aangepast aan de Nederlandse smaak. In dit verhaal komt Pittige Indische hachee aan bod.

Maar het ging ook de andere kant op. In Indonesië en (later) Suriname kregen typisch Nederlandse gerechten een eigen tropische draai omdat koloniale ambtenaren, militairen en repatrianten hun stamppot en hachee niet wilden missen.

Zo is er de Indo-stamppot. Boerenkool of zuurkool werd gemengd met santen (kokosmelk), lomboks, trassi en soms ketjap. De rookworst maakte plaats voor een pittig gekruide zelfgemaakte worst of gewoon gebakken tempe. In Suriname gebeurde iets vergelijkbaars: daar werd hutspot of stamppot andijvie verrijkt met madame-jeanette-pepers, zoutvlees en soms cassave in plaats van aardappel.

Hachee werd in Indonesische keukenboeken uit de jaren ’20 en ’30 ‘semur daging’: hetzelfde langgestoofde rundvlees met uien, maar dan met ketoembar, djinten, salamblad en flinke scheuten ketjap manis. Het resultaat was zoeter en geuriger dan het origineel.

Ook erwtensoep onderging een smaakaanpassing. In Suriname heet het ‘erwten-soep met zoutvlees en pimentpeper’ en is een stuk pittiger en dunner dan de Nederlandse plankdikke snert. In Indonesië werd hij soms vervangen door ‘soto babi’ waarbij spliterwten, varkensvlees en kruiden een heel eigen soep opleverde.

Ingrediënten: 1 kilo riblappen, 1 kilo gele ui, 3 bolletjes soloknoflook, 1 tl paprikapoeder, 6 limoenblaadjes, 100 ml rode wijn, 4 el sojasaus, 2 tl sambal oelek, 1 tl serehpoeder, 70 gr tomatenpuree, witte wijnazijn, 1 el honing, 1 el ghee, 100 ml bouillon, 2 laurierblaadjes, 2 kruidnagels, zout en peper

Aan de slag: Pittige Indische hachee

Eerst maar eens het snijwerk. Onze natuurslager heeft mooie stukken riblappen geleverd. Uiteraard een uur van te voren uit de koelkast gehaald om op kamertemperatuur te komen. Dit keer snijd ik het vlees in wat grotere blokjes. De uien pellen en in halve ringen snijden. De knoflook eveneens pellen en in achten snijden.

De rest van de ingrediënten afgewogen en afgemeten. De paprikapoeder, sojasaus, sambal, serehpoeder, honing, tomatenpuree en witte wijnazijn in een kommetje om goed te mengen.

De uiringen met een el ghee in de hapjespan om langzaam op laag vuur licht bruin te worden. Neem hier ruim de tijd voor. Regelmatig omscheppen zorgt er voor dat alle uiringen gelijkmatig bruinen. Ondertussen kan ik het vlees aanbraden in de soeppan. Een el ghee goed heet laten worden, het vlees in de pan en regelmatig omscheppen.

Zodra het vlees licht bruin is dan de inhoud van het kommetje over het vlees gieten en twee minuten mee bakken. Daarna kan de hele inhoud in de slowcooker. De uien gaan ook in de slowcooker om goed met het vlees mengen. De kruidnagels in de laurierblaadjes prikken en samen met de limoenblaadjes in de slowcooker en wat onder duwen. Nu kan de slowcooker op standje ‘Laag’ voor de komende acht uur.

Na acht uur is het vlees zacht en geurt het gerecht aangenaam. Is het nog wat te nat, dan kan de deksel van de pan om het vocht wat in te laten dikken. Een andere manier is met een papje van arrow root en water de saus dikker te maken. De pittige Indische hachee is klaar. We eten en rijst en bloemkoolsmoor bij.

bron: Aziatische keuken in Nederland

Gebakken kastanjechampignons met knoflook

Soms zijn er van die dagen dat er weinig tijd is om te koken. Dan zoeken we een makkelijke en vooral een snelle hap. Maar wel zo gezond en zo lekker mogelijk. Over het algemeen hebben we de ingrediënten voor dit gerecht in ruime mate in huis. Het wordt dit keer gebakken kastanjechampignons met knoflook.

Waarschijnlijk wordt dit de kortste beschrijving van een recept tot nu toe. Soms mag het makkelijk en simpel. Het is een gerecht wat ‘op het oog’ wordt bereid. De champignons moeten rondom bruin en gaar zijn. Het is een recept voor twee personen.

Ingrediënten: 400 gr kastanjechampignons, 1 bosje platte peterselie, 3 bolletjes soloknoflook, 1 el ghee, zout en peper naar smaak.

Aan de slag: Gebakken kastanjechampignons met knoflook

Als het nodig is worden de champignons schoon geborsteld. Verder niets meer aan doen. Van het bosje peterselie worden de steeltjes er af gehaald. Het loof worden grof gehakt. De bolletjes knoflook gepeld en worden in vieren of zessen gesneden. De stukjes knoflook met het onder het platte mes even kneuzen.

In een grote koekenpan wordt een el ghee verhit. Eenmaal goed op temperatuur worden de champignons onder voortdurend omscheppen gebakken op middel vuur. Maak je je niet druk om het vocht wat van de champignons vrijkomt, dat verdampt wel. Gaan de champignons kleuren dan gaan de knoflookstukjes in de pan. Wat Keltisch zeezout en zwarte peper er over heen strooien

Het is zaak om de inhoud van de pan constant om te scheppen zodat de champignons en knoflook gelijkelmatig bruin bakken. Op het laatst gaat de peterselie in de pan en wordt goed door geschept. De gebakken kastanjechampignons met knoflook is klaar om geserveerd te worden. Wij eten het als hoofdmaaltijd hoewel het eigenlijk een bijgerecht is.

Sticky Cola Kip met verse vijgen

De planning was deze week iets anders. We zouden eerder deze week colakip eten, maar er kwam iets tussen. Omdat we vandaag meer eters hebben hebben we alle ingrediënten aangepast aan vier personen. Gelukkig hingen er voldoende rijpe vijgen aan de boom. Sticky Cola Kip met verse vijgen in de slowcooker. Een experiment.

Ingrediënten: 750 gr kipdijfilet, 300 ml Cola, 3 el ketchup, 2 el Ketjap Manis, 1 tl mosterd, 1/2 tl chilipoeder, 1 tl paprikapoeder, 3 tl sambal, 1 bolletje soloknoflook, wat zout en peper, 5 verse vijgen, 2 el honing, 3 stengels bosui, wat citroensap

Aan de slag: Sticky Cola Kip met verse vijgen

Pel het uitje en de soloknoflook en snipper deze zo fijn mogelijk. Meng de ketchup, Ketjap, mosterd, chilipoeder, paprikapoeder, sambal, soloknoflook, ui en wat zout en peper tot een marinade. Bedek de kip met de marinade en smeer de kip goed in. Laat de kipdijfilet voor minstens 15 minuten marineren. Snijdt de vijgen in vieren.

Dan komt de slowcooker aan de beurt. Deponeer de kip met de marinade in de slowcooker. Verdeel de kip zo gelijkmatig mogelijk over de bodem. Giet de marinade over de kip en voeg 300 ml cola toe. Ik gebruik de echte coca cola, maar elke cola is goed zolang het de echte met suiker is. Voeg ook de vijgen toe en zorg dat deze ook onder staan. De slowcooker op standje ‘Laag’ voor vier uur.

Na twee uur de kipstukken even draaien en verder laten garen. Na nog een uur even controleren hoe sticky de marinade wordt. Is het nog te vochtig kan je besluiten om de rest van de tijd zonder deksel op de pan verder te gaan. Ook kan je na vier uur een papje van arrow root toevoegen om het dikker te maken. Dat klinkt al een beetje vals spelen en dat is het ook. Soms mag het makkelijk.

We eten colakip met sajoerboontjes en Nasi kuning…

PS het resultaat was cola-kip, maar niet sticky. De smaak bleek in eerste instantie pittig maar met een vlakke nasmaak. Het was lekker, maar niet voor herhaling vatbaar. De volgende keer maak ik sticky cola-kip in de oven, écht sticky!

Niet zo Sticky Cola Kip met verse vijgen

Medicinale knoflooksoep.

Als iemand bij ons in het ouderlijk gezin grieperig was, maakte mijn moeder een vette kippensoep. Een forse kom en je knapte snel op. Kippensoep heeft een medicinale werking. In de volksmond wordt het dan ook Joodse Penicilline genoemd. VL heeft tijdens een langdurige ziekte in haar jeugd weken geleefd op vette kippensoep.

Nu zullen alle landen wel hun versie van medicinale soepen hebben. In mijn zoektocht naar andere medicinale soepen kwam ik deze knoflooksoep tegen op de website van restaurant Blue-blanc. Mijn interesse was gewekt en ging op zoek naar andere recepten van medicinale knoflooksoep.

Zo kwam ik op de volgende uitvoeringen in verschillende landen: Sopa de Ajo (Spanje, vooral Castilië en Baskenland),  Česnečka (Tsjechië), Knoblauchsuppe (Oostenrijk en Centraal-Europa), Aigo Boulido (Frankrijk, Provence en Zuid-Frankrijk), Égetlen fokhagymakrémleves (Hongarije)

Gemeenschappelijk bij de recepten zijn natuurlijk veel knoflook, croutons en bouillon. Bovenal worden alle recepten geprezen om hun medicinale werking en de traditie. Wat nu als ik uit de mij bekende recepten de kenmerkende ingrediënten en bewerkingen combineer tot een ‘Europees’ recept medicinale knoflooksoep? 

Disclaimer: Ik vind het belangrijk dat elk land, streek en gezin hun eigen unieke recepten en tradities behouden en overdragen. Dat staat echter dit experiment om al het goede uit recepten te combineren niet in de weg.

Dit recept combineert de eenvoud van Aigo Boulido, de romigheid van Knoblauchsuppe, de kruidigheid van Česnečka en de rokerige diepte van Sopa de Ajo. Dit recept zal nog verder verfijnd en aangepast worden.

Ingrediënten: 3 bollen knoflook, 150 gr oud brood, 1 liter groentebouillon, 150 ml room, 1 grote ui, 3 el olijfolie, 1 el roomboter, 1 tl gerookte paprikapoeder, 1/2 tl karwijzaad, 1 takje tijm of salie (of ½ tl gedroogd, 2 eieren, zout en peper: naar smaak, geraspte kaas (bijv. Parmezaan)

Aan de slag: Medicinale knoflooksoep

Verwarm de oven voor op 180 graden. Rooster een hele knoflookbol in de oven gewikkeld in bakpapier met olijfolie. Pers de zachte knoflook eruit. Pel de twee andere bollen en de ui en snipper deze fijn. Verhit 2 el olijfolie en 1 el boter in een ruime soeppan met dikke bodem op middelhoog vuur. Fruit de ui en gehakte knoflook 3-5 minuten tot goudbruin. Voeg gerookte paprika en karwijzaad toe en bak deze kort mee.

Giet de bouillon in de pan, voeg de geroosterde knoflook en tijm/salie toe. Breng aan de kook. Voeg 100 g broodblokjes toe en laat 10-15 minuten sudderen tot het brood uit elkaar valt en de soep bindt.

Roer de room langzaam door de soep voor een romige textuur. Proef en breng op smaak met zout en peper. Giet de geklopte eieren langzaam in de hete soep terwijl je roert, voor een zijdezachte binding.

Voor een gladde soep: pureer met een staafmixer (optioneel, afhankelijk van gewenste textuur). Bak de overige 50 g broodblokjes in 1 el olijfolie in een koekenpan (of oven, 5-7 min op 180°C) tot knapperig. Bestrooi met een snufje zout. Schep de soep in kommen, garneer met croutons, een snufje gerookte paprika en eventueel geraspte kaas of verse peterselie. Beterschap met de Medicinale knoflooksoep.

Stoofvlees Rendang Daging Sapi

Het stond al een hele tijd op de planning; Stoofvlees Rendang Daging Sapi. Steeds kwam het er niet van. Of we hadden niet alle ingrediënten in huis, of waren we het gewoon vergeten. Tot nu toe dan.

Ingrediënten: 1 kilo sukadelappen of runderriblappen, of andere stooflappen, 1 el ghee, 1 blok santen, 1 grote ui, 5 tenen verse knoflook, 1 tl laos, 1 tl gemberpoeder, 1/2 tl kurkuma, 1,5 el sambal oelek, 2 el honing, 1 el tamarinde, 75 ml volle melk, 2 stengels citroengras, 4 blaadjes laurierblad, 8 blaadjes limoenblad.

Aan de slag: Stoofvlees Rendang Daging Sapi

Eerst maak ik de boemboe. De ui en de knoflook pellen, pletten en heel fijn snipperen. Doe alle ingrediënten voor de boemboe in een kom, achtereenvolgens; de knoflook, ui, gemberpoeder, laos, kurkuma, sambal oelek, honing, tamarindepasta. Meng het geheel tot een pasta. Ik wil de pasta niet al te fijn hebben, het moet een bite blijven houden. Dus gebruik ik een garde en geen keukenmachine.

Het vlees ligt inmiddels al een half uurtje buiten de koelkast om op temperatuur te komen. Meestal koop ik vlees in blokjes, nu niet. Het snijden van het vlees is wat meer werk, maar ook leuk om het zelf te doen. Dus het vlees in blokjes van ongeveer 3 cm. De blokjes gaan voor een kwartier in een ruime kom en worden ingesmeerd met wat tamarindepasta. Even goed omscheppen zodat de pasta goed in het vlees trekt.

In een pan met dikke bodem smelt ik de ghee en bak de boemboe een minuut of vijf. Als de boemboe begint te geuren voeg dan het vlees toe een bak deze lichtbruin. Wel een paar om en om scheppen voor een mooie verdeling tussen de boemboe en het vlees.

Dan is het tijd voor de slowcooker. Snijdt de stengels citroengras in drieën en plet deze met de achterkant van het groentenmes. Snijdt de santen in kleinere blokjes en leg deze op de bodem van de pan. Het vlees/boemboe-mengel gaat daar bovenop. Leg dan het citroengras, de laurierblaadjes en het limoenblad daar weer bovenop en druk deze iets in de massa. Als laatste voeg ik zo’n 75 ml melk toe. Deksel op de pan en de slowcooker gaat op ‘Laag’ voor acht uur. Af en toe omroeren zodat alles goed gemengd wordt. Houdt dan meteen in de gaten of de inhoud voldoende vocht heeft. Anders wat heet water toevoegen.

Stoofvlees Rendang Daging Sapi eten wij met Bloemkool smoor of Sajoerboontjes en rijst.

Verse zilveruitjes gekarameliseerd

Eerder maakte ik klassieke geglaceerde zilveruitjes met zoetzure zilveruitjes uit een potje. Dat was een succes, maar het avontuur lokte. Onlangs kocht ik verse zilveruitjes welke ik karameliseerde in de koekenpan. Maar is de smaak van verse zilveruitjes gekarameliseerd in de slowcooker vergelijkbaar?

We gaan het zien. Ik ga het experiment aan met een ruime 250 gram verse zilveruitjes. Met nagenoeg dezelfde ingrediënten als de gekarameliseerde uitjes in de koekenpan voor een goede vergelijking. Zorg er voor dat de uitjes in één laagje de bodem van de slowcooker bedekt.

Ingrediënten: 250 gr verse zilveruitjes, 2 el boter 1/2 el honing, 2 el droge witte wijn, 2 el bouillon, 1/2 el balsamicoazijn, 1 tl tijm, zout naar smaak.

Aan de slag: Verse zilveruitjes gekarameliseerd

Goed, zilveruitjes zijn klein en 250 gram zijn best veel uitjes. Die moeten allemaal gepeld worden. Een hoop gepiel met een mesje. Ik maak het me zo makkelijk mogelijk: de uitjes een minuut blancheren in kokend water, een kruisje in de onderkant en de schil kan er zo vanaf. Als het goed gaat. Het is een handigheid en vergt wat oefening.

De boter smelten in de slowcooker en de honing en tijm toevoegen. Dan de uitjes toevoegen en goed mengen zodat de uitjes rondom met het botermengsel bedekt is. Als de uitjes in de slowcooker goed bedekt zijn dan met de droge witte wijn, bouillon en de balsamicoazijn toevoegen.

Nogmaals goed mengen en de slowcooker instellen op ‘Laag’ voor acht tot tien uur. Om het uur even omscheppen om de uitjes gelijkmatig te bruinen is aan te bevelen. De uitjes zijn klaar als ze goudbruin, zacht en licht plakkerig zijn. Proef en voeg eventueel meer zout of suiker toe. Laat afkoelen en bewaar in een afgesloten pot in de koelkast voor maximaal één week.

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerd Gekarameliseerde verse zilveruitjes Zilveruitjes zelf inmaken





error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics