Uitbreiding van de machinekamer

VL was onlangs jarig. Nu wordt het elk jaar lastiger om cadeaus te bedenken. Uiteindelijk, na lang nadenken, peilen en onderzoeken was één van de wensen; een slowjuicer! Uitbreiding van de machinekamer. De slowjuicer werd enthousiast ontvangen en uitgeprobeerd.

Maar waarom toch een apparaat erbij? Je kunt toch gewoon groenten knagen. Dan krijg je de enzymen, mineralen, vitaminen en vezels toch ook binnen? Klopt, en toch wilde VL een slowjuicer. Natuurlijk heeft ‘gezond’ er ook iets mee te maken.

Een waarschuwing is op zijn plaats. Het is mogelijk dat je lichaam reageert op het sap drinken. Het is nieuw voor je lichaam. Je lichaam zal er aan moeten wennen. Daarom rustig aan beginnen en opbouwen. Let goed op wat je lichaam je laat weten en hoe het reageert.

Niet alle groenten vallen goed of hebben een ronduit negatieve werking op het lichaam. Dus dat gaat bekeken en onderzocht worden. Dan bekijken we de combinaties ook op smaak. Bevalt een combinatie ons, dat plaatsen we dat als recept op de site.

Om te beginnen hebben we deze geprobeerd:
Ingrediënten: 1 stronk biologische bleekselderij, 1 appel.

Snijd van de bleekselderij een stukje van de onderkant af. Dan de stengels in kleinere stukjes zodat deze makkelijk in de slowjuicer passen.

De appel verdelen we in partjes met de appelsnijder. Hiermee is meteen het klokhuis op een makkelijke manier verwijderd. Snijd de appel op maat. Nu kan de machine het werk doen. De stukjes bleekselderij en appel gaan in de juicer.

Het sap kan direct gedronken worden of in porties ingevroren voor later. Het sap kan ingevroren tot een jaar bewaard worden. In de koelkast blijft het sap drie dagen goed.

Over reuzel en kaantjes

Het is de tijd van Rinus de aardappelboer met paard en wagen. Van de schillenboer met zijn ijzeren hond. De tijd van voedzaam voedsel. Kaantjes is wat overblijft na het langzaam uitbakken van varken- of runderniervet of varkens buikvet. Het lijkt op uitgebakken spek, (maar is het niet). Over Reuzel en kaantjes dus.

Kaantjes zijn het resultaat van het langzaam uitbakken van niervet of buikvet. ‘Men neme 500 gram buik- of niervet, wat peper en zout. Bak op middel vuur het vet uit en roer tot er bruine stukjes ontstaan. De kaantjes goed laten uitlekken en bestrooien met wat zout en peper.’

Mijn moeder maakte regelmatig kaantjes voor op brood. Uiteraard aten we luxe witbrood, een teken van welvaart. Bruin brood ‘was voor arbeiders’, was de gedachte toen. Ieder kreeg twee boterhammen en daarop ruim kaantjes. Ook lekker bij stamppot.

Jamie Olivier gebruikt zwoerd om kaantjes te maken. Maar het heeft niets te maken met reuzel en kaantjes. Het is ‘knabbelspek’. . Zijn recept 👇

Ingrediënten: 500 gram zwoerd (ongeveer 1 cm dik)

Verwarm de oven op 250 graden. Snijd de zwoerd in reepjes. Leg de reepjes zwoerd op een bakplaat en leg er een tweede bakplaat op de reepjes. Druk deze stevig aan.

Laat deze combinatie 10 minuten bakken. Na deze 10 minuten kan de bovenste bakplaat weggehaald worden. Laat nu de reepjes nog een minuut of 10 bakken

Giet het overgebleven vet in een potje en laat het afkoelen. Gebruik dit vet om later vlees in te bakken.

Kürbis creme-suppe, Pittige Pompoensoep

Als we (regelmatig) in het Oosten van het land vertoeven doen we boodschappen en tanken in Duitsland. Een kwartiertje rijden via aantrekkelijke weggetjes om veel geld te besparen. De besparingen gaan wel weer op aan luxere aankopen. Maar dat is het waard: betere kwaliteit voor minder geld. Op een rit scheelt het al vaak ruim € 100,—, dus de moeite waard. We kopen Kürbis creme-suppe, pittige pompoensoep.

Kürbis creme-suppe, Pittige Pompoensoep

Zondag, voor ons soepdag. We hebben de keus om zelf soep te maken of soep te kopen. In Duitsland lopen we in de K&Ksupermarkt tegen deze soep aan in de echte Weck pot. Geweckte soep, kom daar eens om in Nederland. Het recept is ons onbekend, maar we zoeken een alternatief…

Ingrediënten:  1 el ghee, 1 rode ui, 1 bolletje soloknoflook, 2 theelepels komijnpoeder , 2 tl groentebouillonpoeder, 0.5 theelepel cayennepeper, 750 gr hpompoenblokjes, 200 ml kokosmelk, 125 gram crème fraîche, 2 takjes koriander.

Pel de ui en knoflook en snipper deze. De pompoen hebben we in blokjes gekocht, dus dat is mooi makkelijk. in de soeppan verhit ik de ghee en bak de ui, knoflook en komijn kort tot de ui en knoflook glazig zijn. Dan mogen de pompoen, de kokosmelk, cayennepeper toe en smoor dit voor een minuut of 5.

Doe het mengsel in de slowcooker, strooi de bouillonpoeder over het mengsel en vul de pan aan met water tot alle ingrediënten net onder water staan. Zet de slowcooker op ‘Laag’ voor een uur of vijf. Langer mag ook, de soep wordt alleen maar smakelijker.

Eenmaal gaar en klaar de soep met de staafmixer glad mixen en de crème fraise naar smaak toevoegen. U

Gember op siroop (Stemgember)

Je houdt er van of je verafschuwt het. Gember op siroop (Stemgember). Vooral door mij gegeten bij verkoudheden en andere lichamelijke ongemakken. Natuurlijk kan je een potje kopen van de betere merken. Bij verkoudheid helft ook deze thee. Bij heftiger verkoudheden of zelfs griep helpt deze vette kippensoep.

Gember op siroop (Stemgember)

Leuker is het om het zelf te maken. Daarbij stuiten we al op een probleem. Voor stemgember worden jonge wortelscheuten gebruikt. Zonder veel vezels. En laat die jonge scheuten nu net niet te koop zijn in Nederland.

Dus moet er een list verzonnen worden.. Ik koop de gember in een betrouwbare toko. De pittige soort gember. Thuis gekomen gaat de gember de vriezer in, voor zo’n 24 tot 36 uur. De vezels vriezen stuk, maar de smaak heeft er niet onder te lijden.

Ik gebruik donkere basterdsuiker. Dat geeft een mooie donkere kleur en een heerlijke smaak. Net zo bruikbaar is kristalsuiker, of andere soorten basterdsuiker. De beschrijving is voor bereiding in de pan en in de slowcooker.

Ingrediënten
450 gram pittige gember (Toko), 400 gram donkere basterdsuiker, 500 cl water

De gember is bevroren en doe ik in een schaal met water voor een uur. De schil wordt hierdoor week en kan makkelijk geschrapt worden. Na een uurtje de gemberwortels schillen. Dit is eerder schrappen met een scherp mesje. Het is best een klusje, met alle uitsteeksels en rare vormen.

Na de wortels geschrapt te hebben, de gember nog eens afspoelen om de losse schilletjes kwijt te taken. Dan kunnen de wortels in dunne plakjes gesneden worden. De gember is dan eerder gaar en wordt malser.

* bereiding in de pan: Verwarm het water in een pan tot kookpunt en voeg de suiker toe. Roer de suiker door het water en laat het een paar minuten koken. Voeg de gemberstukjes toe en laat het even koken. Zet dan het vuur laag en kook de gember in een uur gaar.

* bereiding in de slowcooker: verwarm het water in een pan tot kookpunt en voeg de suiker toe. Roer tot de suiker is opgelost. Doe de gemberstukjes en de siroop in de slowcooker en voeg de siroop toe. De slowcooker kan op ‘Laag’ voor 6 tot 8 uur.

Ik steriliseer 4 jampotjes door -na ze in de vaatwasser te hebben gehad- 15 minuten op 150 graden in de oven te doen. Om de potjes uit de oven te halen, zijn ovenwanten zeer aan te bevelen. 150 graden is best heet.

De dekseltjes gaan in een maatbeker in loeiheet water. Even afdrogen voor gebruik.
Let op, je mag de hete potjes niet meer aan de open kant aanraken.
De gemberstukjes worden met de siroop in de hete potjes gedaan. De stukjes moeten onder de siroop staan, ongeveer een centimeter van het deksel.

Laat de potjes geheel afkoelen.eenmaal echt afgekoeld kan je ze in de koelkast bewaren. Hoe langer je ze bewaard, des te lekkerder wordt de gember op siroop.

Beef Ragu of Stoofvlees

In de serie ‘Stoofvlees’ steeds anders’ dit keer Beef Ragu Pappardelle. Dit is een Italiaanse pastasoort, bestaande uit lange brede linten pasta van ongeveer 1 centimeter breed. Pappardelle is vers het lekkerst.

Beef Ragu of Stoofvlees

Ingrediënten: 1 kilo hacheevlees,  scheutje rijstolie, 1 grote ui, 2 stengels bleekselderij, 1 winterwortel, 70 g tomatenpuree, 2 bollen soloknoflook, 250 ml robuuste rode wijn, 800 g tomatenblokjes, 1 tl bouillonpoeder, 100 ml water, 1 tl tijm, 3 laurierblaadejes, zout en peper naar smaak.

De ui en knoflook pellen en snipperen. De wortel en bleekselderij in dunne plakjes snijden. Verwarm een scheut olie in een grote (soep)pan met dikke bodem. Als de olie heet genoeg is, bak de blokjes vlees bruin. De blokjes vlees kunnen in de slowcooker.

Doe nog een scheutje olie in de pan en roerbak de ui, knoflook, wortel, selderij en tomatenpuree voor een minuut of 5. Doe dit mengsel ook in de slowcooker.

Voeg de tijm, wijn, tomatenblokjes en water toe en meng het geheel goed door elkaar. Leg tot slot de laurierblaadjes op de inhoud. De slowcooker op ‘Laag’ voor 8 uur. Als de 8 uren bijna voorbij zijn, bereid de pappadelle volgens de aanwijzingen op de verpakking.

Kerst 2023

Na een zeer regenachtige week is het op Eerste Kerstdag lauwwarm, zo’n 12 graden maar droog. Geen Witte Kerst 2023 dus. Het is een doe-hetzelf-diner-dag. ‘S morgens vroeg de slowcooker gevuld voor de Beef Ragu Pappardelle. In de middag de Gieser Wildeman peren geschild en voor drie uur in de pan. Daarna hebben VL en zoon de Appel Cobbler in elkaar gezet.

Appel Cobbler

Onze stoofperen, Gieser Wildeman, komen van deze teler in Hem

De appel cobbler kan warm, lauwwarm of koud gegeten worden. Met een toefje slagroom en een bolletje vanille-ijs.

Ingrediënten: Voor de vulling:
6 middelgrote appels; 25 g bruine basterdsuiker; 25 g kristalsuiker; 2 tl kaneel; 2 tl vanille-extract; snufje nootmuskaat; 2 el tapiocameel;
2 el citroensap.

Voor het deeg:
125 g kristalbloem; 100 g suiker; 10 g bakpoeder; 85 g boter; 180 g merk; 1 tl vanille-extract

Schil de appels en ontdoe deze van het klokhuis met een appelboor. Snijdt de appels in dunne schijven. Besprenkel de gesneden appel met wat citroensap tegen het bruin worden.

Meng de appelschijfjes met de bruine basterdsuiker, kristalsuiker, kaneel, vanille-extract, snufje nootmuskaat en de tapiocameel.

Het deeg:
Smelt de boter. Mix alle ingrediënten voor het deeg zo kort mogelijk tot een glad mengsel. Doe het appelmengsel in de overschaal en stort het deeg er overheen. Bak het geheel in ongeveer 45 minuten op 180 graden midden in de oven. Als de vulling op enkele plaatsen door het deeg heen borrelt is de cobbler klaar.

Een ‘gestolen’ recept, Italiaanse tomatensoep

Hoewel de dag aardig begon wat het weer betrof, bleek het toch behoorlijk regenachtig te worden. De dagelijkse dingen gedaan, met de honden gelopen en bedenken wat we morgen gaan eten. Het is dan soepdag. Dus moet het een soep worden. Dat maakt het al een stuk makkelijker.

VL was toch op internet bezig en kwam met een recept waarvan je zegt ‘niets meer aan doen’. Dit is er zo een. Niets meer aan doen en gehoorzaam het recept volgen. En dat doe ik dus. Het is het recept voor Italiaanse Tomatensoep (slowcooker) van Burgertrutjes.

Ingrediënten
10 trostomaten, 4 rode puntpaprika’s, 2 uien, 1 winterpeen, 1 courgette, 1 tl groentenbouillonpoeder, 1 bolletje soloknoflook, 2 tl paprikapoeder, 1 tl oregano (of Italiaanse kruiden), peper en zout, 750 ml water. (Extra toegevoegd 1 ‘ijsblokje’ Bottenbouillon en gehaktballetjes)

Het werk is simpel. De courgette schillen en in stukjes snijden. De winterpeen wassen en in stukjes snijden. De tomaten wassen en in kwarten snijden. De paprika wassen, zaadlijsten wegsnijden en in stukjes snijden. De knoflook pellen en in stukjes snijden. De uien pellen en in halve ringen snijden.

Dit alles mag in willekeurige volgorde in de slowcooker. De paprikapoeder, bouillonpoeder en de oregano (of Italiaanse kruiden) in de pan strooien, wat peper en zout toevoegen en het water er bij. Het geheel komt niet onder water te staan. De tomaten zorgen voor voldoende vocht tijdens het stoven.

Ik zet de slowcooker op mijn favoriete stand ‘Laag’ voor zeven uur. Na deze tijd pureer ik de soep en voeg gehaktballetjes toe aan de soep. Deze laat ik een uur op ‘Hoog’ garen. De soep kan opgediend. Ik ben Burgertrutjes dankbaar voor dit recept! En met mij de rest van het gezin.

Uiensoep nóg langzamer

In de klassieke recepten van uiensoep is het belangrijk de uienringen langzaam, heel langzaam te laten karameliseren. In de koekenpan, op laag vuur en redelijk vaak omscheppen. Dan ben je toch al gauw een half uur tot drie kwartier bezig. Dat kan anders. Maar kan uiensoep nóg langzamer?

Uiensoep nóg langzamer

Ingrediënten
700 gram uien, 1 bolletje soloknoflook, 50 gram boter, 50 ml droge witte wijn, 1 liter bouillon, 4 laurierblaadjes, 1 el tijm, 100 gram geraspte kaas, 1 stokbrood, wat zout en peper naar smaak.

Ik heb niet voor niets een slowcooker. Dus, de uiringen karameliseren in de slowcooker. Eénmaal vullen en instellen, de slowcooker doet gedurende vijf uur wat hij moet doen; op lage temperatuur uien karameliseren.

Wat ik anders nooit doe, doe ik nu wel; de slowcooker voorverwarmen met een stevige klont boter er in. Voor deze keer mag de slowcooker op ‘HOOG’ tijdens het voorverwarmen. Ondertussen pel ik de uien uit hun jasje. Ook de eerste rok (het eerste laagje na de schil) gaat in de kliko, want die is taai. De uien worden in halve ringen gesneden. De knoflookbol ook pellen en versnipperen. Als de boter goed gesmolten is kunnen de uiringen en de knoflook in de slowcooker. Ingesteld op ‘Laag’ voor vijf uur. Regelmatig even omscheppen

Ondertussen kan de bouillon goed heet verwarmd worden. Zodra de uiringen bruin zijn kunnen de overige ingrediënten toegevoegd worden; de laurierblaadjes, tijm, witte wijn en de warme bouillon. Eventueelh naar eigen believen iets meer bouillon toevoegen, maar dat is een kwestie van smaak. De slowcooker mag nu een uur of twee á drie op ‘Laag’ om het af te maken.

Snijdt het stokbrood in plakjes en strooi er ruim de geraspte kaas er op. Gratineer de kaas onder grill in de oven. De soep serveren in een ruime kom, het broodje erop gelegd.

Hachee van opoe

We hebben het plan opgevat om verschillende variaties van de ons bekende hachee stoofpot te bereiden. Maar dan wel zoals andere landen dit zien. We nemen hiervoor steeds in stukjes gesneden runderlap, ook wel hacheevlees of goulashvlees genoemd.

Nu is de hachee aan de beurt. Niet zo zeer op de manier van mijn opoe, maar meer het klassieke recept. En dan noem je het al gauw ‘grootmoeders’ recept. Of van opoe.

Hachee van opoe

Ingrediënten
voor het vlees:
1 kilo hacheevlees, een klont Ghee, 1 kilo uien, 100 ml bouillon,
2 pijpjes donker bier, 4 laurierblaadjes, 4 kruidnagels,
4 plakken ontbijtkoek, 2 el arrowroot, wat zout en peper naar smaak.

voor de puree:
1 kilo kruimige aardappelen, 125gram boter en wat melk.

Ik begin vroeg want het spul moet zo’n acht uur stoven. Maar… eerst koffie. Het vlees kan dan goed op kamertemperatuur komen. En natuurlijk alle ingrediënten, afgewogen en klaar gezet om misgrijpen te voorkomen. Aan de slag!

De grootste klus is de uien pellen en in ringen snijden. Keurig op gestapeld op een ruim bord. Het vlees is inmiddels op temperatuur. De soeppan staat klaar met een klont Ghee. Dit goed op temperatuur laten komen voordat het vlees in de pan gaat. Op matig vuur lichtbruin bakken. Dan kunnen de uiringen in de pan. Niet schrikken, het lijkt heel veel ui.

Regelmatig omscheppen zodat de ui en het vlees lekker gemengd worden en de ui glazig. Het meeste werk is gedaan. Nu mag de slowcooker aan de slag. Het vlees-/uimengsel kan in de slowcooker. De pijpjes bier gaan in de soeppan samen met de bouillon. Even op matig vuur verwarmen. Bruist het een beetje, dan giet ik het bier/bouillon ook in de slowcooker. Een beetje omscheppen, op naar de volgende stap.

Handig is om de kruidnagels een voor een in een laurierblaadje te steken. De kruidnagels zijn dan makkelijk terug te vinden. De laurierblaadjes een beetje onderduwen in de slowcooker en de plakken ontbijtkoek op de inhoud van de pan leggen. Na ook deze ‘klus’ geklaard is kan de slowcooker aan op mijn favoriete stand ‘Laag’ voor acht uur.

Nu is de puree aan de beurt.
De tijd om puree te maken schat ik in op iets langer dan een half uur. Dit is zonder het schillen van de aardappelen. Dus enige planning is aan te raden om het geheel gelijktijdig te kunnen serveren.

De aardappelen schillen en in ongeveer gelijke blokjes snijden. Ik doe de aardappelen meestal door vieren. De aardappelen even goed afspoelen en in voldoende water aan de kook brengen. Na ongeveer 15 minuten zijn de aardappelen gaar en kunnen worden afgegoten. In de tussentijd heb ik de boter in stukjes gesneden en de melk verwarmd.
De stamper doet het grovere werk, het stampen van de aardappelen. Onder het stampen door de boter klontje voor klontje toevoegen. Naar eigen inzicht wat melk toevoegen tot het een smeuïg geheel is. Nu komt de garde in actie. Hiermee de puree voorzichtig luchtig kloppen.

Als groenten hebben we gekozen voor tuinerwten en wel uit de diepvries. Lekker makkelijk in zes minuten in kokend water klaar. Even afgieten, desgewenst een klontje boter er door. Als het goed is zijn nu alle onderdelen van de maaltijd klaar om opgeschept te worden. Nu maar hopen dat de kinderen snel aan tafel komen. k

Pompoensoep

Verhaaltje volgt nog pompoensoep

Ingrediënten: 600 gr pompoen, 200 gr winterwortel, 1 ui, 1 bolletje soloknoflook, 1 rode peper, 200 gr tomaat, 1 cm gember, 1 tl bouillonpoeder, een scheut rijstolie, 1,5 liter water

Dit keer neem ik voorgesneden pompoen. Uiteraard biologische. Dat scheelt weer schillen en snijden. De peper overlangs doorsnijden en de zaadlijsten verwijderen. Dit kan zo in de slowcooker. De wortelen schrappen, de zoete aardappel en gember schillen, ui en knoflook pellen. Alles in stukken snijden, mag een beetje grof.

Verhit de rijstolie in een grote pan. Eenmaal op temperatuur bak achtereenvolgens de ui en knoflook kort. Voeg de pompoen en zoete aardappel toe. Daarna de wortel en gember m als laatste de tomaat toe te voegen. Tussen elke stap ik drie minuten.

Zijn de ingrediënten zo gebakken dan kunnen ze de slowcooker in. De bouillonpoeder er overeen gestrooid en het water toegevoegd. De slowcooker kan op ‘Laag’ voor een uurtje of zes tot acht.

Over het algemeen laat ik soep zo’n acht uur pruttelen. Daarna kan de soep gepureerd worden. Maar eerst de stukjes peper uit de soep halen. Ik laat de staafmixer zijn best doen tot dat de soep redelijk glad is. Na het opdienen kan de liefhebber wat room in de soep doen.

Lichte erwtensoep

Uiteraard wordt deze lichte erwtensoep in de slowcooker bereid. Het meest smakelijke vanwege de langzame garing

Ingrediënten
1 ui, 1 bolletje soloknoflook, 1 aardappel, 1,5 l water, 1 tl groentebouillonpoeder, 400 g diepvries tuinerwtjes, zout en peper, citroensap. Optioneel 1 rookworst.

Ik schil en snipper de ui en knoflook fijn. De aardappel geschild en in blokjes. Bak deze glazig in de soeppan hmet een scheut rijstolie. Eenmaal glazig doe ik de erwten in de pan en bak deze even mee. Het geheel gaat nu in de slowcooker, tezamen met de bouillonpoeder, de aardappel en het water. De slowcooker op Laag voor zes uren.

Een paar lepels erwten uit de pan vissen ‘voor later’. Nu nog de soep pureren tot een glad geheel. De overgebleven weer terug in de pan. (Optioneel: De verwarmde rookworst in plakjes gesneden in de pan dien en nog wat doorwarmen) Naar smaak zout, peper en citroensap toevoegen en even flink doorroeren. Tijd om de soep op te dienen!

weer-eens-wat-anders-stoof

We kennen stifado, jachtschotel, Vlaamse rundvleesstoof, hachee, stoofschotel met speculaas en zo meer. Allemaal redelijk bekende stoofschotels. Nu zijn de kinderen erg ‘in to Amerika’. Dus een weer-eens-wat-anders-stoof wat populair is in Amerika bij wokrestaurants. Of wokrestaurants in Nederland het op hun menukaart hebben, weet ik nog niet.

Ingrediënten
750 gr doorregen runderlappen; rijstolie, 1 rode paprika, bloem, 2 tl paprikapoeder, 1 bolletje soloknoflook, 175 ml lichte sojasaus, 125 gr donkere basterdsuiker, 1 el sesamolie, 2 el zoete chilisaus, 1 tl gemalen gember, 2 wortels, wat arrowroot.

Het gerecht gaat zo’n acht uur in de slowcooker, dus ik begin op tijd. Eerst de honden uit hun bench, naar buiten en eten geven. Zij klauteren voldaan op de bank om verder te slapen. Nu echt aan de slag.

De runderlappen worden in dunne reepjes gesneden. Hier was ik op voorbereid, dus de messen scherp geslepen. De reepjes rundvlees in een grote kom met de bloem. Even flink doorroeren zodat al het vlees ‘bestoven’ is. Solo-knoflook is erg favoriet bij ons, dus een bolletje klein gesnipperd. De wortels mogen in kleine blokjes en ook in de wacht. Ook de paprika ondergaat hetzelfde lot. De voorbereidingen zijn getroffen en kan de pan op het vuur.

Een guts rijstolie in een grote pan. Ik gebruik altijd de soeppan. Maar om in stijl te blijven zal een wok meer aan de orde zijn. Maar ja, de soeppan dus. Als de olie heet is bak ik de knoflook glazig. Dan het stoofvlees lichtbruin aanbraden. Het begint al wat te ruiken in huis, dus wordt er geroepen ‘de afzuiger aan!’

Eenmaal wat bruin aangebraden gaat het vlees in de slowcooker met de rest van de ingrediënten. Het is zaak om het geheel flink om te scheppen of te roeren. Dan de slowcooker instellen op Laag voor acht uur. Als de acht uur voorbij zijn zal -indien nodig- wat arrowroot voor de gewenste gebondenheid.

(Omdat acht uur met de afzuiger aan best wel lang is, zetten we de slowcooker bij droog weer buiten. Dat scheelt geluid en elektra, maar ook missen we de heerlijke geur van deze stoof. Dus af en toe het terras op voor de geur.)

Uitgebreide groentensoep

Zondag is soepdag bij ons. Met dank aan de JongWijs Fiets. Maar die rijdt niet meer, dus maken we zelf onze soepen. We zoeken smakelijke recepten, combineren, zetten het naar onze smaak en hand. Of we maken het ons makkelijk met een basisrecept voor eender welke soep. Dit keer een recept aangepast aan de slowcooker. Deze soep is bijna zo medicinaal als de kippensoep tegen griep.

Uitgebreide groentensoep

De gewichten van de ingrediënten zijn bij benadering.

Ingrediënten:
600 gr schenkel, 500 gr runderpoulet, 300 gr gehakt, 350 gr winterwortel, 1/2 knolselderij, 3 uien, 300 gr prei, 15 gr selderij, 2 bolletjes soloknoflook, vermicelli en water.

Eerst wordt alles wat geschild moet worden geschild. De bouillon wordt als eerste gemaakt. Daarvoor wordt de helft van de groenten grof gesneden. De resterende groenten kunnen nog even in een afgesloten bak in de koelkast.

De schenkels gaan in de slowcooker. De runderpoulet kan even aangebraden worden. Daarna de groenten bij voegen om ook kort te bakken. Dit eenmaal gedaan dan kan het geheel in de slowcooker. Zoveel water toevoegen dat de inhoud van de slowcooker net onder water staat. De slowcooker voor vier uur op Hoog.

Inmiddels kunnen de overgebleven groenten iets fijner gesneden worden. De gehaktballetjes kunnen  al gedraaid worden. Aan het gehakt wordt niets toegevoegd. Er komt al genoeg smaak in de soep. 

Na vier uur is de bouillon klaar. De inhoud van de slowcooker gaat in het vergiet. Vergeet niet een grote pan onder het vergiet te zetten, anders verdwijnt de bouillon in de afvoer. De schenkels worden ontdaan van het vlees. Denk aan de vingers, de schenkels zijn heet! Dit gaat samen met de runderpoulet terug in de bouillon. De groenten zijn dood gekookt en kunnen in de kliko

De groenten uit de koelkast en fijner gesneden even aanbakken in een pan voor meer smaak. Daarna toevoegen aan de bouillon in de slowcooker. Deze kan nu voor vier uur op Laag. Na drie uur kunnen de soepballetjes in de pan om nog een uurtje te garen. Zijn ook deze vier uren voorbij dan is de klus geklaard en de groentensoep gereed.

Paddenstoelensoep

paddenstoelensoep

Ingrediënten
2 uien, 2 bolletjes soloknoflook, 450 gram gemengde paddenstoelen, 2 el mascarpone, 1 liter bouillon, paar takjes tijm, roomboter.

Voorbereiding; Schil de uien en knoflook en snipper deze. Boen de paddenstoelen schoon en snijd deze in niet te kleine stukjes. Ontdoe de tijm van het steeltje door de blaadjes er van af te ritsen. Maak in een pan iets meer dan een liter bouillon. Wij gebruiken de bouillonpoeder van **. Eén tl op een liter water.

De soep maken
Voeg nu de warme bouillon en twee eetlepels mascarpone bij de paddenstoelen en roer dit goed door elkaar. Breng de soep aan de kook en laat deze zo om en nabij 40 minuten zachtjes pruttelen. De pan kan van het vuur en de soep glad gepureerd.

De soep kan met zout en peper op smaak worden gemaakt. De gebakken paddenstoelen door de soep roeren en opdienen. Eenmaal in de soepkom of op het bord desgewenst garneren een theelepel mascarpone of wat verse tijm.

Herman

Zo in de jaren ‘70 kwam Herman in mijn leven. Geen idee hoe, maar hij was er. Niet luidruchtig, maar best wel dwingend aanwezig. Elke dag vroeg hij om aandacht en liefdevolle behandeling. Behandelende je hem naar tevredenheid dan liet Herman dat blijken. Hij groeide van geluk en blijdschap.

Herman, ook wel vriendschapsbrood of -cake genoemd. Het begin met het krijgen van een klontje deeg. Daar zat ook een gebruiksaanwijzing bij. Je kunt het een kettingbrief noemen. Veel mensen gaven elkaar klontjes deeg en verzorgden Herman tot hij gebakken kon worden op de tiende dag, een ware hype.

Het hoogtepunt in de Hermanhype was in de jaren ‘80. In 2020 werd Herman nieuw leven ingeblazen. Nu ook in de desemversie . Ik beperk me tot de originele, zeg de oerversie.

Ik heb de laatste 40 jaar Herman niet meer langs zien komen. Of het gebruik is een zachte dood gestorven, óf mensen kennen het niet meer en sturen elkaar liever appjes. Dus…zelf aan de slag om Herman het licht te doen laten zien.

(Kan je toch een kant en klare Herman krijgen, laat hem dan een dag rusten, bekomen van de reis en ga verder met dag 2.)

Een paar aandachtspunten; Herman mag niet in aanraking komen met metaal. Ook houdt hij niet van kou, dus niet in de koelkast bewaren. Herman moet ademen, afdekken met een schone theedoek volstaat. Benodigdheden: Grote (plastic) kom; Houten of plastic lepel, cakevorm

Ingrediënten:
100 gr witte basterdsuiker, 250 ml warm water, 1 zakje gist, 225 gram bloem.

Dag 1: Suiker oplossen in 1/2 kopje van het warme water. Strooi gist erbij, laat 10 minuten staan. Roer de rest van het warme water erbij en de bloem. Klop totdat het een glad beslag is. Goed afdekken met plastic folie. Laat rusten op kamertemperatuur tot de volgende dag.

Dag 2 en 3: Roer Herman een paar keer per dag goed door met een houten lepel.

Dag 4: Herman heeft honger: geef hem daarom 250 ml melk, 125 gram bloem en 200 gram suiker.

Dag 5, 6, 7 en 8: Roer Herman een paar keer goed door.

Dag 9: Herman heeft weer honger, geef hem vandaag 250 ml melk, 125 gram bloem en 150 gram suiker. Verdeel hem dan in vijf gelijke porties. Een portie kan je zelf houden om het vriendschapsbrood te bakken. Een tweede portie kan je gebruiken om een nieuwe Herman te starten. De andere drie kan je weggeven.

Dag 10: de laatste honger van Herman wordt gestild. Het deel wat je wilt gebruiken om te bakken krijgt: 15 ml olie, 3 eieren, 250 gram bloem, 90 gram suiker, 2 theelepels bakpoeder, 2 theelepels kaneel, 200 gram gewelde rozijnen, 2 in kleine stukjes frisse appel (optioneel 100 gram (gehakte) walnoten of hazelnoten)

Meng Herman door elkaar, giet hem in een ingevet cakeblik (of tulband vorm) en bak hem voor tenminste 1,5 uur af op 150 graden.

Pittige linzensoep

Het komt nogal eens voor dat we de vraag krijgen of het een teentje of een hele bol knoflook gebruiken. We gebruiken bolletjes solo knoflook, dus het aantal bolletjes wat het recept aangeeft. We gebruiken geen blikjes tomatenpuree, maar ‘concentrato di pomodori’ van het merk la Bio Idea. In dit recept gebruiken we dan drie eetlepels.

Pittige linzensoep

We gebruiken in dit recept berglinzen. Berglinzen zijn rode linzen maar dan met het velletje er nog op. Deze linzenvariant blijft stevig bij het klaarmaken. Het recept kan heel goed gemaakt worden met wortel. Wij kiezen voor zoete aardappel vanwege een allergie bij één gezinslid.
Ik maakte de linzensoep dit keer in de soeppan op het gas. Om deze soep in de slowcooker te maken dient voor de slowcookertijd vier tot zes uur op Laag genomen te worden.

Ingrediënten
2 middelgrote aardappelen, 2 middelgrote zoete aardappelen, 180 gram gedroogde berglinzen, 2 uien, 2 bollen soloknoflook, 1 tl groentebouillonpoeder, 3 tl paprikapoeder, 1/2 tl chilipoeder, 3 tl komijnzaad (al dan niet gemalen), 1 blikje tomatenpuree, 300 gram gehakt, 1 liter water, een scheut rijstolie.

Is het nu ‘aardappels’ of ‘aardappelen’? Ach, het zal wel. De aardappelen en zoete aardappelen worden geschild en in stukjes gesneden. Even afspoelen en in een pan met water zetten. De linzen goed afspoelen in een zeef. Want eerst moet van het gehakt soepballetjes gedraaid worden. In onze situatie ongeveer een stuk of dertig. Een pan met iets meer dan een liter water aan de kook brengen, de bouillonpoeder er door heen roeren en de soepballetjes toevoegen. Op een laag vuurtje zo’n tien minuten laten garen. Na die tien minuten haal ik de soepballetjes uit de bouillon en bewaar deze in een bakje.

De uien en knoflook pellen ( de uien ontdoe ik altijd van de eerste rok na de schil, want die is meestal taai) en fijn snipperen. In een ruime soeppan een scheut rijstolie -mag best een ruime scheut zijn- en verhitten op een middelhoog vuur. Eenmaal goed heet kunnen de knoflook- en uisnippers in de pan om glazig te bakken. Ik kies er voor om de paprikapoeder even mee te bakken. De bouillon voeg ik bij de glazige ui/knoflook/paprika samen met de aardappel/zoete aardappel en gedroogde linzen. Het vuur kan nu laag en de soep zo’n 40 minuten laten pruttelen.

Na een minuut of 30 kan in een steelpannetje het komijnzaad op laag vuur geroosterd worden (dus géén boter of olie toevoegen). Begint het komijnzaad te ruiken, dan de tomatenpuree toevoegen voor een paar minuten. Wel constant blijven roeren.
Het geheel kan nu bij de soep gevoegd worden en even flink doorgeroerd.

Zodra de kookwekker aangeeft dat de 40 minuten om zijn kan de soep gepureerd worden. Wat langer voor een gladdere linzensoep, wat korter naar believen. Nog even de soepballetjes in de soep en goed doorwarmen. Na het opdienen kan naar believen wat verse peterselie en/of een schep yoghurt in de soep.

Paprika-tomatensoep of tomaten-paprikasoep

We kopen onze ingrediënten zoveel mogelijk lokaal. Bij de groenteboer, een zorgtuinderij, markt, natuurslager, visboer en boeren in onze omgeving. Naast lokaal zijn onze ingrediënten allemaal bio, contant betaald en bij voorkeur met florijn. Het grote voordeel -naast de eerlijke prijs- is dat alles supervers is. Dus kan lekker lang bewaard worden. Zo hoeven we niet elke dag boodschappen te doen.

Een enkele keer komen we in een supermarkt voor die dingen die we niet lokaal kunnen kopen. Nee, geen enkele supermarkt zal rijk worden van ons.

We hadden wat veel paprika ingekocht en een gezinslid was op vakantie. Nu is zondag onze vaste soepdag. Dus moest het soep worden. Paprika’s moesten verwerkt worden en dat wordt het paprikasoep. Wat tomaten er bij en het is paprika-tomatensoep. En dat is meteen het soep-experiment voor deze week.

Paprika-tomatensoep of tomaten-paprikasoep


Ingrediënten
4 paprika’s (rood, geel en oranje); 2 uien; 2 el tomatenpuree; 8 rijpe tomaten (of 1 pakje tomatenblokjes en een scheut passata); 2 bolletjes solo-knoflook; 1/2 el paprikapoeder; 1/2 tl cayennepeper; 1,5 liter bouillon, (1/2 tl bouillonpoeder) rijstolie; 1 bosje lente-of bosui; slagroom; 300 gr gehakt,2 el arrowroot mengen met 4 el water, 1 ‘ijsblokje’ bottenbouillon.

Snijd de paprika’s in kleine blokjes; snipper de uien en knoflook fijn;

Draai van het gehakt ongeveer 30 balletjes. Verwarm een pan met 1,5 liter water. Doe een tl bouillonpoeder in het water. Voeg de soepballetjes toe en kook dit op laag vuur voor een minuut of 10. De lente- of bosui in ringetjes snijden en in een schaaltje op tafel zetten.

.Verhit in een soeppan een flinke scheut rijstolie, bak de ui en knoflook glazig. Voeg daarna de tomatenpuree toe.

Voeg na een minuut of vijf de paprikapoeder, cayennepeper en de paprikablokjes toe. Na nog een minuut of vijf kunnen de tomatenblokjes en een scheut passata in de pan om mee te bakken. NB ipv tomaten gebruikten we tomatenblokjes en passata.

Inmiddels staat de slowcooker gereed en breng de inhoud van de soeppan over in de slowcooker. Haal de soepballetjes uit de bouillon en bewaar deze in een afgedekte schaal. Giet nu de bouillon in de slowcooker. Deksel er op en de slowcooker op Laag voor vier uur.

Na drie en een half uur kunnen de soepballetjes in de Crockpot. Naar smaak wat slagroom toevoegen, maar best wel een flinke scheut en een half uur laten doorwarmen.

Nu is de soep bijna klaar om genuttigd te worden. We mengen 2 el arrowroot op 4 el water en voegen dit bij de soep. Flink doorroeren totdat de soep ietsje gebonden is. Klaar om op te dienen. Ieder kan naar believen de bosui op de soep strooien.

Volenwijckspark, politie-agent en een vliegtuig

Over het Volenwijckspark, politie-agent en een vliegtuig. Vanaf alle drie de adressen waar ons ouderlijk gezin woonde, was het zo’n minuut of tien lopen naar het Volenwijckspark aan de Adelaarsweg. Een prachtig stadspark met een meer in het midden. Het park grensde aan het NoordHollandsch Kanaal. Oorspronkelijk was het park groter. Het NoordHollandsch Kanaal verdeelde het grotere park in tweeën. Over het kanaal tegen het Floradorp heette het het Florapark.

Vanaf de Adelaarsweg waren er twee ingangen. Dat waren vrij stijle kluften. De paden in het park waren bedekt met grind. Dus ook de kluften. Fietsen was verboden, net als op het gras lopen. Dat werd kenbaar gemaakt met bordjes ‘verboden het gras te betreden’ en een laag hekje. De vaste politie-agent -een soort Bromsnor- fietste zijn rondjes om daders te betrappen.

Zagen wij de agent op de Adelaarsweg, stoven we goed zichtbaar het gras op. De agent kreeg rode vlekken in zijn nek en kwam naar beneden stuiven. Eenmaal beneden waren wij inmiddels uit het oog, maar hielden we de agent in de gaten. Met een beetje mazzel slipte hij bij het remmen en gleed hij door het grind. Hopelijk viel hij.

In 1955 werd begonnen met maken van de bouwput waar de IJtunnel zou moeten komen. In 1968 werd de IJtunnel geopend. Met de komst van de tunnel moest ook het deel van het Volenwijckspark aan de Adelaarsweg verdwijnen. Dus grote graafmachines ploegden het mooie park om. Het meertje werd leeggepompt en verder uitgegraven. Niemand was verbaasd dat daar een Engels vliegtuig tevoorschijn kwam, neergestort in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Het graven werd stil gelegd en militairen kwamen weken lang onderzoek doen. Later werd het toestel geborgen. Het toestel lag diep in de modder en was daardoor redelijk in tact gebleven.

Had je pech dan kwam je in het park wat leerlingen van de Mussenstraatschool tegen. Kwam je in hun handen dan dreigden ze je in de kuil te duwen. Of het alleen dreigen was ben ik nooit achter gekomen. Het was wegwezen.

Ondertussen ging de rest van het park op de schop. De Verlengde Leeuwarderweg moest gebouwd worden, voor het autoverkeer uit de IJtunnel. Een gevoelig klap voor de buurt. Het enige grote groen in de buurt was Het Vliegenbos. Daar was ons ouderlijk gezin zeer regelmatig te vinden op zondag. Op het grote veld, of op het kleine zijveldje.

Op vrijdag aten we altijd vis. Meestal kabeljauw met doperwten en/of wortelen. Soms deed mijn moeder luxe en gingen we aan de gestoofde paling ook wel ‘paling rechtop’ genoemd. We togen naar de markt op het Mosplein. Bij ‘De Volendammer’ lagen de palingen te kronkelen in een platte ondiepe bak. Die liet mijn moeder links liggen, zij wilde gevilde paling. Zo’n 1,5 kilo.

Thuisgekomen werd de paling in stukken van ongeveer vier centimeter gesneden. Even afgespoeld en wat zout er over. Een klontje boter in een grote pan en de moten paling worden rechtop in de pan gezet. Best een klusje om netjes de stukjes naast elkaar rechtop te krijgen. Daar is handigheid voor vereist. Deksel op de pan en op een iets lager dan middelhoog vuur stoven. De paling gaart in eigen vet en vocht in zo’n minuut of 30.

Gestoofde paling eet het makkelijkst met de vingers. Mijn moeder hield daar niet van en at -zoals bijna alles- met mes en vork. Gecombineerd met aardappelen of wit brood. Lekker dopen in de botersaus.

Over school

De Katholieke Lagere school voor jongens op de Buiksloterweg. Om daar te komen moesten we langs de Mussenstraatschool. Langs de Openbaren. Je was verstandig als je in een groep naar school ging. Toentertijd was het net Klein Ulster. Langs de Mussenstraatschool moeten, betekende vaak rennen of vechten. De Openbaren tegen de Katholieken. En waarom wist niemand.

Over school



Op de rustige dagen kon je je redden door te rennen. Op onrustige dagen was het verstandig om stokken mee te nemen. Van de Mussenstraat via het trappetje naar de Adelaarsweg. Aan weerskanten van het trappetje waren rozenperken. Hoe vaak ik niet door zo’n rozenperk ben gerent inplaats van over het trappetje. Overigens was dat ‘trappetje’ een best brede trap.

Het vroor zoals het toen kon vriezen. Het kanaal was dichtgevroren. We hoefden niet over de Kraaienpleinbrug en dus niet langs de Openbaren. De kortste weg was over het ijs, over het Noordhollandsch Kanaal. Per slot van rekening maar 37 meter breed. Wij met z’n tweeën gingen over het ijs. Niet zoals we bedacht hadden. Het werd rennen en springen, van schots naar schots. Tijdens de school was er een ijsbreker langs geweest. Om het kanaal vaarbaar te maken voor de scheepvaart. Wisten wij veel.

Ingrediënten
1 kilo hacheevlees, 50 gram boter, 3 grote uien, 3 bolletjes soloknoflook, 3 eetlepels balsamico-azijn, 3 eetlepels appelstroop, 3 kruidnagels, 4 jeneverbessen, 4 laurierblaadjes 1,5 pijpje bruin bier , 9 speculaasjes.

Laat de in blokjes gesneden hacheevlees een uurtje op temperatuur komen buiten de koelkast. Pel de uien en snij deze in ringen. Pel de knoflook bolletjes en hak deze grof. Zet de overige ingrediënten onder handbereik om misgrijpen te voorkomen. De kruidnagels en jeneverbessen doe ik in een thee-ei om onnodig zoekwerk later te voorkomen.

Verhit in een grote (soep-)pan de boter en bak de uienringen langzaam glazig. Eenmaal glazig voeg dan het vlees en de knoflooksnippers toe. Bak het vlees op een iets hoge voor rondom bruin. Dan kan alles in de slowcooker.

Voeg het bier, de balsamico en de appelstroop toe. De speculaas en de laurierblaadjes daar weer bovenop. In duw de speculaas iets onder en da; kan de slowcooker aan. Op ‘Laag’ voor 8 uur. Verwijder het thee-ei en de laurierblaadjes en hussel de rest een keer goed om.

Verhuizen…

Over verhuizen… Was ik onlangs weer een keer in Amsterdam Noord kwamen de herinneringen opborrelen. Geboren op de Haarlemmerweg, Amsterdam recht tegenover de Gasfabriek, verhuisden we al vlot naar Noord. Van ‘driehoog achter’ naar een huis met een tuintje voor en achter. In de Vogelbuurt. Geen badkamer, geen douche, maar de kinderen in de teil. Op zaterdagavond.

Mijn moeder hield erg van frisse lucht. Dus mijn broertje, klein en kladdig, lag nog in de wagen in de tuin in het zonnetje. Lekker frisse lucht opdoen. Na verloop van tijd ging mijn tante even bij m’n broertje kijken. Hij had gezelschap gekregen. Een rat was in de wagen gekropen en lag heerlijk naast mijn broertje te genieten van de zon. De rat vond het gezellig, mijn tante niet. Hoe mijn ouders de rat of mijn broertje uit de wagen hebben gekregen weet ik niet. Maar mijn broertje heeft er niets aan overgehouden.

Het was de gewoonte geworden dat we om de zes jaar gingen verhuizen. Er waren tekenen dat een verhuizing aanstaande was. Ging mijn moeder witten en behangen dan was een verhuizing niet ver meer. We verhuisden in de wijk. Dat betekende dat mijn vader een handkar of bakfiets regelde. Alle meubilair op de kar en op naar het nieuwe huis, zo’n drie straten verder op. Ome Johan (zeg maar Piet) was een gezellige helpende hand.

In die tijd werd er gekookt met seizoensgroenten en eenvoudige maar voedzame maaltijden. De inkopen werden gedaan bij de kruidenier, de groenteboer, de melkboer. De aardappelboer kwam met paard en wagen door de straat.

Dit keer is het Hete Bliksem. Het recept heb ik beschreven voor de slowcooker. Toentertijd werd Hete Bliksem in gewone pannen gekookt.

Ingrediënten
1 kilo kruimige aardappelen; 1 kilo Elstar appels; 50 g boter; 3 uien; 1 eetlepel mosterd en zo’n 300 gram gerookt spek. (Had mijn moeder een goede bui, dan gingen er nog twee handen gewelde rozijnen in de pan)

De aardappels worden geschild, in vieren gesneden, gespoeld en 10 minuten voorgekookt. De uien worden eveneens geschild en in halve ringen gesneden. De appels schillen en ontdoen van van het klokhuis en in stukken snijden.

Nu kunnen we aan het stapelwerk in de slowcooker beginnen: eerst de halve uiringen onder in de pan; daar boven op de aardappelen en de appels. Helemaal bovenop komt het spek. Wat water toevoegen, zo’n 150 tot 200 milliliter. De slowcooker ingesteld op Laag voor vier uur.

Er kan gegeten worden. Geheel in stijl van toen, de pan op tafel en moeder schepte staand op.

Geverifieerd door MonsterInsights