Gefermenteerde knoflook in honing: een eeuwenoud huismiddeltje

Soms zijn de eenvoudigste de beste remedies. Geen dure supplementen, geen ingewikkelde apparatuur, maar gewoon twee pure ingrediënten die samen iets magisch vormen. Gefermenteerde knoflook in honing is zo’n klassieker. In veel families, zeker in grootmoeders tijd, stond er altijd een potje in de kast voor de donkere dagen. Bij het eerste kuchje of een dip in de weerstand ging het lepeltje honing met een zacht teentje knoflook erin.

Een remedie met diepe wortels

Knoflook en honing zijn al duizenden jaren onafscheidelijk in de traditionele geneeskunde. In het oude Egypte vonden archeologen knoflookresten in piramides – het werd meegegeven aan farao’s voor het hiernamaals. Ook de Grieken en Romeinen wisten van de kracht van knoflook. Hippocrates, de vader van de geneeskunde, prees het aan bij allerlei kwalen. Honing diende niet alleen als zoetmaker, maar vooral als natuurlijk conserveermiddel en wondheler.

De combinatie van beide in één pot komt voor in verschillende culturen. In delen van Oost-Europa, Azië en het Midden-Oosten werd knoflook in honing bewaard om het houdbaar te maken en de scherpte te temperen. Het fermentatieproces verzacht de intense allicine van rauwe knoflook, terwijl de honing vloeibaarder en smaakvoller wordt. Generatie op generatie is dit doorgegeven als natuurlijk steuntje voor de weerstand, vooral in de herfst en winter. 

Vandaag de dag is dit eenvoudige huismiddel herontdekt. Mensen die fermenteren ontdekken hoe lekker en krachtig het is. Geen wonder: rauwe honing bevat enzymen en goede bacteriën, knoflook bioactieve stoffen. Samen laten ze een milde fermentatie ontstaan die de voordelen behoudt en zelfs versterkt.

Het eenvoudige recept voor een pot van ongeveer 300-400 ml

Ingrediënten: 150-200 gram verse knoflookteentjes, 200-250 gram rauwe, niet- gepasteuriseerde biologische honing

Benodigdheden: Een schone glazen weckpot van 400-500 ml, houten lepel.

Aan de slag: gefermenteerde knoflook in honing

 Begin altijd met hygiëne. Zet de pot zonder deksel in de afwasmachine op het heetste programma. Laat de pot goed drogen en zet deze dan in de oven op 150 graden voor 15 minuten om te steriliseren. De deksel in zeer heet water leggen. 

Pel de knoflookteentjes. Snijd grote tenen eventueel doormidden. Vul de pot tot ongeveer de helft of twee derde met de teentjes. Druk ze niet te hard aan, laat wat ruimte over.

Giet de rauwe honing erover tot alle knoflook volledig onderstaat. Gebruik een houten lepel om voorzichtig te roeren zodat er geen luchtbellen tussen de teentjes blijven zitten. De honing zakt vanzelf verder naar beneden, dus check na een kwartiertje en vul eventueel bij.

Draai de deksel licht op de pot. Fermentatie produceert gassen, die moeten kunnen ontsnappen. Zet de pot op een schoteltje (het kan wat overlopen) op een donkere, koele plek bij kamertemperatuur.

De eerste week dagelijks even de pot voorzichtig openen om gas te laten ontsnappen en de pot kantelen zodat alles goed bedekt blijft. Na een paar dagen zie je bubbeltjes verschijnen. Dat is het teken dat het fermenteren op gang komt.

Laat het minstens 3 tot 4 weken trekken. Hoe langer, hoe zachter de knoflook en hoe ronder de smaak. Na een maand is het al heerlijk, na twee of drie maanden nóg beter.

De knoflook wordt mooi zacht en mild zoet, de honing krijgt een heerlijke lichte knoflooksmaak en wordt dunner en donkerder.

Hoe gebruik je gefermenteerde knoflook in honing

Een theelepel tot eetlepel per dag is een mooie onderhoudsdosis, vooral van oktober tot maart. Bij de eerste kriebel in de keel neem je gerust wat vaker. Lekker puur, door een kopje thee, in dressings, marinades of over gegrilde groenten. Verhit het niet te sterk als je de maximale voordelen wilt behouden.

Tip: Maak meerdere kleine potten tegelijk. Eentje om te gebruiken, eentje om verder te laten rijpen. Schrijf altijd de datum van fermenteren op de pot. Het blijft jaren goed dankzij de honing. Gefermenteerde knoflook in honing.

Knoflook en honing zijn al duizenden jaren onafscheidelijk in de traditionele geneeskunde. In het oude Egypte vonden archeologen knoflookresten in piramides
Gefermenteerde knoflook in honing: een eeuwenoud huismiddeltje

Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes

Mijn voorraad ingemaakte zilveruitjes raakt uitgeput. Sneller dan ik verwachtte zijn de potten zo goed als leeg. Tijd om een nieuwe voorraad aan te leggen. Helaas is het buiten het seizoen. De nieuwe oogst is eind juni te verwachten. Afgelopen week zag ik hele kleine sjalotjes liggen. Een mooie vervanging van de zilveruitjes tot de nieuwe oogst. De sjalotjes zijn zo klein dat ze niet gesneden hoeven te worden. Dat worden dus hele ingemaakte sjalotjes.

Een stukje Nederlandse geschiedenis

Zilveruitjes zijn al meer dan een eeuw een oer-Hollands product. Nederland is wereldwijd de grootste producent. De inmaaktraditie kreeg een grote boost door Joodse immigranten in Amsterdam die straatventers werden met “zuurkarren”. Tafelzuur – waaronder uitjes – was vroeger een betaalbare en houdbare toevoeging aan het sobere Hollandse eten. Vandaag de dag horen ze bij elke borrelplank en kaas.

De gebruikelijke handelingen om de pot te steriliseren heb ik al gedaan. De pot de avond tevoren in de afwasmachine op het heetste programma. Vandaag de pot in de oven voor 15 minuten op 150 graden en het Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes in een schaal met zo heet mogelijk water. Een theedoek alvast opgevouwen op het aanrecht om straks de hete pot op te zetten.

Ingrediënten: 400-500 gr kleine sjalotjes, 200 ml appelciderazijn, 150 ml water, 2 el honing, 1 tl Keltisch zeezout, ½ tl zwarte peperkorrels, 2 laurierbladeren, 2 teentjes verse geplette knoflook, ½ tl mosterdzaad.

Aan de slag: Simpel, Snel en Verrassend Lekker, ingemaakte sjalotjes


Het recept is eenvoudig en met weinig ingrediënten voor een toch verrassend resultaat. Het voorwerk is ook eenvoudig, alleen de sjalotjes pellen en de andere ingrediënten afwegen.

Doe in een pannetje het water, de azijn, suiker, zout, peperkorrels, mosterdzaad, laurierbladeren en geplette knoflook. Breng het aan de kook terwijl je roert tot de honing en het zout volledig zijn opgelost. Laat het een minuut of vijf zacht pruttelen. 

Als de oventijd voorbij is en de pot iets afgekoeld, haal dan de pot uit de oven en zet deze op de theedoek. Doe dan voorzichtig de sjalotjes in de pot en giet dan de hete vloeistof met kruiden in de pot. Zorg er voor dat de sjalotjes goed onder staan en het vocht ongeveer een centimeter onder de rand staat. Heel handig is een glazen gewicht op de inhoud te zetten. Kijk uit, het is allemaal goed heet. Gebruik goede overwanten. De deksel kan op de pot en stevig aangedraaid. 

Om de ingemaakt sjalotjes langer te kunnen bewaren zet ik een hoge pan met heet water op het vuur. Een schoon aanrecht doekje op de bodem van de pan en de pot gaat in de pan. Het water moet ongeveer tot driekwart van de pot komen. De temperatuur van het water flink opstoken tot kokend. Kookt het eenmaal dan mag de pot ongeveer 15 minuten in het kokende water blijven. Na het kwartier het gas uit en de pot in de pan laten afkoelen tot kamertemperatuur.

Op de zijkant van de pot even de datum van inmaken genoteerd en klaar zijn de ingemaakte sjalotjes. Nu maar geduldig twee weken wachten voor dat we ze gaan gebruiken.

Low en Slow Zeeuws Spek uit de oven

In mijn vorige blog gebruikte ik een historisch recept uit 1700 voor Zeeuws spek. Vroeger werd het vaak gekookt in water met kruiden en specerijen. Tegenwoordig is de bereiding van het spek anders: het buikspek zonder zwoerd wordt eerst gemarineerd en daarna langzaam gegaard in de oven. Dit geeft een heerlijk mals, doorregen stuk spek met een mooie smaak en een licht krokant randje. Low en Slow Zeeuws spek uit de oven.

Wat is het verschil met vroeger?

Het moderne Zeeuws Spek is niet gekookt maar gemarineerd en langzaam gegaard. De marinade bevat vaak zoet-pittige ingrediënten zoals ketjap manis, mosterd, knoflook en specerijen. Dit zorgt voor de kenmerkende glanzende, smaakvolle korst en sappige binnenkant.

Basisrecept voor low en slow Zeeuws Spek

Ingrediënten: 1 kg buikspek zonder zwoerd, 2 el grove mosterd, 6 el ketjap manis,  1 el gerookte paprikapoeder, 3 teentjes knoflook, 1 kleine ui, 1 el honing, 1 kruidnagel, 3 jeneverbessen

Aan de slag: Low en slow Zeeuws Spek


Snijd het vet aan de bovenkant  kruislings in of prik met een vork veel gaatjes in het spek. Pel en snipper de ui en knoflook heel fijn. Meng de mosterd, ketjap manis,  gerookte paprikapoeder, knoflook, ui en honing tot een gladde marinade. Voeg de kruidnagel en de geplette jeneverbessen toe. Smeer het spek royaal in, masseer de marinade goed in en leg het in een afgedekte schaal. Laat het minimaal 24 uur marineren in de koelkast. Draai het af en toe om. 

Haal het spek op tijd uit de koelkast en laat het op kamertemperatuur komen. Verwarm de oven voor op 100 graden Celcius. Leg het spek op een rooster met daaronder een lekbak of ovenschaal. Let op, er komt veel vet vrij. Gaar het spek tot een kerntemperatuur van 70-85°C. Ik gebruik graag mijn kentemperatuurmeter om te voorkomen dat het spek te droog wordt. Het garen kan een uurtje of 4 duren.  Smeer het spek af en toe met extra marinade voor een mooi glanzend laagje. 


Laat het spek even rusten op een rooster. Snijd het in plakken of blokjes. Warm is het heerlijk bij Hollandse kost; koud is het perfect als broodbeleg of borrelsnack. Koel het goed af voordat je het in de koelkast zet (houdbaar ca. 1 week) of invriest.

Spinazie stamppot met gehaktbal en ei

Het was al weer een hele tijd geleden dat we iets maakten met spinazie à la crème. Op verzoek van de kinderen, maar dan anders dan we gewend zijn: spinazie stamppot met gehaktbal en ei. We hebben het geluk dat we aan gehakt van Piëmontese runderen kunnen komen. Een luxe iets zoet gehakt met een mooie vet/vlees verhouding. Piëmontese runderen hebben over het algemeen iets droger vlees. Vaak geserveerd in de wat duurdere restaurants. We halen het gehakt bij ‘onze’ boer Jan voor een schappelijke prijs.

Ingrediënten: 1250 gr kruimige aardappels, 500 gr spinazie à la crème, 700 gr rundergehakt, 5 eieren, 1 grote ui, 5 teentjes verse knoflook, 1 tl bouillonkruiden, 1 tl gerookte paprikapoeder, 10 gr gehaktkruiden, 1 el ghee, wat nootmuskaat, zwarte peper en Keltisch zeezout naar smaak.

Aan de slag: spinazie stamppot met gehaktbal

Eerst maar eens aan de slag met het gehakt. Het ligt al een uurtje uit de koelkast en uit de verpakking in een ruime kom. Met een vork het gehakt wat rul gemaakt dan gaan de gerookte paprikapoeder, de gehaktkruiden, zout en peper er door gemengd. Zijn de kruiden niet meer zichtbaar dan gaat het rauwe ei erin. Nog eens met een vork mengen, om daarna met koude handen het gehakt een minuut of 5 te kneden. Het gehakt in vieren delen en mooie ballen draaien. Dat gaat het best met koud water nat gemaakte handen. De kom met de gehaktballen kan opzij worden gezet. Kook ondertussen de overblijvende eieren hard.

De diepvries spinazie kan alvast uit de vriezer in een pannetje. De aardappelen schillen in ongeveer gelijke blokjes snijden en in een grote pan met wat water en een keer spoelen. Dan zoveel koud water in de pan dat de aardappelen net onder staan. De pan is zo ruim dat allen aardappelblokjes in één laag in de pan liggen. De bouillonkruiden in de pan strooien en even door roeren. Dan kan de deksel op de pan.

 Nu is het zaak van goed plannen. De puree is met een minuut of 15 klaar. De gehaktballen hebben iets langer dan een half uur nodig om smakelijk en klaar te zijn. Dus begin ik met de gehaktballen. Een paar el ghee in de braadpan goed heet laten worden. Eenmaal op temperatuur gaan de ballen in de pan. Rustig aan rondom bruin aanbraden. Ondertussen mag de pan met aardappelen aan. Ik zet de pan op de wokpit en op laag tot midden vuur. Zo kookt het water sneller.

De gehaktballen zijn goed bruin en kunnen in de wacht: uit de pan en op een bord. Nog een el ghee in de pan en de gesnipperde ui en knoflook fruiten. Dan kunnen de ballen weer in de pan bij de ui en knoflook. Het vuur wat hoger tot het begint te bruisen. Dan kan er afgeblust worden. De deksel op een kiertje op de pan en het vuur laag. Het geheel mag nu een minuut of 30 pruttelen. 

De pan met spinazie gaat op laag vuur om te ontdooien en warm te worden. De aardappelen zijn in een minuut of 12 gaar en klaar om afgegoten te worden. De aardappelen kunnen dan weer in de pan en even laten uitdampen. Met de pureestamper de aardappelen fijn stampen. De spinazie toevoegen en met de garde de stamppot smeuïg roeren. Omdat de spinazie vochtig genoeg is hoeft er geen boter of melk meer bij. 

Serveer de spinazie stamppot met gehaktballen en ei. Het ei kan in plakjes gesneden of gesnipperd over of naast de stampot geserveerd worden. 

Een verleidelijk gerecht uit de 18e eeuw: Asperges à la Pompadour

Het is lente. Na de winter met de zware maaltijden is het tijd voor de lichtere en kleurrijke gerechten als artisjokken, radijsjes, postelein, aardbeien en asperges. Witte asperge is in veel landen een lente-delicatesse. Een van de meest legendarische bereidingen is Asperges à la Pompadour. Dit recept werd toegeschreven aan Madame de Pompadour (1721-1764) de officiële en invloedrijke maîtresse van koning Lodewijk XV. 

Asperges à la Pompadour combineert luxe, geschiedenis en sensualiteit uit een tijd waarin asperges als potentieverhogend, afrodisiacum golden. Zeg maar de Viagra van de Oudheid. In Frankrijk noemde men ze soms “points d’amour” (liefdespunten). Lodewijk XIV was een groot liefhebber en liet ze in Versailles het hele jaar door kweken in broeikassen. Zijn opvolger Lodewijk XV en zijn hofhouding zetten die traditie voort. Madame de Pompadour zou specifiek witte Hollandse asperges met violetkleurige toppen hebben gebruikt.

Het recept is bewaard gebleven via beschrijvingen uit de 19e eeuw. Het werd doorgegeven via de archieven van Grimod de la Reynière, die het ontving van zijn oudoom Monsieur de Jarente, een minister uit de tijd van Madame de Pompadour. Het gerecht is ook beschreven in Grand Dictionnaire de Cuisine van Alexandre Dumas’. 

Onderstaand recept is gebaseerd op de historische beschrijvingen uit de 19e-eeuwse bronnen. Het is voor 4 tot 6 personen als voorgerecht of bijgerecht.

Ingrediënten: 1,5 kilo mooie witte asperges, Water en zout om te koken, 1 flinke klont boter (ca. 100–150, Een snufje zout, Een goede mespunt gemalen macis (of nootmuskaat), eetlepel tarwebloem, 2 verse eidooiers, een scheutje citroensap, Verse peterselie of bieslook.

Aan de slag: Asperges à la Pompadour

Schil de asperges zorgvuldig van onder de kop naar beneden. Snijd de houtige onderkant eraf. Bind ze eventueel in bundels met keukentouw voor het koken. Breng een ruime pan met licht gezouten water aan de kook. Kook de asperges beetgaar in 8–12 minuten afhankelijk van de dikte. Giet af, bewaar een beetje kookvocht en snijd de asperges in stukken van ca. 3–4 cm. Laat ze even uitlekken. 

Smelt de boter in een pan op laag vuur. Voeg een snufje zout en de gemalen macis toe. Strooi de bloem erover en roer goed door tot een lichte roux ontstaat maar niet laten kleuren. Voeg geleidelijk wat aspergekookvocht toe tot een gladde, niet te dikke saus ontstaat.

Klop de twee eidooiers los in een kommetje. Neem de pan van het vuur en roer de eidooiers erdoor (zorg dat de saus niet meer kookt, anders stollen de dooiers te snel). Verwarm eventueel au bain-marie voorzichtig verder tot de saus licht gebonden is. Voeg indien gewenst een scheutje citroensap toe.

Schep de aspergestukken in de saus en warm ze kort mee. Serveer direct, eventueel met extra boter of verse kruiden. Traditioneel: met een lepel opscheppen, maar met een vork eten. Het gerecht is rijk en boterig. Serveer het als voorgerecht met wat brood of als luxe bijgerecht bij vis of gevogelte

Hedendaagse koks raden vaak aan om een klassieke béarnaisesaus te maken als alternatief – dat is frisser en smaakvoller dan de originele gebonden boter-saus.

Bronnen:

•  Jessica Kerwin Jenkins, Encyclopedia of the Exquisite (2010) → historische context en recept. 

•  fxCuisine.com (reproductie van het originele recept via Grimod de la Reynière en Néo-Physiologie du Goût, 1839). 

•  Historiek.net – artikel over asperges in de geschiedenis. 

•  Alexandre Dumas, Grand Dictionnaire de Cuisine.

•  National Geographic – artikel over asperges als historisch “viagra”. 

Romeinse Maaltijden op een dag

Al een tijdje ben ik geïnteresseerd naar de oorsprong van veel hedendaagse recepten en gewoonten als tafelmanieren. In eerste instantie ben ik tot de Middeleeuwen gekomen. De oorsprong van stamppotten, het gebruik van honing in plaats van de veel duurdere suiker. De Middeleeuwse tafelmanieren die vandaag de dag nog gelden. Van lieverlee duik ik verder de geschiedenis in en kom op de Romeinse Tijd. De eetgewoonten waren sterk verweven met Hygiëne, Praktijk en Religie. Romeinse Maaltijden op een dag, een kennismaking

De drie dagelijkse Romeinse maaltijden

Ientaculum (ontbijt)
Bij zonsopgang of kort daarna aten de Romeinen hun eerste maaltijd. Dit was geen uitgebreid familiegebeuren, maar een snelle hap om de dag te starten. Typisch: brood (vaak gedoopt in wijn, olijfolie of honing), kaas, olijven, gedroogd fruit zoals vijgen of dadels, soms een ei of een papje van emmer (puls). Voor de armen bleef het bij brood en olijven; de rijken voegden melk, honing of verse vruchten toe. Het doel was puur praktisch: energie voor de ochtend zonder veel tijd te verliezen.

Prandium (lunch of tussendoortje)
Rond het middaguur (ongeveer 11-14 uur) volgde een lichte maaltijd. Dit was vaak koud en eenvoudig: brood, restjes vlees of worst, kaas, olijven, groenten of fruit. Voor arbeiders kon dit voedzamer zijn, maar voor de elite was het vooral een bruggetje tot de hoofdmaaltijd. In de loop der tijd werd de prandium lichter, omdat de cena steeds later op de dag kwam te liggen. Vroeger at men ’s avonds nog een lichte vesperna, maar die verdween grotendeels bij de hogere klassen.

Cena (hoofdmaaltijd)
De cena was de belangrijkste maaltijd van de dag. Oorspronkelijk rond 14-15 uur, maar bij welgestelden verschoof dit naar de late namiddag of avond (na de thermen, vanaf ca. 16-17 uur). Voor gewone Romeinen bleef het een eenvoudige, voedzame maaltijd: een eenpansgerecht met graanpap, groenten, wat vlees of vis, brood en wijn. Bij de elite werd het een waar convivium – een sociaal banket in het triclinium, waar gasten liggend aten op drie banken rond lage tafels. Hier gold de echte Romeinse tafelmanier: handen wassen, voeten schoon, en aandacht voor hygiëne en gastvrijheid.

De gangen van een Romeinse cena
Een uitgebreide cena bij de hogere klassen bestond uit drie hoofdgangen (mensae):

•  Gustatio (voorgerecht of appetizer)
Dit lichte gerecht wekte de eetlust op. Denk aan eieren (hardgekookt of in saus), olijven, rauwe of gekookte groenten (sla, prei, asperges), schelpdieren zoals oesters of mosselen, kleine visjes, slakken of paddenstoelen. Vaak geserveerd met mulsum (wijn met honing). Het was verfrissend en bereidde de maaltijd voor.

•  Primae mensae (hoofdgerecht)
Hier kwam het echte werk: warm, gevarieerd en rijkelijk gekruid met garum (gefermenteerde vissaus), peper, komijn, munt en andere kruiden. Voorbeelden: varkensvlees, kip, eend, wild, vis of zeevruchten, stoofschotels, gebraden gevogelte of ovenschotels (patina). Groenten zoals kool, prei, bonen en wortels hoorden er ook bij. Wijn (aangelengd met water) vloeide rijkelijk. Bij luxueuze banketten konden er meerdere subgangen zijn.

•  Secundae mensae (nagerecht)
De afronding was zoet en licht: vers fruit (appels, peren, vijgen, dadels, druiven), noten, honingkoeken, kaas of gebak. Soms kwamen oesters of andere zeevruchten hier terug. De maaltijd eindigde vaak met fruit – vandaar de uitdrukking “ab ovo usque ad mala” (van ei tot appel). Na afloop volgde soms een comissatio: een drinkronde met pure wijn, en een libatie aan de huisgoden.

De hele cena kon uren duren, met slaven die handen wasten tussen de gangen, tafels schoonveegden en restjes op de vloer lieten liggen (tot na afloop, uit religieuze overwegingen).

Een eenvoudig recept: Prei-patina (uit de prima mensae)

Patina’s – ovenschotels gebonden met ei – waren populair in de Romeinse keuken, zowel hartig als zoet. Hier een eenvoudige, authentiek geïnspireerde versie van een prei-patina, gebaseerd op recepten uit De Re Coquinaria (toegeschreven aan Apicius). Perfect als hoofdgerecht of bijgerecht.

Ingrediënten (voor 4 personen): 5-6 preien (schoongemaakt, in ringen), 4 eieren, 200 ml melk (of een mix met room), 2 el olijfolie, 1-2 el garum (vervanger: Thaise vissaus of zout + ansjovisfilet), 1 tl gemalen peper, 1 tl komijn, Verse kruiden (koriander of munt, fijngehakt), Optioneel: wat geraspte kaas of stukjes spek

Aan de slag

1.  Kook de preiringen 5-7 minuten tot ze zacht zijn. Laat goed uitlekken.
2.  Klop de eieren los met melk, olijfolie, garum, peper, komijn en kruiden.
3.  Vet een ovenschaal in. Verdeel de prei erin en giet het eimengsel erover. Strooi eventueel kaas erover.
4.  Bak in een voorverwarmde oven op 180°C gedurende 25-35 minuten, tot het gestold is en licht goudbruin kleurt.
5.  Serveer warm, met brood en een eenvoudige saus van olijfolie, azijn en peper.

Dit gerecht is voedzaam, betaalbaar en typisch Romeins: groenten staan centraal, goed gekruid en licht verteerbaar. Voor een luxere versie kun je vis of vlees toevoegen; voor een dessertvariant (zoals peer-patina) vervang je prei door gekookte peren met honing en passum (zoete wijn).

Romeins eten draait om balans, seizoensproducten en sociale verbondenheid. Of je nu een eenvoudige maaltijd bereidt of een heel convivium nabootst: begin met schone handen, eet liggend als je durft, en geniet van de smaken die de basis legden voor de latere Europese keuken.

Deze gewoonten varieerden per tijdperk, regio en sociale klasse, maar vormen de kern van wat we weten uit bronnen als Apicius, Petronius en archeologische vondsten.

Pinsa-Pizza recept

Een tijdje geleden belegden we naanbrood als een pizza. Het was het niet helemaal, maar toch voor een tijdje lekker. Tot VL naar de ingrediënten ging kijken. Voor ons een reden om geen naanbrood meer te kopen. Zelf maken is eenvoudig, maar het ontbreekt ons aan tijd om het te doen. Dan maar naar de pizza bodem overstappen. Daar bleek toch wel vaak palmolie als ingrediënt in te zitten.

Na wat zoeken kwamen we aan de Pinsa van Bertoli. Volgens de verpakking is ‘…de moderne Pinsa gebaseerd op een pizzarecept uit het Romeinse tijdperk…’. Ook de ingrediënten spraken ons aan. De luchtige Pinsa is voor ons een prima bodem voor onze Pinsa-Pizza recept.

Ingrediënten: 4 Pinsa bodems, 250 gr kastanjechampignons, 35 Roma minitomaatjes, 1 grote rode paprika, 2 grote uien, 90 gr groene pesto, * gr tomatenpuree, 180 gr Parmezaanse kaas, voldoende blokjes ananas, 200 gr uitgelekte buffelmozzerella 

Aan de slag: Pinsa-Pizza recept

De ui wordt gepeld en in dunne halve ringen gesneden. De tomaatjes gehalveerd, de champignons in dunne plakjes en de paprika in dunne reepjes. De Parmezaanse kaas wordt grof geraspt. Alle ingrediënten in bakjes en op bordjes in de wachtkamer.

In onze Pinsa-Pizza recept gebruikt VL de onderkant van de Pinsabodems als bovenkant. Die onderkant is mooi egaal en makkelijk te besmeren. De bodems worden op de bakplaat en het rooster gelegd. VL besmeert de Pinsabodems met een laagje pesto en een laagje tomatenpuree. Als eerste worden de champignons verdeeld over de vier bodems. Dan volgen de halve uiringen. We zijn met vier personen en een paar van ons hebben wensen. Dus VL maakt een schemaatje van waar de verschillende Pinsa’s op de ovenplaat liggen. Zo krijgt ieder de Pinsa naar wens.

VL is aan de paprika toe. De reepjes keurig verdeeld over alle Pinsa’s. Dan komt de tomaat aan de beurt. VL knipt de buffelmozzerella in 8 stukjes en verdeelt deze over de Pinsa-pizza’s. Tot nu toe geen bijzondere wensen om rekening mee te houden. Dan komen de ananasblokjes en worden sommige Pinsa-pizza’s omgetoverd in Pizza Hawaï. Een gruwel voor een van de gezinsleden.  Ondertussen wordt de oven voorverwarmd op 180 graden. Tenslotte wordt de gesnipperde Parmazaan verdeeld voorzover de wensen strekken. Nu is het belangrijk om de bakplaat niet te draaien zodat VL weet welke pizza voor wie bestemd is. Na 15 minuten in de oven op 180 graden zullen de Pinsa-Pizza’s klaar voor opdienen zijn.

Rauwe melk en lever, een slaapboost

Slaap begint niet ’s avonds in bed, maar al overdag met de aanmaak van de juiste bouwstoffen. Centraal staat tryptofaan, een essentieel aminozuur dat je lichaam omzet in serotonine en vervolgens in melatonine, het hormoon dat je lichaam vertelt: ‘Tijd om te slapen.’ Rauwe melk en lever uitgelegd.

Lever -bij voorkeur van grasgevoerd rund of lam- is een van de rijkste natuurlijke bronnen van tryptofaan. Per 100 gram bevat rundvleeslever al snel meer dan 0,3 gram tryptofaan – een serieuze hoeveelheid vergeleken met veel andere vleessoorten. Maar tryptofaan alleen is niet genoeg. Om het efficiënt om te zetten, heeft je lichaam vitamine B6 nodig.

Zonder voldoende B6 blijft tryptofaan grotendeels ongebruikt of wordt het niet optimaal omgezet in serotonine en melatonine. Daarnaast bevat lever hoge doses koper en vitamine A (retinol). Vitamine A speelt een belangrijke rol bij het reguleren van je biologische klok. Het helpt je overdag energiek te blijven, zodat je ’s avonds een duidelijk “licht-uit”-signaal krijgt. Koper ondersteunt eveneens energiehuishouding en neurologische processen die indirect invloed hebben op rust en alertheid.

Dan komt rauwe melk (of hoogwaardige, niet-gepasteuriseerde melk van grasgevoerde koeien) om de hoek kijken. Melk is van nature rijk aan calcium. Dit mineraal doet meer dan alleen je botten versterken: het helpt bij de aanmaak en regulatie van melatonine en ondersteunt de werking van het zenuwstelsel. Calcium maakt het makkelijker voor bepaalde voedingsstoffen om hun werk te doen in de hersenen. 

Traditioneel wordt warme melk voor het slapengaan al eeuwenlang aangeraden omdat het een kalmerend effect kan hebben. Rauwe melk zou daarbij extra voordelen kunnen bieden doordat de enzymen en eiwitten intact blijven, wat de opname van tryptofaan en calcium potentieel ondersteunt.

Rauwe melk zelf bevat ook een kleine hoeveelheid tryptofaan, plus magnesium en zink die eveneens bijdragen aan ontspanning en melatoninesynthese. Samen vormen lever en rauwe melk een synergetisch duo.

De combi werkt als volgt: je eet lever (tryptofaan + B6 + vitamine A + koper) en drinkt er een glas rauwe melk bij. De calcium in de melk helpt de ‘deur naar de hersenen’ verder open te zetten, zodat meer tryptofaan de bloed-hersenbarrière kan passeren en daar kan worden omgezet in serotonine en melatonine. Het resultaat is minder woelen, sneller inslapen en vaak een diepere slaap. Rauwe melk en lever, een slaapboost.

Ingrediënten: 400 gr kippenlevers, 200 gr ongezouten roomboter, 1 kleine ui, 1-2 teentjes verse knoflook, 3 el zachte whisky, 100 tot 150 gr slagroom, 1 tl gedroogde tijm, 3 el ghee en naar smaak peper en zout. 

Kippenleverpaté maken zoals in de jaren ‘50

In de Nederlandse keukens staat geen keukenmachine, geen staafmixer en al helemaal geen blender te zoemen. Toch staat er op zondag of bij een borrel een heerlijke, romige kippenleverpaté op tafel. Oma’s en moeders maakten het met pure handkracht: met een scherp mes, een houten lepel, een zeef en vooral veel geduld. Het resultaat? Een rijke, smeuïge paté met een diepe smaak die je in moderne versies soms mist.

Aan de slag: Rauwe melk en lever, een slaapboost

Pel de ui en de knoflookteentjes en snipper deze heel fijn. Maak de kippenlevers schoon: verwijder eventuele vliesjes en groene stukjes (gal). Spoel ze af en dep ze goed droog. Smelt 100 gram boter in een koekenpan op middelhoog vuur. Fruit de ui en knoflook tot ze zacht en glazig zijn Voeg de kippenlevers en tijm toe. Bak de levers gedurende 4-8 minuten. Ze moeten goudbruin zijn, maar van binnen nog een beetje roze. Giet de whisky erbij en laat het geheel nog 1 minuut inkoken totdat de alcohol is verdampt en het vocht stroperig wordt.

Nu komt het klassieke handwerk voor een paté met karakter. Hak de levers met een groot mes zo fijn mogelijk op een snijplank. Doe de gehakte levertjes en de ui en knoflook in een grote kom. Voeg de resterende zachte boter (100-150 g). Stamp of wrijf alles met een houten stamper, lepel of vork tot een gladde massa. Druk het mengsel meerdere keren door een fijne zeef met de bolle kant van een lepel. Roer de slagroom erdoor tot de gewenste romigheid. Breng op smaak met Keltisch zeezout en peper.

Schep de paté in een glazen pot en strijk de bovenkant glad. Smelt wat ghee en giet dit over de paté. Dit houdt de paté langer goed en geeft een mooie glans. Laat het geheel een nacht in de koelkast opstijven.

Bewaar in de koelkast: 4-7 dagen (zonder extra laagje), of tot 2-3 weken als je een dikke laag gesmolten boter of geklaarde boter bovenop giet (dat werkt als extra barrière tegen zuurstof en bacteriën). Bij twijfel of als je de pot opent en het ruikt/ligt er vreemd bij (bol deksel, vreemde geur, kleurverandering), gooi het weg. 

Hoe pas je dit toe in de praktijk?

Een kleine portie lever (80-120 gram) 2-3 keer per week is vaak voldoende. Te veel lever per dag is niet aan te raden vanwege het hoge vitamine A-gehalte.
Bereidt de lever door het licht te bakken of door er een paté van te maken.Kies voor rauwe melk van een betrouwbare bron (biologisch, grasgevoerd).
Als rauwe melk niet beschikbaar of wenselijk is, kies dan voor volle, biologische melk die zo min mogelijk bewerkt is. Warm wat op voor een rustgevend effect.
Eet de combi bij het avondeten, of 2-3 uur voor het slapengaan, of een kleinere snack 1 uur voor het slapen gaan. Rauwe melk en lever, een slaapboost

Disclaimer: Deze aanpak is geen wondermiddel en vervangt geen medisch advies. Mensen met leveraandoeningen, ijzerstapeling of vitamine A-overgevoeligheid moeten voorzichtig zijn. Volgens de NVWA en het Voedingscentrum brengt het drinken van rauwe (ongepasteuriseerde) melk gezondheidsrisico’s met zich mee. Dit risico schijnt groot te zijn voor jonge kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met een verzwakt immuunsysteem. De Nederlandse overheid raadt daarom aan om melk bij voorkeur te pasteuriseren of te verhitten. 

Bovenstaande informatie over mogelijke voordelen van rauwe melk en lever is geen medisch of voedingsadvies. Raadpleeg bij twijfel altijd een huisarts of diëtist.

Spaghetti met gehakt ovenschotel

Af en toe neem ik de website door om recepten te updaten. Sommige recepten worden aangepast aan nieuwe inzichten of smaakveranderingen. Dan kom je achter dat een recept wat al jaren ‘in de familie’ maar nooit opgeschreven is. Zo ook met spaghetti met gehakt ovenschotel, ook wel spaghettitaart genoemd.

Ingrediënten: 500 gr rundergehakt, 500 gr verse spaghetti, 1 rode paprika, 1 gele paprika, 1 prei, 1 grote ui, 5 teentjes verse knoflook, 250 gr kastanje champignons, 3 eieren, 1 el ghee, 3 el tomatenpuree, 2 kartonnetjes tomatenblokjes, 250 gr buffelmozzarella, 160 gr geraspte parmezaan, een handvol vers basilicumblad, oregano, tijm, zout en peper naar smaak.

Aan de slag: Spaghetti met gehakt ovenschotel

Eerst maar het snijwerk. De paprika’s wassen en in kleine blokjes snijden. De ui en knoflook pellen en snipperen. De prei in de lengte door vieren snijden en verder klein snijden. De champignons in kleine blokjes snijden. Het geheel neemt best wat tijd, zodat een goede planning belangrijk is.

error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics