Andijviestamppot anders

Het is weer tijd om iets voor mijn schoonmoeder te brouwen: Andijviestamppot anders. Regelmatig brengt VL bakjes diepgevroren maaltijden naar haar moeder. Vooral de smaak van vroeger roepen bij haar moeder, mijn schoonmoeder, dierbare herinneringen op.

Naast broccolitaart, hutspot, verschillende soepen nu ook andijviestamppot. Om de variatie groter te maken maak ik regelmatig een recept wat nét iets anders is dan anders.

Ingrediënten:
500 gram kruimige aardappelen, 500 gram zoete aardappelen, 300 gram gesneden andijvie, 150 gram roomboter, 4 uien, 1 rookworst, zout en peper naar smaak

Aan de slag: Andijviestamppot anders

Zoals te doen gebruikelijk bij aardappelen, de aardappelen en zoete aardappelen schillen en spoelen. In een ruime pan koud water aan de kook brengen en zachtjes doorkoken tot ze gaar zijn. Als de aardappelen koken duurt het ongeveer 10 tot 15 tot ze gaar zijn, maar niet tot moes gekookt.

De uien dienen ook ontdaan te worden van de schil en het eerste laagje onder de schil. Dit eerste laagje -schort geheten- is taai. Snijdt dan de uien in dunne halve ringen. De uiringen dienen op laag vuur gebakken te worden. Dat mag best een half uur zijn, dan karameliseren de uien. Regelmatig omscheppen.

Aardappelen afgieten en even met de deksel open laten staan om te drogen. Daarna met de aardappelstamper grof stampen. Tijdens het stampen de boter in stukjes toevoegen. Blijkt de puree nog niet smeuïg genoeg nog wat boter toevoegen of een klein beetje melk.

Tijd om de andijvie toe te voegen. Beetje bij beetje spatel ik de andijvie door de gestampte aardappelen. Daarna zijn de uien aan de beurt. Deze worden ook voorzichtig door het mengsel gespateld. Zorg daarbij voor een mooie verdeling tussen aardappel, andijvie en ui.

Aangezien schoonmoeder vegetarisch is laten we de rookworst voor wat het is. Deze gaat in de kast voor een keer dat we zelf andijviestamppot maken.

Heb je het recept gemaakt of heb je een vraag? Laat het in de reacties weten!

stamppot voor mijn schoonmoeder

Regelmatig maken we een stamppot voor mijn schoonmoeder. Zij is sinds het overlijden van haar man alleen en op leeftijd. Niet zo’n zin om te koken, maar ze smult van de maaltijden die we bereiden.

Een stamppot kan je alleen in een flinke portie maken. Dat doen we dus ook. Een forse pan wat we dan over doen in porties om in te vriezen. Zo kan mijn schoonmoeder kiezen wat ze wil eten.

Stamppot voor mijn schoonmoeder:
Ingrediënten:
1.200 gr kruimige aardappelen, 200 gram fijngesneden andijvie, 100 gram diepvries tuinerwten, 100 ml melk, 125 gram roomboter, een scheutje slagroom, 1 eetlepel gesneden muntblaadjes.

Aan de slag: stamppot voor mijn schoonmoeder

De aardappelen schillen, spoelen en in een ruime pan met water tot net boven de aardappelen opzetten en koken. Na ongeveer vijftien minuten zijn de aardappelen gaar. Ondertussen de tuinerwtjes bevroren in kokend water zo’n vier minuten op laag vuur gaar koken en afspoelen met koud water. De melk kan langzaam verwarmt worden, maar niet kokend.

Zodra de aardappelen gaar zijn grof stampen. Tijdens het stampen stukje voor stukje de boter toevoegen. Dan kan de melk en de slagroom toegevoegd worden totdat de puree redelijk smeuïg is. Overigens kan de melk vervangen worden door meer boter.

De puree is een beetje grof en smeuïg. De andijvie kan rustig aan beetje voor beetje toegevoegd worden. Ook de tuinerwtjes kunnen in de puree geschept worden. Met een spatel worden de andijvie en tuinerwtjes gemengd worden met de gestampte aardappelen. Tot slot kunnen de muntblaadjes door het mengsel verdeeld worden.

Nu kan de andijviestamppot in porties in bakjes en in de vriezer. Wachtend op transport naar mijn schoonmoeder. VL bezorgd het thuis bij haar moeder

Heb je het recept gemaakt of heb je een vraag? Laat het in de reacties weten! 

Als de kat van huis is

In zekere zin geldt dit gezegde ook voor ons. Als de kat van huis is, zijn de kinderen naar hun vader. Naast wat huishoudelijke verplichtingen bedenken we wat we willen doen, wat we willen eten. Dat kan uit eten gaan bij ons favoriete restaurant.

Meestal werpen we ons dan op een carnivore maaltijd. Een stevig stuk vlees, medium gebakken gecombineerd met kimchi of bietjes. Vandaag zijn we niet op de ‘boerentoer’ geweest, dus ook niet naar onze vaste natuurslager. Dan naar de betere lokale slager.

Onze voorkeur gaat uit naar Jodenhaas, ook wel diamanthaas genoemd. Wij vragen dus naar Jodenhaas bij deze slager. Krijgen we meteen commentaar dat deze benaming minder gewenst is. Diamanthaas schijnt ‘veiliger’, dus meer gewenst te zijn. Maar wij willen Jodenhaas en kregen we Jodenhaas. Zeg ons niet hoe we iets moeten noemen.

De slager kon onze keus wel waarderen en sneed een mooi stuk Jodenhaas. Voldoende voor een volwaardige maaltijd voor twee personen.

Ingrediënten: 500 gram Joden- of diamanthaas, een forse eetlepel ghee, flink wat Keltisch zeezout en naar eigen believen kimchi.

We gebruiken om vlees te braden een gietijzeren koekenpan. Een forse kluit ghee verwarmen op laag vuur. Als de ghee goed heet is doet VL het vlees in de pan. Vlees braden is een taak voor VL. Meestal braad zij het vlees ‘op gevoel’. Dit keer gebruikte ze een kernthermometer.

VL streeft naar een medium resultaat van het vlees. Regelmatig het vlees keren en bedruipen met het vet. Bij een kerntemperatuur van 50 graden was het vlees perfect. Keurig in plakken gesneden (wat mijn taak is) op de borden geschikt, flink wat Keltisch zeezout toegevoegd, een paar eetlepels kimchi en de maaltijd is klaar. Gezonder kan het niet!
We kijken uit naar de volgende keer ‘als de kat van huis is’

Joden- of diamanthaas, medium gebakken. Als de kat van huis is.

Terug naar de Middeleeuwen

Op vakantie in het Oosten van het land moesten we lokaal vlees ontdekken. Niet ver van ons verblijf vonden we een boer met Piemonte vleeskoeien. Dus wij er naar toe. Mooi vlees van grasgevoerde, ongevaccineerde medicijnvrije koeien, herten, varkens en kippen. En een goed gesprek.

Maar dan nog bio-groenten. De boer wist wel een adres. ‘Je gaat daar links af en dan rechtdoor. Dan kom je er wel’. Wij in de aangewezen richting en ergens linksaf. Een aardig bochtig smal weggetje. Dan een voetpad, maar daar mocht je ook met de auto komen. Het weggetje werd een zandpad (dus veel modder en diepe plassen), want ernstig geregend. Dwars door de velden komen we bij een boerderij. Het pad liep over het boerenerf.

Op het gevaar af dat we weggejaagd werden reden we voorzichtig door. Over een landgoed, langs twee prachtige hoofdgebouwen, weer een zandweggetje en wéér een boerderij. Na een boerderij of vijf (steeds over het boerenerf) kwamen we bij de ‘tuinderij’. Een oude boerderij uit 18-zoveel. Een ‘verboden toegang’ bordje, dus….doorrijden.

Het winkeltje gevonden. De boerin vertelde dat op die plek al van 1400 gewoond werd, dat de weg die we reden een weg uit de Middeleeuwen was. Dat de doorgaande weg (zandpad) over de boerenerven liep. De boerderij blijkt gepacht te zijn en staat op het landgoed. Net als de andere boerderijen in de buurt.

Het echtpaar dat de tuinderij in beheer heeft is lid van een samenwerking van lokale boeren en tuinders die hun producten uitwisselen en elkaar voorzien van groenten, fruit, vlees, eieren, kaas en meer. Van de boer naar de burger, zonder tussenkomst van ‘de handel’. Meukvrij, zoals de Middeleeuwse zandpaden.

Op de terugweg hebben we een handiger maar minder avontuurlijker weg gereden op aanwijzen van de boerin. We waanden ons terug naar de Middeleeuwen, prachtig stil bos, fijne sfeer. Hier gaan we meer komen.

Guacamole met verse biologische producten
Ingrediënten: 3 rijpe avocado’s.
1 grote rijpe trostomaat heel fijn gesneden
1 ui fijn gesnipperd, 1/2 bol soloknoflook zeer fijn gesnipperd, 1 rode peper ( zonder pitjes en zaadlijsten) gesnipperd, 2 eetlepels limoensap, naar smaak wat peper en zout

Prak de avocado’s zeer fijn. Meng alle ingrediënten door elkaar. Voeg eventueel wat extra limoensap toe.

Het gezonde prutje van Els

Vandaag was ik weer een keer bezig met Facebook. Ik had me voorgenomen minder met social media bezig te zijn. Omdat ik nogal nieuwsgierig ben, kijk ik toch nog regelmatig. Soms ben ik daar blij om. Anders had ik het gezonde prutje van Els gemist.

Els is van het type wat van wat zij vindt in de koelkast, keukenkast of waar dan ook de lekkerste gerechten combineert. Zij weet smaken verrassend te combineren. Zo nu en dan plaatst Els weer een pareltje van combineren op Facebook.

Dit keer riep haar kooksel van vandaag om mijn belangstelling. Geen gecompliceerde creatie, maar wel één die tot de verbeelding sprak. Ik heb het recept nog niet zelf geprobeerd.

Ingrediënten
wat kokosolie, 1 middelgrote ui, 1 aubergine,  3 roma tomaten, pompoenpitten, herbamare, verse gember, een paar eetlepels kokosyoghurt.

Aan de slag
Snipper de ui fijn, halveer de aubergine en snijd elke helft in de lengte en vieren om daarna daarna in kleine blokjes te snijden. Snijd ook de tomaatjes in kleine blokjes.

Doe de kokosolie in de wok, laat het smelten. Als het goed warm is doe je de stukjes ui erin en bakt ze bruin. Vervolgens gaan de blokjes aubergine erin en als die wat gekleurd zijn mogen de tomatenstukjes erbij. Schep het prutje in de maak regelmatig om

Strooi er naar smaak kruiden bij, ik gebruik herbamare, knoflook en wat gember. Vervolgens strooi  je er een flinke hand pompoenpitten door. Neem de wok van het vuur en  doe alles op een diep bord. Een paar lepels kokosyoghurt over het geheel heen maakt het compleet. Aan tafel kan je de yoghurt door het prutje roeren.

Ik denk dat ik een plaatsje op deze site inruim voor meer prutjes van Els.

Uitbreiding van de machinekamer

VL was onlangs jarig. Nu wordt het elk jaar lastiger om cadeaus te bedenken. Uiteindelijk, na lang nadenken, peilen en onderzoeken was één van de wensen; een slowjuicer! Uitbreiding van de machinekamer. De slowjuicer werd enthousiast ontvangen en uitgeprobeerd.

Maar waarom toch een apparaat erbij? Je kunt toch gewoon groenten knagen. Dan krijg je de enzymen, mineralen, vitaminen en vezels toch ook binnen? Klopt, en toch wilde VL een slowjuicer. Natuurlijk heeft ‘gezond’ er ook iets mee te maken.

Een waarschuwing is op zijn plaats. Het is mogelijk dat je lichaam reageert op het sap drinken. Het is nieuw voor je lichaam. Je lichaam zal er aan moeten wennen. Daarom rustig aan beginnen en opbouwen. Let goed op wat je lichaam je laat weten en hoe het reageert.

Niet alle groenten vallen goed of hebben een ronduit negatieve werking op het lichaam. Dus dat gaat bekeken en onderzocht worden. Dan bekijken we de combinaties ook op smaak. Bevalt een combinatie ons, dat plaatsen we dat als recept op de site.

Om te beginnen hebben we deze geprobeerd:
Ingrediënten: 1 stronk biologische bleekselderij, 1 appel.

Snijd van de bleekselderij een stukje van de onderkant af. Dan de stengels in kleinere stukjes zodat deze makkelijk in de slowjuicer passen.

De appel verdelen we in partjes met de appelsnijder. Hiermee is meteen het klokhuis op een makkelijke manier verwijderd. Snijd de appel op maat. Nu kan de machine het werk doen. De stukjes bleekselderij en appel gaan in de juicer.

Het sap kan direct gedronken worden of in porties ingevroren voor later. Het sap kan ingevroren tot een jaar bewaard worden. In de koelkast blijft het sap drie dagen goed.

Over reuzel en kaantjes

Het is de tijd van Rinus de aardappelboer met paard en wagen. Van de schillenboer met zijn ijzeren hond. De tijd van voedzaam voedsel. Kaantjes is wat overblijft na het langzaam uitbakken van varken- of runderniervet of varkens buikvet. Het lijkt op uitgebakken spek, (maar is het niet). Over Reuzel en kaantjes dus.

Kaantjes zijn het resultaat van het langzaam uitbakken van niervet of buikvet. ‘Men neme 500 gram buik- of niervet, wat peper en zout. Bak op middel vuur het vet uit en roer tot er bruine stukjes ontstaan. De kaantjes goed laten uitlekken en bestrooien met wat zout en peper.’

Mijn moeder maakte regelmatig kaantjes voor op brood. Uiteraard aten we luxe witbrood, een teken van welvaart. Bruin brood ‘was voor arbeiders’, was de gedachte toen. Ieder kreeg twee boterhammen en daarop ruim kaantjes. Ook lekker bij stamppot.

Jamie Olivier gebruikt zwoerd om kaantjes te maken. Maar het heeft niets te maken met reuzel en kaantjes. Het is ‘knabbelspek’. . Zijn recept 👇

Ingrediënten: 500 gram zwoerd (ongeveer 1 cm dik)

Verwarm de oven op 250 graden. Snijd de zwoerd in reepjes. Leg de reepjes zwoerd op een bakplaat en leg er een tweede bakplaat op de reepjes. Druk deze stevig aan.

Laat deze combinatie 10 minuten bakken. Na deze 10 minuten kan de bovenste bakplaat weggehaald worden. Laat nu de reepjes nog een minuut of 10 bakken

Giet het overgebleven vet in een potje en laat het afkoelen. Gebruik dit vet om later vlees in te bakken.

Melkkefir zelf maken

Was kefir een tijdje geleden een hype, heeft het inmiddels een vaste plaats tussen het zuivel. Steeds meer mensen vertrouwen de ‘kefir’ uit de winkel niet en maken het graag zelf. Dat wat in de supermarkt als kefir wordt aangeboden is iets wat op kefir lijkt, maar door een heel ander proces tot stand komt. Dus, melkkefir zelf maken!

Er zijn verschillende redenen om kefir te willen drinken. De een wil het drinken omdat het lekker en fris is. Iets tussen karnemelk en yoghurt is. Anderen zweren bij de gezonde stoffen in de gefermenteerde drank. Om welke reden je het ook drinkt, door het zelf maken wéét je wat je drinkt.

Naast melkkefir bestaat er ook waterkefir. Die laatste heeft niet mijn belangstelling. Dus het wordt melkkefir. Oneerbiedig gezegd, melk laten verrotten met kefirkorrels. Anders gezegd, kefirkorrels zetten de melk aan om te fermenteren.

Kefir kan van alle soorten dierlijke melk gemaakt worden. Oók van houdbare melk en andere melk uit de supermarkt. Voor kefir waar de meeste gezonde stofjes in zitten kan je het best rauwe A2-melk gebruiken en echte kefirculturen.

Om aan echte kefirculturen te komen zonder te kopen is de Facebookgroep Kefir NL (Melkkefir Nederland) de aangewezen groep. Veel kennis en kefirkorrels delen.

Ingrediënten
1 liter melk, 100 gram verse kefirkorrels of 4 eetlepels kefir

De doorgeefmethode:
hier gebruik je vier eetlepels kefir die je toevoegt aan een liter hmelk. Dan kan je de melk 24 tot 48 uur staan op een plek tussen de 10 en 22 graden.
OF
Met gecontroleerde warmte: hierbij zet ik de fles melk/kefir in een rijskastje op 22 graden voor 30 uur.

De methode met kefirculturen
Verse kefirculturen voed ik met een liter melk op 100 gram culturen in een weckpot. Deze laat ik twee dagen staan in een hoekje van het aanrecht.
Dan stort ik het geheel in een zeef boven een ruime schaal. Na wat heen en weer bewegen blijven de kefirkorrels achter in de zeef. De kefir gaat in een fles en in de koelkast. Klaar voor gebruik.
De kefirkorrels kunnen terug in de weckpot met nieuwe melk voor een nieuwe batch.

Van yoghurtdikke kefir is het ook mogelijk om ‘kefirkaas’ te maken. Daarvoor heb ik de Kefirko kaasmaker. Ik schep de kefir in het mandje en laat het 12 uur in de koelkast staan. Na 12 uur zet ik de kefir onder druk door de veer te plaatsen tussen deksel en de kefir. Na nog eens 12 uur is de kefirkaas klaar. Op smaak maken met wat zout, gesnipperde verse kruiden of gesnipperde vruchten.

Melkkefir zelf maken

Thee tegen verkoudheid

Soms, heel soms lukt het ons niet om verkoudheid of griep buiten de deur te houden. Als één gezinslid een verkoudheid op doet, kun je er donder op zeggen dat zeker twee anderen volgen. Meestal kunnen we de gevolgen goed onder de duim houden. Zo niet deze keer. Dus nu ook Thee tegen verkoudheid.

ZL begon met wat lichamelijke ongemakken, VL nam het over en uiteindelijk liep ook ik snotterend, hoestend en proestend door het huis. Het nam ernstige vormen aan. Voor het eerst sinds jaren liepen we tegen een ouderwetse griep aan. Ondanks allerlei pogingen om de verkoudheden de baas te kunnen.

Tijd dus om ouderwetse middelen te gaan gebruiken. Natuurlijk de aloude Joodse penicilline in stelling gebracht. Dat lost al heel wat op. Naast vette kippensoep is het ook verstandig om veel te drinken. Maar dan wel wat een krachtige helende werking heeft.

Wat hebben kaneel, steranijs, curcuma, gember, kardemom, honing en zwarte peper gemeenschappelijk? Naast vitaminen, mineralen en antioxidanten hebben deze kruiden antivirale en antibacteriële eigenschappen. En laten we nu juist deze eigenschappen willen combineren in een thee. De kracht van al deze kruiden laten samenwerken in de strijd tegen gesnotter, gekuch en geproest.

Ingrediënten
1 cm verse gember, 1 cm curcuma, 2 kaneelstokjes, 1 tl kardemom, 2 steranijs, 2 kruidnagels, 1 liter water, honing naar smaak, 3 korrels zwarte peper

Kneus de peperkorrels en kruidnagel, snipper de curcuma en gember grof, hhak de steranijs in stukjes.

Doe alles in een pan en laat het geheel voor vijf minuten op zacht vuur trekken. Zet daarna het vuur uit en laat het nog eens tien minuten trekken. Daarna door een zeef gieten. Eventueel kan gedurende de dag de thee nogmaals warm gemaakt worden. Drie bekers per dag zal de verkoudheid moeten verjagen.

NB niet iedereen is enthousiast over de zwarte peper. Ingrediënten kunnen uiteraard naar eigen inzicht en smaak uit de bereiding worden gehouden.

Foto door destiawan nur agustra: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/kopje-thee-980127/

Thee tegen verkoudheid

Volenwijckspark, politie-agent en een vliegtuig

Over het Volenwijckspark, politieagent en een vliegtuig. Vanaf alle drie de adressen waar ons ouderlijk gezin woonde, was het zo’n minuut of tien lopen naar het Volenwijckspark aan de Adelaarsweg. Een prachtig stadspark met een meer in het midden. Het park grensde aan het NoordHollandsch Kanaal. Oorspronkelijk was het park groter. Het NoordHollandsch Kanaal verdeelde het grotere park in tweeën. Over het kanaal tegen het Floradorp heette het het Florapark

Vanaf de Adelaarsweg waren er twee ingangen. Dat waren vrij steile kluften. De paden in het park waren bedekt met grind. Dus ook de kluften. Fietsen was verboden, net als op het gras lopen. Dat werd kenbaar gemaakt met bordjes ‘verboden het gras te betreden’ en een laag hekje. De vaste politieagent -een soort Bromsnor- fietste zijn rondjes om daders te betrappen. 

Toen we de agent op de Adelaarsweg zagen, stoven we het gras op. De agent kreeg rode vlekken in zijn nek en kwam naar beneden. We hadden de agent inmiddels uit het oog verloren, maar we hielden hem in de gaten. Met een beetje pech gleed hij uit bij het remmen en gleed hij door het grind. Ik hoop dat hij niet is gevallen. 

Volenwijckspark

In 1955 werd begonnen met maken van de bouwput waar de IJtunnel zou moeten komen. In 1968 werd de IJtunnel geopend. Met de komst van de tunnel moest ook het deel van het Volenwijckspark aan de Adelaarsweg verdwijnen. Dus grote graafmachines ploegden het mooie park om. Het meertje werd leeggepompt en verder uitgegraven. Niemand was verbaasd dat daar een Engels vliegtuig tevoorschijn kwam, neergestort in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Het graven werd stil gelegd en militairen kwamen weken lang onderzoek doen. Later werd het toestel geborgen. Het toestel lag diep in de modder en was daardoor redelijk in tact gebleven.

Had je pech dan kwam je in het park wat leerlingen van de Mussenstraatschool tegen. Kwam je in hun handen dan dreigden ze je in de kuil te duwen. Of het alleen dreigen was ben ik nooit achter gekomen. Het was wegwezen.

Ondertussen ging de rest van het park op de schop. De Verlengde Leeuwarderweg moest gebouwd worden, voor het autoverkeer uit de IJtunnel. Een gevoelig klap voor de buurt. Het enige grote groen in de buurt was Het Vliegenbos. Daar was ons ouderlijk gezin zeer regelmatig te vinden op zondag. Op het grote veld, of op het kleine zijveldje. Tot zover over Volenwijckspark, politie-agent en een vliegtuig

Paling van de markt

Op vrijdag aten we altijd vis. Meestal kabeljauw met doperwten en/of wortelen. Soms deed mijn moeder luxe en gingen we aan de gestoofde paling ook wel ‘paling rechtop’ genoemd. We togen naar de markt op het Mosplein. Bij ‘De Volendammer’ lagen de palingen te kronkelen in een platte ondiepe bak. Die liet mijn moeder links liggen, zij wilde gevilde paling. Zo’n 1,5 kilo.

Thuisgekomen werd de paling in stukken van ongeveer vier centimeter gesneden. Even afgespoeld en wat zout er over. Een klontje boter in een grote pan en de moten paling worden rechtop in de pan gezet. Best een klusje om netjes de stukjes naast elkaar rechtop te krijgen. Daar is handigheid voor vereist. Deksel op de pan en op een iets lager dan middelhoog vuur stoven. De paling gaart in eigen vet en vocht in zo’n minuut of 30.

Gestoofde paling eet het makkelijkst met de vingers. Mijn moeder hield daar niet van en at -zoals bijna alles- met mes en vork. Gecombineerd met aardappelen of wit brood. Lekker dopen in de botersaus.

Geverifieerd door ExactMetrics