Recept Amsterdamse uien inmaken

Op verjaardagen en partijen werden in het ouderlijk gezin Amsterdamse uien en zoetzure zilveruitjes geserveerd. Op een blokje kaas, een plakje leverworst of zo los een Amsterdamse ui. Mijn moeder grilde van alles wat zoetzuur was. Zij kocht het bij de kruidenier voor mijn vader en ons, kinderen. Tante Rooie Betsie had die afkeer van zoetzuur niet. Die maakte uien, augurken en witte kool in dat het een lust was. Bijna alles kwam uit de eigen volkstuin.

Ik heb de afkeer van zoetzure producten niet geërfd van mijn moeder. Niet bij de vroegere zuurkar, maar te koop in de super, van Kesbeke of van De Leeuw Zuurhandel. Maar hoe zijn die Amsterdamse uien en ingemaakte zilveruitjes in de Nederlandse keuken beland? 

De geschiedenis van Amsterdamse uien hangt nauw samen met de instroom van Asjkenazische Joden uit Oost-Europa, zoals Duitsland en Polen, vanaf de 17e eeuw. Amsterdam was destijds een toevluchtsoord voor vervolgde Joden, en velen vestigden zich in arme wijken zoals de Jodenbuurt. De Joodse keuken uit Oost-Europa stond bol van ‘zuurwaren’: groenten zoals uien, augurken, kool en zelfs haring werden ingelegd in azijn met kruiden om ze langer houdbaar te maken. Dit was een praktische oplossing in een tijd zonder koelkasten, en het paste goed bij de Amsterdamse marktcultuur.

De uien zelf – kleine consumptie- of zilveruitjes – werden direct na de oogst handmatig gepeld en ingelegd in een mengsel van azijn, suiker, zout en specerijen.

Rond 1850 werd ‘De Leeuw Zuurhandel’ opgericht, een pionier in het inleggen van uien, komkommers en haring in houten vaten vol kruidenazijn.  Straatventers, vaak Joodse families, trokken met handkarren door buurten zoals de Jordaan en de Jodenbuurt. Deze ‘zuurkarren’ verkochten de uien huis-aan-huis of op markten, vaak gecombineerd met een rolmops of een stuk kaas. Het was betaalbaar eten voor de arbeidersklasse. 

Families zoals de Kesbekes begonnen thuis te schillen: Camiel Kesbeke liet vrouwen in Amsterdam de uien pellen en bracht ze later naar Zeeland voor efficiëntere verwerking.  Dit leidde tot de oprichting van Kesbeke Fijne Tafelzuren, nog steeds een toonaangevend bedrijf.

De Eerste Wereldoorlog en de economische crisis van de jaren ‘30 versterkten de populariteit; ingelegde uien waren goedkoop en lang houdbaar. In de loop der jaren industrialiseerden bedrijven zoals De Leeuw en Kesbeke: handkarren maakten plaats voor fabrieken.

Ingrediënten: 500 gr wat grotere zilveruitjes, 1 tl Keltisch zeezout, 275 ml natuurazijn, 250 ml water, 125 gr honing, 1 tl kurkumapoeder, 2 tl mosterdzaad, 1 tl peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels, 1 klein rood pepertje

Aan de slag: Recept Amsterdamse uien inmaken

Waarom kopen als je het ook makkelijk zelf kunt maken? Weet wat je eet. Pel de uitjes zorgvuldig. Bestrooi ze met het zout en laat ze 4 uur pekelen in een schaal in de koelkast. Spoel ze daarna goed af onder koud water en laat uitlekken in een vergiet.

Meng in een pan de azijn, water, suiker en alle kruiden (mosterdzaad, peperkorrels, laurierblad, kurkuma, **. Breng aan de kook op middelhoog vuur en laat 3-5 minuten zachtjes doorkoken, zodat de smaken intrekken. Roer de kurkuma goed door tot een glad papje voor een mooie gele tint.

Voeg de uitgelekte uien toe aan het hete mengsel. Laat 10-15 minuten zachtjes koken op laag vuur. Proef en pas zoet of zuur aan met extra suiker of azijn.

Verdeel de hete uien en het vocht over brandschone, gesteriliseerde glazen potten. Ik zet de potten in de koude oven en laat deze verwarmen tot 150°C en dan voor 15 minuten op 150 graden laten staan. Vul tot 1 cm onder de rand en sluit stevig af met de deksel.

Laat minstens 3 weken intrekken op een donkere, koele plek. Ik bewaar de potten in de koelkast. Ze zijn houdbaar tot 6 maanden. Lekker bij stoofvlees, kaas of stamppot.

In de koekenpan gesmoorde paddenstoelen

Sinds onze groenteboer regelmatig verse bundelzwam in voorraad heeft, zijn we enthousiast over de smaak en het gemak om de zwammen te bereiden. Onze favoriet zijn de in de koekenpan gesmoorde paddenstoelen.

Gesmoorde paddenstoelen zijn een goede vleesvervanger. Paddenstoelen bevatten essentiële voedingsstoffen zoals B-vitaminen (B2, niacine, foliumzuur), kalium, koper, selenium, ijzer en zink. Ze bevatten van nature zeer weinig calorieën en vet. Paddenstoelen zijn een goede bron van voedingsvezels en antioxidanten.

Bundelzwammen zijn zacht van smaak en goed gesmoord boterzacht. Desgewenst een vleugje tijm er over geeft wat extra smaak.

Ingrediënten: 1 pakje witte bundelzwam, 1 pakje bruine bundelzwam, 1 el ghee, 1 kleine ui, 1 bolletje soloknoflook, Keltisch zeezout en peper naar smaak.

Aan de slag: In de koekenpan gesmoorde paddenstoelen

Dit recept is eenvoudig, maar vergt wat geduld. De bundelzwammen zitten vast aan de basis, zeg maar de wortels. Door eenvoudig de zwammen los te snijden van de basis zijn de ze klaar voor bereiding. Het uitje en de knoflook worden heel fijn gesnipperd.

In de grote gietijzeren koekenpan verhit ik een el ghee. Eerst gaan de gesnipperde ui en knoflook in de pan. Even met de spatel doorroeren en bakken tot het mengsel glazig is. Dan kan het vuur op laag. Na een paar minuten de paddenstoelen toevoegen en regelmatig om spatelen.

Na een minuut of vijf kan de koekenpan op een zo laag mogelijk vuur om de zwammen een half uur te smoren. Af en toe omscheppen om de paddenstoelen gelijkmatig te bruinen en aanzetten te voorkomen.

Na een half uurtje is het zaak om te kijken of de paddenstoelen zacht zijn. Dan zijn de in de koekenpan gesmoorde paddenstoelen klaar om geserveerd te worden. Wij eten dit vanavond in combinatie met gehaktbrood van kippengehakt

Sinds onze groenteboer regelmatig verse bundelzwam in voorraad heeft, zijn we enthousiast over de smaak en het gemak om de zwammen te bereiden. Onze favoriet zijn de in de koekenpan gesmoorde paddenstoelen.
Bundelzwam. In de koekenpan gesmoorde witte en bruine bundelzwammen

Smoor van bloemkool, onze versie

Smoor van bloemkool of bloemkool masala. Bloemkool masala is een verzamelnaam voor verschillende gerechten uit de Indiase en Surinaamse keuken waarin bloemkool wordt bereid met een kruidenmengsel. ‘Masala’ betekent letterlijk “mengsel van kruiden”. De specifieke mix kan variëren, maar bestaat vaak uit garam masala, komijn, koriander, kurkuma, kaneel, kruidnagel.

De bloemkool wordt vaak eerst geroosterd voor een stevige ‘bite’ en om meer smaak te ontwikkelen, waarna deze wordt toegevoegd aan de kruidensaus.

Hoe typisch Nederlandse recepten in de Aziatische keuken terecht kwamen beschreef ik kort in het recept Pittige Indische hachee. We hebben op onze beurt smoor van bloemkool vertaald naar de smaak van ons gezin, zonder de bloemkool masala te ‘vernederlandsen’. 

Ingrediënten: 1 bloemkool, 1 grote ui, 3 bolletjes soloknoflook, 1 el sambal badjak, 1 tl laos, 3 el pasata, 5 el sojasaus, 1 el water, 1 tl tamarinde.

Aan de slag: Smoor van bloemkool

Uien snipperen. VL en ik hebben drie ‘modules’ om uien te snipperen: gewoon, veel en heel veel. Voor dit recept in de hoeveelheid ‘gewoon’ van toepassing. Dus pel en snipper ik voldoende ui. De hoeveelheid soloknoflook is ongeveer in de verhouding 2/3 ui en 1/3 knoflook fijngesnipperd.

De oven wordt voorverwarmt op 200 graden. De bloemkool wordt in gelijkmatige roosjes gesneden en gewassen. Nadat de roosjes uitgelekt zijn worden deze op een bakplaat met bakpapier gelegd. De bloemkool gaat voor 20 minuten in de oven om geroosterd te worden.

Tijd om de saus in elkaar te zetten. De sambal badjak, laos, pasata, sojasaus, water en tamarinde worden in een kom goed gemengd en apart gezet.

De gesnipperde ui en knoflook gaan in de wok om glazig gebakken te worden. Eenmaal goed glazig wordt de saus toegevoegd en even meegebakken. De bloemkool in de wok en ook meebakken totdat alles goed gemengd en echt warm is. De smoor van bloemkool is klaar om geserveerd te worden.

We eten bloemkool smoor met Rendang Daging Sapi.

Pittige Indische hachee

Na 1900 werden Indonesische en Chinese gerechten in Nederland geïntroduceerd. Nasi goreng, bami en loempia’s werden al snel vernederlandst. Met aardappelen, sperziebonen en een schep appelmoes erbij. Recepten in Nederlandse kookboeken werden aangepast aan de Nederlandse smaak. In dit verhaal komt Pittige Indische hachee aan bod.

Maar het ging ook de andere kant op. In Indonesië en (later) Suriname kregen typisch Nederlandse gerechten een eigen tropische draai omdat koloniale ambtenaren, militairen en repatrianten hun stamppot en hachee niet wilden missen.

Zo is er de Indo-stamppot. Boerenkool of zuurkool werd gemengd met santen (kokosmelk), lomboks, trassi en soms ketjap. De rookworst maakte plaats voor een pittig gekruide zelfgemaakte worst of gewoon gebakken tempe. In Suriname gebeurde iets vergelijkbaars: daar werd hutspot of stamppot andijvie verrijkt met madame-jeanette-pepers, zoutvlees en soms cassave in plaats van aardappel.

Hachee werd in Indonesische keukenboeken uit de jaren ’20 en ’30 ‘semur daging’: hetzelfde langgestoofde rundvlees met uien, maar dan met ketoembar, djinten, salamblad en flinke scheuten ketjap manis. Het resultaat was zoeter en geuriger dan het origineel.

Ook erwtensoep onderging een smaakaanpassing. In Suriname heet het ‘erwten-soep met zoutvlees en pimentpeper’ en is een stuk pittiger en dunner dan de Nederlandse plankdikke snert. In Indonesië werd hij soms vervangen door ‘soto babi’ waarbij spliterwten, varkensvlees en kruiden een heel eigen soep opleverde.

Ingrediënten: 1 kilo riblappen, 1 kilo gele ui, 3 bolletjes soloknoflook, 1 tl paprikapoeder, 6 limoenblaadjes, 100 ml rode wijn, 4 el sojasaus, 2 tl sambal oelek, 1 tl serehpoeder, 70 gr tomatenpuree, witte wijnazijn, 1 el honing, 1 el ghee, 100 ml bouillon, 2 laurierblaadjes, 2 kruidnagels, zout en peper

Aan de slag: Pittige Indische hachee

Eerst maar eens het snijwerk. Onze natuurslager heeft mooie stukken riblappen geleverd. Uiteraard een uur van te voren uit de koelkast gehaald om op kamertemperatuur te komen. Dit keer snijd ik het vlees in wat grotere blokjes. De uien pellen en in halve ringen snijden. De knoflook eveneens pellen en in achten snijden.

De rest van de ingrediënten afgewogen en afgemeten. De paprikapoeder, sojasaus, sambal, serehpoeder, honing, tomatenpuree en witte wijnazijn in een kommetje om goed te mengen.

De uiringen met een el ghee in de hapjespan om langzaam op laag vuur licht bruin te worden. Neem hier ruim de tijd voor. Regelmatig omscheppen zorgt er voor dat alle uiringen gelijkmatig bruinen. Ondertussen kan ik het vlees aanbraden in de soeppan. Een el ghee goed heet laten worden, het vlees in de pan en regelmatig omscheppen.

Zodra het vlees licht bruin is dan de inhoud van het kommetje over het vlees gieten en twee minuten mee bakken. Daarna kan de hele inhoud in de slowcooker. De uien gaan ook in de slowcooker om goed met het vlees mengen. De kruidnagels in de laurierblaadjes prikken en samen met de limoenblaadjes in de slowcooker en wat onder duwen. Nu kan de slowcooker op standje ‘Laag’ voor de komende acht uur.

Na acht uur is het vlees zacht en geurt het gerecht aangenaam. Is het nog wat te nat, dan kan de deksel van de pan om het vocht wat in te laten dikken. Een andere manier is met een papje van arrow root en water de saus dikker te maken. De pittige Indische hachee is klaar. We eten en rijst en bloemkoolsmoor bij.

bron: Aziatische keuken in Nederland

Gebakken kastanjechampignons met knoflook

Soms zijn er van die dagen dat er weinig tijd is om te koken. Dan zoeken we een makkelijke en vooral een snelle hap. Maar wel zo gezond en zo lekker mogelijk. Over het algemeen hebben we de ingrediënten voor dit gerecht in ruime mate in huis. Het wordt dit keer gebakken kastanjechampignons met knoflook.

Waarschijnlijk wordt dit de kortste beschrijving van een recept tot nu toe. Soms mag het makkelijk en simpel. Het is een gerecht wat ‘op het oog’ wordt bereid. De champignons moeten rondom bruin en gaar zijn. Het is een recept voor twee personen.

Ingrediënten: 400 gr kastanjechampignons, 1 bosje platte peterselie, 3 bolletjes soloknoflook, 1 el ghee, zout en peper naar smaak.

Aan de slag: Gebakken kastanjechampignons met knoflook

Als het nodig is worden de champignons schoon geborsteld. Verder niets meer aan doen. Van het bosje peterselie worden de steeltjes er af gehaald. Het loof worden grof gehakt. De bolletjes knoflook gepeld en worden in vieren of zessen gesneden. De stukjes knoflook met het onder het platte mes even kneuzen.

In een grote koekenpan wordt een el ghee verhit. Eenmaal goed op temperatuur worden de champignons onder voortdurend omscheppen gebakken op middel vuur. Maak je je niet druk om het vocht wat van de champignons vrijkomt, dat verdampt wel. Gaan de champignons kleuren dan gaan de knoflookstukjes in de pan. Wat Keltisch zeezout en zwarte peper er over heen strooien

Het is zaak om de inhoud van de pan constant om te scheppen zodat de champignons en knoflook gelijkelmatig bruin bakken. Op het laatst gaat de peterselie in de pan en wordt goed door geschept. De gebakken kastanjechampignons met knoflook is klaar om geserveerd te worden. Wij eten het als hoofdmaaltijd hoewel het eigenlijk een bijgerecht is.

Voorraadkast van de Romeinen

Op de lagere school leerde ik van bovenmeester Gemst ( zesde klas) dat de Betuwe, voorraadkast van de Romeinen was. Het waren spannende verhalen die de geschiedenislessen leuk maakten, Betuwe. Maar was het ook waar? Hoe kwam het dat de zo’n verzameling van fruitteelt was en is? 

Een reconstructie van Romeinse soldaten met vers fruit uit Betuwse tuinen (museum Het Valkhof)

Stel je voor: het is 19 v.Chr. Langs de modderige oevers van de Rijn marcheren Romeinse legioenen onder Drusus. Ze hebben honger. De tocht naar het noorden -voorbij de moerassen- is zwaar. Maar tussen Waal en Lek ligt een vruchtbaar eiland dat hen redt.

De Bataven, een Germaanse stam, zijn de sleutel. Ze wonen hier al decennia, mogelijk uitgenodigd door de Romeinen zelf als buffer tegen noordelijke stammen. In ruil voor militaire steun – hun zwemmende cavalerie is legendarisch – mogen ze hun land bewerken zonder Romeinse belastingen.

Voorraadkast van de Romeinen

De rivierklei is goud waard. Akker na akker levert graan, bonen en gerst. Runderen grazen op de uiterwaarden; melk, boter en kaas vullen de rantsoenen van soldaten in forten als Noviomagus (Nijmegen) en Fectio (Vechten).

Maar het is meer dan brood en vlees. In de tuinen (horti) bij de castella groeien exotische vruchten: perziken uit Perzië, pruimen uit de Balkan, kersen en druiven. Archeologen vinden de pitten nog steeds – in Tiel, Elst, Zaltbommel. Deze vruchten zijn geen luxe voor officieren alleen; ze zijn vitaminebommen voor troepen die anders scheurbuik krijgen.

De Rijn is de levensader. Schepen varen af en aan met amforen vol olijfolie, wijn en vissaus. Lokale producten – bier, gedroogd fruit, leer – gaan de andere kant op. De Betuwe is geen achterland; het is een logistiek knooppunt.

De Betuwe is nog steeds Nederlands fruitparadijs. De Romeinen plantten de eerste perzik – wij oogsten de Elstar. De Betuwe: De Voorraadkast van de Romeinen. Waar wij in het seizoen onze aardbeien halen.

bron: museum Het Valkhof

Verse aardbeien uit de voorraadkast van de Romeinen, de Betuwe
Verse aardbeien uit de voorraadkast van de Romeinen, de Betuwe

Shakshuka met eieren in pittige tomatensaus

Ik moet er niet aan denken; shakshuka als ontbijt. Op de vroege ochtend staan roeren in een tomaten/groentensaus doet mij grillen. Toch is het ooit ontstaan als een ontbijt of lunchgerecht. Wij eten het als avondmaaltijd. Shakshuka met eieren in pittige tomatensaus

De basis van het gerecht bestaat uit een gekruide saus van tomaten, uien, pepertjes en paprika’s, waarin gepocheerde eieren worden gegaard. Vaak wordt het gekruid met komijn, paprikapoeder en cayennepeper. VL improviseert graag met dit gerecht. Steeds weer een iets andere smaak en een verrassing.

Ingrediënten: ruim ui en knoflook, 2 paprika’s, 3 rode pepers, 250 bundelzwam, 6 kastanjechampginons, 2 pakjes tomatenblokjes, 200 gr feta, 6 eieren, 1 el ghee, zout en peper naar smaak, 1 tl komijnzaad, 3/4 tl paprikapoeder, 1/2 kurkuma, 1/4 tl cayennepeper, 1/2 tl zwarte peper.

Aan de slag: Shakshuka met eieren in pittige tomatensaus

Er is veel snijwerk, dus laten we beginnen. De ui en knoflook pellen en fijn snipperen. De knoflook en uisnippers mogen bij elkaar in een schaaltje. De paddenstoelen dunne halve plakjes snijden en op een bordje apart leggen. De paprika na gewassen te zijn en ontdaan van zaadjes en zaadlijsten in blokje snijden. Je kunt de zaadlijsten en zaadjes van de pepertjes laten zitten. Het gerecht wordt dan wat pittiger. Wij halen de zaadjes en zaadlijsten weg. De pepertjes worden gewassen en overlangs open gesneden. Met een theelepeltje zijn de zaadlijsten makkelijk weg te schrapen. Dan worden de pepertjes in dunne blokjes gesneden en apart gezet.

Het is handig de kruiden vooraf af te meten en op een schoteltje klaar te zetten. Dat is een stuk rustiger dan tijdens het koken nog van alles af te moeten meten. Alle ingrediënten staan keurig gerangschikt op hun beurt te wachten. Dan kan het koken beginnen.

De ghee wordt verhit in de koekenpan en de uit- en knoflooksnippers worden gefruit. Dan gaan de paddenstoelen in de pan om tot zacht en bruin te smoren. Is dat gedaan dan gaan de paprika- en peperstukjes in de pan om voor vijf minuten mee te sudderen. Op dat moment gaan ook de verzamelde kruiden in de koekenpan. De tomatenblokjes toevoegen en 20 minuten sudderen.

In de eindfase is het te proberen om kuiltjes in de brei te maken. Dat is ons nog niet echt gelukt. In elk kuiltje wordt een ei gebroken. De deksel op de pan en in een minuut of vijf de eieren laten stollen. Als het eiwit gestold is dan is de Shakshuka met eieren in pittige tomatensaus klaar. Maar wat niet te lang met het opdienen. Het ei gaart door en dreigt te droog te worden.

Shakshuka met eieren in pittige tomatensaus
Shakshuka met eieren in pittige tomatensaus

Spaghetti met kip in champignonsaus

In de loop der jaren zijn de taken in de keuken verdeeld. Stilzwijgend, gewoontegetrouw. Ik doe het meeste snijwerk. Hebben we een pastasaus nodig, dan sta ik een uurtje alle groenten, champignons en zo te snijden. Als VL gaat koken staan er allerlei bakjes met blokjes ingrediënten klaar. Als in een kookprogramma. Ook hebben we ieder ‘onze eigen’ gerechten die we koken. Zo is lauwwarme pasta ‘mijn’ gerecht en Spaghetti met kip in champignonsaus een creatie van VL.

Ingrediënten: 600 gr kipfilet, 1 el ghee, 2 bolletjes soloknoflook, 8 grote kastanjechampignons, 1 tl groentenbouillon, 500 ml water, 250 ml slagroom zout en peper naar smaak, 2 handjes spinazie, 150 gr parmezaanse kaas, 650 gr verse spaghetti

Aan de slag: Spaghetti met kip in champignonsaus

Voor de voorbereidende werkzaamheden pak ik mijn Nakiri (groentemes), Santoku (vleesmes) en een klein mesje. Wekelijks worden de messen geslepen, dus ze zijn vlijmscherp. De kipfilet in blokjes gesneden, de knoflook gepeld en gesnipperd, de kaas grof geraspt, de champignons in grof gesnipperd. Alle gesneden ingrediënten in schaaltjes gedaan en de kokerij overgedragen aan VL.

VL verhit de ghee wok op middelhoog vuur. VL bestrooit de kipstukjes met kipkruiden, zout en peper en bakt ze in 5-7 minuten goudbruin en gaar. Ze haalt de kip uit de pan en zet even apart. In dezelfde pan wordt de ui gefruit tot glazig is (ca. 3 minuten). VL voegt de knoflook, champignons en slagroom toe en roert het geheel goed door en laat de saus een paar minuten pruttelen.

Dan gaat de gebakken kip terug in de pan met de saus. Alles nog 2-3 minuten samen op laag vuur warm laten worden, zodat de smaken goed intrekken. Ondertussen wordt de spaghetti volgens de verpakking in ruim water met zout (al dente) gekookt en giet VL het af.

Tenslotte wordt de afgegoten spaghetti direct door de roomsaus met kip geroerd zodat alles goed gemengd en bedekt is met saus. Garneer naar smaak het geheel met extra Parmezaanse kaas en verse peterselie.

Sajoerboontjes met tempé-crumble

Sajoerboontjes met tempé-crumble

Ingrediënten voor de sajoer:

750 gr sperziebonen, 1 grote ui, 1 bolletje soloknoflook, 1 tl laospoeder, 1 tl gemberpoeder, 2 el santen, 1 el sambal oelek, 2 el honing, 2 blaadjes laurier, 4 limoenblaadjes, 1 el ketjap, 1 tomaat, 1 scheut citroengras

Ingrediënten voor de tempé-crumble: 150 g tempé, 1 el ketjap manis, 1 tl gerookte paprikapoeder, 1 el sesamolie

Aan de slag: Sajoerboontjes met tempé-crumble

Eerst maar eens de ingrediënten voorbereiden voor het gebruik. Breek de puntjes van de sperziebonen en breek de boontjes door midden. Pel en snipper de ui en de knoflook fijn. Plet de knoflook met het groentemes. Snijdt de citroengras in tweeën en kneus de stengel met de achterkant van het groentemes. Hak de tomaat in kleine blokjes. Meng in een schaal de ingrediënten voor de boemboe: de gesnipperde ui en knoflook, laospoeder, gemberpoeder, sambal oelek, honing, ketjap tot een soepele grove pasta

Tempé-crumble
Verkruimel de tempé grof in een schaaltje. Verhit de sesamolie in een koekenpan. Bak de verkruimelde tempé op middelhoog vuur ± 5 min tot goudbruin en knapperig. Voeg ketjap en gerookte paprika toe, schep om en bak nog 1 min.

Verhit in een grote wok de ghee en bak de boemboe voor ongeveer vijf minuten. Voeg het gekneusde citroengras, de limoenblaadjes en de gehakte tomaat toe en bak het kort mee. Dan kunnen de sperziebonen in de wok.  Nu nog de wok vullen met water tot de boontjes onderstaan. Breng op middelvuur het mengsel aan de kook.

Zodra het kookt zet dan het vuur laag en laat het gerecht een uur pruttelen. Regelmatig omscheppen en kijken of de boontjes nog onder staan. Na een uur zijn de boontjes zacht en de saus wat ingedikt. Verwijder het citroengras. Breng op smaak met wat ketjap of zout. Schep de tempé crumble door de sajoerboontjes. Een lekkere combinatie met rendang en rijst.

Zilveruitjes zelf inmaken

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?

Natuurlijk zijn er verschillende merken ingemaakte zilveruitjes in de winkel. Ze smaken echter allemaal ongeveer hetzelfde. Door het zelf te maken kan je de smaak aanpassen aan je eigen wensen. In tegenstelling tot veel gekochte zilveruitjes, die vaak extra suiker, zout, of conserveringsmiddelen bevatten, heb je bij zelf inmaken volledige controle. Je kunt onnodige toevoegingen vermijden en natuurlijke aroma’s gebruiken. Je weet wat je eet.

Ik heb zo’n 500 gram zilveruitjes nodig. Ze moeten zo vers en zo klein mogelijk zijn. Dat wordt uitzoeken bij de groenteman. Gelukkig is het zelfbediening en niet al te druk in de winkel. Na wat graaien en selecteren heb ik het benodigde aantal grammen. Inclusief 50 gram meer ‘voor de breuk’. In plaats van de traditionele suiker gebruik ik honing. Hiermee kan ik de gewenste smaakvariatie aanbrengen. Omdat honing wat zoeter is gebruik ik wat meer azijn, zo’n 25 ml meer.

Ingrediënten: 500 g verse zilveruitjes, 275 ml natuurazijn (5-7% zuur), 250 ml water, 125 gr honing, 1 el Keltisch zeezout, 2 tl mosterdzaad, 1 tl dillezaad, 1 tl zwarte peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels.

Aan de slag: zilveruitjes zelf inmaken

Ik gebruik vier glazen potten waar al eerder zoetzuur in heeft gezeten. Deze uitgebreid in de afwasmachine gehad zodat ze grondig schoon zijn. Om de potten te steriliseren zet ik ze zonder deksel in de oven. De oven op 150 graden en de tijd instellen op 20 minuten. Onze oven is in vijf minuten op 150 graden, zodat het steriliseren zo’n 15 minuten in beslag neemt.

Het pellen van de uitjes is best een werkje. Door ze te overgieten met kokend water en dan met koud water te spoelen zijn de schilletjes makkelijker te verwijderen. Met een scherp mesje aan de onderkant van de uitjes een kerfje zetten en het velletje laat na wat aanmoediging los.

In een pan met dikke bodem gaan achtereenvolgens azijn, water, zout, mosterdzaad, dillezaad en zwarte peperkorrels en wordt aan de kook gebracht. De honing meng ik eerst met wat kokend water om de honing wat makkelijker op te lossen. Dan gaat de honing ook in de pan. Roeren tot de honing en zout oplossen en 5 minuten zachtjes laten koken. 

De gepelde uitjes 1-2 min in kokend water met een snufje zout blancheren. Meteen afgieten en afspoelen met koud water. De uitjes verdelen over de steriele potten. Het hete inmaakvocht in de potten gieten tot 1 cm onder de rand. Hierbij moet ik zorgen dat de kruiden gelijkelijk over de potten verdeeld zijn. Dan meteen de deksel op de pot doen en stevig aandraaien. 

De potten gaan nog 10 minuten in een pan met kokend water, waarbij het water tot 3/4 van de pot komt. Na 10 minuten kunnen de potten in het water afkoelen. Nu komt de fase van geduld hebben. De potten moeten 1 tot 2 weken op een donkere koele plek bewaard worden. Dan is het proces van zilveruitjes zelf inmaken afgerond. Na openen tot 3 maanden in de koelkast bewaren.

Lees hier de geschiedenis van inmaken

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerdGekarameliseerde verse zilveruitjes Zilveruitjes zelf inmaken
error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics