Lange tijd was de meiraap een typische Nederlandse voorjaarsgroente, vooral in Noord-Holland. Later verdween het bijna van tafel en diende het soms alleen nog als veevoer. Nu is het weer in opkomst als “vergeten groente”. Ik heb me laten vertellen dat de oude Grieken en Romeinen ze al graag aten.
Rond mei zijn de witte of paars-witte knolletjes op hun best. De naam zegt het al, meiraap. Het is een lentegroente. Dan zijn ze mooi klein, sappig en smakelijk. Het seizoen loopt van eind mei tot november de tweede oogst. Ik prefereer de vroege oogst. Hoe kleiner, hoe fijner is een passende uitspraak voor deze raapjes.
Kom ik vandaag bij de groenteboer meirapen tegen! In november! En ook nog hele forse meirapen. Ik vind ze minder geschikt als groenten, maar prima te gebruiken in de soep. Dus, vanavond eten we romige meiraapsoep.
Ingrediënten:
- 500 gr meiraap,
- 1 grote ui,
- 2 bolletjes soloknoflook,
- 150 gr tuinerwtjes,
- 2 el ghee,
- 10 blaadjes munt,
- 1 tl bouillonpoeder, 1,
- 1,5 liter heet water,
- slagroom,
- zout en peper naar smaak toevoegen
Aan de slag: Romige meiraapsoep met tuinerwten
Omdat de soep toch wordt gepureerd kunnen de ui, knoflook en meiraap grof gesneden worden. De ui en knoflook worden op laag vuur glazig gebakken. Dan kunnen de stukjes meiraap, bouillonpoeder, zout en peper naar smaak in de pan en meegebakken worden. Tot slot kan het hete water toegevoegd worden. Even roeren en ongeveer 20 minuten zacht door koken tot de meiraap gaar en zacht is.
Ondertussen kunnen de tuinerwtjes volgens de aanwijzingen op het pakje bereid worden. Houdt ongeveer 50 gr apart. De rest gaat bij de meiraapsoep in de pan. Eenmaal gaar wordt de soep gepureerd. Dit keer tot een gladde soep. Valt een grovere soep in de smaak, dan is dat uiteraard heel goed mogelijk. Een scheutje of scheut slagroom maakt een romige meiraapsoep.



