‘Griekse Stoofperen’

We hebben ‘iets’ met koken, ‘iets’ met Griekenland en ‘iets’ met traditioneel. Vandaag wil ik een experimentje doen met traditionele stoofperen en een Griekse draai er aan geven. We gebruiken voor dit experiment de kleine 1,5 liter slowcooker.

Hoewel er vier soorten stoofperen zijn in Nederland, zijn er alleen de Gieser Wildeman en de Saint Remy in de winkel te vinden. De twee andere rassen, de ZoeteBredero en de Winterrietpeer worden alleen door hobbyisten gekweekt. Ik gebruik altijd Gieser Wildeman stoofperen. De lekkerste zoete stoofpeer sinds meneer Wildeman te Giessendam hem in 1850 begon te kweken.

Nu we het goede hebben uit de ene wereld ga ik op zoek naar het beste uit een andere wereld, Griekenland. Nu kan iedereen wel een Grieks recept bereiden, maar of je dan ook de echte smaak van Griekenland hebt? Nee dus. Ga je Grieks koken ben je haast aan jezelf verplicht zoveel mogelijk originele Griekse ingrediënten te gebruiken. En die Griekse ingrediënten kopen we bij De Smaken van Griekenland in Groningen. (bega nooit de fout om de echte Griekse yoghurt Proto te kopen. Je bent voor heel je leven verpest en smaakt de ‘Griekse Style-‘yoghurt niet meer). Heb je het geluk om vlak bij Amsterdam te wonen, zoals wij, dan loop je de kans dat de eigenaar Ilias Kotsiris zelf het bestelde komt afleveren. Maar wel op donderdag, dan moet hij toch in Amsterdam zijn.

De richting hebben we te pakken; stoofperen en ‘iets Grieks’. Ik kies voor stoofperen gekruid met Bachari. Niet geheel toevallig hebben we in onze voorraadkast een forse doos met Griekse ingrediënten. Daaruit pluk ik kaneelstokjes, honing en Bachari. De Bachari kopen we in korrels die we zelf malen.

De bedoeling is dat alle ingrediënten in de pan worden gedeponeerd, wat water erbij en voor ruim 6 tot 7 uur laten stoven. Aan de slag

Materiaal: snijplank, scherp mes, eventueel dunschiller, theelepels, slowcooker 1,5 liter

Ingrediënten
6 Gieser Wildeman stoofperen, 2 theelepels Bachari, 3 kaneelstokjes (in drieën gebroken) 1 forse theelepel honing en voldoende water.

Aan de slag: ‘Griekse Stoofperen

Nu moet de keus gemaakt worden, houd ik de peren heel of halveer ik ze) Ik halveer de peertjes en schil deze. De klokhuizen uit de halve peren gesneden. De schillen en de klokhuizen gaan in de compostbak en de peertjes in de slowcooker.

De kaneelstokjes, de honing en de Bachari over de peertjes. Tenslotte zoveel water dat de peertjes net onder water staan. De slowcooker kan aan. Onze kleine slowcooker heeft een ‘auto-‘stand; hij begint op ‘Hoog’, eenmaal op temperatuur schakelt de pan automatisch naar ‘Laag’. Een heel prettig snufje heb ik gemerkt in de praktijk.

Na 7 uur is het geheel klaar, de peren rood en geurend. Nu hoeven we de kinderen niet te roepen dat ‘het eten klaar is’, ze staan al beneden om de peren te proeven. Heerlijke zoet/kruidige stoofperen.

Gieser Wildeman peren hebben de gewoonte om vanzelf mooi rood te worden. Dus geen kleurmiddelen als rode wijn of rode bessensap nodig. Gieser maakt het wel spannend, pas in het laatste uur worden de peren rood. Na een uurtje of vier begint de pan te geuren; de zoete geur van stoofperen gemengd met de kruidige geur van kaneel en Bachari. Een prima samenwerking tussen Nederland en Griekenland.

'Griekse Stoofperen' We hebben ‘iets’ met koken, ‘iets’ met Griekenland en ‘iets’ met traditioneel. Vandaag wil ik een experimentje doen met traditionele stoofperen en een Griekse draai er aan geven.

Van Amsterdam Noord naar Den Haag

In de periode tussen mijn zevende en mijn twaalfde jaar gingen mijn moeder met de kinderen (mijn broers en ik) regelmatig naar het deftige Den Haag, op bezoek bij onze opa. De reis van Amsterdam Noord naar Den Haag was al een avontuur op zich.’ De IJtunnel was er nog niet. Voor eigen vervoer hadden we ieder een fiets. Dus was de trein de aangewezen manier om te reizen.

De reis ving aan met een wandeling van een half uur van huis naar het veer over het IJ. We konden kiezen uit de pont, het Bootje Boekel of Bootje Bergman. Omdat de reis naar opa een uitje was koos moeder meestal voor Bootje Bergman. Die voer vanaf Amsterdam Noord over het IJ naar het NoordHollands Koffiehuis voor het Centraal Station. Het bootje had een beste vaart. Stond je op het dek, dan kon het zijn dat je een flinke plens over je heen kreeg.

In ‘de stad’ aangekomen was het zaak om treinkaartjes te kopen, retourtjes voor ons vieren. Met de kaartjes in bezit was het spannend of we de trein nog konden halen. De stationshal door naar de lange gang en naar het juiste perron. De trap op en nogmaals op de borden kijken of we wel op het juiste perron stonden én of de juiste trein er was. Den Haag had twee eindstations, Hollands Spoor en het Staatsspoor. Wij moesten het station Staatsspoor hebben.

Aangekomen op Staatsspoor gingen we weer aan de wandel voor 15 minuten  om bij opa te komen. De terugreis ging uiteraard in omgekeerde volgorde en in het donker. In de trein kon je naar buiten kijken, óf via de weerspiegeling naar je medereizigers gluren of gekke bekken trekken in de weerspiegeling van het raam. Vlak bij Amsterdam werd het spannend, de trein ging langzamer rijden en je kon in de huizen kijken waar je langs kwam.

Terug op het Centraal Station had moeder steeds een verrassing: we gingen met de bus terug. Eerst bus lijn 5 naar de achterkant van het station om daar op de pont te stappen. Aan de overkant weer met de bus richting huis. Zo duurde de reis toch zeker wel twee uur.

Bezigheidstherapie met gevulde aubergine

Het is een trage zondagmiddag. Geen echte plannen, geen echte rust en weinig activiteitszin. Een beetje uit hangerige verveling de koelkast en keukenkastjes uitgeplozen. In de kast kijkt de kleine Andrew mij aan. Hij wil aan de slag, iets doén. Ik laat me overhalen en Andrew tevreden stellen, met … gevulde aubergine. VL springt op de fiets om dat te halen wat we niet in huis, maar wel ernstig nodig hebben. We hebben nodig;

Kleine Andrew blijkt te klein te zijn voor vier helften aubergine. Dus de grote Crockpot tevoorschijn gehaald en gevuld. Het grote avontuur gaat beginnen.

Bezigheidstherapie met gevulde aubergine


2 aubergines; 400 gr mager rundergehakt; 1 ui; 3 bollen soloknoflook; 375 gram tomaatstukjes; wat komijnpoeder; een beetje oregano; zout en peper; ietsje kaneelpoeder; 100 gram Feta; rijstolie en peterselie.

Gevulde aubergines met feta is een ovengerecht, maar wij gaan het proberen in de slowcooker. En we spelen een beetje vals door ook een koekenpan te gebruiken om de ui, knoflook te fruiten en het gehakt te rullen. Maar eerst moeten de ui en knoflook gesnipperd worden. De aubergines kunnen in de lengte doormidden gesneden worden. Een beetje uithollen en het vruchtvlees wat insnijden. De auberginehelften besprenkel ik met wat rijstolie.

De gesnipperde ui en knoflook in de olie in een pan fruiten, het gehakt toevoegen en rullen. De gezeefde tomaten, de komijn, oregano, kaneel en een ietsiepietsie peper en zout. Ook het geschraapte aubergine-vruchtvlees er nog even in de pan en een minuut of wat door bakken

Schep het gehaktmengsel in/op de aubergines en kruimel de feta in ruime mate er over heen. Nu kan het in de slowcooker, maar niet voordat we deze hebben ingevet en bekleed hebben met bakpapier. (later wordt duidelijk waarom). Nu is het de kunst om de auberginehelften heel en gaaf in de slowcooker te krijgen.

Een uurtje op ‘Hoog’ en dan is het uitproberen. Het blijkt dat een uurtje of 7 tot 8 op standje ‘Laag’ voldoende is. Is de aubergine gaar en klaar, kan het geheel makkelijk aan het bakpapier uit de pan getakeld worden.

Nu nog iets er bij te maken wat goed combineert. Dat wordt verse tzatziki. Eigenlijk is het beter om tzatziki een dag van te voren te maken. De smaken kunnen zich dan lekker verenigen. Maar…gisteren wist ik nog niet wat ik vandaag zou doen. Het recept houd ik origineel, dus neem ik voor de tzatziki:
1 komkommer, 500 gram yoghurt Griekse stijl; 5 teentjes knoflook; 1 theelepel fijngehakte dille; 1 eetlepel olijfolie; zout en versgemalen zwarte peper

De komkommer kan geraspt worden. Even in een zeef het vocht er een beetje uitdrukken, maar niet tot moes persen. Het gaat makkelijker als je hiervoor een schone theedoek gebruikt. De komkommer in een schaal doen met de yoghurt, de gesnipperde knoplook, dille en olie. Een tijdje bijzonder goed roeren en de schaal afdekken. Nu kan de schaal met inhoud in de koelkast voor enkele uren. Het zou mooi zijn als de gevulde aubergines en de tzatziki gelijk klaar zijn.

Tomatensoep met geroosterde ingrediënten

Regelmatig vraag ik aan mijn huisgenoten welke soep zij de volgende week willen. Antwoord van onze superpuber; ‘Tomatensoep, maar niet diezelfde’. ‘Goed, wat wil je anders?’. ‘Nou, gwoon je weet wel’. ‘Nou nee, ik weet niet’. Geen antwoord verder, dus zelf maar verzinnen wat dat ‘anders’ dan zou moeten zijn.

Ik kom uit op tomatensoep met geroosterde cherrytomaten, paprika en veel sjalotjes (ongeveer 6 tot 8). Bij de bereiding van dit recept komt ook de oven te pas. Verder een paar snijplanken, een scherp mes, slowcooker, staafmixer, bakpapier.

Ingrediënten
500 gram zoete cherrytomaatjes; 370 gram tomatenblokjes; 1 rode paprika; 3 bollen solo-knoflook; 5 *sjalotjes; 500 ml groentebouillon; tijm, oregano; 2 laurierblaadjes; olijfolie; zout en peper naar wens en smaak; eventueel Ahornsiroop. Eventueel 300 gram rundergehakt voor gehaktballetjes.

De oven kan alvast voorverwarmd worden op 220 graden. Men neme een bakblik en bekleed deze met bakpapier.

De cherrytomaatjes –na goed wassen- in tweeën. De knoflookbollen in vieren, als de bollen groter zijn in achten. De sjalotjes kunnen door de helft. De paprika flink afborstelen met water. De paprika mag in wat brede reepjes gesneden worden.

In het bakblik een stevige scheut olijfolie en de gehalveerde tomaten, tomatenblokjes, sjalotpartjes, paprikaslierten, knoflookpartjes, tijm en oregano in de hoeveelheid naar believen en de laurierbladjes deponeren. Nog wat olijfolie over de verzamelde ingrediënten en de bakplaat in de oven schuiven. Deurtje dicht en zo’n 30 minuten op 220 graden zijn (of is het ‘haar’) gang laten gaan.

Ondertussen kan van het gehaktballetjes gedraaid worden. We hebben ze voorlopig niet nodig, maar dan is het maar gedaan. De balletjes kunnen in een bakje bewaard worden in de koelkast. We hebben ze pas over een uurtje of 5 – 6 nodig. Bij een beetje langzaam balletjes draaien in inmiddels het half uur oventijd voorbij. Laat je de gehaktballetjes weg, dan is het recept vegetarisch

De slowcooker is aan de beurt. De inhoud van de bakplaat kan voorzichtig in de slowcookerpan gedaan worden. Hierbij zijn ovenwanten wat onhandig maar beslist noodzakelijk. Tenslotte is 220 graden wat aan de warme kant voor de handen. Zit alles behalve het bakpapier in de slowcooker, kan de pan gevuld worden met een halve liter groentebouillon. De instellingen van de slowcooker op ‘Laag’ voor een uurtje of 6.

Een uur voordat de slowcooker het eindsignaal bereikt kan het tot soepballetjes omgevormde gehakt voorzichtig in de pan worden gedaan met eventueel een handje vermicelli (maar niet te veel). Nog een uurtje en er kan gegeten worden.

Opgediend in een soepkom is een lepel hennepzaad of een scheutje room aangenaam. Vindt je de soep te tomaterig, dan doet een scheutje ahornsiroop wonderen. Ik doe er geen zout of peper in, dat doet iedereen voor zichzelf en eigen smaak.

Tomatensoep met geroosterde ingrediënten

Stoofperen zoals deze bedoeld zijn

Wie kent ze niet als bijgerecht, dessert of soms zelfs als maaltijd? Honderden manieren om stoofperen te maken. Vooral populair is het toevoegen van rode wijn, rode bessensap of andere toevoegingen. Om de échte smaak van de peren te proeven houd ik dit recept erg makkelijk en basic met als hoofdingrediënt: stoofperen. Want waarom allerlei dingen toevoegen, als het om de smaak van stoofperen gaat?

Neem de aantallen niet al te serieus, koken is geen exacte wetenschap.

Ingrediënten: tussen de 1 en 2 kilo Gieser Wildeman
2 kaneelstokjes, 1 tot 2 eetlepels honing.

Aan de slag: Stoofperen zoals deze bedoeld zijn

Het zal u niet verbazen als de peren eerst geschild moeten worden. Ik laat de peren heel. Nu kunnen de peren in de slowcooker samen met water. De peren moeten nét onder water staan. De overige ingrediënten toevoegen. Let op, bij één kilo peren de lage aantallen en bij twee kilo peren de hoge aantallen uit de ingrediëntenlijst gebruiken.

De pan mag aan -natuurlijk op ‘Laag’ en het geduld wordt op de proef gesteld. In de basis zal een uurtje of zes voldoende zijn. Een uurtje meer kan geen kwaad. Gebruikt u de maximale aantallen ingrediënten, kunnen we rustig naar de acht uren op ‘laag’ gaan. Ondertussen kunnen we die dingen doen die we belangrijk vinden.

Zijn de stoofperen eenmaal klaar kunnen we ze dienen als dessert –al dan niet met ijs- of bijgerecht. Zowel warm als koud. Onze jongste vindt stoofperen zo lekker dat hij zijn maaltijd er mee doet.

Stoofperen zoals deze bedoeld zijn

Vega Broccolisoep met hennepzaad

Laatst kwam ik op internet dit recept tegen:
Snelle en gezonde broccolisoep in 20 minuten klaar!

Ingrediënten: Scheut olijfolie; 2 sjalotjes, gesnipperd; 2 tabletten voor groenteboullion; 500 gr broccoli; 2 eetl creme fraiche en
Verse bieslook.

Bereiding
Verhit de olie in een soeppan. Fruit de sjalotjes 2 minuten. Voeg 1 liter water toe en breng aan de kook. Snijd de broccoli in roosjes en voeg samen met de bouillontablet toe aan het water en laat 10 min koken. Pureer de soep met een staafmixer glad. Roer de lepel creme fraiche en wat verse bieslook er door.

Zo ga ik het dus niet doen. Nooit ‘snel’ en zeker geen bouillonblokjes! Ik kan het steeds weer niet geloven dat er receptmakers zijn die zweren bij gezond, tippelen op zoveel mogelijk bio (uit de supermarkt, want dat is makkelijk) en tóch bouillonblokjes gebruiken. Vega Broccolisoep met hennepzaad

Ingrediënten
750 gram broccoli; 1 prei; 1 courgette; 2 aardappelen; 4 sjalotjes; 4 bollen soloknoflook; 2 liter groentebouillon; 250 gram kruidenroomkaas (optioneel), peper en zout; hennepzaad naar keuze en smaak. De ingrediënten komen van de markt en zijn bio (voor zover bio echt bio is)

En zo ga ik de Vega Broccolisoep met hennepzaad bereiden, rustig op m’n gemak en vooral slow. Zoals gebruikelijk neem ik de groentebouillon uit mijn voorraad. Voor de bouillon kan je soepgroenten gebruiken of een eigen mengeling van allerlei groenten verzinnen. Dat laat ik dit keer aan je eigen fantasie over. Als ik soepgroenten gebruik is het altijd de Tuinkruiden Soepgroenten van A.H. Vers in koelvak in een zakje van 250 gram. Lekker veel verschillende groenten. VL is allergisch voor o.a. wortel en dat zit niet in deze soepgroenten.

Nodig zijn een scherp mes, een snijplank, staafmixer en de slowcooker. Lekker weinig afwas. De courgette en de aardappelen spoel ik af met baking soda vanwege de ongewenste spuiterijmeuk. De courgette schillen en in stukken snijden. Ook de aardappelen (ik heb nog wat krieltjes over, dus gebruik ik die) en de broccoli in stukken snijden en wassen. Dit hoeft niet in kleine stukjes, mag wat forser zijn. Ik gebruik de hele broccoli, dus ook de stronk. Onverschrokken in stukken snijden.

Alles wat gesneden en gewassen is kan alvast in de slowcooker. De sjalotjes en de knoflook in vieren of achten snijden en bij de rest in de slowcooker deponeren. De titel zegt dat het een vega soep gaat worden. Van die uitspraak heb ik nu al spijt. Ternauwernood kan ik mij bedwingen en beheersen om spek te gebruiken. Ik doe het toch niet!

Als het goed is zijn de roomkaas en het hennepzaad nog ongebruikt. Dat kan de komende uren zo blijven. Verder met de pan. Nu alle gesneden spullen keurig in de slowcooker liggen, kan de groentebouillon erbij. Voorzichtig twee liter in de pan gieten, dat houdt het fornuis schoon. En dat scheelt weer schoonmaakwerk. De pan instellen op ‘Laag’, de timer op 6 uur, deksel op de pan en z’n gang laten gaan. Het helpt als de stekker in het stopcontact zit.

Na zes uren gaat een gezellig belletje; de soep is gaar en bijna klaar. De pan op een makkelijk bereikbare plaats op het aanrecht zetten en de soep pureren tot en grofgladde soep. Tijdens het pureren voorzichtig de kruidenroomkaas naar smaak toevoegen. Ik gebruik zo’n 200 gram. De soep mag nog een beetje doorwarmen. Dat is makkelijk in de slowcooker. Die blijft nog lange tijd lekker warm. De stekker mag uit het stopcontact.

Tijdens het serveren met een gracieus gebaar een halve tot een hele eetlepel hennepzaad over de soep strooien. Nu zijn alle ingrediënten gebruikt en de Vega Broccolisoep met hennepzaad klaar.

Vega Broccolisoep met hennepzaad

Hollandse Bananensoep

Soms is het leuk om de kinderen te laten schrikken als het om eten gaat. ‘Wat eten we’, is steevast de vraag zo rond een uur of zes (18.00 uur voor de preciezen onder ons). Doe eens gek en roep ‘bananensoep’ in de verwachting allerlei afwijzende kreten te horen. Maar…..’dat lijkt me lekker’ was de algemene stemming. Nou, daar zit ik aan vast; bananensoep.
Er zijn natuurlijk weer heel veel variaties mogelijk. Van ‘ingewikkeld’ (veel ingrediënten) tot ‘eenvoudig’ (weinig ingrediënten). Het mooiste recept vind ik dat van restaurant De Gouverneur op Curaçao. Om dat te proeven moet je daar even langs gaan. Ik houd het op de eenvoudige ‘Hollandse’ uitvoering. (wat er ‘Hollands’ is aan mijn recept weet ik niet, behalve dat het eenvoudig is).

Bouwpakket ‘Hollandse’ Bananensoep
1,5 tot 2 liter water; 250 gram soepgroenten (bleekselderij, prei, broccoli, bladselderij, bieslook, peterselie, kervel) In een handig zakje bij AH onder de naam ‘tuinkruiden soepgroenten’).

Fabriceer in 6 uren groentebouillon van het water en de tuinkruiden in de slowcooker op standje ‘laag’. Omdat we de soep vegetarisch en glutenvrij houden doen we er geen vlees of spek bij. Ik maak de bouillon altijd ‘in voorraad’ of een dag voordat ik de soep in elkaar ga zetten.

Nu de bouillon klaar is en klaar staat voor gebruik in de bekende glazen liter fles van o.a. Flevosap, is het tijd om het bouwpakket van de bananensoep in elkaar te zetten. Nodig zijn een scherp mes, een zeef, een houten spatel, een theelepel, een dunschiller (optioneel), een koekenpan en niet te vergeten een slowcooker.

Voor de soep bestaat het bouwpakket uit:
4 bananen
4 sjalotjes
2 aardappelen
1 rode peper, 1 groene peper
stukje (1,5 cm) verse gemberwortel
2 kaneelstokjes
1 theelepel currypoeder (of kerrie)
kurkuma
zout
olie
250 tot 300 ml kokosmelk

Pel de en snij de sjalotjes klein; schil de aardappelen en snijd in blokjes; snijd de bananen in plakjes; was de pepers, verwijder de zaden en snijd ze fijn; schil een stukje gember (1 tot 2 cm) en snipper het fijn; fruit de sjalotjes gedurende 1 minuut in wat olie in de koekenpan en voeg dan de gember en peper toe glazig; voeg de laatste minuut ook de currypoeder toe en meng goed; voeg alle ingrediënten -met uitzondering van de kokosmelk- toe in de slowcooker. Laat de slowcooker, afhankelijk van de hoeveelheid bouillon, zo’n 5 tot 6 uur zijn gang gaan op standje ‘laag’. Verwijder de kaneelstokjes en pureer daarna de soep met een staafmixer; voeg tijdens het pureren de kokosmelk naar smaak toe, evenals zout en kurkuma naar smaak en inzicht.

Bonen-Erwten-Linzensoep

Het is moeilijk om een keus te maken tussen bonensoep, erwtensoep of linzensoep. De meeste recepten met de afzonderlijke ingrediënten zijn aangenaam tot heerlijk. Soms wat ‘gewoontjes’ en algemeen. Erwtensoep in alle variaties blijft erwtensoep. Zo ook met linzensoep en bonensoep.

Wat nu als ik alle recepten door elkander gooi en een bonen-, erwten- en linzensoep ineen fabriceer? Nu ik besloten heb om een mix te maken van verse ingrediënten, maak ik eerst een groentebouillon van bleekselderij, prei, broccoli, selderij, bieslook, kervel en peterselie. (het gebruik van die zogenaamde ‘makkelijke bouillonblokjes’ is uit den boze. Dan kan je net zo goed een standaardsoep van Unox of een ander supermarktmerk kopen). Om de bouillon pittiger te maken denk ik er aan om één rode peper mee te laten koken. Dit keer geen knoflook of ui. De verhouding tussen de verschillende groenten is gelijk. Dit kan minutieus gewogen worden tot er gelijke delen zijn bereikt (ongeveer 250 tot 300 gram in totaal). Ik doe het veel meer op het oog, gevoel of intuïtie (als gevoel en intuïtie mannen gegeven is). Alle groenten hak en snij ik in kleinere stukjes en was alles.

Omdat alles toch in één pan gaat, kunnen alle ingrediënten gelijktijdig worden gewassen. Alles in de SlowCooker met een liter of twee water op ‘Laag’ 5 uur z’n gang laten gaan. Het is geen bezwaar om deze kooktijd te verlengen tot 8 uur of langer, maar dat is minder nodig of nuttig. Slowcooken is mooi, maar mag niet te veel tijd kosten. Altijd de deksel op de SC laten en roeren hoeft niet. In het begin een kwestie van zelfdiscipline en beheersing. Eenmaal klaar bewaren we de –afgekoelde- bouillon in glazen flessen. Op één of andere manier vind ik de glazen literfles van (appel- of perensap) o.a. Flevosap ideaal om bouillon tijdelijk te bewaren.

error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics