Kürbis creme-suppe

Als we (regelmatig) in het Oosten van het land vertoeven doen we boodschappen en tanken in Duitsland. Een kwartiertje rijden via aantrekkelijke weggetjes om veel geld te besparen. De besparingen gaan wel weer op aan luxere aankopen. Maar dat is het waard: betere kwaliteit voor minder geld. Op een rit scheelt het al vaak ruim € 100,—, dus de moeite waard. We kopen Kürbis creme-suppe, pittige pompoensoep.

Zondag, voor ons soepdag. We hebben de keus om zelf soep te maken of soep te kopen. In Duitsland lopen we in de supermarkt tegen deze soep aan in de echte Weck pot. Geweckte soep, kom daar eens om in Nederland. Het recept is ons onbekend, pmaar we zoeken een alternatief…

Kürbis creme-suppe

Ingrediënten

  •  1 el ghee, 1 rode ui, 1 bolletje soloknoflook, 2 theelepels komijnpoeder, 750 gr pompoenblokjes, 200 ml kokosmelk, 2 tl groentebouillonpoeder, 0.5 theelepel cayennepeper, 125 gram crème fraîche, 2 takjes koriander 

Stap voor stap

  • Pel de ui en knoflook en snipper deze. De pompoen hebben we in blokjes gekocht, dus dat is mooi makkelijk.
  • in de soeppan verhit ik de ghee en bak de ui, knoflook en komijn kort tot de ui en knoflook glazig zijn. Dan mogen de pompoen, de kokosmelk, cayennepeper toe en smoor dit voor een minuut of 5.
  • Doe het mengsel in de slowcooker, strooi de bouillonpoeder over het mengsel en vul de pan aan met water tot alle ingrediënten net onder water staan.
  • Zet de slowcooker op ‘Laag’ voor een uur of vijf. Langer mag ook, de soep wordt alleen maar smakelijker.
  • Eenmaal gaar en klaar de soep met de staafmixer glad mixen en de crème fraise naar smaak toevoegen.

Melkkefir zelf maken

Was kefir een tijdje geleden een hype, heeft het inmiddels een vaste plaats tussen het zuivel. Steeds meer mensen vertrouwen de ‘kefir’ uit de winkel niet en maken het graag zelf. Dat wat in de supermarkt als kefir wordt aangeboden is iets wat op kefir lijkt, maar door een heel ander proces tot stand komt. Dus, melkkefir zelf maken!

Er zijn verschillende redenen om kefir te willen drinken. De een wil het drinken omdat het lekker en fris is. Iets tussen karnemelk en yoghurt is. Anderen zweren bij de gezonde stoffen in de gefermenteerde drank. Om welke reden je het ook drinkt, door het zelf maken wéét je wat je drinkt.

Naast melkkefir bestaat er ook waterkefir. Die laatste heeft niet mijn belangstelling. Dus het wordt melkkefir. Oneerbiedig gezegd, melk laten verrotten met kefirkorrels. Anders gezegd, kefirkorrels zetten de melk aan om te fermenteren.

Kefir kan van alle soorten dierlijke melk gemaakt worden. Oók van houdbare melk en andere melk uit de supermarkt. Voor kefir waar de meeste gezonde stofjes in zitten kan je het best rauwe A2-melk gebruiken en echte kefirculturen.

Om aan echte kefirculturen te komen zonder te kopen is de Facebookgroep Kefir NL (Melkkefir Nederland) de aangewezen groep. Veel kennis en kefirkorrels delen. Hier meer info over kefir

Melkkefir zelf maken

Ingrediënten

  • 1 liter melk
    100 gram kefirkorrels of 4 eetlepels kefir

Stap voor stap

  • De doorgeefmethode:
    hier gebruik je vier eetlepels kefir die je toevoegt aan een liter melk. Dan kan je de melk 24 tot 48 uur staan op een plek tussen de 10 en 22 graden.
    OF
    Met gecontroleerde warmte: hierbij zet ik de fles melk/kefir in een rijskastje op 22 graden voor 30 uur.
  • Verse kefirculturen voed ik met een liter melk op 100 gram culturen in een weckpot. Deze laat ik twee dagen staan in een hoekje van het aanrecht.
    Dan stort ik het geheel in een zeef boven een ruime schaal. Na wat heen en weer bewegen blijven de kefirkorrels achter in de zeef. De kefir gaat in een fles en in de koelkast. Klaar voor gebruik.
    De kefirkorrels kunnen terug in de weckpot met nieuwe melk voor een nieuwe batch.

Gember op siroop (Stemgember)

Je houdt er van of je verafschuwt het. Gember op siroop (Stemgember). Vooral door mij gegeten bij verkoudheden en andere lichamelijke ongemakken. Natuurlijk kan je een potje kopen van de betere merken.

Leuker is het om het zelf te maken. Daarbij stuiten we al op een probleem. Voor stemgember worden jonge wortelscheuten gebruikt. Zonder veel vezels. En laat die jonge scheuten nu net niet te koop zijn in Nederland.

Dus moet er een list verzonnen worden.. Ik koop de gember in een betrouwbare toko. De pittige soort gember. Thuis gekomen gaat de gember de vriezer in, voor zo’n 24 tot 36 uur. De vezels vriezen stuk, maar de smaak heeft er niet onder te lijden.

Ik gebruik donkere basterdsuiker. Dat geeft een mooie donkere kleur en een heerlijke smaak. Net zo bruikbaar is kristalsuiker, of andere soorten basterdsuiker. De beschrijving is voor bereiding in de pan en in de slowcooker.

Gember op siroop (Stemgember)

Ingrediënten

  • 450 gram pittige gember (Toko)
    400 gram donkere basterdsuiker
    500 cl water

Stap voor stap

  • De gember is bevroren en doe ik in een schaal met water voor een uur. De schil wordt hierdoor week en kan makkelijk geschrapt worden
  • Na een uurtje de gemberwortels schillen. Dit is eerder schrappen met een scherp mesje. Het is best een klusje, met alle uitsteeksels en rare vormen.
  • Na de wortels geschrapt te hebben, de gember nog eens afspoelen om de losse schilletjes kwijt te taken. Dan kunnen de wortels in dunne plakjes gesneden worden. De gember is dan eerder gaar en wordt malser.
  • * bereiding in de pan: Verwarm het water in een pan tot kookpunt en voeg de suiker toe. Roer de suiker door het water en laat het een paar minuten koken. Voeg de gemberstukjes toe en laat het even koken. Zet dan het vuur laag en kook de gember in een uur gaar.
  • * bereiding in de slowcooker: verwarm het water in een pan tot kookpunt en voeg de suiker toe. Roer tot de suiker is opgelost. Doe de gemberstukjes en de siroop in de slowcooker en voeg de siroop toe. De slowcooker kan op ‘Laag’ voor 6 tot 8 uur.
  • Ik steriliseer 4 jampotjes door -na ze in de vaatwasser te hebben gehad- 15 minuten op 150 graden in de oven te doen. Om de potjes uit de oven te halen, zijn ovenwanten zeer aan te bevelen. 150 graden is best heet.

    De dekseltjes gaan in een maatbeker in loeiheet water. Even afdrogen voor gebruik.
    Let op, je mag de hete potjes niet meer aan de open kant aanraken.
    De gemberstukjes worden met de siroop in de hete potjes gedaan. De stukjes moeten onder de siroop staan, ongeveer een centimeter van het deksel.
  • Laat de potjes geheel afkoelen.eenmaal echt afgekoeld kan je ze in de koelkast bewaren. Hoe langer je ze bewaard, des te lekkerder wordt de gember op siroop.

Thee tegen verkoudheid

Soms, heel soms lukt het ons niet om verkoudheid of griep buiten de deur te houden. Als één gezinslid een verkoudheid op doet, kun je er donder op zeggen dat zeker twee anderen volgen. Meestal kunnen we de gevolgen goed onder de duim houden. Zo niet deze keer. Dus nu ook thee tegen verkoudheid.

ZL begon met wat lichamelijke ongemakken, VL nam het over en uiteindelijk liep ook ik snotterend, hoestend en proestend door het huis. Het nam ernstige vormen aan. Voor het eerst sinds jaren liepen we tegen een ouderwetse griep aan. Ondanks allerlei pogingen om de verkoudheden de baas te kunnen.

Tijd dus om ouderwetse middelen te gaan gebruiken. Natuurlijk de aloude Joodse penicilline in stelling gebracht. Dat lost al heel wat op. Naast vette kippensoep is het ook verstandig om veel te drinken. Maar dan wel wat een krachtige helende werking heeft.

Wat hebben kaneel, steranijs, curcuma, gember, kardemom, honing en zwarte peper gemeenschappelijk? Naast vitaminen, mineralen en antioxidanten hebben deze kruiden antivirale en antibacteriële eigenschappen. En laten we nu juist deze eigenschappen willen combineren in een thee. De kracht van al deze kruiden laten samenwerken in de strijd tegen gesnotter, gekuch en geproest.

Thee tegen verkoudheid

Ingrediënten

  • 1 cm verse gember, 1 cm curcuma, 2 kaneelstokjes, 1 tl kardemom, 2 steranijs, 2 kruidnagels, 1 liter water, honing naar smaak, 3 korrels zwarte peper,

Stap voor stap

  • Kneus de peperkorrels en kruidnagel, snipper de curcuma en gember grof, hak de steranijs in stukjes.
  • Doe alles in een pan en laat het geheel voor vijf minuten op zacht vuur trekken. Zet daarna het vuur uit en laat het nog eens tien minuten trekken. Daarna door een zeef gieten. Eventueel kan gedurende de dag de thee nogmaals warm gemaakt worden. Drie bekers per dag zal de verkoudheid moeten verjagen.
  • NB niet iedereen is enthousiast over de zwarte peper. Ingrediënten kunnen uiteraard naar eigen inzicht en smaak uit de bereiding worden gehouden.

  • Foto door destiawan nur agustra: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/kopje-thee-980127/

Beef Ragu of Stoofvlees

In de serie ‘Stoofvlees’ steeds anders’ dit keer Beef Ragu Pappardelle. Dit is een Italiaanse pastasoort, bestaande uit lange brede linten pasta van ongeveer 1 centimeter breed. Pappardelle is vers het lekkerst.

Beef Ragu of Stoofvlees

Ingrediënten

  • 1 kilo hacheevlees,  scheutje rijstolie, 1 grote ui, 2 stengels bleekselderij, 1 winterwortel, 70 g tomatenpuree, 2 bollen soloknoflook, 250 ml robuuste rode wijn, 800 g tomatenblokjes, 1 tl bouillonpoeder, 200 ml water, 1 tl tijm, 3 laurierblaadejes, zout en peper naar smaak en wat

Stap voor stap

  • De ui en knoflook pellen en snipperen. De wortel en bleekselderij in dunne plakjes snijden.
  • Verwarm een scheut olie in een grote (soep)pan met dikke bodem. Als de olie heet genoeg is, bak de blokjes vlees bruin. De blokjes vlees kunnen in de slowcooker.
  • Doe nog een scheutje olie in de pan en roerbak de ui, knoflook, wortel, selderij en tomatenpuree voor een minuut of 5. Doe dit mengsel ook in de slowcooker.
  • Voeg de tijm, wijn, tomatenblokjes en water toe en meng het geheel goed door elkaar. Leg tot slot de laurierblaadjes op de inhoud. De slowcooker op ‘Laag’ voor 8 uur.
  • Als de 8 uren bijna voorbij zijn, bereid de pappadelle volgens de aanwijzingen op de verpakking.

Kerst 2023

Na een zeer regenachtige week is het op Eerste Kerstdag lauwwarm, zo’n 12 graden maar droog. Geen Witte Kerst 2023 dus. Het is een doe-hetzelf-diner-dag. ‘S morgens vroeg de slowcooker gevuld voor de Beef Ragu Pappardelle. In de middag de stoofperen geschild en voor drie uur in de pan. Daarna hebben VL en zoon de Appel Cobbler in elkaar gezet.

De appel cobbler kan warm, lauwwarm of koud gegeten worden. Met een toefje slagroom en een bolletje vanille-ijs.

Appel Cobbler

een recept van Stijn

Ingrediënten

  • Voor de vulling:
    6 middelgrote appels; 25 g bruine basterdsuiker; 25 g kristalsuiker; 2 tl kaneel; 2 tl vanille-extract; snufje nootmuskaat; 2 el tapiocameel;
    2 el citroensap.

  • Voor het deeg:
    125 g kristalbloem; 100 g suiker; 10 g bakpoeder; 85 g boter; 180 g melk; 1 tl vanille-extract

Stap voor stap

  • Schil de appels en ontdoe deze van het klokhuis met een appelboor. Snijdt de appels in dunne schijven. Besprenkel de gesneden appel met wat citroensap tegen het bruin worden.
  • Meng de appelschijfjes met de bruine basterdsuiker, kristalsuiker, kaneel, vanille-extract, snufje nootmuskaat en de tapiocameel.
  • Het deeg:
    Smelt de boter. Mix alle ingrediënten voor het deeg zo kort mogelijk tot een glad mengsel.
  • Doe het appelmengsel in de overschaal en stort het deeg er overheen. Bak het geheel in ongeveer 45 minuten op 180 graden midden in de oven. Als de vulling op enkele plaatsen door het deeg heen borrelt is de cobbler klaar.

  • het recept wordt gereviseerd

Een ‘gestolen’ recept, Italiaanse tomatensoep

Hoewel de dag aardig begon wat het weer betrof, bleek het toch behoorlijk regenachtig te worden. De dagelijkse dingen gedaan, met de honden gelopen en bedenken wat we morgen gaan eten. Het is dan soepdag. Dus moet het een soep worden. Dat maakt het al een stuk makkelijker.

VL was toch op internet bezig en kwam met een recept waarvan je zegt ‘niets meer aan doen’. Dit is er zo een. Niets meer aan doen en gehoorzaam het recept volgen. En dat doe ik dus. Het is het recept voor Italiaanse Tomatensoep (slowcooker) van Burgertrutjes.

Italiaanse tomatensoep

Ingrediënten

  • 10 trostomaten, 4 rode puntpaprika’s, 2 uien, 1 winterpeen, 1 courgette, 1 tl groentenbouillonpoeder, 1 bolletje soloknoflook, 2 tl paprikapoeder, 1 tl oregano (of Italiaanse kruiden), peper en zout, 750 ml water. (Extra toegevoegd 1 ‘ijsblokje’ Bottenbouillon en gehaktballetjes)

Stap voor stap

  • Het werk is simpel. De courgette schillen en in stukjes snijden. De winterpeen wassen en in stukjes snijden. De tomaten wassen en in kwarten snijden. De paprika wassen, zaadlijsten wegsnijden en in stukjes snijden. De knoflook pellen en in stukjes snijden. De uien pellen en in halve ringen snijden.
  • Dit alles mag in willekeurige volgorde in de slowcooker. De paprikapoeder, bouillonpoeder en de oregano (of Italiaanse kruiden) in de pan strooien, wat peper en zout toevoegen en het water er bij. Het geheel komt niet onder water te staan. De tomaten zorgen voor voldoende vocht tijdens het stoven.
  • Ik zet de slowcooker op mijn favoriete stand ‘Laag’ voor zeven uur. Na deze tijd pureer ik de soep en voeg gehaktballetjes toe aan de soep. Deze laat ik een uur op ‘Hoog’ garen. De soep kan opgediend. Ik ben Burgertrutjes dankbaar voor dit recept! En met mij de rest van het gezin.

Uiensoep nóg langzamer

In de klassieke recepten van uiensoep is het belangrijk de uienringen langzaam, heel langzaam te laten karameliseren. In de koekenpan, op laag vuur en redelijk vaak omscheppen. Dan ben je toch al gauw een half uur tot drie kwartier bezig. Dat kan anders.

Ik heb niet voor niets een slowcooker. Dus, de uiringen karameliseren in de slowcooker. Eénmaal vullen en instellen, de slowcooker doet gedurende vijf uur wat hij moet doen; op lage temperatuur uien karameliseren.

Uiensoep nóg langzamer

Ingrediënten

  • 700 gram uien, 1 bolletje soloknoflook, 50 gram boter, 50 ml droge witte wijn, 1 liter bouillon, 4 laurierblaadjes, 1 el tijm, 100 gram geraspte kaas, 1 stokbrood, wat zout en peper naar smaak.

Stap voor stap

  • Wat ik anders nooit doe, doe ik nu wel; de slowcooker voorverwarmen met een stevige klont boter er in. Voor deze keer mag de slowcooker op ‘HOOG’ tijdens het voorverwarmen. Ondertussen pel ik de uien uit hun jasje. Ook de eerste rok (het eerste laagje na de schil) gaat in de kliko, want die is taai. De uien worden in halve ringen gesneden. De knoflookbol ook pellen en versnipperen. Als de boter goed gesmolten is kunnen de uiringen en de knoflook in de slowcooker. Ingesteld op ‘Laag’ voor vijf uur. Regelmatig even omscheppen
  • Ondertussen kan de bouillon goed heet verwarmd worden. Zodra de uiringen bruin zijn kunnen de overige ingrediënten toegevoegd worden; de laurierblaadjes, tijm, witte wijn en de warme bouillon. Eventueel naar eigen believen iets meer bouillon toevoegen, maar dat is een kwestie van smaak. De slowcooker mag nu een uur of twee á drie uur op ‘Laag’ om het af te maken.
  • Snijdt het stokbrood in plakjes en strooi er ruim de geraspte kaas er op. Gratineer de kaas onder grill in de oven. De soep serveren in een ruime kom, het broodje erop gelegd.

Hachee van opoe

We hebben het plan opgevat om verschillende variaties van de ons bekende hachee stoofpot te bereiden. Maar dan wel zoals andere landen dit zien. We nemen hiervoor steeds in stukjes gesneden runderlap, ook wel hacheevlees of goulashvlees genoemd.

Nu is de hachee aan de beurt. Niet zo zeer op de manier van mijn opoe, maar meer het klassieke recept. En dan noem je het al gauw ‘grootmoeders’ recept. Of van opoe.

Ik begin vroeg want het spul moet zo’n acht uur stoven. Maar… eerst koffie. Het vlees kan dan goed op kamertemperatuur komen. En natuurlijk alle ingrediënten, afgewogen en klaar gezet om misgrijpen te voorkomen. Aan de slag!

Hachee van opoe

Ingrediënten

  • voor het vlees:
    1 kilo hacheevlees,
    een klont Ghee,
    900 gram uien,
    100 ml bouillon (of een ‘ijsblokje’
    bottenbouillon)
    2 pijpjes donker bier,
    4 laurierblaadjes,
    4 kruidnagels,
    4 plakken ontbijtkoek,
    2 el arrowroot,
    wat zout en peper naar smaak.

  • voor de puree:
    1,5 kilo kruimige aardappelen, 150 gram boter en wat melk.

Stap voor stap

  • De grootste klus is de uien pellen en in ringen snijden. Keurig op gestapeld op een ruim bord. Het vlees is inmiddels op temperatuur. De soeppan staat klaar met een klont Ghee. Dit goed op temperatuur laten komen voordat het vlees in de pan gaat. Op matig vuur lichtbruin bakken. Dan kunnen de uiringen in de pan. Niet schrikken, het lijkt heel veel ui.
  • Regelmatig omscheppen zodat de ui en het vlees lekker gemengd worden en de ui glazig. Het meeste werk is gedaan. Nu mag de slowcooker aan de slag. Het vlees-/uimengsel kan in de slowcooker. De pijpjes bier gaan in de soeppan samen met de bouillon. Even op matig vuur verwarmen. Bruist het een beetje, dan giet ik het bier/bouillon ook in de slowcooker. Een beetje omscheppen, op naar de volgende stap.
  • Handig is om de kruidnagels een voor een in een laurierblaadje te steken. De kruidnagels zijn dan makkelijk terug te vinden. De laurierblaadjes een beetje onderduwen in de slowcooker en de plakken ontbijtkoek op de inhoud van de pan leggen. Na ook deze ‘klus’ geklaard is kan de slowcooker aan op mijn favoriete stand ‘Laag’ voor acht uur.
  • Nu is de puree aan de beurt.
    De tijd om puree te maken schat ik in op iets langer dan een half uur. Dit is zonder het schillen van de aardappelen. Dus enige planning is aan te raden om het geheel gelijktijdig te kunnen serveren.
  • De aardappelen schillen en in ongeveer gelijke blokjes snijden. Ik doe de aardappelen meestal door vieren. De aardappelen even goed afspoelen en in voldoende water aan de kook brengen. Na ongeveer 15 minuten zijn de aardappelen gaar en kunnen worden afgegoten. In de tussentijd heb ik de boter in stukjes gesneden en de melk verwarmd.
    De stamper doet het grovere werk, het stampen van de aardappelen. Onder het stampen door de boter klontje voor klontje toevoegen. Naar eigen inzicht wat melk toevoegen tot het een smeuïg geheel is. Nu komt de garde in actie. Hiermee de puree voorzichtig luchtig kloppen.
  • Als groenten hebben we gekozen voor tuinerwten en wel uit de diepvries. Lekker makkelijk in zes minuten in kokend water klaar. Even afgieten, desgewenst een klontje boter er door. Als het goed is zijn nu alle onderdelen van de maaltijd klaar om opgeschept te worden. Nu maar hopen dat de kinderen snel aan tafel komen.

  • ip: heb je puree over? Invriezen en maximaal drie maanden bewaren. Of in de voedseldroger, verpoederen met de mixer om later te gebruiken.
    Een ander recept met hacheevlees

Pompoensoep

Verhaaltje volgt nog pompoensoep

Pompoensoep

Ingrediënten

  • 600 gr pompoen, 200 gr winterwortel, 1 ui, 1 bolletje soloknoflook, 1 rode peper, 200 gr tomaat, 1 cm gember, 1 tl bouillonpoeder, een scheut rijstolie, 1,5 liter water

Stap voor stap

  • Dit keer neem ik voorgesneden pompoen. Uiteraard biologische. Dat scheelt weer schillen en snijden. De peper overlangs doorsnijden en de zaadlijsten verwijderen. Dit kan zo in de slowcooker. De wortelen schrappen, de zoete aardappel en gember schillen, ui en knoflook pellen. Alles in stukken snijden, mag een beetje grof.
  • Verhit de rijstolie in een grote pan. Eenmaal op temperatuur bak achtereenvolgens de ui en knoflook kort. Voeg de pompoen en zoete aardappel toe. Daarna de wortel en gember m als laatste de tomaat toe te voegen. Tussen elke stap ik drie minuten.
  • Zijn de ingrediënten zo gebakken dan kunnen ze de slowcooker in. De bouillonpoeder er overeen gestrooid en het water toegevoegd. De slowcooker kan op ‘Laag’ voor een uurtje of zes tot acht.
  • Over het algemeen laat ik soep zo’n acht uur pruttelen. Daarna kan de soep gepureerd worden. Maar eerst de stukjes peper uit de soep halen. Ik laat de staafmixer zijn best doen tot dat de soep redelijk glad is. Na het opdienen kan de liefhebber wat room in de soep doen.

Lichte erwtensoep

Uiteraard wordt deze lichte erwtensoep in de slowcooker bereid. Het meest smakelijke vanwege de langzame garing

Lichte erwtensoep

Ingrediënten

  • 1 ui, 1 bolletje soloknoflook, 1 aardappel, 1,5 l water, 1 tl groentebouillonpoeder, 400 g verse erwten, (of diepvries tuinerwtjes) zout en peper, citroensap. Optioneel 1 rookworst.

Stap voor stap

  • Ik schil en snipper de ui en knoflook fijn. De aardappel geschild en in blokjes. Bak deze glazig in de soeppan met een scheut rijstolie. Eenmaal glazig doe ik de verse erwten in de pan en bak deze even mee.
  • Het geheel gaat nu in de slowcooker, tezamen met de bouillonpoeder, de aardappel en het water. De slowcooker op Laag voor zes uren.
  • Een paar lepels erwten uit de pan vissen ‘voor later’. Nu nog de soep pureren tot een glad geheel. De overgebleven weer terug in de pan. (Optioneel: De verwarmde rookworst in plakjes gesneden in de pan dien en nog wat doorwarmen) Naar smaak zout, peper en citroensap toevoegen en even flink doorroeren. Tijd om de soep op te dienen!

weer-eens-wat-anders-stoof

We kennen stifado, jachtschotel, Vlaamse rundvleesstoof, hachee, stoofschotel met speculaas en zo meer. Allemaal redelijk bekende stoofschotels. Nu zijn de kinderen erg ‘in to Amerika’. Dus een weer-eens-wat-anders-stoof wat populair is in Amerika bij wokrestaurants. Of wokrestaurants in Nederland het op hun menukaart hebben, weet ik nog niet.

Het gerecht gaat zo’n acht uur in de slowcooker, dus ik begin op tijd. Eerst de honden uit hun bench, naar buiten en eten geven. Zij klauteren voldaan op de bank om verder te slapen. Nu echt aan de slag.

weer-eens-wat-anders-stoof

Ingrediënten

  • 750 gr doorregen runderlappen; rijstolie, 1 rode paprika, bloem, 2 tl paprikapoeder, 1 bolletje soloknoflook, 175 ml lichte sojasaus, 125 gr donkere basterdsuiker, 1 el sesamolie, 2 el zoete chilisaus, 1 tl gemalen gember, 2 wortels, wat arrowroot.

Stap voor stap

  • De runderlappen worden in dunne reepjes gesneden. Hier was ik op voorbereid, dus de messen scherp geslepen. De reepjes rundvlees in een grote kom met de bloem. Even flink doorroeren zodat al het vlees ‘bestoven’ is. Solo-knoflook is erg favoriet bij ons, dus een bolletje klein gesnipperd. De wortels mogen in kleine blokjes en ook in de wacht. Ook de paprika ondergaat hetzelfde lot. De voorbereidingen zijn getroffen en kan de pan op het vuur.
  • Een guts rijstolie in een grote pan. Ik gebruik altijd de soeppan. Maar om in stijl te blijven zal een wok meer aan de orde zijn. Maar ja, de soeppan dus. Als de olie heet is bak ik de knoflook glazig. Dan het vlees lichtbruin aanbraden. Het begint al wat te ruiken in huis, dus wordt er geroepen ‘de afzuiger aan!’
  • Eenmaal wat bruin aangebraden gaat het vlees in de slowcooker met de rest van de ingrediënten. Het is zaak om het geheel flink om te scheppen of te roeren. Dan de slowcooker instellen op Laag voor acht uur. Als de acht uur voorbij zijn zal -indien nodig- wat arrowroot voor de gewenste gebondenheid.

  • Omdat acht uur met de afzuiger aan best wel lang is, zetten we de slowcooker bij droog weer buiten. Dat scheelt geluid en elektra, maar ook missen we de heerlijke geur van deze stoof. Dus af en toe het terras op voor de geur.

Uitgebreide groentensoep

Zondag is soepdag bij ons. Met dank aan de JongWijs Fiets. Maar die rijdt niet meer, dus maken we zelf onze soepen. We zoeken smakelijke recepten, combineren, zetten het naar onze smaak en hand. Of we maken het ons makkelijk met een basisrecept voor eender welke soep. Dit keer een recept aangepast aan de slowcooker. Deze soep is bijna zo medicinaal als de kippensoep tegen griep.

De gewichten van de ingrediënten zijn bij benadering.

Uitgebreide groentensoep

Ingrediënten

  • 600 gr schenkel, 500 gr runderpoulet, 300 gr gehakt, 350 gr winterwortel, 1/2 knolselderij, 3 uien, 300 gr prei, 15 gr selderij, 2 bolletjes soloknoflook, vermicelli en water.

Stap voor stap

  • Eerst wordt alles wat geschild moet worden geschild. De bouillon wordt als eerste gemaakt. Daarvoor wordt de helft van de groenten grof gesneden. De resterende groenten kunnen nog even in een afgesloten bak in de koelkast.
  • De schenkels gaan in de slowcooker. De runderpoulet kan even aangebraden worden. Daarna de groenten bij voegen om ook kort te bakken. Dit eenmaal gedaan dan kan het geheel in de slowcooker. Zoveel water toevoegen dat de inhoud van de slowcooker net onder water staat. De slowcooker voor vier uur op Hoog.
  • Inmiddels kunnen de overgebleven groenten iets fijner gesneden worden. De gehaktballetjes kunnen  al gedraaid worden. Aan het gehakt wordt niets toegevoegd. Er komt al genoeg smaak in de soep. 
  • Na vier uur is de bouillon klaar. De inhoud van de slowcooker gaat in het vergiet. Vergeet niet een grote pan onder het vergiet te zetten, anders verdwijnt de bouillon in de afvoer. De schenkels worden ontdaan van het vlees. Denk aan de vingers, de schenkels zijn heet! Dit gaat samen met de runderpoulet terug in de bouillon. De groenten zijn dood gekookt en kunnen in de kliko. 
  • De groenten uit de koelkast en fijner gesneden even aanbakken in een pan voor meer smaak. Daarna toevoegen aan de bouillon in de slowcooker. Deze kan nu voor vier uur op Laag. Na drie uur kunnen de soepballetjes in de pan om nog een uurtje te garen. Zijn ook deze vier uren voorbij dan is de klus geklaard en de groentensoep gereed.

Paddenstoelensoep

paddenstoelensoep

Paddenstoelensoep

Ingrediënten

  • 2 uien, 2 bolletjes soloknoflook, 450 gram gemengde paddenstoelen, 2 el mascarpone, 1 liter bouillon, paar takjes tijm, roomboter

Stap voor stap

  • Voorbereiding; Schil de uien en knoflook en snipper deze. Boen de paddenstoelen schoon en snijd deze in niet te kleine stukjes. Ontdoe de tijm van het steeltje door de blaadjes er van af te ritsen. Maak in een pan iets meer dan een liter bouillon. Wij gebruiken de bouillonpoeder van **. Eén tl op een liter water.
  • De soep maken; In de soeppan een flinke klont boter smelten en heet laten worden. Eenmaal voldoende heet kunnen de uien en knoflook glazig gebakken worden. Bij voorkeur op een laag vuur. Eenmaal glazig kan het vuur iets hoger en de paddenstoelen in de pan even mee bakken. Eenmaal gebakken, neem ongeveer 1/3 paddenstoelen uit de pan en bewaar deze.
  • Voeg nu de warme bouillon en twee eetlepels mascarpone bij de paddenstoelen en roer dit goed door elkaar. Breng de soep aan de kook en laat deze zo om en nabij 40 minuten zachtjes pruttelen. De pan kan van het vuur en de soep glad gepureerd.
  • De soep kan met zout en peper op smaak worden gemaakt. De gebakken paddenstoelen door de soep roeren en opdienen. Eenmaal in de soepkom of op het bord desgewenst garneren een theelepel mascarpone of wat verse tijm.

Herman

Zo in de jaren ‘70 kwam Herman in mijn leven. Geen idee hoe, maar hij was er. Niet luidruchtig, maar best wel dwingend aanwezig. Elke dag vroeg hij om aandacht en liefdevolle behandeling. Behandelende je hem naar tevredenheid dan liet Herman dat blijken. Hij groeide van geluk en blijdschap.

Herman, ook wel vriendschapsbrood of -cake genoemd. Het begin met het krijgen van een klontje deeg. Daar zat ook een gebruiksaanwijzing bij. Je kunt het een kettingbrief noemen. Veel mensen gaven elkaar klontjes deeg en verzorgden Herman tot hij gebakken kon worden op de tiende dag, een ware hype.

Het hoogtepunt in de Hermanhype was in de jaren ‘80. In 2020 werd Herman nieuw leven ingeblazen. Nu ook in de desemversie . Ik beperk me tot de originele, zeg de oerversie.

Ik heb de laatste 40 jaar Herman niet meer langs zien komen. Of het gebruik is een zachte dood gestorven, óf mensen kennen het niet meer en sturen elkaar liever appjes. Dus…zelf aan de slag om Herman het licht te doen laten zien.

(Kan je toch een kant en klare Herman krijgen, laat hem dan een dag rusten, bekomen van de reis en ga verder met dag 2.)

Een paar aandachtspunten; Herman mag niet in aanraking komen met metaal. Ook houdt hij niet van kou, dus niet in de koelkast bewaren. Herman moet ademen, afdekken met een schone theedoek volstaat.

Herman

Ingrediënten

  • Grote (plastic) kom; Houten of plastic lepel, cakevorm
    Ingrediënten: 100 gr witte basterdsuiker; 250 ml warm water; 1 zakje gist; 225 gram bloem

Stap voor stap

  • Dag 1: Suiker oplossen in 1/2 kopje van het warme water. Strooi gist erbij, laat 10 minuten staan. Roer de rest van het warme water erbij en de bloem. Klop totdat het een glad beslag is. Goed afdekken met plastic folie. Laat rusten op kamertemperatuur tot de volgende dag.
  • Dag 2 en 3: Roer Herman een paar keer per dag goed door met een houten lepel
  • Dag 4: Herman heeft honger: geef hem daarom 250 ml melk, 125 gram bloem en 200 gram suiker
  • Dag 5, 6, 7 en 8: Roer Herman een paar keer goed door
  • Dag 9: Herman heeft weer honger, geef hem vandaag 250 ml melk, 125 gram bloem en 150 gram suiker. Verdeel hem dan in vijf gelijke porties. Een portie kan je zelf houden om het vriendschapsbrood te bakken. Een tweede portie kan je gebruiken om een nieuwe Herman te starten. De andere drie kan je weggeven.
  • Dag 10: de laatste honger van Herman wordt gestild. Het deel wat je wilt gebruiken om te bakken krijgt: 15 ml olie, 3 eieren, 250 gram bloem, 90 gram suiker, 2 theelepels bakpoeder, 2 theelepels kaneel, 200 gram gewelde rozijnen, 2 in kleine stukjes frisse appel (optioneel 100 gram (gehakte) walnoten of hazelnoten)
  • Meng Herman door elkaar, giet hem in een ingevet cakeblik (of tulband vorm) en bak hem voor tenminste 1,5 uur af op 150 graden.

Pittige linzensoep

Het komt nogal eens voor dat we de vraag krijgen of het een teentje of een hele bol knoflook gebruiken. We gebruiken bolletjes solo knoflook, dus het aantal bolletjes wat het recept aangeeft. We gebruiken geen blikjes tomatenpuree, maar ‘concentrato di pomodori’ van het merk la Bio Idea. In dit recept gebruiken we dan drie eetlepels.

We gebruiken in dit recept berglinzen. Berglinzen zijn rode linzen maar dan met het velletje er nog op. Deze linzenvariant blijft stevig bij het klaarmaken. Het recept kan heel goed gemaakt worden met wortel. Wij kiezen voor zoete aardappel vanwege een allergie bij één gezinslid.
Ik maakte de linzensoep dit keer in de soeppan op het gas. Om deze soep in de slowcooker te maken dient voor de slowcookertijd vier tot zes uur op Laag genomen te worden.

Pittige linzensoep

Ingrediënten

  • 2 middelgrote aardappelen, 2 middelgrote zoete aardappelen, 180 gram gedroogde berglinzen, 2 uien, 2 bollen soloknoflook, 1 tl groentebouillonpoeder, 3 tl paprikapoeder, 1/2 tl chilipoeder, 3 tl komijnzaad (al dan niet gemalen), 1 ‘ijsblokje’ Bottenbouillon, 1 blikje tomatenpuree, 300 gram gehakt, 1 liter water, een scheut rijstolie.

Stap voor stap

  • Is het nu ‘aardappels’ of ‘aardappelen’? Ach, het zal wel. De aardappelen en zoete aardappelen worden geschild en in stukjes gesneden. Even afspoelen en in een pan met water zetten. De linzen goed afspoelen in een zeef. Want eerst moet van het gehakt soepballetjes gedraaid worden. In onze situatie ongeveer een stuk of dertig. Een pan met iets meer dan een liter water aan de kook brengen, de bouillonpoeder er door heen roeren en de soepballetjes toevoegen. Op een laag vuurtje zo’n tien minuten laten garen. Na die tien minuten haal ik de soepballetjes uit de bouillon en bewaar deze in een bakje.
  • De uien en knoflook pellen ( de uien ontdoe ik altijd van de eerste rok na de schil, want die is meestal taai) en fijn snipperen. In een ruime soeppan een scheut rijstolie -mag best een ruime scheut zijn- en verhitten op een middelhoog vuur. Eenmaal goed heet kunnen de knoflook- en uisnippers in de pan om glazig te bakken. Ik kies er voor om de paprikapoeder even mee te bakken. De bouillon voeg ik bij de glazige ui/knoflook/paprika samen met de aardappel/zoete aardappel, de bottenbouillon en gedroogde linzen. Het vuur kan nu laag en de soep zo’n 40 minuten laten pruttelen.
  • Na een minuut of 30 kan in een steelpannetje het komijnzaad op laag vuur geroosterd worden (dus géén boter of olie toevoegen). Begint het komijnzaad te ruiken, dan de tomatenpuree toevoegen voor een paar minuten. Wel constant blijven roeren.
    Het geheel kan nu bij de soep gevoegd worden en even flink doorgeroerd.
  • Zodra de kookwekker aangeeft dat de 40 minuten om zijn kan de soep gepureerd worden. Wat langer voor een gladdere linzensoep, wat korter naar believen. Nog even de soepballetjes in de soep en goed doorwarmen. Na het opdienen kan naar believen wat verse peterselie en/of een schep yoghurt in de soep.

Paprika-tomatensoep of tomaten-paprikasoep

We kopen onze ingrediënten zoveel mogelijk lokaal. Bij de groenteboer, een zorgtuinderij, markt, natuurslager, visboer en boeren in onze omgeving. Naast lokaal zijn onze ingrediënten allemaal bio, contant betaald en bij voorkeur met florijn. Het grote voordeel -naast de eerlijke prijs- is dat alles supervers is. Dus kan lekker lang bewaard worden. Zo hoeven we niet elke dag boodschappen te doen.

Een enkele keer komen we in een supermarkt voor die dingen die we niet lokaal kunnen kopen. Nee, geen enkele supermarkt zal rijk worden van ons.

We hadden wat veel paprika ingekocht en een gezinslid was op vakantie. Nu is zondag onze vaste soepdag. Dus moest het soep worden. Paprika’s moesten verwerkt worden en dat wordt het paprikasoep. Wat tomaten er bij en het is paprika-tomatensoep. En dat is meteen het soep-experiment voor deze week.

Paprika-tomatensoep of tomaten-paprikasoep

Ingrediënten

  • 4 paprika’s (rood, geel en oranje); 2 uien; 2 el tomatenpuree; 8 rijpe tomaten (of 1 pakje tomatenblokjes en een scheut passata); 2 bolletjes solo-knoflook; 1/2 el paprikapoeder; 1/2 tl cayennepeper; 1,5 liter bouillon, (1/2 tl bouillonpoeder) rijstolie; 1 bosje lente-of bosui; slagroom; 300 gr gehakt,2 el arrowroot mengen met 4 el water, 1 ‘ijsblokje’ bottenbouillon

Stap voor stap

  • Snijd de paprika’s in kleine blokjes; snipper de uien en knoflook fijn;
  • Draai van het gehakt ongeveer 30 balletjes. Verwarm een pan met 1,5 liter water. Doe een tl bouillonpoeder in het water. Voeg de soepballetjes toe en kook dit op laag vuur voor een minuut of 10. De lente- of bosui in ringetjes snijden en in een schaaltje op tafel zetten.
  • .Verhit in een soeppan een flinke scheut rijstolie, bak de ui en knoflook glazig. Voeg daarna de tomatenpuree toe.
  • 3. Voeg na een minuut of vijf de paprikapoeder, cayennepeper en de paprikablokjes toe. Na nog een minuut of vijf kunnen de tomatenblokjes en een scheut passata in de pan om mee te bakken. NB ipv tomaten gebruikten we tomatenblokjes en passata.
  • Inmiddels staat de slowcooker gereed en breng de inhoud van de soeppan over in de slowcooker. Haal de soepballetjes uit de bouillon en bewaar deze in een afgedekte schaal. Giet nu de bouillon in de slowcooker. Deksel er op en de slowcooker op Laag voor vier uur.
  • Na drie en een half uur kunnen de soepballetjes in de slowcooker. Naar smaak wat slagroom toevoegen, maar best wel een flinke scheut en een half uur laten doorwarmen.
  • Nu is de soep bijna klaar om genuttigd te worden. We mengen 2 el arrowroot op 4 el water en voegen dit bij de soep. Flink doorroeren totdat de soep ietsje gebonden is. Klaar om op te dienen. Ieder kan naar believen de bosui op de soep strooien.

Volenwijckspark, politie-agent en een vliegtuig

Over het Volenwijckspark, politie-agent en een vliegtuig. Vanaf alle drie de adressen waar ons ouderlijk gezin woonde, was het zo’n minuut of tien lopen naar het Volenwijckspark aan de Adelaarsweg. Een prachtig stadspark met een meer in het midden. Het park grensde aan het NoordHollandsch Kanaal. Oorspronkelijk was het park groter. Het NoordHollandsch Kanaal verdeelde het grotere park in tweeën. Over het kanaal tegen het Floradorp heette het het Florapark.

Vanaf de Adelaarsweg waren er twee ingangen. Dat waren vrij stijle kluften. De paden in het park waren bedekt met grind. Dus ook de kluften. Fietsen was verboden, net als op het gras lopen. Dat werd kenbaar gemaakt met bordjes ‘verboden het gras te betreden’ en een laag hekje. De vaste politie-agent -een soort Bromsnor- fietste zijn rondjes om daders te betrappen.

Zagen wij de agent op de Adelaarsweg, stoven we goed zichtbaar het gras op. De agent kreeg rode vlekken in zijn nek en kwam naar beneden stuiven. Eenmaal beneden waren wij inmiddels uit het oog, maar hielden we de agent in de gaten. Met een beetje mazzel slipte hij bij het remmen en gleed hij door het grind. Hopelijk viel hij.

In 1955 werd begonnen met maken van de bouwput waar de IJtunnel zou moeten komen. In 1968 werd de IJtunnel geopend. Met de komst van de tunnel moest ook het deel van het Volenwijckspark aan de Adelaarsweg verdwijnen. Dus grote graafmachines ploegden het mooie park om. Het meertje werd leeggepompt en verder uitgegraven. Niemand was verbaasd dat daar een Engels vliegtuig tevoorschijn kwam, neergestort in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Het graven werd stil gelegd en militairen kwamen weken lang onderzoek doen. Later werd het toestel geborgen. Het toestel lag diep in de modder en was daardoor redelijk in tact gebleven.

Had je pech dan kwam je in het park wat leerlingen van de Mussenstraatschool tegen. Kwam je in hun handen dan dreigden ze je in de kuil te duwen. Of het alleen dreigen was ben ik nooit achter gekomen. Het was wegwezen.

Ondertussen ging de rest van het park op de schop. De Verlengde Leeuwarderweg moest gebouwd worden, voor het autoverkeer uit de IJtunnel. Een gevoelig klap voor Noord. Het enige grote groen in de buurt was Het Vliegenbos. Daar was ons ouderlijk gezin zeer regelmatig te vinden op zondag. Op het grote veld, of op het kleine zijveldje.

Op vrijdag aten we altijd vis. Meestal kabeljauw met doperwten en/of wortelen. Soms deed mijn moeder luxe en gingen we aan de gestoofde paling ook wel ‘paling rechtop’ genoemd. We togen naar de markt op het Mosplein. Bij ‘De Volendammer’ lagen de palingen te kronkelen in een platte ondiepe bak. Die liet mijn moeder links liggen, zij wilde gevilde paling. Zo’n 1,5 kilo.

Thuisgekomen werd de paling in stukken van ongeveer vier centimeter gesneden. Even afgespoeld en wat zout er over. Een klontje boter in een grote pan en de moten paling worden rechtop in de pan gezet. Best een klusje om netjes de stukjes naast elkaar rechtop te krijgen. Daar is handigheid voor vereist. Deksel op de pan en op een iets lager dan middelhoog vuur stoven. De paling gaart in eigen vet en vocht in zo’n minuut of 30.

Gestoofde paling eet het makkelijkst met de vingers. Mijn moeder hield daar niet van en at -zoals bijna alles- met mes en vork. Gecombineerd met aardappelen of wit brood. Lekker dopen in de botersaus.

De dorpen van Amsterdam Noord

Het oude Amsterdam Noord zoals ik het ken bestaat uit een aaneenschakeling van dorpen. Tuindorpen met huizen met tuintjes, slaapkamers met ramen en (niet allemaal) een badkamer. Nu nog zijn de dorpen een bezienswaardigheid. Elk dorp heeft zijn eigen sfeer en bouwstijl.

De meest in het oog springend zijn Disteldorp (1918) en Vogeldorp (1917-1918). Kleine huizen, maar met een tuintje en laagbouw. Smalle straten en pleintjes. Met op de kop van het dorp een badhuis. Deze kleine tijdelijke woninkjes hadden geen badkamer of douche. Beide dorpjes zijn inmiddels monumenten.

Tegen Vogeldorp lag de Vogelbuurt (Nieuwendammerham 1910-1923). Een statige buurt met kleine huizen in smalle straatjes, pleintjes en de statige brede Fazantenweg. Hier waren de huizen tweehoog. Een benedenwoning en een bovenwoning. De latere woningen hadden een ‘badkamer’, een tot douche omgebouwde kast. De vochtige lucht werd niet goed afgevoerd, zodat de paddestoelen op de muren groeiden.

Verderop verscheen in 1917-1926 de Van der Pekbuurt. Meer gericht op de arbeiders van de vele grote bedrijven aan het IJ. De huizen waren driehoog, de straten redelijk breed met pleintjes en perkjes.

De Bloemenbuurt en Floradorp (1920-1930) lijkt qua bouw op de Van der Pekbuurt. Aan het Floradorp lag het Florapark. Als een Noorderling Floradorp zegt, komt meteen Blauwe Zand in gedachten. Blauwe Zand ligt tegen Nieuwendam aan. Jongeren uit beide dorpen gingen regelmatig op de vuist. Dat waren massale en heftige vechtpartijen.

Tuindorp Oostzaan is op verschillende momenten gebouwd; in 1924 de eerste 1.324 woningen; tussen 1934 en 1939 nog eens 642 woningen. Tegen Tuindorp Oostzaan (jaren ‘50) werd het Terrasdorp -in de volksmond Tuttifruttidorp- gebouwd. Het lag hoger dan Tuindorp Oostzaan en had fruitnamen als straatnamen.

Tuindorp Nieuwendam werd gebouwd tussen 1924-1927. De woningen waren modern, want een doucheruimte. Opvallend zijn de acht poortgebouwen. De doorgaande Purmerweg is breed, de straatjes achter de poortgebouwen smal. Kenmerkend voor de tuindorpen. Rond het Purmerplein zijn winkels gebouwd.

Als laatste tuindorp is Tuindorp Buiksloot (Blauwe Zand) in de periode 1930-1932. Alle tuindorpen en de twee nooddorpen zijn gebouwd om de woningnood in Amsterdam op te lossen en arbeiders van de fabrieken en bedrijven in Noord te huisvesten. Disteldorp en Vogeldorp zijn inmiddels monumenten geworden. De verschillen in bouwstijl en sfeer is het mooist te beleven door een fietstochtje door Amsterdam Noord.

bron: mijn herinnering en Amsterdam op de kaart

De Stad en Overkant Van Het IJ

Voor de Amsterdammers uit De Stad was Amsterdam Noord maar een raar aanhangsel. Noord had geen centrum. De mensen waren ‘anders’, geen Echte Amsterdammers (volgens de Amsterdammers uit De Stad). De tweedeling tussen ‘De Stad en Overkant Van Het IJ is hardnekkig. Amsterdam Noord, opgebouwd door de jaren heen als negen tuindorpen. Als reactie op de verpauperde binnenstad. De huizen waren klein, zonder badkamer maar mét een tuintje vóór en achter. Vandaar ‘tuindorp’.

Als Noorderling moest je regelmatig naar De Stad. Daar waren C&A, Peek&Cloppenburg, Hema, Van Haren, kortom de grote winkels. De IJtunnel was wel op papier bedacht, maar nog niet gebouwd. Dus, met de pont, Bootje Boekel of Bootje Bergmann. De laatste twee waren het spannendst. De vaart duurde best lang, de golven waren vaak hoog.

Twee ponten voeren simpelweg naar de overkant. De een van de Valkenweg naar het Centraal Station. De ander van het Tolhuis naar dezelfde bestemming. De Tolhuispont bracht ook de bus, lijn 22, naar de overkant. Eénmaal aan de overkant, in De Stad kon je door het station naar het stationsplein, maar dan moest je een perronkaartje kopen. Voor elke persoon. Je kon ook met de bus, lijn 5. Die reed blokjes om het station. Van de achterkant van het station via de brandweerkazerne onder het spoor door naar het stationsplein. Vandaar reed hij rechtdoor, weer onder het spoor door naar de achterkant en de ponten.

Bootje Boekel vertrok uit Noord van de Ranonkelkade en vaarde naar de Haarlemmerpoort. Deze rit was het meest spannend en vooral lekker lang. Bootje Bergmann vaarde van de Valkenweg en het Tolhuis naar het Victoriahotel. Dat was handig, want dan stond je meteen in het Centrum.

Een derde pontverbinding ging van de Distelweg naar de Tasmanstraat, beter bekend als de Oude Houthaven. Dit was meer een pontverbinding voor vrachtwagens met gevaarlijke stoffen. Een enkele keer namen we deze Derde Pont, zoals hij werd genoemd. Je moest langs de Carbidfabriek. Alles in die omgeving was wit uitgebeten. Je voelde de lucht op je huid prikken en bijten. Geen gezonde omgeving.

Dit keer geen recept. In de twaalfde druk van het Kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool, ook wel Wannée genoemd naar de schrijfster, worden tips gegeven voor de inrichting van de keuken. Zo wordt het Aga-fornuis aangeprezen als ‘buitengewoon zuinig en makkelijk in onderhoud’. Ook worden tips gegeven hoé het gas aan te steken: ‘…men moet eerst de kraan openzetten, voordat men de lucifer afstrijkt…’

Wannée verwijst ook naar het elektrisch koken: ‘…voor de inrichting van deze electrische apparaten verwijs ik naar het “Electro Kookboek…’

Niet iedereen kon een Aga fornuis of een electrisch kookapparaat bekostigen. Daarom: ‘…in plaatsen waar geen gas of electriciteit te krijgen is of voor beurzen, waarvoor het niet bereikbaar is, zijn petroleumstellen en petroleumfornuizen onmisbaar…’ Een tip van Wannée, neem een wat duurder exemplaar, want de goedkope konden wel eens ontploffen. Met de geruststelling dat ook de duurdere wel eens ontploften.

Geverifieerd door MonsterInsights