Witlofrolletjes uit de oven

Fazantenweg, Amsterdam Noord. Het voelde aan als een laan; een brede weg met veel bomen aan weerskanten. Je waande je ‘op sjiek’.

Het was in de tijd dat een gezin bestond uit man, vrouw en (gemiddeld) drie kinderen. De vrouw was huisvrouw, een eerzaam bestaan. De man verdiende het inkomen om het gezin te onderhouden. Dat werd in sommige kringen een ‘mansverdienste’ genoemd.

Het was in de tijd dat wij als een van de weinige gezinnen in de straat een televisietoestel hadden. Dus op woensdagmiddag kwamen buurtkinderen bij ons naar het kinderuurtje kijken. Zo’n kind of tien., zittend in een kring rond de tv. Tot dat…één van de kinderen op een dag tijdens een spannend moment van Dappere Dodo op de grond pieste. Op het tapijt. Vanaf dat moment was het televisietoestel niet meer beschikbaar voor de buurtkinderen.

Een enkeling was in het bezit van een automobiel. Die werden meestal aangeslingerd of aangeduwd. Dan is het makkelijk om een groot gezin te hebben; veel handen maken licht werk.

Zo ook het gezin dat woonde aan het begin van de Fazantenweg. Elke zondag ging het gezin ‘te kerke’ met het automobiel. De zes kinderen werden ingezet om de auto te starten door te duwen. En het lukte hen steeds weer, de auto startte en de kinderen togen aan boord.

Witlofrolletjes uit de oven.
Ingrediënten: 4 flinke stronken witlof, 1 kg kruimige aardappels, 8 plakken ham, 175 gr crème fraîche, 100 gr boter, 1 scheut melk, verse bieslook, 80 gr gesnipperde kaas.

Voor witlofrolletjes uit de oven heb je een grote ovenschaal nodig. Eerst wordt de puree gemaakt. Schil de aardappelen, was deze en snijdt ze in ongeveer gelijke stukken. De aardappelen opzetten met koud water en in ongeveer een kwartier zachtjes gaar koken.

Eenmaal gaar en afgegoten de aardappelen in de pan zonder deksel een minuut of twee laten uitdampen. Dan met de aardappelstamper de aardappelen tot puree stampen. Tijdens deze handeling wordt de boter in stukjes toegevoegd. Nu kan de garde aan de slag. Onder het langzaam bijschenken van de melk en het toevoegen van de crème fraîche wordt de puree luchtig geklopt. De puree mag wat aan de soepele vochtige kant zijn.

De oven kan inmiddels worden voorverwarmd op 200 graden. Ondertussen aan de slag met de witlof. Halveer deze en haal de harde kern eruit. Kook de witlofhelften drie minuten in zacht kokend water. Daarna de witlof afgieten en goed laten uitlekken. De witlofrolletjes worden omwikkeld met een plak ham.

Verdeel de aardappelpuree over de ingevette ovenschaal. Leg de witlof/hamrolletjes op de puree en bestrooi het geheel met ruim kaas. De ovenschaal gaat voor een minuut of dertig in de oven. De witlofrolletjes uit de oven is klaar als de kaas mooi bruin kleurt.

Met vakantie

Het was in die jaren dat het geen algemeen gebruik was dat gezinnen ieder jaar met vakantie gingen. Mijn vader had gevaarlijk werk en werd daardoor uitermate goed betaald. Naast het lichamelijk ongemak voor hem was het voor ons ouderlijk gezin mogelijk om jaarlijks met vakantie te gaan.

Meestal huurden we een huisje via het werk van mijn vader. Zo kwamen we regelmatig in Putten, Sint Maartenszee en zelfs een keer op Kamp Bakkum. De laatste was redelijk berucht om zijn houten huisjes met canvas dak. Tijdens regenachtige dagen niet geheel waterdicht.

Om met vakantie te gaan pakte mijn moeder de vakantiekist in. Alle kleren en andere benodigdheden gingen in de kist. De bode, een besteldienst, haalde de kist op en bracht deze naar de plaats van bestemming. Mijn moeder en de kinderen met de trein en bus er achteraan. Mij vader kwam dan op de fiets naar het vakantieadres, vaak zo’n 50 kilometer.

Ingrediënten:

WORDT AAN GEWERKT

Broeder in de slowcooker

Haarlemmerweg, het is een mooie zomerse dag. Het loopt tegen etenstijd. Om vijf uur ‘smiddags moet de warme maaltijd op tafel staan. Mijn moeder gaat met een pan water, een bak met aardappelen en een schilmesje naar de voordeur. Daar zitten de buurvrouwen al klaar. Het is gezamenlijk aardappelen schillen in het zonnetje. En natuurlijk ook de nieuwtjes uitwisselen, soms op een lichtelijk roddelniveau maar gezellig.

Op zaterdag werd er niet gekookt. Dan was het een uitgebreide broodmaaltijd. Of broeder uit de slowcooker. De slowcooker van mijn moeder was een tulbandvorm op een petroleumstel of in de gasoven.

Dit recept van broeder in de slowcooker wordt gemaakt in de moderne slowcooker.

Ingrediënten: 500 gram zelfrijzend bakmeel, 175 gram rozijnen, 175 gram krenten, 75 gram sucadestukjes, 125 ml melk, 150 gram boter, 2 eieren, het merg van twee vanillestokjes

De ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn. Dus mogen de ingrediënten een uurtje uit de koelkast. De rozijnen, krenten en sucadestukjes bestuiven met bloem. Dan blijven ze keurig op hun plaats in het deeg. De rozijnen, krenten en sucadestukjes mengen tot een gevarieerd geheel.

De boter mixen tot het zacht en smeuïg is, stuk voor stuk de eieren erbij. Mixen zodat alles goed romig wordt. Een beetje melk toevoegen en verder mixen.
Dan het zelfrijzend bakmeel er door heen scheppen en verder mixen. Verder mixen en melk rustig toevoegen tot het een geheel iets dikker is dan beslag maar dunner dan deeg.

De binnenpan van slowcooker invetten en bekleden met bakpapier. Zo dat de broeder, eenmaal gaar, aan het bakpapier uit de slowcooker getrokken kan worden. Met de spatel het beslag/deeg voorzichtig in de slowcooker spatelen en er een zo mooi mogelijke bol van maken. De deksel op de slowcooker en instellen op laag voor een uur of 3 uur. Na drie uur met een grote satéprikker controleren of de broeder gaar is. Niet gaar, dan nog een half uurtje om daarna weer te proberen.

Zodra de broeder in de slowcooker gaar is, deze een kwartiertje in de pan af laten koelen. Dan kan het aan het bakpapier uit de pan getild worden. In plakken gesneden met boter, poedersuiker of stroop serveren.

Broeder in de pan

Het was in het begin van de jaren ‘50. Mijn ouders woonden aan de Haarlemmerweg in Amsterdam. Boven de melkboer en tegenover de Gasfabriek. Schuin tegenover de woning lag het Westerpark, dat werd beschouwd als een luxe in de stad. Een heus park op vier minuten loopafstand, áls je tenminste levend de Haarlemmerweg wist over te steken.

In die tijd waren er veel halve woningen in Amsterdam. Zo kon je op driehoog achter wonen.. Mijn ouders hadden een hele verdieping, een ‘kamer en suite’. Een voor- en achterkamer over de hele verdieping. Met als luxe twee schuifdeuren tussen de voor- en achterkamer. Schoof je die dicht had je plots een tussenkamer.

De keuken was apart van de kamers en bereikbaar via de overloop. De trappen naar de andere etages liepen langs de keuken en langs de deur van de achterkamer. ‘S avonds moest de deur van de keuken én de deur van de achterkamer op slot.

Op de etage boven mijn ouders woonde een kinderloos stel. Regelmatig was de bovenbuurman dronken en lag dan weer eens onder aan de trap; ‘Rooie Manus is van de trap geflikkerd’ en mijn vader hees Rooie Manus samen met een andere buurman op en bracht hem veilig waar hij hoorde. Een voordeel dat Rooie Manus soepel was door de alcohol. Hij had geen noemenswaardig letsel van de valpartijen.

Ik ben geboren aan de Haarlemmerweg. Na verloop van tijd -wanneer hebben mijn ouders niet verteld- verhuisden we naar Amsterdam Noord, naar de Spechtstraat. Een benedenhuis met een tuintje vóór en achter. De Vogelbuurt is een tuindorp.

Broeder in de pan diende als dessert en als maaltijd.
Ingrediënten: 500 gr bloem, 7 gr gedroogde gist, 300 ml lauwwarme melk, 100 gr suiker, 2 eieren, 1 tl zout, 100 gram rozijnen, 100 gr krenten, 75 gr sukade, 50 gr gesmolten boter.

In een kwartier tijd de rozijnen en krenten wellen in warm water. Laat de krenten en rozijnen uitlekken. Doe de bloem in een flinke mengkom en meng dit met de gist.

Nu is het de beurt aan de suiker, eieren, melk en zout toe. Deze gaan bij het bloem/gistmengsel en mix alles tot een glad deeg. Dan de gesmolten boter erbij en kneed het deeg nog eens goed door. De appelstukjes er bij. Ik bestuif de rozijnen, krenten, sucadestukjes met bloem. Dan blijft de vulling beter op hun plaats en mooi verdeeld.

Dek nu het deeg af met een schone theedoek en laat het ongeveer 1 uur rijzen op een warme plaats.

Ik bak de broeder in de pan in de oven. Hiervoor heb ik een broederpan. De pan vet ik in met een flinke klont roomboter. Dan gaat het beslag in de pan, de deksel er op en op 180 graden in de oven. In theorie is de broeder in ongeveer anderhalf uur gaar. Controleer of de broeder gaar is door er met een satéprikker in te prikken; deze moet er schoon uitkomen. De tijd blijft een verrassing, dus regelmatig controleren is een gegeven.

Eenmaal gaar en klaar moet de broeder wat afkoelen. Daarna kan de broeder in de pan uit de pan worden gestort en in plakken gesneden. Lekker met een klontje boter, poedersuiker of stroop.

Gewoonten en tradities

We waren voor wat kleine aankopen in een winkel op ons vakantieadres. Mensen nemen bij de kassa de tijd om wat bij te praten, nieuwtjes en ervaringen uit te wisselen. Niemand heeft haast. Gewoonten en tradities. Zo ook nu.

Een wat oudere heer vertelde dat hij zeer verrast werd. Hij is een gezien persoon in het dorp en is met pensioen gegaan. Om dat te vieren kwam het dweilorkest én de voltallige carnavalsvereniging op bezoek. Zo’n tachtig man, zonder aankondiging. Nu bleek dat de familie wél op de hoogte was en voor voldoende bier had gezorgd. Gewoonten en tradities

Een ons bekende boer moest een operatie ondergaan. Maar het werk moet door gaan. Een paar dagen in het ziekenhuis is geen optie. De operatie was ingrijpend en deze boer mag voorlopig niet tillen, sjouwen en meer van dat. De verzorging van de dieren kan geen uitstel lijden.

Ongevraagd komen de hulptroepen; een paar boeren uit de directe omgeving komen langs om het een en ander te doen. Zodat de boer minder hoofdzorgen hoeft te hebben over de werkzaamheden. Hij heeft al kopzorgen genoeg. Zodra hij weer kan, zal er ongetwijfeld een BBQ gehouden worden met de hulptroepen. Noaberschap staat hier hoog in het vaandel, net als gewoonten en tradities.

Gnocchi-soep
Ingrediënten: 400 gr verse gnocchi, 250 gr gerookte kip, 250 gr wortel, 150 gr verse spinazie, 2 stengel bleekselderij, 2 uien, 4 bolletjes soloknoflook, 1,2 l water, 1 tl groentenbouillon, 1 el ghee, 2 tl gedroogde tijm, wat zout en peper. (Optioneel een scheut slagroom)

Eerst maar het snijwerk. De uien en knoflook pellen en snipperen. De wortel en bleekselderij even wassen en in in dunne schijfjes snijden. De verse spinazie grof hakken. De gerookte kip eveneens in klein blokjes snijden.

De bekende soeppan met dikke bodem gaat aan het werk: de ghee gaat in de pan en wordt verhit. Op temperatuur gaan de knoflook en uisnippers in de pan. Na een minuut of vijf is dit mengsel glazig en worden de wortel- en bleekselderijschijfjes, de bouillonpoeder en tijm toegevoegd.

Na nogmaals vijf minuten bakken gaan de kipstukjes en 1,2 l water in de pan. Nadat deze aan de kook is gaat de gnocchi in de pan. Dit geheel zo’n 15 tot 20 zachtjes doorkoken. Op het laatst wordt de spinazie door de soep geroerd. Eventueel kan nu ook de room toegevoegd worden. Na een paar minuten op laag vuur is de soep klaar om geserveerd te worden.


Fêta Fourno

Het lievelingsgerecht van een van de kinderen is ‘feta uit de oven’, fêta fourno. Ook hier bestaan er veel variaties op het thema. Dit keer kies ik een soort van basis-uitvoering welke bij ons zeer in de smaak valt.

Ingrediénten
1 plak fêta, flinke scheut olijfolie, 2 bollen soloknoflook grof gesneden, wat paprikapoeder en wat wilde oregano.

Handig is de oven alvast voor te verwarmen op 180 graden. Nodig is een ovenschaaltje waar de plak feta in past, niet te krap maar zeker niet te ruim. Leg de plak feta in de ovenschaal, de grof gesneden knoflook vooral rondom de feta leggen en iets er over. Liever iets meer knoflook dan ‘te weinig’. Strooi de oregano en ietwat paprikapoeder over de feta en besprenkel het geheel met ruim olijfolie.

Als de oven warm genoeg is, dan kan de schaal in het midden van de oven. Na ongeveer 45 minuten even bekijken hoe de fêta fourno kleurt. Gaat het iets te snel dan kan de schaal afgedekt worden met wat aluminiumfolie. Na een uur zou het klaar moeten zijn. Nog niet de juiste kleur? Dan nog even door kleuren.

Ook leuk zijn kleine eenpersoons (gietijzeren) ovenschaaltjes. Elk schaaltje krijgt zijn eigen stukje feta, de eigen hoeveelheid knoflook, oregano en olijfolie. De oventijd moet nu wel wat aangepast worden, op gevoel. Kijk wel uit tijdens het eten, de schaaltjes zijn heet!

Wij eten fêta fourno in combinatie met Kotopoulo sto fourno

Grieks bijgerecht Tzatziki

Grieks bijgerecht Tzatziki
Om dit bijgerecht helemaal tot zijn recht te laten komen, maak ik het een dag van te voren.

Ingrediënten
1 komkommer, 1 bol Soloknoflook, 1 liter Proto (of Dodoni 10%), yoghurt, een scheut olijfolie, wat wijnazijn en een paar klein gesneden blaadjes munt.

De komkommer schillen en met een grove rasp raspen. Een beetje zeezout of Himalayazout er over heen strooien en in een schone theedoek of kaasdoek het vocht er uit knijpen. Dit mag best stevig, zodat bijna alle vocht er uit is. De knoflook heel fijn hakken of raspen. Sommige mensen raspen de knoflook tot moes, dan is een bol extra knoflook niet overbodig.

Meng alle ingrediënten in een ruime schaal door de yoghurt en roer alles goed door elkander. De schaal gaat afgedekt in de koelkast tot de volgende dag.

Een lekkere combinatie is tzatziki met Turks brood en Kotopoulo sto fourno en fêta fourno.

Kotopoulo sto fourno, fêta fourno en tzatziki

Het is 15 graden, een felblauwe hemel en windstil. De vooruitzichten voor de nabije toekomst zijn mooi; tot wel 17 graden de komende dagen. Voor ons een prachtige vakantiedag met mooie vooruitzichten.

Als je in het dorp loopt voel je het. Er staat iets te gebeuren. Het begint te gonzen, wanneer gebeurt het? Mensen lopen langs de terrassen en kijken spiedend naar de tafeltjes. Staan ze er al of…..? Het is nog wachten. Maar je weet; het kan zo maar gebeuren.

Het is net als het eerste kievitsei. Of de eerste maatjes Nieuwe Haring. Mensen kijken er naar uit. Na een wat lauwe kwakkelwinter is het steeds weer iets om naar uit te zien. Je weet, als ze er staan ís het lente en komt de zomer er aan.

Even na tweeën is het zover; de ijskaart staat op de tafeltjes van het terras van Echte Bakker Nijkamp. Het ijsseizoen is begonnen!

Gezien de temperatuur en de lenteachtige sfeer heeft een Grieks gerecht onze voorkeur, dus wordt het Kotopoulo sto fourno, fêta fourno en tzatziki: kip met groenten en aardappelen uit de oven.

Ingrediënten: 6 kippenbouten, een handvol aardappelpartjes, 1 scheutje olijfolie, 1 aubergine, 1 courgette, 2 uien, 2 bolletjes soloknoflook, 1 rode paprika, naar gevoel tijm, oregano, zout.

De rollen zijn verdeeld; ik doe het snijwerk en VL de rest. Als compensatie schenk ik af en toe een glaasje wijn in, uiteraard retsina.

De courgette en aubergine snijd ik in halve plakjes. De uien na gepeld te hebben in halve ringen en de paprika in halve reepjes. De bolletjes knoflook worden in achten gesneden.

Nu kan de oven voorverwarmd worden op 140 graden. De kippenbouten worden in de ovenschaal gelegd. Is de oven eenmaal op temperatuur dan kan de ovenschaal in de oven.

Twee uur lang moet de kippenbouten om het kwartier gedraaid worden. VL heeft een schemaatje gemaakt zodat zij de tel niet kwijt raakt. Elk kwartier streept zij een kwartier af. Geheid raak je de tel kwijt zonder.

Na een half uur alleen kip in de oven, doet VL de kruiden -naar gevoel- op de kip. Een lastige handeling die oefening en ervaring vereist. Na nogmaals een half uur verdeelt VL de groenten, aardappelpartjes, ui en knoflook over de ovenschaal. Nog een uur te gaan.

Ook dit laatste uur wordt de kippenbouten om het kwartier gedraaid. Best wel een intensief recept, maar de moeite waard.

Hier vindt u het recept van fêta fourno. Zo maakt u tzatziki. Deze bijgerechten maken de Kotopoulo sto fourno, fêta fourno en tzatziki compleet.

IJs van echte bakker nijkamp

Boer Jan en zijn Piëmontese rundvlees

Vandaag haalden we vlees bij boer Jan en zijn vrouw Marian. Vlees van Piëmontese runderen. Boer Jan is, wat hij zelf noemt, een kleine dierhouder. Hij laat een beperkt aantal runderen per jaar slachten. Dat betekent voor zijn klanten ‘op is op’. Boer Jan en zijn Piëmontese rundvlees.

Jan laat zijn koeien dekken door zijn eigen stieren. De kalfjes leven een zo natuurlijk mogelijk leven. Dan gaan de runderen op een zo ontspannen mogelijke manier naar de slager. Die verwerkt het rund ‘van kop tot staart’.

‘…Het Piëmontees ras levert een superieure vleeskwaliteit. Het donkerrode vlees heeft een fijne, stevige structuur en is erg mals. De smaak is subliem. Het vlees is bovendien vetarm en bevat een heel laag cholesterolgehalte…’

Gewoonlijk gaat vlees van Piëmontese runderen naar sterrenrestaurants. Boer Jan vindt dat iedereen dit luxere vlees moet kunnen kopen. Dus biedt hij zijn klanten vlees voor een eerlijke prijs aan. Die prijs is vergelijkbaar met wat een keurslager voor zijn gemiddelde assortiment vraagt. Betaalbaar voor de meeste mensen.

Omdat Jan een ‘kleine dierhouder’ is, is zijn klantenkring ook geperkt. Wie zijn klant is, heeft mazzel. Die kan genieten van heel mooi vlees voor een aangename prijs. En wij hebben die mazzel. Vandaag maken we stoofvlees met bier en mosterd. Uiteraard in de slowcooker.

Ingrediënten: 1 kilo riblappen, 3 uien, 2 bollen soloknoflook, 1 winterpeen, 1 el ghee, 4 laurierblaadjes, 4 kruidnageltjes, 1 tl gedroogde tijm, 3 plakken ontbijtkoek, 4 tl grove mosterd, 1,5 flesje bokbier

We beginnen met het voorbereidende werk. Alles afmeten, afwegen en klaar zetten. De riblappen op kamertemperatuur in redelijk forse blokken snijden. De uien pellen en in halve ringen en de winterwortel in dunne schijfjes snijden. De bolletjes soloknoflook worden na het pellen in grove snippers gehakt.

De blokjes vlees braden we aan in een grote pan met dikke bodem. Zijn de blokjes gekleurd, dat kunnen ze in de slowcooker. Nu is het de beurt aan de winterpeen. Een beetje ghee in de pan en de winterpeen en knoflook een minuut of vijf bakken op middel vuur. Halverwege gaat de tijm er bij om nog even door te bakken. Dan gaat de inhoud van 1,5 flesje bier bij het mengsel en het geheel verwarmen tot het gaat bruisen.

Ook dit mengsel gaat in de slowcooker. De plakken ontbijtkoek worden besmeerd met de mosterd en worden boven op de inhoud van de slowcooker gelegd. De kruidnagels in de laurierblaadje steken en ook in de pan.

Omdat riblappen een wat steviger structuur hebben stel ik de slowcooker in op ‘Laag’ en de tijd op acht uur. Ik mag niet vergeten om peper en zout naar smaak toe te voegen.

Eenvoudige komkommersoep

Op zondag fabriceren we een soep. Het is onze soepdag. Makkelijk en lekker kort in de keuken bezig. Van een uitgebreide erwtensoep, een medicinale kippensoep, via paprikasoep naar een basisrecept tomatensoep. Voor nu is het een eenvoudige komkommersoep.

Ingrediënten: 2 uien, 1 bolletje solo knoflook, 3 aardappelen, 2 komkommers, 1 liter bouillon, 1 el ghee, peper en zout naar smaak.

De uien pellen en grof snipperen. De aardappelen schillen en in blokjes snijden, evenals de komkommers.

In een soeppan wordt de ghee verhit. Eenmaal goed op temperatuur de ui toevoegen en op middelhoog vuur glazig bakken. De aardappel- en komkommerblokjes toevoegen en een minuut of vijf mee bakken. Dan is de bouillon aan de beurt om in de pan gedaan te worden.

Breng nu het geheel aan de kook en laat het zachtjes doorkoken voor ongeveer 15 minuten. Eenmaal klaar dan de soep met de staafmixer glad pureren. De soep is gereed om op te dienen. De eenvoudige komkommersoep kan ook koud gegeten worden.

Verified by ExactMetrics