Gehaktbrood met ei

In ‘het gewone leven’ halen we ons vlees en gehakt bij onze vaste natuurslager. Betrouwbaar vlees van gezonde buitendieren. Tijdens ons verblijf in het Oosten van het land gaan we niet naar de vaste slager.

Inmiddels hebben we ook op onze tijdelijke verblijfplaats vaste adresjes voor biologische groenten, ambachtelijk vlees en eieren. En op de mooiste plekken. De groenten komen van een tuinderij op een plek uit 1400 en nog wat. Via een zandweg komen we er. We wanen ons in de Middeleeuwen.

Het ambachtelijke vlees komt van een boerderij in de buurt. Naast rundvlees van Piemontese runderen is in het boerderijwinkeltje ook vlees van ree, geit en kip te koop. Binnenkort gaat de boer weer met varkens beginnen, zodat op termijn ook varkensvlees te koop zal zijn.

Wij gaan dit keer voor het rundergehakt. Gehakt met een mooi vetgehalte. Net genoeg om het gehakt soepel en weinig verlies aan vleesgewicht bij het braden te hebben. Het gehakt van deze runderen is ideaal voor pastasaus en gehaktbrood. En dat is wat we gaan maken, gehaktbrood met ei. We gaan voor de maximale smaak van het gehakt.

Ingrediënten: 1 kg gehakt, 1 ui, 1 bolletje soloknoflook, twee tl mosterd, 1 el ketchup, 1 tl gehaktkruiden, 4 eieren, zout en peper naar smaak.

Aan de slag: Gehaktbrood met ei

Het voorbereidende werk bestaat uit het fijn snipperen van de ui en de knoflook en het hard koken van de eieren. Het gehakt wordt normaal gesproken 5 minuten met de mixer bewerkt. Maar die hebben we niet bij ons.

Dus aan de slag met een vork en m’n handen. Het gehakt losmaken met de vork. Daarna de gehaktkruiden, gesnipperde ui en knoflook er door kneden. Dat kneden mag best wel wat langer duren om een goed gekneed resultaat te krijgen.

Bij gebrek aan een cakevorm, maak ik een gehakttaart in een ronde glazen braadslee. Ongeveer 1/3 van het gehakt gaat op de bodem. Keurig verdeeld met de vork. Op deze bodem worden de eieren gelegd en wat ingedrukt. De rest van het gehakt wordt zo verdeeld dat de eieren bedekt zijn. Een prikkertje in elk ei geeft de plaats van de eieren aan.

Ondertussen is de oven op 180 graden voorverwarmd. De braadslee met het gehaktbrood met ei gaat voor 45  tot 60 minuten in de oven. Nu is het de kunst om de andere onderdelen van de maaltijd gelijktijdig gaar te hebben. Een kwestie van plannen.

Wij gaan dit keer voor het rundergehakt. Gehakt met een mooi vetgehalte. Net genoeg om het gehakt soepel en weinig verlies aan vleesgewicht bij het braden te hebben. Het gehakt van deze runderen is ideaal voor pastasaus en gehaktbrood. En dat is wat we gaan maken, gehaktbrood met ei.
Gehaktbrood

Is zure melk bedorven

Van oudsher hebben mijn ouders, het Voedingscentrum, artsen en voedingsdeskundigen mij gewaarschuwd voor rauwe melk. Brrr, gevaarlijk; koken voor gebruik. Niet langer dan drie dagen bewaren. Want slechte bacteriën. Is zure melk bedorven?

Zure rauwe melk

Zure rauwe melk is niet automatisch bedorven. Rauwe melk bevat van nature melkzuurbacteriën. Deze zetten lactose om in melkzuur, waardoor de melk zuur wordt, dikker wordt en kan gaan schiften

Zure melk uit de winkel

Bij gepasteuriseerde melk is zuur worden meestal wél bederf. Pasteurisatie doodt de goede bacteriën, zodat andere, soms schadelijke micro-organismen de overhand krijgen. Die geven een ranzige, rotte geur en een onaangename smaak. 

Gehoorzaam kocht ik de melk in de super. Veilig, want gepasteuriseerd. Later ben ik meer gaan lezen over de bewerkingen van winkelmelk. Hierdoor heb ik de stap gemaakt naar rauwe melk en rauwmelkse producten.

Sinds enkele jaren maak ik kefir. Door levende kefirculturen aan melk toe te voegen in een verhouding van 1:10. Kefir is net als clabber milk rijk aan probiotica.

Clabbered Milk

Een andere, meer onbekende manier is Clabber of Clabbered milk. Eigenlijk is het maken van clabber milk eenvoudiger dan het maken van kefir.

Clabber milk bestaat uit melk. Door eventueel wat citroensap toe te voegen versnel je het fermentatieproces. Prettig als je het wilt, maar nodig is het niet. Ik gebruik alleen rauwe A2 koemelk.

Met gewone winkelmelk werkt dit niet

Supermarktmelk is gepasteuriseerd (verhit), waardoor alle nuttige en actieve melkzuurbacteriën zijn gedood. Als je gepasteuriseerde melk op het aanrecht laat staan, wordt het niet dik en lekker zuur, maar gaat het rotten en stinkt het door willekeurige bacteriën van buitenaf. 

Ingrediënten:

1 liter rauwe melk,
(Pasteurisatie vernietigt de nuttige probiotica die in rauwe melk aanwezig zijn, zoals melkzuurbacteriën)

Steriliseer een glazen fles of pot door deze in de oven te zetten. De oven op 150 graden instellen. Als de oven op temperatuur is, dan 15 minuten op 150 graden de fles steriliseren. De dop of deksel kan voor enkele minuten in zo heet mogelijk water gedaan worden. Een drupje afwasmiddel is aan te raden.

Na een kwartier is de fles steriel en kan het uit de oven. Let op, 150 graden is best heet, dus even in de oven af laten koelen is verstandig. Als de fles met ovenwanten te pakken is, kan het uit de oven en op een dubbelgeslagen theedoek gezet worden tot hij helemaal afgekoeld is. Het is zaak om NIET aan de hals van de steriele fles te komen.

Hygiëne

De dop of deksel kan met heet water afgespoeld worden en op een stuk keukenpapier gelegd om te drogen. Ook hier geldt, kom alleen aan de buitenkant van de dop. Hygiëne is belangrijk, je werkt immers met bacteriën.

De fles en dop zijn inmiddels steriel en afgekoeld. Nu kan je de melk in de fles gieten. Houd er rekening mee dat het fermentatieproces er voor zorgt dat de fles onder druk komt te staan. Dus de fles vullen tot een cm of vier onder de dop.

Sluit de fles door de dop er op te doen, maar niet stevig vast draaien. Zet de fles op een plaats waar het niet in de weg staat, niet in de volle zon maar wel op een temperatuur tussen de 20 en 26 graden. De melk gaat nu fermenteren. De melk zal zuur worden door de melkzuurbacteriën die lactose omzetten in zuur. Na ongeveer twee tot vijf dagen zal de clabber milk klaar zijn. Hoe langer de melk fermenteert, des te zuurder wordt het. Dit gedeelte is een kwestie van smaak en experimenteren

Geniet van je clabber milk! Het heeft een licht zure smaak en is rijk aan probiotica, wat goed is voor je spijsvertering, immuunsysteem en cholesterolniveaus

Soms mag het makkelijk

Er zijn van die momenten waarop de keuze valt op ‘vlug en makkelijk’. Dat kan zijn op vakantie of bij kookidee-armoe. Dan is het handig om wat recepten en ingrediënten op de achterhand te hebben. Soms mag het makkelijk.

Dit keer valt dit recept in de categorie ‘makkelijk’. We zijn op vakantie en hebben wat ingewikkelder en wat simpeler gerechten op het programma. Naast het geplande restaurantbezoek.

Omdat we toch in de buurt zijn, doen we boodschappen in Duitsland. En komen thuis met producten die we in Nederland (nog) niet gevonden hebben. Soep in weckglas van de firma Löbke. Onze favoriet is Kürbis creme-suppe. Niet te koop in Nederland zijn de zongedroogde tomaten die niet in olie drijven. Toch maar gekocht in een Duitse super, omdat we er waren. De verse pasta kochten we bij de Nederlandse Jumbo. Zo hebben we alle ingrediënten voor lauwwarme pasta in huis.

Soms mag het makkelijk, Lauwwarme pasta

Ingrediënten:

  • 400 g verse penne,
  • een el ghee,
  • 5 teentjes verse knoflook,
  • 100 g ontbijtspek,
  • 3 el roomkaas knoflook/tuinkruiden,
  • 10 zongedroogde tomaten (niet in olie),
  • 3 el pijnboompitten,
  • 400 g gerookte kipfilet,
  • 1 grote rode ui,
  • 3 eetlepels aceto balsamico,
  • 75 g rucola, verse basilicum,
  • 160 gr Parmezaanse kaas.

Het voorwerk: Snipper de ui en de knoflook heel fijn. Knip de zongedroogde tomaten in stukjes. Snijd de ontbijtspek in wat grotere stukjes. De gerookte kipfilet kunnen ook in kleine blokjes gesneden worden.

De penne worden volgens de voorschriften op het pak gekookt. Ondertussen worden de pijnboompitten op laag vuur geroosterd. De gesnipperde ui en de kipblokjes gaan voorlopig in een schaal en worden goed gemengd.

In de wok wordt de ghee goed verhit. Is de ghee op temperatuur dan kan de knoflook en het ontbijtspek langzaam gebakken worden. Ondertussen zal de penne gaar zijn. Klaar om afgegoten te worden. Weer terug in de pan om wat uit te dampen. Tenslotte is het de bedoeling lauwwarme penne te hebben.

Zijn de knoflook en ontbijtspek krokant, dan gaan de penne ook in de wok en goed gemengd. Op laag vuur wordt dan de roomkaas toegevoegd en goed doorgeroerd. Het ui/kipmengsel  wordt ook door de penne gespateld en goed gemengd. De balsamico sprenkelen over de penne en desgewenst doorroeren. Op het laatst de zongedroogde tomaatjes verdelen over het mengsel in de pan. De in stukjes gescheurde basilicum worden over het geheel gesnipperd.

Op tafel staan de rucola en de pijnboompitten in bakjes. De lauwwarme pasta wordt op een bedje van rucola geserveerd. Naar smaak worden de pijnboompitten toegevoegd. Soms mag het makkelijk.

Wat heb je nodig?

Van sommige dingen kan je nooit genoeg hebben. Er is altijd wel iets wat handig is op het moment dat je het niet voorhanden hebt. ‘Toch maar kopen voor de volgende keer’. Maar, wat heb je nodig?

Er bestaat een grote verscheidenheid aan potten, pannen, messen, vergieten om aan te schaffen en te gebruiken in de keuken. En maar beperkte kastruimte.

Wat heb je nodig: pannen

Om te beginnen zijn een aantal pannen wel handig, zo niet noodzakelijk. Anders kookt het zo beroerd.
Een grote pan met dikke bodem. Deze pan moet ruim bemeten zijn, zo’n vier of vijf liter. Ik gebruik deze pan voor soep, vlees aanbraden en dergelijke. Een middenmaat kookpan is noodzakelijk voor het koken van aardappelen, groenten enz.

Een grote koekenpan van zo’n 28 cm. Liefst van gietijzer. Gietijzeren pannen hebben een prima gelijkmatige warmteverdeling. Ze gaan een leven lang mee. Het nadeel kan zijn dat deze pannen zwaar zijn. Een kleinere gietijzeren koekenpan van 20 cm gebruik ik veel in de keuken. Niet noodzakelijk, maar reuze handig. Een kleinere steelpan -altijd handig om kleine hoeveelheden of eieren koken- liefst met een dikke bodem.

Hoewel er kwalitatief redelijke anti-aanbaklaagpannen zijn, koop ik het liefst gietijzeren pannen. Elke anti-aanbaklaag slijt en laat los. Een uitzondering maak ik voor de Maifan stonede pannen. Deze bijzondere pannen met een stenen laag. Deze laag zou geneeskrachtig werken, heb ik me laten vertellen.

Naast deze pannen gebruik ik veel de slowcooker van vijf liter. Voor soep en stoofgerechten. Eenvoudig de ingrediënten in de pan doen en voor acht uur op de stand ‘laag’ zetten. Niets meer aan doen. Voor de pure luxe heb ik ook een slowcooker van anderhalf liter. Een wadjang (wok met twee handgrepen) van gietijzer is ook een prettige luxe. Er zijn regelmatig mooie aanbiedingen bij de budgetsupermarkten.

Messen

Dan de messen. Wat heb je nodig? Ik gebruik Japanse messen. Deze zijn van harder staal en blijven lang scherp. Ook kan je deze messen vlijmscherp (laten) slijpen. Een groentemes (Nakiri), een Santoku voor het algemene werk van snijden, snipperen en hakken, een schilmesje (Petty) voor het fijnere werk als aardappels pitten, schillen en fijn snijden. Voor het snijden van grote stukken vlees gebruik ik een fileermes.

 

Terug naar de Middeleeuwen

Op vakantie in het Oosten van het land moesten we lokaal vlees ontdekken. Niet ver van ons verblijf vonden we een boer met Piemontese vleeskoeien. Dus wij er naar toe. Mooi vlees van grasgevoerde, ongevaccineerde medicijnvrije koeien, herten, varkens en kippen. En een goed gesprek.

Maar dan nog bio-groenten. De boer wist wel een adres. ‘Je gaat daar links af en dan rechtdoor. Dan kom je er wel’. Wij in de aangewezen richting en ergens linksaf. Een aardig bochtig smal weggetje. Dan een voetpad, maar daar mocht je ook met de auto komen. Het weggetje werd een zandpad (dus veel modder en diepe plassen), want ernstig geregend. Dwars door de velden komen we bij een boerderij. Het pad liep over het boerenerf.

Op het gevaar af dat we weggejaagd werden reden we voorzichtig door. Over een landgoed, langs twee prachtige hoofdgebouwen, weer een zandweggetje en wéér een boerderij. Na een boerderij of vijf (steeds over het boerenerf) kwamen we bij de ‘tuinderij’. Een oude boerderij uit 18-zoveel. Een ‘verboden toegang’ bordje, dus….doorrijden.

Het winkeltje gevonden. De boerin vertelde dat op die plek al van 1400 gewoond werd, dat de weg die we reden een weg uit de Middeleeuwen was. Dat de doorgaande weg (zandpad) over de boerenerven liep. De boerderij blijkt gepacht te zijn en staat op het landgoed. Net als de andere boerderijen in de buurt.

Het echtpaar dat de tuinderij in beheer heeft is lid van een samenwerking van lokale boeren en tuinders die hun producten uitwisselen en elkaar voorzien van groenten, fruit, vlees, eieren, kaas en meer. Van de boer naar de burger, zonder tussenkomst van ‘de handel’. Meukvrij, zoals de Middeleeuwse zandpaden.

Op de terugweg hebben we een handiger maar minder avontuurlijker weg gereden op aanwijzen van de boerin. We waanden ons terug naar de Middeleeuwen, prachtig stil bos, fijne sfeer. Hier gaan we meer komen.

Guacamole met verse biologische producten
Ingrediënten: 3 rijpe avocado’s.
1 grote rijpe trostomaat heel fijn gesneden
1 ui fijn gesnipperd, 1/2 bol soloknoflook zeer fijn gesnipperd, 1 rode peper ( zonder pitjes en zaadlijsten) gesnipperd, 2 eetlepels limoensap, naar smaak wat peper en zout

Prak de avocado’s zeer fijn. Meng alle ingrediënten door elkaar. Voeg eventueel wat extra limoensap toe.

Als het maar slow is.

Ons motto: Als het maar slow is.
Een paar jaar geleden besloten VL en ik te gaan slowcookeren. Dus al gauw een slowcooker gekocht. Kruiden, fruit en groenten drogen werd ook ons ding. Een voedseldroger aangeschaft. Wat doe je als je aandacht uitgaat naar gezonde sappen? Juist, een slowjuicer kopen. Dus de machinekamer uitgebreid met een slowjuicer.

Slowcooker, als het maar slow is

Waarom een slowcooker? De overwegingen voor het aanschaffen van een slowcooker zijn persoonlijk. Ik vind zo’n ‘langzame koker’ vooral prettig vanwege de lange garingstijden. Over het algemeen kies ik voor acht uren stoven op het standje ‘Laag’. De smaken vermengen zich volledig. Het resultaat is een zeer smakelijk gerecht met bijzonder mals vlees.

Ik moest wel wennen om ‘s morgens de ingrediënten te schillen, snijden, wassen, het vlees eventueel aan te braden en alles in de slowcooker te doen. Om daarna er acht uur lang er niet naar om te kijken. Bij de meeste gerechten staat de afzuigkap ook zo’n acht uur aan. Wat weer extra kosten en extra geluid geeft.

Slowjuicer

Waarom een slowjuicer? We gaan voor gezond. Dat betekend zo veel mogelijk biologisch en we willen zo weinig mogelijk voedingsstoffen verliezen. Hoe de slowjuicer werkt lijkt nog het meest op wat onze kiezen doen, het langzaam vermalen van groenten en fruit. Niet verwarmen of stuk slaan, maar langzaam het sap uit de ingrediënten persen. Ook de pulp gebruik ik nuttig.

Het is een beetje uitzoeken welke ingrediënten wij lekker vinden om te combineren. Een prettige zoektocht waar vooral VL mee bezig is. Niet alle groenten zijn in grotere hoeveelheden of dagelijks aan te raden. Ook hier geldt ‘overdaad schaadt’.

Voedseldroger

Waarom een voedseldroger? We kopen het liefst seizoensgebonden groenten en fruit. Vooral als het in overvloed en dus goedkoop op de markt is. Door de producten te dehydrateren zijn ze tot wel twee jaar te bewaren. Drogen van fruit, groenten, vlees, kruiden doet wat met de smaak. Er ontstaat een natuurlijke concentratie van rijke smaken.

Drogen van voedsel voorkomt verspilling, je weet wat je eet en je kunt producten geheel naar je smaak aanpassen. Drogen in een voedseldroger is goedkoper dan drogen in de oven. Een voedseldroger is preciezer af te stellen op warmte en tijd wat geschikt is voor het product wat je op dat moment wilt drogen.

Voor alle apparaten geldt, als het maar slow is! Beter van smaak; minder verlies van voedingsstoffen; gezond, tijd en geld besparend; eenvoudig en veilig in gebruik.

Thee tegen verkoudheid

Img 4201

Soms, heel soms lukt het ons niet om verkoudheid of griep buiten de deur te houden. Als één gezinslid een verkoudheid op doet, kun je er donder op zeggen dat zeker twee anderen volgen. Meestal kunnen we de gevolgen goed onder de duim houden. Zo niet deze keer. Dus nu ook Thee tegen verkoudheid.

ZL begon met wat lichamelijke ongemakken, VL nam het over en uiteindelijk liep ook ik snotterend, hoestend en proestend door het huis. Het nam ernstige vormen aan. Voor het eerst sinds jaren liepen we tegen een ouderwetse griep aan. Ondanks allerlei pogingen om de verkoudheden de baas te kunnen.

Tijd dus om ouderwetse middelen te gaan gebruiken. Natuurlijk de aloude Joodse penicilline in stelling gebracht. Dat lost al heel wat op. Naast vette kippensoep is het ook verstandig om veel te drinken. Maar dan wel wat een krachtige helende werking heeft.

Wat hebben kaneel, steranijs, curcuma, gember, kardemom, honing en zwarte peper gemeenschappelijk? Naast vitaminen, mineralen en antioxidanten hebben deze kruiden antivirale en antibacteriële eigenschappen. En laten we nu juist deze eigenschappen willen combineren in een thee. De kracht van al deze kruiden laten samenwerken in de strijd tegen gesnotter, gekuch en geproest.

Ingrediënten
1 cm verse gember, 1 cm curcuma, 2 kaneelstokjes, 1 tl kardemom, 2 steranijs, 2 kruidnagels, 1 liter water, honing naar smaak, 3 korrels zwarte peper

Kneus de peperkorrels en kruidnagel, snipper de curcuma en gember grof, hhak de steranijs in stukjes.

Doe alles in een pan en laat het geheel voor vijf minuten op zacht vuur trekken. Zet daarna het vuur uit en laat het nog eens tien minuten trekken. Daarna door een zeef gieten. Eventueel kan gedurende de dag de thee nogmaals warm gemaakt worden. Drie bekers per dag zal de verkoudheid moeten verjagen.

NB niet iedereen is enthousiast over de zwarte peper. Ingrediënten kunnen uiteraard naar eigen inzicht en smaak uit de bereiding worden gehouden.

Foto door destiawan nur agustra: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/kopje-thee-980127/

Thee tegen verkoudheid

De dorpen van Amsterdam Noord

Het oude Amsterdam Noord zoals ik het ken bestaat uit een aaneenschakeling van dorpen. Tuindorpen met huizen met tuintjes, slaapkamers met ramen en (niet allemaal) een badkamer. Nu nog zijn de dorpen een bezienswaardigheid. Elk dorp heeft zijn eigen sfeer en bouwstijl.

Disteldorp en Vogeldorp

De meest in het oog springend zijn Disteldorp (1918) en Vogeldorp (1917-1918). Kleine huizen, maar met een tuintje en laagbouw. Smalle straten en pleintjes. Met op de kop van het dorp een badhuis. Deze kleine tijdelijke woninkjes hadden geen badkamer of douche. Beide dorpjes zijn inmiddels monumenten. Aan de Distelweg was de Carbidfabriek Electro gevestigd..

Tegen Vogeldorp lag de Vogelbuurt (Nieuwendammerham 1910-1923). Een statige buurt met kleine huizen in smalle straatjes, pleintjes en de statige brede Fazantenweg. Hier waren de huizen tweehoog. Een benedenwoning en een bovenwoning. De latere woningen hadden een ‘badkamer’, een tot douche omgebouwde kast. De vochtige lucht werd niet goed afgevoerd, zodat de paddestoelen op de muren groeiden.

Van der Pekbuurt

Verderop verscheen in 1917-1926 de Van der Pekbuurt. Meer gericht op de arbeiders van de vele grote bedrijven aan het IJ. De huizen waren driehoog, de straten redelijk breed met pleintjes en perkjes.

Floradorp

De Bloemenbuurt en Floradorp (1920-1930) lijkt qua bouw op de Van der Pekbuurt. Aan het Floradorp lag het Florapark. Als een Noorderling Floradorp zegt, komt meteen Blauwe Zand in gedachten. Blauwe Zand ligt tegen nieuwendamp aan. Jongeren uit beide dorpen gingen regelmatig op de vuist. Dat waren massale en heftige vechtpartijen.

Tuindorp Oostzaan

Tuindorp Oostzaan is op verschillende momenten gebouwd; in 1924 de eerste 1.324 woningen; tussen 1934 en 1939 nog eens 642 woningen. Tegen Tuindorp Oostzaan (jaren ‘50) werd het Terrasdorp -in de volksmond Tuttifruttidorp- gebouwd. Het lag hoger dan Tuindorp Oostzaan en had fruitnamen als straatnamen.

Tuindorp Nieuwendam

Tuindorp nieuwendamp werd gebouwd tussen 1924-1927. De woningen waren modern, want ze hadden een doucheruimte. Opvallend zijn de acht poortgebouwen. De doorgaande Purmerweg is breed, de straatjes achter de poortgebouwen smal. Kenmerkend voor de tuindorpen. Rond het Purmerplein zijn winkels gebouwd.

Tuindorp Buiksloot

Als laatste tuindorp is Tuindorp Buiksloot (Blauwe Zand) in de periode 1930-1932. Alle tuindorpen en de twee nooddorpen zijn gebouwd om de woningnood in Amsterdam op te lossen en arbeiders van de fabrieken en bedrijven in Noord te huisvesten. Disteldorp en Vogeldorp zijn inmiddels monumenten geworden. De verschillen in bouwstijl en sfeer is het mooist te beleven door een fietstochtje langs de dorpen van Amsterdam Noord.

bron: mijn herinnering en Amsterdam op de kaart

De basis van koken.

Of je nu kookt voor je gezin, vrienden, buren of andere gasten, een aantal uitgangspunten gelden altijd. Het seizoen bepaalt in zekere zin de ingrediënten en de ingrediënten op hun beurt de maaltijd. Natuurlijk is boerenkool in de zomer mogelijk. Of een frisse salade in de herfst. Mijn bedoeling is me te laten leiden door de seizoensgroenten. Dat is de basis van koken.

Naar de seizoenen koken heeft het voordeel dat je kunt werken met lokale producten die dan ruim voor handen zijn. Groenten van de koude grond zijn vaak smaakvoller.

Een goede voorbereiding is het halve werk, zei mijn moeder vaak. Dat heb ik in mijn oren geknoopt. Wat ga ik mijn gezin of andere gasten voor zetten? Dus, een recept zoeken. Wat vindt iedereen lekker? Zijn er allergieën? Zal een nieuw recept in de smaak vallen? Zijn de gasten ‘avontuurlijk’ aangelegd of juist ‘traditioneel’?

Het juiste recept, de basis van koken

Goed, het juiste recept gevonden. Zelf nog wat aanpassingen bedacht. Soms een ‘geheel nieuw’ recept bedacht. Het is boodschappen doen geblazen. Natuurlijk zo veel mogelijk bij de (natuur-)slager, de visboer, de groenteman of op de markt. Een goed recept valt of staat met verse biologische ingrediënten. Niet van dat makkelijke ‘in één winkel alles kopen’, wat supermarkt heet. (Ik weet nog steeds niet wat er ‘super’ is aan supermarktmeuk)

Goede voorbereiding is het halve werk

Alle boodschappen in huis, de nodige pannen, potten, messen, pollepels, spatels, enz. klaargezet. De meeste mensen vergeten het bakje voor het snijafval, dus zeker ook klaar gezet. Niets is zo vervelend en stressvol om mis te grijpen tijdens het koken. Mijn messen zijn altijd scherp. Scherpe messen komen de smaak en de veiligheid ten goede.

Tot slot staat in mijn planning of de maaltijd vandaag of misschien morgen gegeten gaat worden. Vaak worden maaltijden de volgende dag lekkerder. Hoe lang is de voorbereiding en de bereidingstijd? Ik tel daar al gauw een kwartier bij op. Hoe laat is het de bedoeling dat er gegeten gaat worden? Soms is het snijwerk al gauw drie kwartier. De dagen dat we om 23.00 uur pas aan tafel gingen, komen door de goede planning nog weinig voor.

Nieuwste aanschaf, De smaakbijbel

‘…Had ik wel echt leren koken? Of was ik alleen maar enigszins bedreven in het opvolgen van aanwijzingen…’ Deze woorden van Niki Segnet in de inleiding van de Smaakbijbel konden uit mijn mond komen. De gebruikelijke smaakcombinaties weet ik wel toe te passen. Maar nieuwe combinaties, dat vind ik lastiger. Laat staan verrassende combinaties van smaken en ingrediënten.

Oude kookboeken

Nu is mijn streven zo weinig mogelijk kookboeken te hebben. Een paar echt oude kookboeken met oorspronkelijke recepten staan in mijn nogal lege ’bibliotheek’. Sinds vandaag staat daar De smaakbijbel van Niki Segnet bij.

Als je houdt van koken met een vleugje creativiteit, dan is De Smaakbijbel van Niki Segnit een absolute aanrader. Dit kookboek is geen standaard receptenverzameling, maar een culinaire reisgids die je uitdaagt om smaken op een nieuwe manier te combineren. Perfect voor wie in de keuken graag experimenteert en nieuwe smaakcombinaties wil ontdekken!

De Smaakbijbel

Wat De Smaakbijbel zo bijzonder maakt, is de unieke opzet. Het boek draait om het combineren van ingrediënten op basis van hun smaakprofielen. Van klassieke duo’s zoals tomaat en basilicum tot verrassende combinaties zoals aardbei met koriander – Segnit legt uit waarom smaken samengaan en geeft je een schat aan inspiratie. De schrijfstijl is toegankelijk, met een vleugje humor en een flinke dosis kennis, waardoor je het boek bijna als een roman kunt lezen. Het is ook prachtig vormgegeven, met een overzichtelijke indeling die uitnodigt om steeds weer een nieuwe pagina open te slaan.

Een kleine kanttekening: voor de absolute amateurkok kan De Smaakbijbel soms wat overweldigend zijn. Het boek bevat geen kant-en-klare recepten, maar vraagt om een basisbegrip van koken en wat lef om te experimenteren. Als je gewend bent aan stap-voor-stap handleidingen, kan het even wennen zijn om zelf aan de slag te gaan met de suggesties. Desondanks is De Smaakbijbel een must-have voor iedereen die van koken houdt.

Geverifieerd door ExactMetrics