Zelf boter maken

Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen! Het is een verslavend werkje en het resultaat is verslavend lekker. Zelf boter maken wordt een vast onderdeel van mijn keukenwerkzaamheden. Er zijn geen conserveermiddelen of andere toevoegingen. Weet wat je eet.

Met weinig materiaal, slagroom met een hoog vetgehalte en wat tijd is de klus eenvoudig. We hebben het geluk dat we aan rauwe slagroom met een vetgehalte van tussen de 50 en 60% kunnen komen. Hoe hoger het vetgehalte des te meer boter blijft er als resultaat over.

Rauwe room is ideaal, maar gepasteuriseerde room werkt ook. Room die ultra-hoge temperatuur (UHT) behandeld is zal niet goed karnen en is dus niet bruikbaar. Zorg ervoor dat de room op kamertemperatuur is (ongeveer 18-21°C), dit helpt bij het sneller klonteren van het vet.

Aan materiaal heb je nodig een glazen pot (1 liter) met deksel, een kom, een mixer, een zeef en kaasdoek. Van onze room blijft er ongeveer 250 gram boter over. Gebruik je lichtere room van ongeveer 30 tot 36% vetgehalte dan moet je rekenen op zo’n 175 tot 200 gram. De boter blijft ongeveer een week goed in de koelkast. Maak je een grotere hoeveelheid dan kan het in porties in de vriezer en blijft het jaren goed. 

Ingrediënten: 500 ml rauwe room, 2 el karnemelk of (Griekse) yoghurt van 10%

Aan de slag: zelf boter maken

Zorg er voor dat de room op kamertemperatuur, maar het kom zo koud mogelijk is. Giet de room in de pot en voeg de karnemelk toe. Even roeren zodat alles goed gemengd is. Het deksel losjes op de pot en laat het geheel op kamertemperatuur 12 tot 24 uur fermenteren. Hoe langer de room fermenteert, des te zuurder het wordt. Door het fermenteren wordt de boter langer houdbaar.

Na het fermenteren is de room crème frais geworden. Op zich leuk als dat het doel was. Maar ik ga door naar fase 2, het karnen van de room. De gefermenteerde room giet ik uit de pot in ruime koude kom. Met de mixer beginnen op een lage stand en als het slagroom wordt een standje hoger. Pas op dat de room niet uit de kom spettert. Langzaam aan ontstaan er klonters. Na nog een minuut of wat gaat de room scheiden, schiften. Onder in de kom wordt karnemelk zichtbaar. Dan is het bijna gedaan. 

Nu wordt het best een klusje om de klont boter uit de garde van de mixer te krijgen. Je kan kiezen om de boter in het kaasdoek te leggen en door te wringen het karnemelk er uit te persen. Ik vind het handiger om met de hand het karnemelk uit de boter te knijpen. Dat heb ik het minste verlies van boter.

In een kom met ijswater wordt de boter gewassen door de klont te knijpen en te kneden. Het ijswater wordt troebel. Ga door met kneden totdat het water wat van de boter komt helder is. Is dat gedaan dan kan je de boter droog deppen en in een vorm kneden.

Er zijn aardige botervormen te koop, maar ik vind de rustieke geknede vorm het meest passend. De boter nog even in twee porties verdelen en in boterpapier verpakken. Eén portie in de vriezer en de tweede portie voor direct gebruik. De overgebleven karnemelk kan gebruikt worden in andere gerechten of direct opgedronken worden.

Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen! Het is een verslavend werkje en het resultaat is verslavend lekker.
Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen!

Carbidschieten en de Carbidfabriek

Oud en Nieuw in het Oosten van het land. Op oudjaarsdag gaat het los. De boeren in de omgeving brengen hun carbidkanonnen in stelling. Was het voorheen een melkbus waarmee de doffe dreunen werden geproduceerd, nu zijn het ware kanonnen. Carbidschieten en de Carbidfabriek.

Carbidschieten is een typisch Nederlandse oudejaarstraditie die vooral in Drenthe, Groningen, Friesland, Overijssel en delen van Gelderland leeft. Rond 1900 begonnen jongeren op het platteland ermee te experimenteren als kwajongensstreek, zoals de veldwachter uitdagen. 

Carbid en melkbussen waren makkelijk voorhanden op boerderijen. Je hebt een melkbus, boort aan de onderkant een gaatje. Een blokje carbid in de melkbus, wat water en de deksel stevig op de bus drukken. Even wachten tot er voldoende gas ontstaat en een vuurtje bij het gaatje. Een doffe dreun is het resultaat. Het is wel even lopen om het deksel op te halen. Tegenwoordig wordt vaak een bal gebruikt in plaats van een melkbusdeksel. Het is populair bij feesten, huwelijken en vooral Oud en Nieuw. In 2014 werd in Nederland het carbidschieten officieel als cultureel erfgoed. Het staat naast Sinterklaas en paasvuren en benadrukt saamhorigheid in dorpen. Carbidschieten en de Carbidfabriek

In Amsterdam Noord aan de Distelweg stond de Electro Zuur- en Waterstoffabriek, in de volksmond simpelweg ‘de Carbidfabriek’. Deze fabriek, gebouwd in de jaren ’30 en operationeel vanaf 1940, produceerde calciumcarbide op grote schaal. Gloeiend vloeibaar carbid werd er in bakken gegoten om af te koelen. Een spectaculair gezicht en te zien vanaf de straat. Voor de arbeiders was het gevaarlijk en smerig werk. Veelal haalden de arbeiders hun pensioenleeftijd niet. De omgeving van de fabriek was wit uitgeslagen. Als je langs de fabriek op weg naar de Derde Pontverbinding fietste prikten je ogen ongemakkelijk. De fabriek bleef actief tot in de jaren ’70-’80.

Carbid, (calciumcarbide) is een chemische verbinding die ontstaat door kalk en koolstof bij extreem hoge temperaturen te verhitten. Het is ontdekt in de late 19e eeuw. Carbid reageert heftig op water en produceert zo acetyleengas (ethyn). De toepassingen van carbid waren veelzijdig: voor de productie van acetyleen, gebruikt in carbidlampen voor verlichting op fietsen, auto’s en in mijnen. Acetyleen diende ook voor autogeen lassen en snijden in de metaalindustrie. Het was tot in de jaren ’30 de belangrijkste bron van dit gas. Zelfs om mollen te verjagen.

In 1969 was er een grote brand bij de Carbidfabriek -inmiddels AGA-. De gasflessen schoten als raketten omhoog. Sommige gasflessen kwamen bij het Centraal Station in Het IJ terecht. Noord liep uit om naar de brand te kijken. Niet geheel ongevaarlijk omdat de gasflessen als ongeleide projectielen door de lucht schoten.

Oud en Nieuw in het Oosten van het land. Carbidschieten en de Carbidfabriek
Felle uitslaande explosie-brand te Amsterdam (bron AGA Museum)

Recept Amsterdamse uien inmaken

Op verjaardagen en partijen werden in het ouderlijk gezin Amsterdamse uien en zoetzure zilveruitjes geserveerd. Op een blokje kaas, een plakje leverworst of zo los een Amsterdamse ui. Mijn moeder grilde van alles wat zoetzuur was. Zij kocht het bij de kruidenier voor mijn vader en ons, kinderen. Tante Rooie Betsie had die afkeer van zoetzuur niet. Die maakte uien, augurken en witte kool in dat het een lust was. Bijna alles kwam uit de eigen volkstuin.

Ik heb de afkeer van zoetzure producten niet geërfd van mijn moeder. Niet bij de vroegere zuurkar, maar te koop in de super, van Kesbeke of van De Leeuw Zuurhandel. Maar hoe zijn die Amsterdamse uien en ingemaakte zilveruitjes in de Nederlandse keuken beland? 

De geschiedenis van Amsterdamse uien hangt nauw samen met de instroom van Asjkenazische Joden uit Oost-Europa, zoals Duitsland en Polen, vanaf de 17e eeuw. Amsterdam was destijds een toevluchtsoord voor vervolgde Joden, en velen vestigden zich in arme wijken zoals de Jodenbuurt. De Joodse keuken uit Oost-Europa stond bol van ‘zuurwaren’: groenten zoals uien, augurken, kool en zelfs haring werden ingelegd in azijn met kruiden om ze langer houdbaar te maken. Dit was een praktische oplossing in een tijd zonder koelkasten, en het paste goed bij de Amsterdamse marktcultuur.

De uien zelf – kleine consumptie- of zilveruitjes – werden direct na de oogst handmatig gepeld en ingelegd in een mengsel van azijn, suiker, zout en specerijen.

Rond 1850 werd ‘De Leeuw Zuurhandel’ opgericht, een pionier in het inleggen van uien, komkommers en haring in houten vaten vol kruidenazijn.  Straatventers, vaak Joodse families, trokken met handkarren door buurten zoals de Jordaan en de Jodenbuurt. Deze ‘zuurkarren’ verkochten de uien huis-aan-huis of op markten, vaak gecombineerd met een rolmops of een stuk kaas. Het was betaalbaar eten voor de arbeidersklasse. 

Families zoals de Kesbekes begonnen thuis te schillen: Camiel Kesbeke liet vrouwen in Amsterdam de uien pellen en bracht ze later naar Zeeland voor efficiëntere verwerking.  Dit leidde tot de oprichting van Kesbeke Fijne Tafelzuren, nog steeds een toonaangevend bedrijf.

De Eerste Wereldoorlog en de economische crisis van de jaren ‘30 versterkten de populariteit; ingelegde uien waren goedkoop en lang houdbaar. In de loop der jaren industrialiseerden bedrijven zoals De Leeuw en Kesbeke: handkarren maakten plaats voor fabrieken.

Ingrediënten: 500 gr wat grotere zilveruitjes, 1 tl Keltisch zeezout, 275 ml natuurazijn, 250 ml water, 125 gr honing, 1 tl kurkumapoeder, 2 tl mosterdzaad, 1 tl peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels, 1 klein rood pepertje

Aan de slag: Recept Amsterdamse uien inmaken

Waarom kopen als je het ook makkelijk zelf kunt maken? Weet wat je eet. Pel de uitjes zorgvuldig. Bestrooi ze met het zout en laat ze 4 uur pekelen in een schaal in de koelkast. Spoel ze daarna goed af onder koud water en laat uitlekken in een vergiet.

Meng in een pan de azijn, water, suiker en alle kruiden (mosterdzaad, peperkorrels, laurierblad, kurkuma, **. Breng aan de kook op middelhoog vuur en laat 3-5 minuten zachtjes doorkoken, zodat de smaken intrekken. Roer de kurkuma goed door tot een glad papje voor een mooie gele tint.

Voeg de uitgelekte uien toe aan het hete mengsel. Laat 10-15 minuten zachtjes koken op laag vuur. Proef en pas zoet of zuur aan met extra suiker of azijn.

Verdeel de hete uien en het vocht over brandschone, gesteriliseerde glazen potten. Ik zet de potten in de koude oven en laat deze verwarmen tot 150°C en dan voor 15 minuten op 150 graden laten staan. Vul tot 1 cm onder de rand en sluit stevig af met de deksel.

Laat minstens 3 weken intrekken op een donkere, koele plek. Ik bewaar de potten in de koelkast. Ze zijn houdbaar tot 6 maanden. Lekker bij stoofvlees, kaas of stamppot.

Voorraadkast van de Romeinen

Op de lagere school leerde ik van bovenmeester Gemst ( zesde klas) dat de Betuwe, voorraadkast van de Romeinen was. Het waren spannende verhalen die de geschiedenislessen leuk maakten, Betuwe. Maar was het ook waar? Hoe kwam het dat de zo’n verzameling van fruitteelt was en is? 

Een reconstructie van Romeinse soldaten met vers fruit uit Betuwse tuinen (Museum Het Valkhof)

Stel je voor: het is 19 v.Chr. Langs de modderige oevers van de Rijn marcheren Romeinse legioenen onder Drusus. Ze hebben honger. De tocht naar het noorden -voorbij de moerassen- is zwaar. Maar tussen Waal en Lek ligt een vruchtbaar eiland dat hen redt.

De Bataven, een Germaanse stam, zijn de sleutel. Ze wonen hier al decennia, mogelijk uitgenodigd door de Romeinen zelf als buffer tegen noordelijke stammen. In ruil voor militaire steun – hun zwemmende cavalerie is legendarisch – mogen ze hun land bewerken zonder Romeinse belastingen.

Voorraadkast van de Romeinen

De rivierklei is goud waard. Akker na akker levert graan, bonen en gerst. Runderen grazen op de uiterwaarden; melk, boter en kaas vullen de rantsoenen van soldaten in forten als Noviomagus (Nijmegen) en Fectio (Vechten).

Maar het is meer dan brood en vlees. In de tuinen (horti) bij de castella groeien exotische vruchten: perziken uit Perzië, pruimen uit de Balkan, kersen en druiven. Archeologen vinden de pitten nog steeds – in Tiel, Elst, Zaltbommel. Deze vruchten zijn geen luxe voor officieren alleen; ze zijn vitaminebommen voor troepen die anders scheurbuik krijgen.

De Rijn is de levensader. Schepen varen af en aan met amforen vol olijfolie, wijn en vissaus. Lokale producten – bier, gedroogd fruit, leer – gaan de andere kant op. De Betuwe is geen achterland; het is een logistiek knooppunt.

De Betuwe is nog steeds Nederlands fruitparadijs. De Romeinen plantten de eerste perzik – wij oogsten de Elstar. De Betuwe: De Voorraadkast van de Romeinen. Waar wij in het seizoen onze aardbeien halen.

bron: museum Het Valkhof

Verse aardbeien uit de voorraadkast van de Romeinen, de Betuwe
Verse aardbeien uit de voorraadkast van de Romeinen, de Betuwe

Zilveruitjes zelf inmaken

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?

Natuurlijk zijn er verschillende merken ingemaakte zilveruitjes in de winkel. Ze smaken echter allemaal ongeveer hetzelfde. Door het zelf te maken kan je de smaak aanpassen aan je eigen wensen. In tegenstelling tot veel gekochte zilveruitjes, die vaak extra suiker, zout, of conserveringsmiddelen bevatten, heb je bij zelf inmaken volledige controle. Je kunt onnodige toevoegingen vermijden en natuurlijke aroma’s gebruiken. Je weet wat je eet.

Ik heb zo’n 500 gram zilveruitjes nodig. Ze moeten zo vers en zo klein mogelijk zijn. Dat wordt uitzoeken bij de groenteman. Gelukkig is het zelfbediening en niet al te druk in de winkel. Na wat graaien en selecteren heb ik het benodigde aantal grammen. Inclusief 50 gram meer ‘voor de breuk’. In plaats van de traditionele suiker gebruik ik honing. Hiermee kan ik de gewenste smaakvariatie aanbrengen. Omdat honing wat zoeter is gebruik ik wat meer azijn, zo’n 25 ml meer.

Ingrediënten: 500 g verse zilveruitjes, 275 ml natuurazijn (5-7% zuur), 250 ml water, 125 gr honing, 1 el Keltisch zeezout, 2 tl mosterdzaad, 1 tl dillezaad, 1 tl zwarte peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels.

Aan de slag: zilveruitjes zelf inmaken

Ik gebruik vier glazen potten waar al eerder zoetzuur in heeft gezeten. Deze uitgebreid in de afwasmachine gehad zodat ze grondig schoon zijn. Om de potten te steriliseren zet ik ze zonder deksel in de oven. De oven op 150 graden en de tijd instellen op 20 minuten. Onze oven is in vijf minuten op 150 graden, zodat het steriliseren zo’n 15 minuten in beslag neemt.

Het pellen van de uitjes is best een werkje. Door ze te overgieten met kokend water en dan met koud water te spoelen zijn de schilletjes makkelijker te verwijderen. Met een scherp mesje aan de onderkant van de uitjes een kerfje zetten en het velletje laat na wat aanmoediging los.

In een pan met dikke bodem gaan achtereenvolgens azijn, water, zout, mosterdzaad, dillezaad en zwarte peperkorrels en wordt aan de kook gebracht. De honing meng ik eerst met wat kokend water om de honing wat makkelijker op te lossen. Dan gaat de honing ook in de pan. Roeren tot de honing en zout oplossen en 5 minuten zachtjes laten koken. 

De gepelde uitjes 1-2 min in kokend water met een snufje zout blancheren. Meteen afgieten en afspoelen met koud water. De uitjes verdelen over de steriele potten. Het hete inmaakvocht in de potten gieten tot 1 cm onder de rand. Hierbij moet ik zorgen dat de kruiden gelijkelijk over de potten verdeeld zijn. Dan meteen de deksel op de pot doen en stevig aandraaien. 

De potten gaan nog 10 minuten in een pan met kokend water, waarbij het water tot 3/4 van de pot komt. Na 10 minuten kunnen de potten in het water afkoelen. Nu komt de fase van geduld hebben. De potten moeten 1 tot 2 weken op een donkere koele plek bewaard worden. Dan is het proces van zilveruitjes zelf inmaken afgerond. Na openen tot 3 maanden in de koelkast bewaren.

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerd Gekarameliseerde verse zilveruitjes Zilveruitjes zelf inmaken

Mijn verjaardag in 1960

Mijn verjaardag werd altijd op de zondag ná mijn echte verjaardag gevierd. Ik zal een jaar of tien zijn geweest. De kamer versierd met drie slingers. Zo rond 1 uur ‘s middags kwam de visite: tante Greet met ome Johan (zeg maar Piet), nicht Tonia, tante Betsie, beter bekend als ‘Rooie Betsie’, tante Jeanne (door de Amsterdamse tak steevast Sjaan genoemd) en één of twee buurvrouwen. Natuurlijk werd er ‘lang zal hij leven’ gezongen voor mijn verjaardag.

We hadden een kleine familie, maar ook een vrij kleine huiskamer. Het leek een drukte van jewelste. De stoelen in een kring, mijn moeder bij de deur naar de keuken. Dat was handig om de koffie, thee, taart en koekjes te halen. We hadden de luxe van taart, gebak én luxe koekjes. Zo’n kring van visite was gezellig, maar best wel onhandig. De volwassenen kregen koffie of thee én een schotel met een stuk taart of een gebakje. Daar zat je dan met je handen vol. Mijn broers en ik kregen een glaasje ranja en een gebaksbordje met een stuk taart. Maar wel aan tafel op drinken. 

De visite wist dat ik Matchbox autootjes spaarde dus kreeg ik zo’n zes autootjes op mijn verjaardag. Geen dubbele of die ik al had. Mijn moeder hield een lijstje bij van wat ik graag wilde. De speelgoedwinkel had boekjes van Matchbox met alle modellen er in. Elk jaar aangevuld met de nieuwe modellen. Dat was op zich al het sparen waard.Was iedereen voldaan van koffie, thee en gebak dan kwamen de glaasjes en hapjes op tafel. Hoewel, de schalen met hapjes werden doorgegeven en gingen van hand tot hand. Eerst de volwassenen, dan de kinderen. Ome Johan en mijn vader dronken een jonkie, Rooie Betsie een sherry. Mijn moeder en haar zus tante Jeanne een advocaatje met ruim slagroom

In de keuken mocht ik helpen de hapjes klaar te maken: gekookte worst en leverworst in plakjes snijden. De kaas -jonge en belegen- in blokjes. Op de blokjes belegen kaas ging met een prikkertje een blokje stemgember of een zilveruitje. Mijn moeder sneed de augurken in plakjes. Alles op aparte schalen. Soms mocht ik langs gaan, want het was mijn verjaardag. Dat bleek niet handig wegens de beperkte manoeuvreer ruimte. Dan maar doorgeven en de schaal zo goed als leeg terug kwam voor de volgende ronde. 

Na de verschillende glaasjes en de grapjes van ome Johan werd het tijd voor een kom soep. De buurvrouwen gingen dan alvast. Er moest thuis gekookt worden. De achterblijvers konden kiezen uit tomatensoep of kippensoep. Uit blik. Een enkele dwarsligger wilde koffie, maar daar begon mijn moeder niet aan ‘dan blijf ik bezig’ was haar argument. Daarna was het afscheid nemen met de verplichte kussen en was het afwassen geblazen. 

De verjaardagshapjes

  • In de keuken werden de gekookte worst in plakjes gesneden; 
  • leverworst in plakjes gesneden met een stukje augurk of een zilveruitje, een bakje mosterd om te dippen;
  • Kleine augurkjes met daaromheen een plakje cervelaatworst of een plakje salami vastgezet met een prikkertje;
  • Jonge kaas in blokjes geserveerd met een bakje mosterd om te dippen;
  • Belegen kaas in blokjes met een stukje stemgember of een plakje augurk, of een zilveruitje, of een Amsterdamse ui vastgezet met een prikkertje;
  • Asperges uit blik omwikkeld met ham;
  • Een bakje Amsterdamse uien.

Bakjes met paprikachips en naturel chips, eventueel dipsausjes uit een zakje werden op tafel gezet, naast bakjes met Tuc zoute koekjes, een bakje pinda’s of nootjes. Op tafel een glas met rookwaar: sigaretten en kleine sigaartjes (señoritas).

Buikspek in de koekenpan bereid

In ons gezin zijn niet alle leden verzot op buikspek. De structuur bevalt niet echt. Ik ben wel te porren voor een goed bereid stukje buikspek. Dus bij de slager een stukje zonder zwoerd gekocht. Mijn favoriete bereidingswijze; buikspek in de koekenpan bereid.

Buikspek is veelzijdig. Buikspek in de oven, buikspek op de BBQ, buikspek in de slowcooker, in de koekenpan, sticky buikspek. Het kan allemaal. Om de naturel smaak te houden gebruik ik alleen wat zout en wat peper. Buikspek is van zichzelf al lekker. Deze keer bak ik het in de koekenpan.

Ingrediënten: 250 gr buikspek zonder zwoerd, wat zout en wat peper, een beetje ghee.

Aan de slag: buikspek in de koekenpan

Een uur voordat ik ga bakken haal ik het buikspek uit de koelkast en laat het op kamertemperatuur komen. Voorzover nodig even droogdeppen. Ik kies er voor om het vet licht in te snijden met een snede of vier.

Om de smaak wat levendiger te maken wrijf ik het vlees in met wat zout en peper. Dan mag het een kwartiertje rusten. Na een kwartier verhit ik de ghee in een gietijzeren koekenpan op middelmatig vuur. De pan moet goed heet zijn voordat de spek in de pan gaat.

Eerst gaat het spek op het vetrandje in de pan voor een minuut of vijf. Dan het spek draaien voor nogmaals vijf minuten. Na deze vijf minuten wordt het spek op een iets lager vuur om en om gebakken. Na een minuut of tien kan het vuur uit en is het spek klaar voor serveren. Ik leg het spek op dubbel keukenpapier op een bord om uit te lekken.

Andere bereidingen:

Sticky buikspek
Buikspek uit de oven:
Buikspek op de BBQ

En nog veel meer te vinden op internet

Gezonde kookmethodes

Tijdens het reorganiseren van een kast kwamen we de ooit gekochte stoompan tegen. Met goede bedoelingen gekocht en…uit het zicht verdwenen, dus nog niet gebruikt. Terwijl stomen toch als een van de gezonde kookmethodes wordt gezien. Het voedsel gaart in stoom zonder dat je olie of boter hoeft toe te voegen. Dit behoudt niet alleen de natuurlijke smaak en textuur van ingrediënten, maar voorkomt ook het verlies van waardevolle voedingsstoffen zoals vitaminen en mineralen – in tegenstelling tot koken of frituren, waarbij deze vaak in het water of de olie verdwijnen. Bovendien is het snel (vaak in 5-15 minuten klaar), energiebesparend en geeft het weinig geurtjes in de keuken. Een opsomming van gezonde kookmethodes.

  1. Grillen
    • Hoe werkt het? Voedsel wordt bereid op een grill of grillpan, meestal bij hoge temperatuur, waarbij overtollig vet wegdruipt.
    • Voordelen: Behoudt voedingsstoffen, voegt een rokerige smaak toe zonder extra vet, en is geschikt voor vlees, vis, groenten en zelfs fruit. Het vetgehalte blijft laag omdat vet tijdens het grillen wegsmelt.
  2. Pocheren
  1. Hoe werkt het? Ingrediënten worden zachtjes gekookt in een vloeistof (water, bouillon of wijn) bij lage temperatuur (ongeveer 70-80°C).
  2. Voordelen: Geen toegevoegde vetten, behoudt delicate smaken en texturen, vooral ideaal voor vis, eieren en fruit. Voedingsstoffen blijven grotendeels intact omdat de temperatuur laag is.
  3. Bakken in de oven
  1. Hoe werkt het? Voedsel wordt bereid in een oven met droge hitte, vaak op een bakplaat of in een ovenschaal.
  2. Voordelen: Weinig of geen olie nodig, geschikt voor grote porties, en behoudt smaak en voedingsstoffen. Ideaal voor groenten, vlees en vis.
  3. Roerbakken
  1. Hoe werkt het? Ingrediënten worden snel op hoog vuur gebakken in een wok of pan met minimale olie.
  2. Voordelen: Snelle bereiding behoudt knapperigheid en voedingsstoffen van groenten. Weinig vet nodig als je een goede anti-aanbakpan gebruikt. Perfect voor gemengde groenten, mager vlees of tofu.
  3. Sous-vide
  1. Hoe werkt het? Voedsel wordt vacuüm verpakt en langzaam gegaard in een waterbad op een constante, lage temperatuur (meestal 50-70°C).
  2. Voordelen: Maximale behoud van smaak, textuur en voedingsstoffen. Geen vet nodig en vlees blijft sappig. Ideaal voor precisiekoken.
  3. Koken in bouillon
  1. Hoe werkt het? Groenten, granen of eiwitten worden gekookt in een smaakvolle bouillon in plaats van water, wat smaak toevoegt zonder extra calorieën.
  2. Voordelen: Beperkt verlies van voedingsstoffen als je de bouillon hergebruikt (bijvoorbeeld voor soep). Laag in vet 
  3. Rauwe bereiding 
  1. Hoe werkt het? Ingrediënten worden niet verhit, maar rauw gegeten, zoals in salades, smoothies
  2. Voordelen: Maximaal behoud van vitaminen, mineralen en enzymen, omdat er geen hitte wordt gebruikt. Geen vet nodig en snel te bereiden.

Het zijn gezonde kookmethodes, maar kies vooral dié welke het best bij je passen.

Gekarameliseerde verse zilveruitjes

Al langer heb ik mijn zinnen gezet op het karameliseren van verse zilveruitjes. Maar, het is nog niet zo makkelijk om aan goede verse zilveruitjes te komen. De betere groentewinkel heeft ze, maar niet altijd. Tijdens het doen van de boodschappen bleek dat onze vaste groenteman mooie verse zilveruitjes verkoopt voor een leuke prijs. Er komen twee projecten aan, gekarameliseerde verse zilveruitjes in de slowcooker en ingemaakte verse zilveruitjes. Inmiddels zijn de projecten gerealiseerd.

Allereerst de keuze voor de zilveruitjes. De meest geschikte zijn de stevige kleine zilveruitjes van rond  de 1,5 cm doorsnede. Het pellen kan een gepriegel zijn. Snijd een kruisje aan de onderkant en dompel de uitjes voor een paar minuut in kokend water. Het pellen wordt een stuk makkelijker.

Ingrediënten: 250 gr verse zilveruitjes, 13 gr boter, 1 el ghee, 25 gr suiker, 100 ml rode wijn, 1/2 el balsamicoazijn, 1/2 el honing, 2 takjes verse tijm, zout naar smaak.

Aan de slag met Gekarameliseerde verse zilveruitjes

Op middelhoog vuur worden in een pan met dikke bodem de boter en ghee verhit. Voeg de suiker en wat zout toe en roer tot de suiker smelt. Voeg de gepelde uitjes toe en spatel ze door het mengsel zodat de uitjes rondom bedekt zijn. Het geheel afblussen met de wijn, balsamicoazijn en de honing. De takjes tijm toevoegen en het geheel aan de kook brengen. Dan kan het vuur laag, de deksel op de pan en zachtjes laten sudderen voor een minuut of 35.

Tijd om de takjes tijm uit het mengsel te halen en wat water toe te voegen. De komende 10 minuten laten pruttelen en in te dikken op laag vuur tot de uitjes goudbruin zijn en het vocht is verdampt tot een stroperig geheel. Spatel de uitjes voorzichtig om en om. Serveer de uitjes lauwwarm of koud.

De volgende keer probeer ik de verse zilveruitjes te karameliseren in de slowcooker.

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde verse zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerd Gekarameliseerde verse zilveruitjes

Alternatieven voor paneermeel

Paneermeel, wie gebruikt het nu niet in bepaalde gerechten? Ik gebruikte het vroeger in bijvoorbeeld gehakt om de structuur steviger te maken. Of om te paneren en een krokant laagje om vis of vlees te maken bij het bakken of frituren. Sinds enkele jaren gebruik ik geen paneermeel meer. Het ruikt en smaakt muffig, niet lekker. Het werd een zoektocht naar alternatieven voor paneermeel.

Paneermeel wordt in gerechten gebruikt voor:
Een krokante korstje: Het creëert een knapperige laag bij bakken of frituren, wat contrast toevoegt aan zachte ingrediënten. Paneermeel wordt gemengd met ei en bloem om een krokante korst te vormen rond vlees, vis of groenten. Paneermeel wordt over de bovenkant gestrooid, vaak met boter of kaas, om een knapperige laag te maken tijdens het bakken. Dit geeft textuur aan een verder zachte schotel. Ook houdt het krokante laagje sappen van het ingrediënt vast.

Binding: Het helpt ingrediënten bij elkaar te houden, zoals in gehaktballen of vegetarische burgers. Paneermeel wordt toegevoegd aan gehakt of groentemengsels om vocht te absorberen en het mengsel compacter te maken, zodat het niet uit elkaar valt tijdens het koken.

Vulling of topping: Het geeft structuur of een krokante afwerking aan ovenschotels en gratins. Paneermeel wordt gemengd met kruiden, kaas of groenten om een stevige vulling te maken die niet uitloopt tijdens het bakken.

Alternatieven voor paneermeel

Verkruimelde beschuit
Verkruimel of maal een of meerdere beschuiten.
Gemalen cornflakes
Cornflakes, licht verkruimeld, geven een knapperige textuur en een neutrale, licht zoete smaak. Ze zijn populair in westerse keukens, zoals in de VS voor gefrituurde kip.
Panko
Panko is een Japans type paneermeel gemaakt van witbrood zonder korst, wat een luchtigere en knapperigere textuur geeft.
Gemalen crackers
Verkruimelde ongezouten crackers zijn een goede vervanger. Ze geven een krokante laag en zijn neutraal van smaak, vaak gebruikt in Europese en Amerikaanse recepten.
Havermout
Fijngemalen havermout biedt een licht nootachtige smaak en een stevige textuur. 
Gemalen noten (bijv. amandelen, walnoten)
Fijngemalen noten geven een rijke, nootachtige smaak en een knapperige textuur. 
Kokosrasp
Gedroogde kokosrasp geeft een zoete, tropische smaak en krokante textuur. 
Maïsmeel of polenta
Maïsmeel of polenta zorgt voor een korrelige, krokante laag.
Rijstmeel of gemalen rijstvlokken
Fijngemalen rijstvlokken of rijstmeel geven een lichte, knapperige textuur. 
kikkererwtenmeel
Kikkererwtenmeel, bekend als besan in de Indiase keuken, wordt gebruikt voor gerechten zoals pakora. Het geeft een hartige, nootachtige smaak en een krokante textuur.
Geroosterde broodkruimels van vers brood
Vers brood (bijv. ciabatta of zuurdesem) roosteren en verkruimelen. Dit geeft een frisse, knapperige textuur. 

Voor extra smaak kun je kruiden, specerijen of geraspte kaas toevoegen aan deze alternatieven voor paneermeel

error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics