Die Groot Trek; Potjiekos

Die Groot Trek: die setlaars is Boere, Voortrekkers genoem en staan nou ook bekend as Afrikaners. Hulle het nie saamgestem met die status quo in die Kaapkolonie nie. ‘N Geskatte 12 000 boere het tussen 1830 en 1850 in die binneland ingetrek om hul eie republieke te begin. Dit het die boerestate geword: Oranje-Vrystaat en Transvaal. Gestig omdat die boere nie met die Engelse regime saamgestem het nie en massaal uit die Wes-Kaap verlaat het.

foto: G. S. Smithard (1873–1919); J. R. Skelton (1865–1927) – Taken from page 290 of Colvin, Ian(1909). South Africa. London: The Caxton Publishing Company. OCLC 893096.

Die boere het deur die land met bedekte waens gereis. Omdat nie alle lewensmiddele weggeneem kon word nie, moes die Boere leef van wat hulle onderweg ondervind het. Groente, kruie en knolle is daagliks versamel. Vleis is op diere gejag. Gaar aan die einde van die dag; die groot pot is oor die vuur gehang; Die vleis is eers in die pot gesit, toe het die groente en kruie gekom. Kook was ’n sosiale gebeurtenis. Die ervarings van die dag is bespreek, natuurlik terwyl jy wyn geniet. Vir gerief was daar geen roer in die pot nie. Die storie maak die ronde wat die potjiekos gekook het toe die bottel leeg was
.
Nu is het in Nederland niet mogelijk die groenten en knollen die de Boeren rond 1830 tijdens Die Groot Trek verzamelden voor potjiekos te bemachtigen. We zullen het moeten doen met wat in de winkel aan groenten, uien enzovoort kopen. Hierbij is het niet zo belangrijk wat voor groenten je kiest. Om toch een idee van ‘avontuur’ te creëren gebruik ik hert en wild zwijn. Van oudsher hoort bij het bereiden van potjikos een goed gesprek en een goed glas. Het is vroeg in de ochtend en ik ben alleen. Tegen mezelf praten gaat nog wel. Het goede glas moet maar uitgesteld worden tot beter geschikte tijd.

Ingrediënten
1 kg hert; 0,5 kg wild zwijn; 5 gesneden aardappelen; 3 bollen solo-knoflook; 2 gesneden uien; 1 zoete aardappel (of 4 wortelen); 250 gr bloemkoolroosjes; 1 rode en een gele paprika; 250 gr paddenstoelen naar keuze; 15 gram bruine suiker; 150 ml sinaasappelsap; 200 gram geraspte kaas; Olijfolie; Peper en zout naar eigen smaak

Aan de slag: Die Groot Trek; Potjiekos

Het snijwerk: Eerst gaat het vlees in stukjes, niet te klein en niet te groot. De bloemkool, de broccoli, uien en de zoete aardappel eveneens niet in te kleine of te grote stukjes snijden. Overigens dient de zoete aardappel eerst geschild te worden. De knoflook pellen en de bollen in vieren snijden.

De volgende stap is het verhitten van een ruime guts olie in een braadpan, Het vlees aanbraden tot het lichtbruin is. Dit is de eerstei laag.

Dan kunnen de knoflook en gesneden uien als tweede laag bij het vlees in de pan. Nog even verder braden.

De derde laag bestaat uit de stukjes aardappel. Even mooi verdelen als laagje. De vierde etage wordt gevormd door de groenten, paprika, paddenstoelen, bruine suiker en de sinaasappelsap.

Nu alles, behalve de kaas, in de slowcooker is overgebracht, kan die aan op mijn favoriete stand ‘Laag’. Naar Boerenbegrip is de potjieskos klaar as die vleis sag is en die bottel leeg is. Dit duurt ongeveer 2,5 uur.

“As jy ernstig as ’n potjikos-voorbereider geneem wil word, is dit nie nodig om te roer of te skop nie, en om jou te verneder na beginner) Voor net die bediening moet jy net gerasperde kaas oor die potjiekos sprinkel en kan geëet word.”

Eet lekker!

(Die Groot Trek https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Trek_Zuid-Afrika)

Die Groot Trek; Potjiekos

Ganzenbout met aardappelen in de oven

μπουλόνια χήνας με πατάτες στο φούρνο. 

Anders dan in Nederland is Pasen in Griekenland traditioneel het belangrijkste Christelijke feest van het jaar. De verrijzenis van Jezus Christus wordt gevierd. De opstanding (Anastasi) is zaterdag om precies middernacht geweest en wordt gevierd met een uitbundig paasvuur en vuurwerk is ’s nachts losgebarsten. De kerken luidden de klokken.

Eerste Paasdag is een nationale feestdag. Na veertig dagen vasten mag er eindelijk weer vlees gegeten worden en dat laat men zich geen twee keer zeggen: overal wordt lam aan het spit in de buitenlucht geroosterd. Muziek, dans en wijn horen erbij. Men wenst elkaar: ‘Christos Anesti!’ (Jezus is opgestaan). Het antwoord is dan ‘Alithos Anesti!’ (‘Hij is waarlijk opgestaan’). Ook zegt men: ‘Chronia Polla‘ en ‘Kalo Pascha!’ (‘Vele jaren!’ en ‘goede Pasen!’)

Dit is een gerecht voor feestdagen. Er wordt altijd lam gegeten als het feest is, speciaal met Pasen. Ter afwisseling maken we het dit keer met ganzenbouten. Dit zal ons niet euvel geduid worden. Traditioneel wordt geluisterd naar ‘O Gliki Mou Ear’ (vertolkt door Vangelis & Irene Papas) We eten Ganzenbout met aardappelen in de oven op Tweede Paasdag. Op Eerste Paasdag staat deze Stifado op tafel.

Een waarschuwing is op zijn plaats. Wilde gans is een taaie vlieger. Het vlees is mager, dus het gevaar van te ver doorbraden ligt op de loer. Ganzenbouten bereiden is een avontuur.

Aan materiaal hebben we nodig; een ovenschaal; een voorverwarmde oven (175 graden) dunschiller; twee scherpe messen; snijplank; kopjes; eetlepel en twee wijnglazen.

Ingrediënten
4 Ganzenbouten; 4 grote aardappelen; 1 kop rijstolie; boter; 1 citroen; 4 bollen solo-knoflook; 2 eetlepels oregano; 1 kop water; zout en peper, voldoende droge witte wijn.

Aan de slag; Ganzenbout met aardappelen in de oven

We gieten een goede guts olie in een grote ovenschaal. Nadat de ganzenbouten zijn drooggedept, worden deze in de ovenschaal gelegd. Ondertussen snijdt een van ons de knoflook bollen in vieren (de grote bollen in achten) en verstoppen de knoflookpartjes als paaseieren tussen het vlees.

Nu is het de beurt aan de aardappelen. Die worden na geschild te zijn in langwerpige grove stukken gesneden. Deze parten kunnen netjes langs het vlees worden neergelegd. Nu komt een onderdeel wat ons een beetje pijn doet; we voegen water toe, zodat de aardappelen nét onder water staan. Om dit te verwerken, nemen we een slokje wijn. Nouja, een goede slok dan.

De citroen wordt door midden gesneden en beide helften boven het vlees uitgeknepen. Zout, peper en oregano er over heen gestrooid en de boter in klontjes over het vlees en de aardappelen verdeeld. Met een flink stuk aluminiumfolie afgedekte ovenschaal schuiven we in de inmiddels warme oven. De timer op 60 minuten gezet en de eerste klus is geklaard. Tijd voor…..het glas te ledigen en een nieuwe te inschenken. Per slot van rekening is het feest.

Na het uur kan de folie van de ovenschaal en nogmaals 60 minuten in de oven. Nu krijgt de ovenschotel de kans en de tijd om verder te garen en bruin te worden. Vanaf dit moment is het belangrijk de bouten regelmatig te bedruipen met het braadvocht. Wel even opletten dat na dertig minuten het vlees gekeerd dient te worden. Na deze dertig minuten hebben we weer dertig minuten de tijd om de tafel te dekken en ons gereed te maken voor dit feestmaal. De bouten zijn gaar als het vlees van het bot valt.

Het is feest, dus we koken met een glas wijn. Jammer genoeg hebben we geen Retsina, maar wel Malamatina-glaasjes. Dus de sfeer is redelijk Grieks. Met z’n tweeën in de keuken, wat kletsen, wat snijden, af en toe iets in de pan deponeren, roeren en scheppen.

We schenken een glas wijn per persoon in en proosten op een goede maaltijd. Eet smakelijk.-Καλή όρεξη

<strong>Ganzenbout met aardappelen in de oven</strong>

ASS koken

In een onbewaakt moment, terwijl ik met facebook bezig was, zag ik een wanhoopskreet. Daarnaast vraag ik hoe je een tiener met autisme leert koken; welke gerechten zijn passende eerste stappen, ASS koken.

Maar eerst een paar begrippen voor een beter begrip en het voorkomen van klachten. In dit stuk schrijf ik ‘autist’ of ‘autisten’. Hiermee bedoel ik mensen met een aandoening in het autistisch spectrum, maar dat is zo’n lange zin. Iemand met autisme is géén ‘autist’, laat dat duidelijk zijn. Helaas wordt autisme (nog) steeds gezien als beperking. En dat is het NIET! Het is een kwaliteit. Het is niet voor niets dat de overheid mensen met autisme graag aanneemt voor functies waar erg nauwkeurig gewerkt moet worden. Daarbij zijn ‘autisten’ weinig tot nooit ziek, erg stipt en gedisciplineerd.

Koken met een ‘autist’. Wees erop bedacht dat je alles moet uitleggen en dat uitleg letterlijk wordt opgevolgd. Een opdracht als snijd de prei in kleine ringen is te vaag. Hoe groot is klein? We gaan aan de slag, maar niet voordat je hebt uitgelegd waarom je een slowcooker gebruikt. Daarnaast leg je uit hoe een slowcooker werkt en waarom je dit gerecht kiest. De boodschappen heb ik dit keer zelf gedaan om tijd te sparen.

We leggen alle ingrediënten klaar in de volgorde van behandelen. De braadpan, de slowcooker, de snijplanken, de messen, spatels, vergiet en pollepel leggen we voor het grijpen. Niet vergeten te zeggen waar het snijafval en de schillen bewaard moeten worden. Het gaat beginnen!

Ingrediënten:

Op het aanrecht liggen achtereenvolgens olijfolie (we hebben een ‘scheut’ nodig, maar hoeveel is dat? Even afmeten in een kopje)en verder

  • twee uien,
  • drie bollen knoflook,
  • een prei,
  • 250 gram champignons,
  • 2 blikjes tomatenpuree (van 70 gram ieder),
  • een kilo rundergehakt,
  • ½ eetlepel tijm,
  • ½ eetlepel oregano,
  • ½ eetlepel marjolein,
  • ½ eetlepel basilicum,
  • 1400 gram tomatenblokjes (Pakjes alvast opengemaakt).

Aan de slag: ASS koken

Allereerst worden de bollen knoflook en de ui geschild en in kleine blokjes gesneden. Daarvoor neem je een snijplank en een scherp mes. Ik laat zien hoe groot ‘klein’ is. Uitleggen duurt te lang en is niet duidelijk. Heel nauwkeurig worden de bollen knoflook en de uien in gelijke kleine blokjes gesneden.Voor het overzicht wordt het resultaat op een bord gelegd en in de wacht gezet.

Dan is het de beurt aan de prei. Een vergiet in de gootsteen gezet. De prei ligt op de snijplank. We tonen hoe dik de ringen moeten zijn. Die ringen snijden we vervolgens in vieren. De prei wordt ook nauwkeurig gesneden. Er volgt een verontschuldiging: twee ringen zijn te dik uitgevallen. Een ‘is niet erg’ gaat er niet in; daarom bedenk ik een noodoplossing. De prei gaat terug in het vergiet en wordt gespoeld. Laat het voorlopig even staan.

De champignons in vieren snijden levert geen probleem op; eerst een stukje van het steeltje snijden en de champignon kruislings in vieren snijden.

Nu zijn we toegekomen aan het openen van het blikje tomatenpuree. Op zich niet zo’n grote handeling, maar wel van essentieel belang, dus met grote nauwkeurigheid gedaan. Het afmeten van de kruiden vergt enige tijd voor overleg; hoeveel is een halve eetlepel? Deze discussie duurt ongeveer 8 minuten voor we een compromis bereiken. Voor het gemak leggen we vier eetlepels neer om te vullen met de kruiden, voor elk kruid een aparte lepel.

We hebben de voorbereidingen getroffen en zijn toe aan de volgende stap. Daarna nemen we een korte pauze en drinken wat. Daarna zetten we de braadpan op het gas en stellen het gas lager dan hoog. We voegen olijfolie toe aan de pan met een stukje ui.

Wanneer de ui spettert voeg de blokjes ui en knoflook toe. Is de ui glazig, voeg dan de uitgelekte prei toe. Daarna voegen we champignons toe en roeren goed. We scheppen ze omschept met aandacht om. Nu voegen we tomatenpuree toe en roeren goed.

Na enige tijd voegen we gehakt toe. Het omscheppen wordt nu zwaarder. Het is een stevige klus. Als al het gehakt bruin is, voegen we kruiden toe en scheppen we stevig om. Nog even verder bakken voordat we tomatenblokjes toevoegen. Een lichte paniek ontstaat: is het niet te veel tomaat? Blijf roeren tot alles goed gemengd is en de rust keert terug. Laat het gas op zacht staan tot het geheel goed pruttelt.

De slowcooker kan op zijn plaats worden gezet en ingesteld; op ‘Laag’ en voor zes uren. De inhoud van de braadpan wordt overgeschept in de slowcooker. Het is mij nooit gelukt om zoiets zonder morsen te doen. Hem dus wel. Opdracht geslaagd. Oja, vergeten te zeggen dat er ook nog opgeruimd moet worden. ‘Dat heb je niet gezegd, ik ben klaar’ en weg issie. Mijn eigen schuld.

Bouillon maken, de basis

Bouillon maken, de basis. Bouillon van verse ingrediënten

Onlangs hadden twee Duitse ‘kijk-grijp’ketens slowcookers in de aanbieding. Twee verschillende merken. Beiden even prettig in de omgang en zeker prettig geprijsd. Facebook ontplofte bijna van de vragen van beginnende slowcookers. Veel ogenschijnlijk simpele vragen werden gesteld. ‘Hoe doe ik….’. ‘Hoeveel water doe ik…..’. Eén vraag sprong er bovenuit; ‘Doe ik het water in de buitenpan?’ Bouillon maken, de basis

Maar eerst wat is bouillon? De klassieke definitie: ‘Een heldere, gearomatiseerde vloeistof verkregen door botten, vlees, vis of groenten langdurig te laten trekken in water, meestal met toevoeging van kruiden, specerijen en een mirepoix (ui, wortel, selderij)’.


Eén van de ‘simpele’ vragen behelst het maken van bouillon. Hoe maak je bouillon en waarvan, hoeveel water? Het antwoord is simpel en wordt daarmee ingewikkeld. In de basis is een forse pan water en het spul waarvan je bouillon wilt maken voldoende. En een forse portie geduld, want bouillon moet lang, erg lang trekken. (in De Kleinste soepfabriek trekt kippenbouillon zo’n 48 uur). Koken is experimenteren. Door te doen en uit te proberen kom je bij je eigen smaak en recepten.

O.k. de basis is bekend. Nu ‘het spul’ nog. De bouillon krijgt de naam waarvan het gemaakt is: paddenstoelenbouillon; groentebouillon; runderbouillon; lamsbouillon; varkensbouillon enz. Het spreekt voor zich.

Een heel oud recept –en nu weer erg in beeld- is bottenbouillon. Oorspronkelijk gemaakt van vleesresten en botten. De werking is medicinaal te noemen. In botten zit calcium, fosfor, silicium, magnesium en kalium. In het merg zitten de vitamines A en K2, omega 3 en 6, ijzer, zink, mangaan, boron en selenium. Dan zitten er nog wat gezonde dingen in het bindweefsel. Door de botten heel lang te laten trekken ontstaat er gelatine wat heel gezond is voor lijf en leden. Het gebruik van een bouillonblokje is uit den boze, je verpest een verrukkelijke bouillon met zo’n blokje meuk

Ik gebruik een SC van 4,7 liter. Handig is bottenbouillon in te vriezen in een ijsblokjesvorm

Aan de slag: Bouillon maken, de basis

Ingrediënten groentebouillon

  • 3 uien;
  • 3 stengels bleekselderij;
  • 4 wortelen (of zoete aardappel);
  • ¼ knolselderij;
  • 2 preistengels;
  • 3 laurierblaadjes;
  • 3 bollen solo-knoflook (of 6 tenen verse knoflook);
  • wat lavas en peterselie;
  • 3 kruidnagels en 4 gekneusde peperkorrels;
  • 2 liter water.

Alles in blokjes en ringen snijden (wel eerst schillen en pellen wat geschild en gepeld moet worden. Ook e.e.a. wassen. Dan alles in de slowcooker en voor een uurtje op 8 op ‘Laag’ zetten. Zijn de 8 uren voorbij dan kunnen de groenten uit de pan gevist worden. Alle gezonde stoffen zitten in de bouillon en de groenten zijn ‘dood’ dus gooi ik dit weg. De bouillon nog even door een zeef gieten en het is klaar. Wil je heldere bouillon dan kan het door kaasdoek gedaan worden.

Ingrediënten runderbouillon

  • 300 gr runderpoulet;
  • 250 gr mergpijp; 2-3 takjes selderij;
  • 2-3 takjes peterselie;
  • 2 laurierblaadjes;
  • 1 takje tijm;
  • 1 aardappel;
  • 3 wortels (of zoete aardappel)
  • 1 prei;
  • 1 ui;
  • 2 stengels bleekselderij;
  • 5gekneusde zwarte peperkorrels.

(1) De ingrediënten wassen en schillen. De te snijden ingrediënten in grove stukken snijden. (De ui gaat met schil en al in de SC) Nu eerst alle groenten en kruiden in de SC. Daarop het vlees en de mergpijp leggen; twee liter water erbij en de SC instellen op 10 uur op ’Laag’. Let wel, hoe langer de bouillon trekt, hoe lekkerder en krachtiger het wordt. Nadat het aantal uren verstreken is kan de bouillon gezeefd worden. Voor een heldere bouillon het bekende kaasdoek gebruiken. Eventueel kan de bouillon op smaak gemaakt worden met zout en peper. In porties bewaren in de vriezer.

Helaas is bouillon niet zo lang te bewaren in de koelkast. Daarom verdeel ik de bouillon in porties en vries het in tot later.

Bouillon kan gemaakt worden van vlees, gevogelte, wild, vis, schaal- en schelpdieren; groenten. In het begin kan het een lastige stap zijn om bij de slager om botten, op de markt bij de viskraam om vissenkoppen en graten te vragen. Je moet het maar durven. Voor een kippenbouillon kan je een hele kip nemen (in stukken snijden) of kipkarkassen.

Vleesbouillon van varken, lam, geitlam, gans enz.
Gebruik van het gewenste dier poulet en botten (ongeveer 500 tot 750 gram) en de ingrediënten zoals onder ‘ ingrediënten runderbouillon’ beschreven. Het recept voor runderbouillon vanaf (1) volgen.

Bouillon maken, de basis. Bouillon van verse ingrediënten
Bouillon van verse ingrediënten.
Bouillon maken, de basis

Stoofschotel Hert/Wild Zwijn

Stoofschotel Hert/Wild Zwijn

Bijna leek het er op dat de winterstoofschotelrecepten in de kast konden. Bijna een hele week rond de 17 graden, de vogels al vroeg in de weer en de narcissen schoten in bloei. Het leek lente te worden. Op de boerderij van een kennis waren de schapen druk aan het lammeren. Eén schaap had vijf lammetjes, een unicum voor die boerderij.
In de Buurttuin van een naburige buurt hebben we de beschikking over een moestuinbak. In december hadden we daar al knoflook en uien gepoot. De rest van de bak is ‘zaai- en pootklaar’. De bestelde zaden zijn ontvangen en liggen te popelen om naar buiten te kunnen. Plotsklaps ging het weer wat vriezen. Weliswaar niet zo veel en van korte duur, maar toch… een vleugje winter. Tijd voor een stoofschotel Hert/Wild Zwijn.

Dan maar een binnenactiviteit opgezocht. Gelukkig hebben we nog voldoende herten- en wildzwijnenvlees in de vriezer. Nog wat ontbrekende ingrediënten halen bij de lokale groenteboer en we kunnen van start.

Ingrediënten:

  • 1 kg hert;
  • 500 gr wild zwijn;
  • 1 rode en een groene paprika;
  • 2 stengels bleekselderij;
  • 2 stokken prei (alleen het wit);
  • 2 uien;
  • 250 gr paddenstoelen naar eigen keus;
  • 4 bollen soloknoflook;
  • 1 el ghee
  • Hollandse Kruiden
  • 5 jeneverbessen;
  • 500 ml wildbouillon

Aan de slag: Stoofschotel Hert/Wild Zwijn

Laat het vlees een uur op kamertemperatuur komen en snijdt het in blokjes van 2×2 cm. Dep het vlees droog. Snijd de prei in ringen en was deze. De paprika’s kunnen in reepjes gesneden worden, die dan weer door de helft kunnen. De bleekselderij grof en de bollen knoflook in vieren snijden. De jeneverbessen even kneuzen. De paddenstoelen grof snijden. De slowcooker kan al vast voorverwarmd worden met 250 ml bouillon op ‘Hoog’. Mocht het nodig zijn dan zoveel bouillon bijvoegen dat nodig is

In een braadpan of wok een el ghee verhitten. Het vlees licht aanbraden, dan de uien en knoflook mee laten bakken tot de uien glazig zijn. 1 tot 2 theelepels Hollandse Kruiden toevoegen en even meebakken. Intussen is de SC op temperatuur en kan het geheel uit de braadpan de SC in. De groenten en de jeneverbessen toevoegen. Dan kan de SC op ‘Laag’ gezet worden voor een uurtje of 6 á 7. De paddenstoelen kunnen toegevoegd worden na ongeveer 5 uur. De stoof is klaar als het vlees zacht en mals is.

Puree van pastinaak en zoete aardappel

Voor bij de stoofschotel Hert/Wild Zwijn maak ik een puree van pastinaak en zoete aardappel. (niet in de SC)

Ingrediënten:

  • 2 pastinaken, twee
  • 2 zoete aardappelen,
  • boter,
  • crème fraise,
  • 2 bollen soloknoflook,
  • 1 tl komijn,
  • stukje verse gember (naar eigen smaak),
  • snippers oude kaas.

Schil de pastinaken en zoete aardappelen. Snijd deze in blokjes. Snijdt de knoflook in vieren. De gember schillen en in kleine stukjes snijden. Doe de blokjes pastinaak en zoete aardappelen in een pan met kokend water. De groenten moeten net onder water staan en kook het gaar. Ondertussen kunnen in een steelpan met een scheut olie de gember, komijn en knoflook gebakken worden tot de ui glazig is. De oven voorverwarmen op 180 graden.

De groenten kunnen afgegoten worden en even in de pan laten staan. Nu kan alles bij elkander en gepureerd worden. Naar eigen smaak de crème fraise toevoegen voor een romige smaak. (of een klontje boter) nog even ruim bestrooien met de snippers kaas en in de oven tot de kaas gesmolten is en begint te kleuren.

Stoofschotel Hert/Wild Zwijn (en puree)

Ossenstaartsoep, maar dan zoals het hoort

Het is fris buiten. Trek in soep. wat is er dan lekkerder dan een goeie kop ossenstaartsoep van een bekend merk? Soep, niet in blik maar in een zak. Als op de verpakking ook nog staat ‘Zonder kunstmatige geur- en smaakstoffen’ én “Rijk aan smaak’. Wie kan dat dan nog weerstaan? Voor alle zekerheid de ingrediëntenopgave gelezen.

Ingrediënten van een zak Ossenstaartsoep van een bekend merk: Water, groenten 18,4% (tomaat 11,3%, bleekselderij 5,2%, ui 1,9%), rundvleesblokjes 4,1% (rundvlees² 3,3%, water, zout, stabilisator E451), tarwebloem, port 1,8%, gemodificeerd maïszetmeel, sojasaus 0,7% (suiker, melasse, sojaboon, zout, tarwe, water, azijn, gemodificeerd tarwezetmeel, aroma), gistextract (bevat gerst), zout, aroma, mineraalzout (kalium), ossenstaartvlees² 0,2%, fructose, azijn, mierikswortel, suiker, maltodextrine, gebrande suiker, groentesapconcentraat (selderij, wortel, prei, ui), nootmuskaat, balsamico-azijn (wijnazijn, druivenmost), witte wijnextract.

Een hoop ingrediënten en weinig ossenstaart, dus niet de ossenstaartsoep die ik zou willen serveren en eten. Nu is mij verteld dat een staart van een os smakelijker zou zijn dat een runderstaart. Dus de vraag gesteld aan onze vaste slager. Het blijkt dat er geen verschil in smaak zit tussen beide staarten. Nu ik dit weet koop ik met een gerust hart een runderstaart.

Ingrediënten: 1 runderstaart in stukken, 2 el ghee, 2 uien, 2 preien, 1 bosje bosui, 2 stengels bleekselderij, 2 winterwortels, 4 kruidnagels, 3 laurierblaadjes, 1 tl gedroogde tijm, 1 bosje peterselie, twee scheuten stevige rode wijn.

Aan de slag: Ossenstaartsoep

Het snijwerk is eenvoudig; de ui, prei, bleekselderij en winterwortels kunnen grof gesneden worden. Vergeet de prei en bleekselderij niet te wassen. Van het bosje peterselie wordt de helft grof gehakt. De bosui bewaar ik voor de garnering. Ondertussen snij ik naar behoefte dunne ringetjes van de bosui.

De stukken runderstaart wordt in een grote soeppan en in twee eetlepels ghee bruin gebakken. Eenmaal bruin voeg ik de groenten toe om voor een minuut of 5 te bakken. Daarna kunnen de kruidnagels, laurierblaadjes, tijm in de pan gedaan worden om ook even mee te bakken.

Het geheel kan nu gedeponeerd worden in de slowcooker, de wijn er bij gegoten en de slowcooker voor 8 uren op ‘Laag’ zetten.

Als de 8 uren voorbij zijn haal ik de runderstaartstukken uit de slowcooker om het vlees van het bot te pluizen. Ik giet de soep door een zeef. De groenten hebben hun taak volbracht en kunnen in de compostbak. Het vlees van de staart gaan in kleine stukjes terug in de slowcooker. Indien nodig nog wat op smaak brengen met peper en zout. De ringetjes bosui over de soep strooien.

Jachtschotel van hert, konijn en wild zwijn

Opa (van moeders kant) was slager. Niet om zijn geld te verdienen, maar ‘omdat het kon’. Hij vond het gewoon leuk. De Haagse famielje was er niet blij mee, werken voor je geld was ‘not done’ -al gebruikten ze andere woorden. De foto’s laten een romantisch beeld zien; den ‘ijsman’ kwam blokken ijs brengen voor de (echte) ijskast in de slagerij, twee keer per week. Opa met brokken koe en varken op zijn nek om uit te benen. De werkelijkheid was anders. Heb ik mijn voorkeur voor het bereiden van mooi vlees van opa geërfd?

Niet geërfd van opa heb ik mijn voorkeur voor wild en wildschotels. Gelukkig is binnen een straal van 5 kilometer van ons huis een geweldige poelier. Wat hij niet in voorraad heeft, kan binnen enkele dagen geleverd worden. Geen diepvries, maar echt bejaagd Nederlands wild.

Ik kies voor een jachtschotel met wild. In Nederland wordt vaak jachtschotel gemaakt met rundvlees. Het liefst zie ik bij de ingrediënten meerdere soorten wild; hert, konijn en wild zwijn is een prima combinatie.

Ingrediënten
1 kilo in gelijke delen konijn, hert en wild zwijn; 300 ml verse (schenkel-) bouillon; 1 eetlepel bloem; 1 zoete aardappel; 3 rode uien (of 8 sjalotten); 4 bollen soloknoflook; 1 dikke plak ontbijtkoek; 10 jeneverbessen; 3 laurierblaadjes, 5 kruidnagels; zout en peper; boter of rijstolie; 100 gram ontbijtspek (blokjes)

Aan de slag: Jachtschotel van hert, konijn en wild zwijn

Dit keer bestrooi ik het in blokjes (niet te klein) gesneden vlees en de blokjes spek met bloem. Dit gaat het makkelijkst door het vlees en spek in een stevige plastic zak te doen, bloem erbij en goed schudden. Het vlees en het spek uit de plastic zak voorzichtig op een groot bord leggen.

Rustig aan de uien (met de nerf mee in plakjes), de knoflook, het ontbijtkoek snijden. Neem hier alle tijd voor, het is immers ‘slowcooking’. Het vlees kan in de hete boter (of rijstolie voor de liefhebber) in een braadpan enkele minuten aangebraden worden. Het vlees kan dan weer op een (schoon) bord gelegd worden. De uien en knoflook fruiten.

De slowcooker staat al klaar voor ontvangst. Belangrijk is om de bouillon goed warm te maken. Dit doe ik door de Slowcooker al vast aan te zetten op ‘Hoog’ met de bouillon erin. Is de bouillon goed warm, dan gaat het vlees, uien-,knoflook- en paddenstoelenmengsel met de ontbijtkoek en de kruiden in de slowcooker. Dit mag op ‘Laag’ een uurtje of 8 stoven. Optioneel is een glas rode wijn bij te voegen zo ergens halverwege de stooftijd.

Nu kom je voor de keus te staan; bedek ik de jachtschotel met aardappelpuree en nog even in de oven? Of serveer ik de jachtschotel met de puree er naast? Ik besluit voor het laatste. Ieder kan dan naar eigen inzicht de hoeveelheid puree bepalen. Vind ik wel zo fijn.

In de meeste recepten wordt wortel verwerkt. In ons gezin is dat geen goed idee. VL is allergisch voor o.a. wortel en appel. De appel laat ik dus vervallen en de wortel vervang ik door zoete aardappel. Ik overweeg stiekem appelmoes te gebruiken om de schotel op smaak te brengen. Dat kan VL wel aan.

Draadjesvlees uit 1920

Mijn oma van vaders kant was een struise Amsterdams volksvrouw. Stevig van postuur, stevig van taalgebruik en stevige maaltijden bereidend. Ze had ook een volkstuin, samen met opa. Wat ze daar verbouwden moést gegeten worden, ‘we planten het niet voor Jan ***’ zei ze steevast als we wéér eens bruine bonensoep voorgeschoteld kregen. Niet dat het niet lekker was, maar wel vaak en veel.

Over haar draadjesvlees hoorde je nooit iemand klagen. Dat kon eenvoudig niet te vaak of te veel. Eén van haar geheimen was heel lang stoven op een heel laag pitje van het petroleumstel. Kwam je het huis binnen en je rook de petroleumgeur, dat wist je het al; draadjesvlees!

In een poging om die sfeer en die smaak te reproduceren maak ik met de door haar gebruikte ingrediënten draadjesvlees. Alleen de geur van de petroleum is er niet bij. Dat levert de slowcooker niet.

De bereiding heb ik van oma overgenomen, hoewel ik het vandaag de dag anders zou doen.

Ingrediënten
1 kg sukade- of doorregen runderlappen; 1 el ghee, 3 plakken ontbijtkoek; appelstroop; 2 middelgrote uien; boter (eventueel met wat olijfolie); grove mosterd; 2 laurierblaadjes; 5 kruidnagels; 500 ml runderbouillon; zout / peper

Aan de slag: Draadjesvlees uit 1920

Verwarm de ghee in een grote pan met dikke bodem. Wrijf het vlees in met wat zout, de peper en de mosterd (mosterd mag wat aan de ruime kant zijn) en braad het rondom bruin. Voeg daarna de (warme of hete) bouillon en een glas rode wijn toe. Voeg de in stukken gesneden ui, de laurierblaadjesu, de kruidnagels en twee flinke eetlepels appelstroop toe. Verkruimel tot slot de plakken ontbijtkoek boven de pan
Als alles in de slowcooker is overgebracht, zorg dat het vlees helemaal ondergedompeld is. Laat het geheel stoven voor een uurtje of 8 tot 12 uur op ‘Laag’.

Omdat oma de pan op een petroleumstel bereidde, moest er regelmatig gekeken worden of er genoeg vocht in de pan zat en er moest geroerd worden. Elke keer als oma in de pan keek, nam ze een slokje wijn. Want ‘wijn ken je niet lang bewaren. Dan wordt het zuur’. Dus keek ze regelmatig in de pan.

Oja, oma maakte het draadjesvlees altijd een dag van te voren, nog lekkerder.

Heb je het recept gemaakt of heb je een vraag? Laat het in de reacties weten! 

Draadjesvlees uit 1920

Bokkenstoof op z’n Grieks

De Griekse Keuken, of in ieder geval de stijl van de Griekse Keuken, is mij op het lijf geschreven. Niet alles afwegen, maar gewoon uit het vrije handje strooien, schenken en bijvoegen. De ingrediënten grof gesneden, eventueel te gebruiken vlees liever in grote stukken dan in nette blokjes van een bepaalde maat. Natuurlijk met in het achterhoofd wat het uiteindelijke resultaat van de kokerij moet zijn of gewenst is. Een voordeel is dat de voorbereiding niet al te veel tijd neemt. Als ik op Lesbos zou wonen, zat ik snel (weer) in de zon voor mijn woning –of op een terrasje- met een glas Retsina en wat Metzes. Het leven is aangenaam. Vandaag Bokkenstoof op z’n Grieks.

In het kader van ‘Red een bok’ kom ik op het volgende recept. Hé, moeten bokjes gered worden? Yes, vanwege de populariteit van geitenmelk, geitenkaas en geitenyoghurt zijn er meer geiten nodig. Bij elke worp van moedergeit is een derde tot de helft een bokje. Die kosten de boer alleen maar en leveren niets op. Na enkele weken worden de bokjes geslacht en naar het buitenland gebracht. Kortom, geen bokwaardig bestaan. Om deze bokjes een beter leven te gunnen is het nodig om in Nederland meer bokkenvlees te bereiden en te eten. Op de website van de Bokkenbunker staat het hele verhaal.

Ingrediënten:

  • 1 tot 1,3 kg bout van de bok;
  • 4 bollen solo-knoflook;
  • 10 – 15 cocktailuitjes (Oignon Saucier), nadrukkelijk vers;
  • 1 zoete aardappel;
  • 2 stengels bleekselderij;
  • 2 eetlepels tomatenpuree;
  • 300 ml droge rode wijn;
  • een scheut rijstolie;
  • 2 eetlepels rode wijnazijn;
  • !/2 liter groentebouillon;
  • oregano; tijm; rozemarijn; kruidnagel; laurierbladen;
  • zout en peper indien gewenst.

Aan de slag: Bokkenstoof op z’n Grieks

We (Het majesteitelijk ‘Wij’, want ik kook in m’n eentje) bereiden deze stoofpot op zijn Grieks, dat wil zeggen; grote stappen snel thuis. Prettig is overzicht te hebben.

Ik snijd de bleekselderij in stukken, de knoflook in vieren en de zoete aardappel in stukjes. Ik zet de oregano, tijm, rozemarijn, de laurierbladen en de kruidnagel klaar. Ik gebruik zoveel mogelijk verse kruiden. De hoeveelheden van elk kruid bepaal ik op de geur. Kruiden bijvoegen, ruiken en eventueel aanpassen tot je zegt ‘ja dit is hét.

Het vlees altijd even droogdeppen om daarna in een braadpan aan te braden in een forse scheut rijstolie tot de bouten mooi lichtbruin zijn. Niet alle bouten passen bij mij tegelijk in de pan, dus het aanbraden gaat in gedeelten.

Nadat alle bouten aangebraden zijn, mogen de knoflook, sjalotten, zoete aardappel en de bleekselderij in het achtergebleven braadvet. Nu komt het meest inspannende deel van de bereiding: onder constant roeren voegen we de tomatenpuree toe om het even mee te bakken. Na een minuut of wat gieten we de wijn en wijnazijn bij het baksel en koken net zo lang dat het vocht bijna ingekookt is.

De kruiden en het vlees kunnen alvast in de slowcooker. Als het zover is dan de overige ingrediënten overbrengen in de slowcooker. De laatste stap is het toevoegen van de bouillon en de timer op 7 uur zetten, uiteraard op ‘Laag’. Een uurtje langer kan geen kwaad.

Grieken eten bij de bokkenstoof graag een boerensalade en gebakken aardappels of rijst. En natuurlijk een stevig glas Retsina.

Bokkenstoof op z’n Grieks

Tomatensoep met geroosterde ingrediënten

Regelmatig vraag ik aan mijn huisgenoten welke soep zij de volgende week willen. Antwoord van onze superpuber; ‘Tomatensoep, maar niet diezelfde’. ‘Goed, wat wil je anders?’. ‘Nou, gwoon je weet wel’. ‘Nou nee, ik weet niet’. Geen antwoord verder, dus zelf maar verzinnen wat dat ‘anders’ dan zou moeten zijn.

Ik kom uit op tomatensoep met geroosterde cherrytomaten, paprika en veel sjalotjes (ongeveer 6 tot 8). Bij de bereiding van dit recept komt ook de oven te pas. Verder een paar snijplanken, een scherp mes, slowcooker, staafmixer, bakpapier.

Ingrediënten
500 gram zoete cherrytomaatjes; 370 gram tomatenblokjes; 1 rode paprika; 3 bollen solo-knoflook; 5 *sjalotjes; 500 ml groentebouillon; tijm, oregano; 2 laurierblaadjes; olijfolie; zout en peper naar wens en smaak; eventueel Ahornsiroop. Eventueel 300 gram rundergehakt voor gehaktballetjes.

De oven kan alvast voorverwarmd worden op 220 graden. Men neme een bakblik en bekleed deze met bakpapier.

De cherrytomaatjes –na goed wassen- in tweeën. De knoflookbollen in vieren, als de bollen groter zijn in achten. De sjalotjes kunnen door de helft. De paprika flink afborstelen met water. De paprika mag in wat brede reepjes gesneden worden.

In het bakblik een stevige scheut olijfolie en de gehalveerde tomaten, tomatenblokjes, sjalotpartjes, paprikaslierten, knoflookpartjes, tijm en oregano in de hoeveelheid naar believen en de laurierbladjes deponeren. Nog wat olijfolie over de verzamelde ingrediënten en de bakplaat in de oven schuiven. Deurtje dicht en zo’n 30 minuten op 220 graden zijn (of is het ‘haar’) gang laten gaan.

Ondertussen kan van het gehaktballetjes gedraaid worden. We hebben ze voorlopig niet nodig, maar dan is het maar gedaan. De balletjes kunnen in een bakje bewaard worden in de koelkast. We hebben ze pas over een uurtje of 5 – 6 nodig. Bij een beetje langzaam balletjes draaien in inmiddels het half uur oventijd voorbij. Laat je de gehaktballetjes weg, dan is het recept vegetarisch

De slowcooker is aan de beurt. De inhoud van de bakplaat kan voorzichtig in de slowcookerpan gedaan worden. Hierbij zijn ovenwanten wat onhandig maar beslist noodzakelijk. Tenslotte is 220 graden wat aan de warme kant voor de handen. Zit alles behalve het bakpapier in de slowcooker, kan de pan gevuld worden met een halve liter groentebouillon. De instellingen van de slowcooker op ‘Laag’ voor een uurtje of 6.

Een uur voordat de slowcooker het eindsignaal bereikt kan het tot soepballetjes omgevormde gehakt voorzichtig in de pan worden gedaan met eventueel een handje vermicelli (maar niet te veel). Nog een uurtje en er kan gegeten worden.

Opgediend in een soepkom is een lepel hennepzaad of een scheutje room aangenaam. Vindt je de soep te tomaterig, dan doet een scheutje ahornsiroop wonderen. Ik doe er geen zout of peper in, dat doet iedereen voor zichzelf en eigen smaak.

Tomatensoep met geroosterde ingrediënten
Geverifieerd door ExactMetrics