Pinsa-Pizza recept

Een tijdje geleden belegden we naanbrood als een pizza. Het was het niet helemaal, maar toch voor een tijdje lekker. Tot VL naar de ingrediënten ging kijken. Voor ons een reden om geen naanbrood meer te kopen. Zelf maken is eenvoudig, maar het ontbreekt ons aan tijd om het te doen. Dan maar naar de pizza bodem overstappen. Daar bleek toch wel vaak palmolie als ingrediënt in te zitten.

Na wat zoeken kwamen we aan de Pinsa van Bertoli. Volgens de verpakking is ‘…de moderne Pinsa gebaseerd op een pizzarecept uit het Romeinse tijdperk…’. Ook de ingrediënten spraken ons aan. De luchtige Pinsa is voor ons een prima bodem voor onze Pinsa-Pizza recept.

Ingrediënten: 4 Pinsa bodems, 250 gr kastanjechampignons, 35 Roma minitomaatjes, 1 grote rode paprika, 2 grote uien, 90 gr groene pesto, * gr tomatenpuree, 180 gr Parmezaanse kaas, voldoende blokjes ananas, 200 gr uitgelekte buffelmozzerella 

Aan de slag: Pinsa-Pizza recept

De ui wordt gepeld en in dunne halve ringen gesneden. De tomaatjes gehalveerd, de champignons in dunne plakjes en de paprika in dunne reepjes. De Parmezaanse kaas wordt grof geraspt. Alle ingrediënten in bakjes en op bordjes in de wachtkamer.

In onze Pinsa-Pizza recept gebruikt VL de onderkant van de Pinsabodems als bovenkant. Die onderkant is mooi egaal en makkelijk te besmeren. De bodems worden op de bakplaat en het rooster gelegd. VL besmeert de Pinsabodems met een laagje pesto en een laagje tomatenpuree. Als eerste worden de champignons verdeeld over de vier bodems. Dan volgen de halve uiringen. We zijn met vier personen en een paar van ons hebben wensen. Dus VL maakt een schemaatje van waar de verschillende Pinsa’s op de ovenplaat liggen. Zo krijgt ieder de Pinsa naar wens.

VL is aan de paprika toe. De reepjes keurig verdeeld over alle Pinsa’s. Dan komt de tomaat aan de beurt. VL knipt de buffelmozzerella in 8 stukjes en verdeelt deze over de Pinsa-pizza’s. Tot nu toe geen bijzondere wensen om rekening mee te houden. Dan komen de ananasblokjes en worden sommige Pinsa-pizza’s omgetoverd in Pizza Hawaï. Een gruwel voor een van de gezinsleden.  Ondertussen wordt de oven voorverwarmd op 180 graden. Tenslotte wordt de gesnipperde Parmazaan verdeeld voorzover de wensen strekken. Nu is het belangrijk om de bakplaat niet te draaien zodat VL weet welke pizza voor wie bestemd is. Na 15 minuten in de oven op 180 graden zullen de Pinsa-Pizza’s klaar voor opdienen zijn.

Komkommer op zoet-zuur

Regelmatig kopen we zoetzure augurken van een bekend merk. Net was al weer een hele tijd geleden dat we op de ingrediëntenlijst op de pot gekeken. We merkten dat er sacharine als ingrediënt wordt genoemd. Sacharine (E954) wordt over het algemeen beschouwd als veilig voor consumptie door gezondheidsautoriteiten, maar er is discussie over de langetermijneffecten en minder gezonde eigenschappen.

Dat laatste is voor ons de reden om te gaan kijken naar gezondere varianten van zoetzure augurken. We komen uit op het zelf maken. Omdat we geen verse augurkjes kunnen vinden bij de groenteboer, maken we nu komkommer op zoet-zuur. We gaan in de toekomst op zoek naar augurkjes. Of we kopen wat augurkenplanten en kweken onze augurken.

Ingrediënten voor 2 potten met een inhoud van 250 milliliter:

1 komkommer, 2 tl mosterdzaad, 10 peperkorrels, 1 tl dillezaad of verse dilletakjes, 1/2 el Keltisch zeezout, , 175 milliliter natuurazijn, 125 milliliter water, 2 el biologische honing

Aan de slag: Komkommer op zoet-zuur

Ik ga de komkommer in schijfjes snijden met de mandoline. Dat geeft keurige gelijkmatige plakjes. Wil je lange stukjes komkommer dan snij je de komkommer op de maat van de potjes. Deze stukjes snij je dan in de lengte door vieren. Met een eetlepel de het waterige deel weg schrapen en je houdt het stevige deel over. Maar, zoals gezegd gebruik ik de mandoline.

Eerst was ik de komkommer heel nauwkeurig. De mandoline en de andere spullen was ik voor alle zekerheid nog even met heet water. De potten heb ik als in de afwasmachine gehad en kunnen straks voor 15 minuten op 150 graden in de oven. Ik wil de potten zo warm mogelijk gebruiken. Dus een kwestie van plannen met voorverwarmen van de oven en de 15 minuten steriliseren.

De azijn gaat met het water en alle andere ingrediënten -behalve de komkommer- in een pannetje. Breng dit rustig aan de kook en laat het een minuut of 5 zachtjes koken. De hete potten haal ik met ovenwanten uit de oven en zet ze op een dubbel gevouwen theedoek.

De plakjes komkommer laat ik plakje voor plakje in de potten vallen zodat ze mooi verdeeld de potten vullen. Dan gaat de hete vloeistof via een zeef in de potten tot een centimeter onder de rand. De in de zeef opgevangen ingrediënten verdeel ik met een schoon lepeltje over de twee potten. De inhoud flink aandrukken en de deksel stevig aan draaien. Let op dat de potten flink heet zijn. 

Er zijn websites die zeggen dat de potten voor een paar minuten op z’n kop gezet moeten worden. Dat doen we niet meer. De azijn in de vloeistof tast de deksel aan en dat moeten we niet willen. In de pan leg ik een roostertje of een doek tegen het barsten van de potten.

De potten gaan in een pan met heet water. Het water hoeft niet hoger te staan dan driekwart van de potten. Breng het water langzaam aan de kook op een middelvuur. Zodra het water kookt stel ik de kookwekker op 15 minuten. In de potten ontstaat nu een vacuüm. Na 15 minuten kan het vuur uit en moeten de potten afkoelen. Na helemaal afgekoeld te zijn kunnen de potten op een koele donkere plek wachten op gebruik. Na een dag of veertien is de Komkommer op zoet-zuur goed op smaak.

De Geschiedenis van Inmaken

Inmaken is geen hobby van nu. Het is een overlevingskunst die de mensheid al duizenden jaren in leven houdt. Maar de échte revolutie begon pas aan het einde van de 18e eeuw. Toen veranderde een simpele Franse uitvinding de manier waarop eten werd bewaard. De geschiedenis van inmaken

De Geschiedenis van Inmaken in Vogelvlucht

Ca. 12.000 v.Chr. → Eerste drogen, zouten en roken in prehistorische samenlevingen
Oudheid → Egypte, Grieken, Romeinen en Indianen leggen groenten en fruit in azijn, honing of olie
1795 → Napoleon biedt 12.000 franc voor een methode om leger te voeden
1809 → Nicolas Appert wint met glazen flessen + verhitting
1810 → Peter Durand patenteert de tinnen blikken versie
1864 → Louis Pasteur legt uit waarom het werkt (bacteriën)
1900 → Johann Carl Weck commercialiseert de beugelfles → “wecken” wordt synoniem
Jaren 1920-1950 → Koelkast en diepvries verdringen inmaken… tijdelijk
2020-nu → Duurzaamheidsgolf: inmaken is terug als zero-waste trend

Napoleon, honger en een suikerbakker (eind 18e – begin 19e eeuw)

Europa stond in brand. Napoleon Bonaparte trok met honderdduizenden soldaten door het continent. Het grootste probleem? Niet de vijand, maar bedorven voedsel. Scheurbuik, dysenterie en hongersnood decimeerden legers vaker dan kogels. In 1795 riep de Franse regering een prijsvraag uit: wie vindt een betrouwbare manier om voedsel maandenlang goed te houden zonder koeling?

Een suikerbakker uit Châlons-en-Champagne, Nicolas Appert (1749-1841), nam de uitdaging aan. Hij experimenteerde jarenlang in zijn keuken. Rond 1809 had hij het: voedsel in dikke glazen flessen stoppen, goed afsluiten met kurk en draad, en vervolgens urenlang koken in een waterbad. Soep, vlees, groenten, fruit… alles bleef maanden tot jaren eetbaar.

Appert won de prijs in 1809 en publiceerde zijn methode in “Le Livre de tous les ménages ou l’art de conserver”. Hij dacht dat het weghouden van lucht het geheim was. Bacteriën kende hij nog niet – die ontdekking kwam pas 55 jaar later door Louis Pasteur.

De Franse marine testte Apperts flessen al in 1806 tijdens lange reizen. Resultaat: geen bederf meer. Napoleon was zo onder de indruk dat hij Appert persoonlijk bedankte. De uitvinding was perfect voor oorlog: licht, compact en geen ijs nodig.

Van glas naar blik (1810-1850)

In 1810 nam de Engelsman Peter Durand het stokje over. Hij patenteerde dezelfde methode maar dan in tinnen blikken. Goedkoper, lichter en onbreekbaar. De Britse marine en later het Amerikaanse leger adopteerden het massaal. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) aten soldaten al ingeblikt vlees en groenten.In 1820 opende de eerste commerciële conservenfabriek in Engeland. Tegen 1850 was “canning” een begrip wereldwijd.

Wetenschap haalt de achterstand in (1864)

Tot 1864 bleef het een raadsel waarom Apperts methode werkte. Toen kwam Louis Pasteur met zijn kiemtheorie. Door verhitting (pasteuriseren) worden micro-organismen gedood. Plotseling werd inmaken wetenschappelijk onderbouwd en nog veiliger.

Nederland en de geboorte van “wecken” (1900)

In Duitsland richtte Johann Carl Weck in 1900 samen met George van Eyck het bedrijf J. Weck op. Ze perfectioneerden de glazen weckpot met rubberen ring en metalen beugel. Luchtdicht, herbruikbaar en mooi. In Nederland sloeg de term “wecken” meteen aan. Grootmoeders vulden in de nazomer hele kelders met potten bonen, augurken, peren, kersen en vlees.i

Van noodzaak naar nostalgie (20e eeuw – nu)

Met de opkomst van de koelkast (jaren ’20) en diepvries (jaren ’50) leek inmaken verleden tijd. Waarom nog wecken als je alles vers kunt bewaren? Toch bleef het in plattelandskeukens en bij conservatieve huishoudens bestaan.

Sinds 2010 is er een enorme opkomst. De aandacht voor lokale seizoensproducten, gezonde conservering en duurzaamheid zorgden voor deze opkomst. Belangstellenden leren via YouTube en workshops augurken inmaken, tomatensaus wecken en kimchi fermenteren. Wat ooit militaire noodzaak was, is nu een hobby. De basisprincipes zijn nog exact dezelfde als Appert 215 jaar geleden ontdekte. Alleen de motivatie veranderde. De Geschiedenis van Inmaken

Heb jij al eens geweckt? Deel je favoriete recept in de reacties!

bronnen: strandclubzwoel; National Center for Home Food Preservation: Wikipedia: Brabants Historisch Informatiecentrum

Middeleeuwse erwten-prei potagie

Stel je voor: je staat in een middeleeuwse keuken boven een dampende pot erwten-prei potagie. Geen grammetjes, geen timer, maar wel een diepe overtuiging dat je maaltijd letterlijk het lichaam in evenwicht brengt. Dat is de humorenleer in de praktijk

De humorenleer is afkomstig van de Griekse arts Hippocrates (ca. 460-370 v.Chr.). Hij zag ziekte als natuurlijk gevolg van een disbalans in het lichaam. De Grieks-Romeinse arts Claudius Galenus (129-216 n.Chr.) werkte de theorie verder uit. Volgens Galenus bestaat het menselijk lichaam uit vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Deze sappen -humoren genaamd- hebben elk een combinatie van de kwaliteiten warm/koud en vochtig/droog, en corresponderen met de vier elementen (lucht, water, vuur, aarde), de seizoenen en organen.

Raken de lichaamssappen uit balans dan wordt de persoon ziek. Er waren toentertijd verschillende manieren om de balans weer te herstellen. Eén daarvan was via het voedsel.  Middeleeuwse koks gebruikten ingrediënten met andere ingrediënten om zo de humoren weer in balans te krijgen. Zo werd een eenvoudige boeren-potagie (stamppot) niet alleen om de maag te vullen, maar ook gezond volgens deze theorie.

Middeleeuwse erwten-prei potage, een reconstructie. Veel recepten uit de middeleeuwen zijn gebaseerd op de keuken van de rijken en de geestelijkheid. Er zijn weinig tot geen recepten voor de gewone man beschreven. Dit recept is een reconstructie gebaseerd op typische ingrediënten en bereidingswijzen. Middeleeuwse erwten-prei potage.

Aan de slag: Middeleeuwse erwten-prei potagie

Ingrediënten: 300 g gedroogde spliterwten, 2 flinke preien, 1 grote ui, ½ witte kool of een handvol boerenkool/raapstelen, 1 liter water, 1 el reuzel of spekvet, een klein stukje gerookt spek of zout spek in blokjes, Zout naar smaak, scheut wijnazijn of appelazijn,takje tijm, peterselie, salie of laurierblad

Spoel de spliterwten en week ze ’s nachts in koud water. Giet de geweekte erwten af. Snij de prei in ringen en gebruik zowel het wit als het groen. Pel de ui en snipper deze grof. De kool wordt in reepjes gesneden.

Doe de erwten in een grote soeppan met 1 liter water. Breng aan de kook en schep het schuim af. Voeg direct de gesneden prei, ui en kool toe Voeg spekvet/reuzel of blokjes spek toe als je die gebruikt. Breng het geheel aan de kook en zet het vuur laag. Laat het geheel zo’n 3 uur zachtjes koken met deksel op een kiertje. Roer af en toe en voeg water toe als het te dik wordt. Wil je dikke stamppot, voeg dan geen extra water toe. De erwten vallen uiteindelijk uit elkaar en maken het natuurlijk dik.

Als het bijna gaar is (erwten zacht en papperig), stamp je het geheel met een pureestamper of houten lepel tot een grove stamppot. Proef het gerecht en voeg zout toe. Maak het zuur met een scheut azijn of verjus – dit balanceert de zoete erwten en geeft die typische middeleeuwse frisheid (humorenleer: zuur tempert “warm” eten). Strooi er verse peterselie over als je die hebt.

Serveer de Middeleeuwse erwten-prei potagie heet met stevig rogge- of gerstebrood om in te dippen. Eventueel een klontje boter of extra azijn erbovenop.

Gebruik geen bouillonblokjes. Die bestonden toen niet. Gebruik water en vet/spek voor smaak. Maak het dagen van tevoren: potagie stond vaak dagen op het vuur en werd steeds  aangevuld met nieuwe ingrediënten. Voeg voor de variatie pastinaak, raap of wortel toe als je die had. Gebruik geen aardappelen. Die waren nog niet bekend in de Lage Landen.

Bron:historiek.net; Jeanette koockt; eetverleden.nl

Basisrecept spitskool stamppot met prei

Spitskool is een groente uit grootmoeders tijd. Net als andere koolsoorten nooit helemaal uit de belangstelling geweest, maar bezig met een opkomst. Het is makkelijk verkrijgbaar en het is lokaal. Dus geen verre reizen uit het buitenland, maar ‘om de hoek’ verkrijgbaar bij de groenteman en de super. Basisrecept spitskool stamppot met prei.

Eerst maar eens wat wetenswaardigheden. Wat zit er in spitskool:  Vitamine C: Spitskool is een uitstekende bron van vitamine C. Vitamine B11 (foliumzuur) wat bijdraagt aan de weerstanb. Vitamine K, belangrijk voor sterke botten en bloedstolling. Spitskool is rijk aan mineralen als kalium, calcium en fosfor. Het bevat waardevolle secundaire plantenstoffen en mosterdolie, die ontstekingsremmende eigenschappen hebben en Eiwitten. Tot slot is spitskool laag in calorieën en bevat nauwelijks vet. Spitskool is laag in calorieën (ongeveer 42 kcal per 100 gram) en bevat nauwelijks vet. 

Ingrediënten: 1 kilo aardappelen, 1 spitskool, 1 stok prei, 1 ui, 1 el ghee, 150 gr boter, een scheutje slagroom, 100 ml volle melk, zout en peper naar smaak.

Aan de slag: Basisrecept spitskool stamppot met prei

Het maken van de puree is het meeste werk. Dat wil zeggen voordat het water kookt en de aardappelen gaar zijn gaat best wel een half uurtje over heen. Dus, de aardappelen schillen, in ongeveer gelijke delen snijden en spoelen. Dan kunnen de aardappelen in de pan met zoveel water dat de aardappelen net onderstaan. Een theelepel groenten bouillon en wat zout erbij en op hoog vuur aan de kook brengen. Dan het vuur laag en in ongeveer 12 minuten zijn de aardappelen gaar en niet tot moes gekookt. Er moet wat te stampen over blijven. 

In de tijd dat de aardappelen op staan is er tijd voldoende om de kool en de prei te snijden en te wassen. Uit alle bereidingswijzen kies ik voor het wokken. De buitenste bladeren van de kool verwijderen. Dat kan naar de konijnen als ik die had. Bij mij gaat groenteafval in de compostbak. De kool door de helft snijden en met een scherp mes vanaf de top dunne sliertjes snijden. De harde kern kan je laten zitten, want zover snijd ik de kool niet op. Daarna is de tweede helft aan de beurt om tot sliertjes verwerkt te worden. Van de prei het onderkantje afsnijden en het buitenste blad verwijderen. Ik snij de prei eerst overlangs door midden en dan ringetjes. De prei en de koolsliertjes in het vergiet en kort met koud water wassen en uitlaten lekken. De ui pellen en snipperen.

De wok gaat op het vuur met de ghee. Als de ghee goed op temperatuur is, gaat de ui in de wok. Na een minuut gaan de prei en spitskool in de wok. Eerst op hoog vuur, na een minuut of drie het vuur matigen. Na een minuut of 7 tot 10 is het groentemengsel gaar. Het vuur kan uit.

Inmiddels zijn de aardappelen gaar. Afgieten en de aardappelen terug in de pan en uit laten dampen. Zijn ze mooi droog dan de boter in blokjes toevoegen en met de stamper de aardappelen fijn stampen. Dan een scheutje slagroom en wat melk toevoegen en met de garde de puree smeuïg maken. Net zoveel melk toevoegen tot het de gewenste structuur heeft. Houdt er rekening mee dat de gewokte groenten ook vettigheid toe voegt. De groenten voorzichtig door de puree spatelen. Vandaag mag het gerecht rustig afkoelen. Het gaat in bakjes naar mijn schoonmoeder. Heeft zij weer een ouderwetse maaltijd spitskool stamppot met prei.

Middeleeuwse stoofperen in rode wijn met specerijen

Ik heb iets met de Middeleeuwen. Heb ik een recept dan heb ik de neiging om naar het oerrecept te zoeken. En dat is vaak ergens in de Middeleeuwen. Eerder beschreef ik stoofperen uit de slowcooker. Nu heb ik de oerversie er van: Middeleeuwse stoofperen in rode wijn met specerijen

Interessante sites met veel achtergrondinformatie over koken, ingrediënten en recepten in de Middeleeuwen zijn onder andere Eetverleden, Coquinaria en Restaurant Bleu Blanc

Ik gebruik Gieser Wildeman stoofperen. Dit is geen Middeleeuws soort, maar wel een bijzonder goede stoofpeer. De Middeleeuwse soorten zijn St. Rule (of Regul peer): Een luxe perensoort die in de 13e eeuw al bekend was. Black Worcester (Warden peer): dit type “Warden” wordt vaak genoemd als hét voorbeeld van een klassieke middeleeuwse bewaar- en stoofpeer. Poire d’angoisse (“Angstpeer”): Een zeer harde, bittere peer geschikt was om lang te stoven.

Ingrediënten: 12 stevige stoofperen (bijv. Gieser Wildeman, Saint-Rémy of Conference), 500–750 ml rode wijn, 100–150 g honing, 2 kaneelstokjes, 1 tl vers geraspte gember, 2 kruidnagels, 2 tl rode wijnazijn, handje rozijnen

Aan de slag: Middeleeuwse stoofperen in rode wijn met specerijen

Om zo dicht mogelijk bij de historische bereiding te blijven stoof ik de peren op zo laag mogelijk vuur. Suiker was in de Middeleeuwen een luxe. De gewone man gebruikte veelal de goedkopere honing.

In sommige recepten worden de peren niet geschild. Dat geeft een steviger en voedzamer resultaat. In dit recept schil ik de peren wel. Halveer ze eventueel en verwijder het klokhuis, of laat ze heel met steel eraan.

Leg de peren in een ruime pan en giet de rode wijn erover. Vul eventueel aan met wat water als de peren net niet onder staan. Voeg honing, kaneel, gember en kruiden/azijn toe. Breng zachtjes aan de kook.

Laat op zeer laag vuur ongeveer drie uur stoven. De peren moeten zacht worden maar hun vorm behouden, en de siroop moet indikken tot stroperig rood. Haal van het vuur en laat afkoelen in de siroop voor een nóg lekkerder resultaat.

Frisse salade met krokante gnocchi

Frisse salade met krokante gnocchi, ook wel bekend als crispy gnocchi salade.

Ingrediënten: 800 gr verse gnocchi, 20 mini roma-tomaatjes, 2 rode uien, 100 gr botersla, 100 gr veldsla, 2 avocado, 4 el olijfolie, 1 tl paprikapoeder, 6 el balsamico-azijn, 2 el honing, 1/2 tl tijm, 1,2 tl oregano, een handje verse basilicum, 3 el pijnboompitten, 125 gr mini Mozzarella in stukjes.

Aan de slag: frisse salade met krokante gnocchi

VL wil eerst de salade in elkaar zetten. Dus ik ga aan de slag met het snijwerk: de tomaatjes na gewassen te zijn in kwartjes gesneden. De avocado door midden snijden en met een lepel de pit er uit halen. Zo goed en kwaad het gaat de avocado in blokjes snijden. Met een heel scherp mes lukt dat enigszins. De ui pellen en in dunne halve ringen snijden. Nu is de beurt aan VL.

VL verwarmt de oven op 200 graden voor. Eenmaal op temperatuur gaat de gnocchi op de ovenschaal, besprenkeld met wat olijfolie in de oven voor een minuut of 20. Na 10 minuten de paprikapoeder toevoegen en even draaien en omscheppen.

Zij maakt de dressing door 2 el olijfolie te mengen met balsamicou-azijn, honing en Italiaanse kruiden. Alle gesneden ingrediënten gaan in een grote schaal en worden omgeschept onder toevoeging van de sla. De pijnboompitten worden in een droge koekenpan op laag vuur geroosterd. Wel regelmatig omscheppen om de pitjes aan alle kanten bruin te laten worden.

VL legt de laatste hand aan de frisse salade met krokante gnocchi door de gnocchi aan de salade toe te voegen, de dressing over de salade te sprenkelen en verdeelt de pijnboompitten. Tot slotte worden mini Mozzarella in vieren gesneden met ruime hand verspreidt over de salade. En klaar is Kees. Klaar om te serveren.

Frisse salade met krokante gnocchi, ook wel bekend als crispy gnocchi salade.
Frisse salade met krokante gnocchi, ook wel bekend als crispy gnocchi salade.

Pastinaak-spruitjes ovenschotel

‘…Als de dagen lengen, gaat de winter strengen…’ Een weerspreuk die betekent dat de koudste winterperiode vaak pas begint na de kortste dag, als de dagen alweer langer worden. In de praktijk betekent dit dat in januari en februari de kans op (strenge) vorst en winterweer het grootst is. Tijd voor Pastinaak-spruitjes ovenschotel.

Tijdens de winter staan spruitjes regelmatig op ons menu. Spruitjes met spekjes klassiek gekookt, traybake spruitjes met frites, spruitjes met ‘vergeten groenten uit de oven en… Pastinaak-spruitjes ovenschotel.

Ingrediënten: 700 gr spruitjes, 400 gr pastinaken, 1 grote ui, 5 teentjes verse knoflook, 3 el pijnboompitten. Voor de dressing: 2 tl honing, 2 tl Dijon mosterd, 2 el citroensap, 2 el olijfolie, zwarte peper naar smaak.

Aan de slag met pastinaak-spruitjes ovenschotel.  

Eerst maar eens de spruitjes schonen; het kontje er af en de losse en lelijke blaadjes verwijderen. De spruitjes wassen in een vergiet en goed laten uitlekken. Dan de spruitjes door midden snijden. Gebruik hiervoor een scherp mes en maak van je vinger en duim een ‘bruggetje’ met een spruitje er tussen zodat je met het mes tussen je duim en vinger snijdt en niet ín je vinger.

De oven kan alvast voorverwarmt worden. Omdat de ovenschotel op 200 graden wordt geroosterd heb je tijd genoeg om de rest van de ingrediënten te schillen en snijden. De pastinaken schillen en in blokjes van ongeveer twee cm snijden en de blokjes even spoelen. De ui schillen en in kwart ringen snijden. De knoflook pellen en met de platte kant van het mes flink pletten. Nog even met het mes de knoflook grof hakken. Dan kunnen de spruitjes, pastinaken, ui en knoflook in de ovenschaal. De ingrediënten goed door elkaar mengen. Dat gaat het best door met de hand door het mengsel te woelen. De ovenschotel gaat voor ongeveer 30 minuten in de oven.

Voldoende tijd dus om op je gemak de dressing in elkaar te flansen. Meng in een schaaltje de honing, Dijon mosterd, citroensap, olijfolie en zwarte peper naar smaak. Rooster in een droge koekenpan de pijnboompitten. Meng de dressing door de gare pastinaak met spruitjes. Verdeel de pijnboompitten over de ovenschotel. Klaar om opgediend te worden: pastinaak-spruitjes ovenschotel.

Zelf boter maken

Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen! Het is een verslavend werkje en het resultaat is verslavend lekker. Zelf boter maken wordt een vast onderdeel van mijn keukenwerkzaamheden. Er zijn geen conserveermiddelen of andere toevoegingen. Weet wat je eet.

Met weinig materiaal, slagroom met een hoog vetgehalte en wat tijd is de klus eenvoudig. We hebben het geluk dat we aan rauwe slagroom met een vetgehalte van tussen de 50 en 60% kunnen komen. Hoe hoger het vetgehalte des te meer boter blijft er als resultaat over.

Rauwe room is ideaal, maar gepasteuriseerde room werkt ook. Room die ultra-hoge temperatuur (UHT) behandeld is zal niet goed karnen en is dus niet bruikbaar. Zorg ervoor dat de room op kamertemperatuur is (ongeveer 18-21°C), dit helpt bij het sneller klonteren van het vet.

Aan materiaal heb je nodig een glazen pot (1 liter) met deksel, een kom, een mixer, een zeef en kaasdoek. Van onze room blijft er ongeveer 250 gram boter over. Gebruik je lichtere room van ongeveer 30 tot 36% vetgehalte dan moet je rekenen op zo’n 175 tot 200 gram. De boter blijft ongeveer een week goed in de koelkast. Maak je een grotere hoeveelheid dan kan het in porties in de vriezer en blijft het jaren goed. 

Ingrediënten: 500 ml rauwe room, 2 el karnemelk of (Griekse) yoghurt van 10%

Aan de slag: zelf boter maken

Zorg er voor dat de room op kamertemperatuur, maar het kom zo koud mogelijk is. Giet de room in de pot en voeg de karnemelk toe. Even roeren zodat alles goed gemengd is. Het deksel losjes op de pot en laat het geheel op kamertemperatuur 12 tot 24 uur fermenteren. Hoe langer de room fermenteert, des te zuurder het wordt. Door het fermenteren wordt de boter langer houdbaar.

Na het fermenteren is de room crème frais geworden. Op zich leuk als dat het doel was. Maar ik ga door naar fase 2, het karnen van de room. De gefermenteerde room giet ik uit de pot in ruime koude kom. Met de mixer beginnen op een lage stand en als het slagroom wordt een standje hoger. Pas op dat de room niet uit de kom spettert. Langzaam aan ontstaan er klonters. Na nog een minuut of wat gaat de room scheiden, schiften. Onder in de kom wordt karnemelk zichtbaar. Dan is het bijna gedaan. 

Nu wordt het best een klusje om de klont boter uit de garde van de mixer te krijgen. Je kan kiezen om de boter in het kaasdoek te leggen en door te wringen het karnemelk er uit te persen. Ik vind het handiger om met de hand het karnemelk uit de boter te knijpen. Dat heb ik het minste verlies van boter.

In een kom met ijswater wordt de boter gewassen door de klont te knijpen en te kneden. Het ijswater wordt troebel. Ga door met kneden totdat het water wat van de boter komt helder is. Is dat gedaan dan kan je de boter droog deppen en in een vorm kneden.

Er zijn aardige botervormen te koop, maar ik vind de rustieke geknede vorm het meest passend. De boter nog even in twee porties verdelen en in boterpapier verpakken. Eén portie in de vriezer en de tweede portie voor direct gebruik. De overgebleven karnemelk kan gebruikt worden in andere gerechten of direct opgedronken worden.

Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen! Het is een verslavend werkje en het resultaat is verslavend lekker.
Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen!

Oliebollencake met appel

Oudjaarsavond is in aantocht. Nog een paar dagen. Uiteraard bestellen we oliebollen, appelbeignets en kaneelbollen bij de Echte Bakker in het dorp. Dit jaar maken we ook iets anders: oliebollencake met appel.

Ingrediënten: 500 g patentbloem, 1 zakje instant gist, 50 gr witte basterdsuiker, 1 ei, 500 ml handwarme melk, snufje zout, 1 zoetzure appel, 1 tl kaneel, wat boter. (Voor de echte oliebollen-ervaring voeg je krenten, rozijnen en sukade toe)

Aan de slag: oliebollencake met appel

Schil de appel en snijd in kleine blokjes. Bestrooi de blokjes met wat kaneel en zet apart. Meng in een grote kom de bloem, suiker, gist en zout. Voeg het handwarme melk en het ei toe. Meng het met een garde tot een luchtig glad beslag. Spatel de appelstukjes voorzichtig door het beslag.

Dek de kom af met een schone theedoek en laat het beslag op een warme, tochtvrije plaats tot het in volume is verdubbeld. Dat zal zo’n 60 minuten in beslag nemen.

Verwarm de oven voor op 180°C. Vet een tulbandvorm in met boter. Giet of spatel het gerezen beslag voorzichtig in de ingevette bakvorm en verdeel het beslag door de hele vorm.

Bak de cake in de voorverwarmde oven in ongeveer 45-60 minuten goudbruin en gaar. Controleer met een satéprikker of de cake gaar is; als deze er droog uitkomt, is de cake klaar.

Laat de cake na het bakken even afkoelen in de vorm en stort dan de cake op een rooster. Bestrooi de oliebollencake met appel royaal met poedersuiker. 

Overgebleven oliebollen

Zoals elk jaar gaan niet alle oliebollen op Oudjaarsavond en Nieuwjaarsdag op. Weggooien is zonde en aan de vogeltjes geven schijnt ook niet best te zijn. We maken van over gebleven oliebollen wentelteefjes.

Hier voor snijden we de oliebollen in plakjes van ongeveer 1 cm dik. Van wat melk, een ei en wat kaneelpoeder maken we een mengsel waar we de oliebolplakken door heen halen. Wat boter in de koekenpan en de plakken oliebol aan beide kanten bakken goudbruin.

Een oliebollencake van overgebleven oliebollen is ook een optie. Snijdt de oliebollen in plakjes van ongeveer 1 cm dik. Snijdt een appel in dunne plakjes. Meng 250 ml melk, 2 eieren, 100 gr suiker en een tl kaneel in een ruime kom.

Vet een cakevorm in met boter en leg op de bodem een laagje oliebolplakjes en appelplakjes. Giet er wat melk/ei- mengsel over. Dan weer een laagje oliebol- en appelplakjes en wat mengsel er over. Maak zoveel laagjes als je ingrediënten hebt.

Verwarm de oven voor op 180 graden en bak de oliebollencake in ongeveer 60 minuten gaar. De bakvorm kan dan uit de oven en afkoelen. Eenmaal afgekoeld kan de cake op een bord worden gestort.

Geverifieerd door ExactMetrics