Ik kocht een Chinese cleaver

Sinds jaren gebruik ik Japanse keukenmessen. Zeer tot mijn tevredenheid. Zo’n vijf messen voor alle snijwerkjes in de keuken. Makkelijk te onderhouden, vlijmscherp te slijpen en mooi bovendien. Sinds kort ben ik bezig me te verdiepen in de Chinese snijtechnieken. Zo kom ik automatisch bij Chinese keukenmessen terecht. In feite bij één Chinees mes, de ‘cleaver’ of cai daoy. Een traditioneel mes waarvan de geschiedenis zo’n 4.500 jaar geleden begon. Spoiler alert: Ik kocht een Chinese cleaver

Het mes, de cleaver ziet er op het eerste gezicht lomp uit. Hoekig, plat en vooral groot. Bij nader inzien is het lemmet nogal dun. Het mes is opmerkelijk licht. Het dunne lemmet en de scherpte van het mes zijn voorwaarden voor superdun te kunnen snijden. Mits je de cleaver op de juiste manier vasthoud. Het is een andere manier van snijden, met een ander soort mes maar ook met een andere instelling. 

In de Chinese keuken wordt de cai daoy gebruikt voor alle snijwerken. Van het ciseleren van groenten tot het (flinterdun) snijden van vlees of het ontleden van complete kippen. In veel gevallen wordt de cleaver aan één kant geslepen op 15 graden. Hierdoor kan er bijzonder fijn gesneden worden. De cai daoy combineert verschillende functies: snijden en hakken; de groenten na het snijden of hakken opscheppen. De botte bovenkant kan gebruikt worden om te schrapen. Dus, ik wil een cai daoy, het Chinese koksmes.

Ook de traditionele Japanse keukenmessen worden eenzijdig geslepen op 15 graden. Hierdoor kan er flinterdun gesneden worden. Het hanteren van het mes gaat veel makkelijker.

Tijdens het laatste vriendinnenmidweek van VL kwam een Chinees verzendorganisatie ter sprake. Eén van de vriendinnen was er helemaal weg van. Artikelen die in Nederlandse designwinkels te koop zijn voor nogal hoge prijzen, zijn bij dit ‘verzendhuis’ voor een kwart van de prijs te koop. Nader onderzoek laat zien dat de designwinkels in Nederland exact dezelfde kwaliteit en dezelfde spullen leveren als de Chinezen. Immers, bijna alles is ‘made in China’. I am hooked.

Als ultieme test bestel ik voor een schijntje een cleaver. Is het z’n geld waard of is het een miskoop? Na een paar dagen ontvang ik het bestelde, een Chinese cleaver. Een goed uitziend mes en een redelijke scherpte. Mooie balans en de constructie schept vertrouwen. Zoals elk nieuw gekocht mes heb ik ook dit mes geslepen tot vlijmscherp. De eerste ervaringen met snijden en choppen doen een succes vermoeden. Nu nog ervaring opdoen met de snijtechnieken met dit traditionele mes.

Sinds kort ben ik bezig me te verdiepen in de Chinese snijtechnieken. Zo kom ik automatisch bij Chinese keukenmessen terecht. In feite bij één Chinees mes, de ‘cleaver’ of cai daoy. Een traditioneel mes waarvan de geschiedenis zo’n 4.500 jaar geleden begon.
Ik kocht een Chinese cleaver. Foto door Luka

Zelf boter maken

Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen! Het is een verslavend werkje en het resultaat is verslavend lekker. Zelf boter maken wordt een vast onderdeel van mijn keukenwerkzaamheden. Er zijn geen conserveermiddelen of andere toevoegingen. Weet wat je eet.

Met weinig materiaal, slagroom met een hoog vetgehalte en wat tijd is de klus eenvoudig. We hebben het geluk dat we aan rauwe slagroom met een vetgehalte van tussen de 50 en 60% kunnen komen. Hoe hoger het vetgehalte des te meer boter blijft er als resultaat over.

Rauwe room is ideaal, maar gepasteuriseerde room werkt ook. Room die ultra-hoge temperatuur (UHT) behandeld is zal niet goed karnen en is dus niet bruikbaar. Zorg ervoor dat de room op kamertemperatuur is (ongeveer 18-21°C), dit helpt bij het sneller klonteren van het vet.

Aan materiaal heb je nodig een glazen pot (1 liter) met deksel, een kom, een mixer, een zeef en kaasdoek. Van onze room blijft er ongeveer 250 gram boter over. Gebruik je lichtere room van ongeveer 30 tot 36% vetgehalte dan moet je rekenen op zo’n 175 tot 200 gram. De boter blijft ongeveer een week goed in de koelkast. Maak je een grotere hoeveelheid dan kan het in porties in de vriezer en blijft het jaren goed. 

Ingrediënten: 500 ml rauwe room, 2 el karnemelk of (Griekse) yoghurt van 10%

Aan de slag: zelf boter maken

Zorg er voor dat de room op kamertemperatuur, maar het kom zo koud mogelijk is. Giet de room in de pot en voeg de karnemelk toe. Even roeren zodat alles goed gemengd is. Het deksel losjes op de pot en laat het geheel op kamertemperatuur 12 tot 24 uur fermenteren. Hoe langer de room fermenteert, des te zuurder het wordt. Door het fermenteren wordt de boter langer houdbaar.

Na het fermenteren is de room crème frais geworden. Op zich leuk als dat het doel was. Maar ik ga door naar fase 2, het karnen van de room. De gefermenteerde room giet ik uit de pot in ruime koude kom. Met de mixer beginnen op een lage stand en als het slagroom wordt een standje hoger. Pas op dat de room niet uit de kom spettert. Langzaam aan ontstaan er klonters. Na nog een minuut of wat gaat de room scheiden, schiften. Onder in de kom wordt karnemelk zichtbaar. Dan is het bijna gedaan. 

Nu wordt het best een klusje om de klont boter uit de garde van de mixer te krijgen. Je kan kiezen om de boter in het kaasdoek te leggen en door te wringen het karnemelk er uit te persen. Ik vind het handiger om met de hand het karnemelk uit de boter te knijpen. Dat heb ik het minste verlies van boter.

In een kom met ijswater wordt de boter gewassen door de klont te knijpen en te kneden. Het ijswater wordt troebel. Ga door met kneden totdat het water wat van de boter komt helder is. Is dat gedaan dan kan je de boter droog deppen en in een vorm kneden.

Er zijn aardige botervormen te koop, maar ik vind de rustieke geknede vorm het meest passend. De boter nog even in twee porties verdelen en in boterpapier verpakken. Eén portie in de vriezer en de tweede portie voor direct gebruik. De overgebleven karnemelk kan gebruikt worden in andere gerechten of direct opgedronken worden.

Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen! Het is een verslavend werkje en het resultaat is verslavend lekker.
Zelf boter maken. Het leek me een aardig projectje. Was ik er maar niet aan begonnen!

Carbidschieten en de Carbidfabriek

Oud en Nieuw in het Oosten van het land. Op oudjaarsdag gaat het los. De boeren in de omgeving brengen hun carbidkanonnen in stelling. Was het voorheen een melkbus waarmee de doffe dreunen werden geproduceerd, nu zijn het ware kanonnen. Carbidschieten en de Carbidfabriek.

Carbidschieten is een typisch Nederlandse oudejaarstraditie die vooral in Drenthe, Groningen, Friesland, Overijssel en delen van Gelderland leeft. Rond 1900 begonnen jongeren op het platteland ermee te experimenteren als kwajongensstreek, zoals de veldwachter uitdagen. 

Carbid en melkbussen waren makkelijk voorhanden op boerderijen. Je hebt een melkbus, boort aan de onderkant een gaatje. Een blokje carbid in de melkbus, wat water en de deksel stevig op de bus drukken. Even wachten tot er voldoende gas ontstaat en een vuurtje bij het gaatje. Een doffe dreun is het resultaat. Het is wel even lopen om het deksel op te halen. Tegenwoordig wordt vaak een bal gebruikt in plaats van een melkbusdeksel. Het is populair bij feesten, huwelijken en vooral Oud en Nieuw. In 2014 werd in Nederland het carbidschieten officieel als cultureel erfgoed. Het staat naast Sinterklaas en paasvuren en benadrukt saamhorigheid in dorpen. Carbidschieten en de Carbidfabriek

In Amsterdam Noord aan de Distelweg stond de Electro Zuur- en Waterstoffabriek, in de volksmond simpelweg ‘de Carbidfabriek’. Deze fabriek, gebouwd in de jaren ’30 en operationeel vanaf 1940, produceerde calciumcarbide op grote schaal. Gloeiend vloeibaar carbid werd er in bakken gegoten om af te koelen. Een spectaculair gezicht en te zien vanaf de straat. Voor de arbeiders was het gevaarlijk en smerig werk. Veelal haalden de arbeiders hun pensioenleeftijd niet. De omgeving van de fabriek was wit uitgeslagen. Als je langs de fabriek op weg naar de Derde Pontverbinding fietste prikten je ogen ongemakkelijk. De fabriek bleef actief tot in de jaren ’70-’80.

Carbid, (calciumcarbide) is een chemische verbinding die ontstaat door kalk en koolstof bij extreem hoge temperaturen te verhitten. Het is ontdekt in de late 19e eeuw. Carbid reageert heftig op water en produceert zo acetyleengas (ethyn). De toepassingen van carbid waren veelzijdig: voor de productie van acetyleen, gebruikt in carbidlampen voor verlichting op fietsen, auto’s en in mijnen. Acetyleen diende ook voor autogeen lassen en snijden in de metaalindustrie. Het was tot in de jaren ’30 de belangrijkste bron van dit gas. Zelfs om mollen te verjagen.

In 1969 was er een grote brand bij de Carbidfabriek -inmiddels AGA-. De gasflessen schoten als raketten omhoog. Sommige gasflessen kwamen bij het Centraal Station in Het IJ terecht. Noord liep uit om naar de brand te kijken. Niet geheel ongevaarlijk omdat de gasflessen als ongeleide projectielen door de lucht schoten.

Oud en Nieuw in het Oosten van het land. Carbidschieten en de Carbidfabriek
Felle uitslaande explosie-brand te Amsterdam (bron AGA Museum)

Oliebollencake met appel

Oudjaarsavond is in aantocht. Nog een paar dagen. Uiteraard bestellen we oliebollen, appelbeignets en kaneelbollen bij de Echte Bakker in het dorp. Dit jaar maken we ook iets anders: oliebollencake met appel.

Ingrediënten: 500 g patentbloem, 1 zakje instant gist, 50 gr witte basterdsuiker, 1 ei, 500 ml handwarme melk, snufje zout, 1 zoetzure appel, 1 tl kaneel, wat boter. (Voor de echte oliebollen-ervaring voeg je krenten, rozijnen en sukade toe)

Aan de slag: oliebollencake met appel

Schil de appel en snijd in kleine blokjes. Bestrooi de blokjes met wat kaneel en zet apart. Meng in een grote kom de bloem, suiker, gist en zout. Voeg het handwarme melk en het ei toe. Meng het met een garde tot een luchtig glad beslag. Spatel de appelstukjes voorzichtig door het beslag.

Dek de kom af met een schone theedoek en laat het beslag op een warme, tochtvrije plaats tot het in volume is verdubbeld. Dat zal zo’n 60 minuten in beslag nemen.

Verwarm de oven voor op 180°C. Vet een tulbandvorm in met boter. Giet of spatel het gerezen beslag voorzichtig in de ingevette bakvorm en verdeel het beslag door de hele vorm.

Bak de cake in de voorverwarmde oven in ongeveer 45-60 minuten goudbruin en gaar. Controleer met een satéprikker of de cake gaar is; als deze er droog uitkomt, is de cake klaar.

Laat de cake na het bakken even afkoelen in de vorm en stort dan de cake op een rooster. Bestrooi de oliebollencake met appel royaal met poedersuiker. 

Overgebleven oliebollen

Zoals elk jaar gaan niet alle oliebollen op Oudjaarsavond en Nieuwjaarsdag op. Weggooien is zonde en aan de vogeltjes geven schijnt ook niet best te zijn. We maken van over gebleven oliebollen wentelteefjes.

Hier voor snijden we de oliebollen in plakjes van ongeveer 1 cm dik. Van wat melk, een ei en wat kaneelpoeder maken we een mengsel waar we de oliebolplakken door heen halen. Wat boter in de koekenpan en de plakken oliebol aan beide kanten bakken goudbruin.

Een oliebollencake van overgebleven oliebollen is ook een optie. Snijdt de oliebollen in plakjes van ongeveer 1 cm dik. Snijdt een appel in dunne plakjes. Meng 250 ml melk, 2 eieren, 100 gr suiker en een tl kaneel in een ruime kom.

Vet een cakevorm in met boter en leg op de bodem een laagje oliebolplakjes en appelplakjes. Giet er wat melk/ei- mengsel over. Dan weer een laagje oliebol- en appelplakjes en wat mengsel er over. Maak zoveel laagjes als je ingrediënten hebt.

Verwarm de oven voor op 180 graden en bak de oliebollencake in ongeveer 60 minuten gaar. De bakvorm kan dan uit de oven en afkoelen. Eenmaal afgekoeld kan de cake op een bord worden gestort.

De basis van het zelf inmaken

Sinds enige tijd ben ik bezig met het zelf inmaken van zilveruitjes, komkommer, paprika en het maken van Amsterdamse uien. Een leuk en ontspannend werkje wat niet al te veel tijd in beslag neemt. Door zelf in te maken kan ik de gewenste smaak bepalen en werken met verse ingrediënten. In deze tijd waar de voedselveiligheid in het geding is door industriële voedselbereiding en bewerkt en ultra-bewerkt voedsel in de supermarkt wordt het steeds belangrijker dat je weet wat je eet. De basis van het zelf inmaken.

Ik ben begonnen met het zelf inmaken van zilveruitjes en het maken van Amsterdamse uitjes. Op het programma staan nog paprika, komkommer en augurk. Van elk soort maak ik zo’n vier potten van rond de 350 ml. Om te beginnen heb ik dan ook twintig potten met metalen deksel nodig. Die zijn voor niet veel geld te koop. Het mooie van potten kopen is dat je gelijke potten hebt. Dat staat netjes in het rek. Wil je geen geld uitgeven, dan kan je potten sparen. 

De basis van het zelf inmaken

Belangrijk bij het zelf inmaken is hygiëne. Je wilt geen vervelende bacteriën is je inmaakpotten. Dus, schone potten en deksels, schone handen en schoon materiaal. Ik doe de potten die ik denk te gebruiken een avond te voren in de afwasmachine op het heetste programma. Vlak voor ik ze gebruik zet ik de potten in de oven op 150 graden. Voorverwarmen is niet nodig. Als de oven op 150 graden is zet ik de timer op 15 minuten. De deksels heb ik in een schaal met kokend water gelegd.

Zijn de 15 minuten om dan kunnen de potten uit de oven. Het beste kan dat met een kooktang! De potten en de deksels op een schone theedoek zetten zodat ze droog kunnen stomen. Let op: alléén de rand van de deksel aanraken en vooral niet de binnenkant.

Ik werk steeds met hetzelfde basismengsel van water en azijn voor 500 gram in te maken groenten: Ingrediënten: 275 ml natuurazijn (5-7% zuur), 225 ml water, 125 gr honing, 1 el Keltisch zeezout, 2 tl mosterdzaad, 1 tl dillezaad, 1 tl zwarte peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels

Naar eigen wens en smaak kan je kruiden bijvoegen om de smaak te verrijken. Ik gebruik soms als extra smaakmaker korianderzaad, jeneverbessen, karwijzaad, gerookte paprikapoeder, kurkuma of rode peper. Ik houd het eenvoudig met één of twee extra smaakmakers. 

Gebruik je verse kruiden dan worden deze eerst gewassen, net als de in te maken paprika, komkommer of augurk. Dan worden de groenten in de gewenste grootte gesneden: de paprika in keurige reepjes, de komkommer en de augurk in plakjes. Of desgewenst in andere vormen. De rode peper kan in dunne ringen gesneden worden. Houdt er rekening mee dat er snel gewerkt moet worden. Het basismengsel moet zo heet mogelijk in de potten gedaan worden. Zorg er voor dat alle benodigdheden en ingrediënten klaar voor het grijpen staan en afgewogen zijn.

Tijd om het basismengsel gereed te maken. Doe alle ingrediënten in de pan en breng deze aan de kook. Laat het mengsel ongeveer vijf minuten zachtjes koken en zet dan het vuur uit. Vul ondertussen de potten met de paprika, of komkommerschijfjes, of de augurkjes, de zilveruitjes tot ongeveer 1,5 cm onder de rand. Giet het basismengsel in de potten tot een cm onder de rand. Zorg er voor dat alles onder staat. Nog even de lucht uit de potten halen door de potten zachtjes op het aanrecht te tikken. Ik gebruik steeds een houten snijplank om op te tikken.

Dan zo snel mogelijk de deksel op de potten, hoe heter hoe beter. Zijn alle potten stevig dicht gedraaid, dan gaan ze in een pan met kokend water voor ongeveer 10 minuten. Om het risico te verkleinen dat de potten barsten, leg ik een kooktooster in de pan, daarop de potten. Het water niet hoger dan driekwart van de pot. Na 10 minuten kan het vuur uit en de potten laten afkoelen in het water. Zijn de potten afgekoeld, dan een sticker met datum van inmaken er op. Gedurende twee tot vier weken bewaren op een donkere koele plaats. Na openen is een pot nog een week of zes houdbaar in de koelkast

Meer inmaak-ideeën

Probeer eens mini Romatomaatjes in te maken. Wel even met een prikketje een paar gaatjes in de tomaatjes maken om het basismengsel goed te laten marineren.

Of rode pepertjes in ringetjes snijden en overgieten met het basismengsel. Je kunt mildere of juist pittiger pepertjes gebruiken naar je eigen smaak.

Ook lekker zijn Kiska uitjes. Dit zijn kleine pareluitjes, ook wel bekend als “kıska soğan”. Het zijn kleine, ronde uien die qua grootte lijken op zilveruitjes en vaak vers worden verkocht. Ze worden veel gebruikt in de Turkse keuken.

Als je paprika gaat inmaken kook dan de stukjes of reepjes paprika een paar minuten mee in het zacht kokende basismengsel. Voor knapperig heel kort, voor wat zachter een paar minuten langer.

Recept Amsterdamse uien inmaken

Op verjaardagen en partijen werden in het ouderlijk gezin Amsterdamse uien en zoetzure zilveruitjes geserveerd. Op een blokje kaas, een plakje leverworst of zo los een Amsterdamse ui. Mijn moeder grilde van alles wat zoetzuur was. Zij kocht het bij de kruidenier voor mijn vader en ons, kinderen. Tante Rooie Betsie had die afkeer van zoetzuur niet. Die maakte uien, augurken en witte kool in dat het een lust was. Bijna alles kwam uit de eigen volkstuin.

Ik heb de afkeer van zoetzure producten niet geërfd van mijn moeder. Niet bij de vroegere zuurkar, maar te koop in de super, van Kesbeke of van De Leeuw Zuurhandel. Maar hoe zijn die Amsterdamse uien en ingemaakte zilveruitjes in de Nederlandse keuken beland? 

De geschiedenis van Amsterdamse uien hangt nauw samen met de instroom van Asjkenazische Joden uit Oost-Europa, zoals Duitsland en Polen, vanaf de 17e eeuw. Amsterdam was destijds een toevluchtsoord voor vervolgde Joden, en velen vestigden zich in arme wijken zoals de Jodenbuurt. De Joodse keuken uit Oost-Europa stond bol van ‘zuurwaren’: groenten zoals uien, augurken, kool en zelfs haring werden ingelegd in azijn met kruiden om ze langer houdbaar te maken. Dit was een praktische oplossing in een tijd zonder koelkasten, en het paste goed bij de Amsterdamse marktcultuur.

De uien zelf – kleine consumptie- of zilveruitjes – werden direct na de oogst handmatig gepeld en ingelegd in een mengsel van azijn, suiker, zout en specerijen.

Rond 1850 werd ‘De Leeuw Zuurhandel’ opgericht, een pionier in het inleggen van uien, komkommers en haring in houten vaten vol kruidenazijn.  Straatventers, vaak Joodse families, trokken met handkarren door buurten zoals de Jordaan en de Jodenbuurt. Deze ‘zuurkarren’ verkochten de uien huis-aan-huis of op markten, vaak gecombineerd met een rolmops of een stuk kaas. Het was betaalbaar eten voor de arbeidersklasse. 

Families zoals de Kesbekes begonnen thuis te schillen: Camiel Kesbeke liet vrouwen in Amsterdam de uien pellen en bracht ze later naar Zeeland voor efficiëntere verwerking.  Dit leidde tot de oprichting van Kesbeke Fijne Tafelzuren, nog steeds een toonaangevend bedrijf.

De Eerste Wereldoorlog en de economische crisis van de jaren ‘30 versterkten de populariteit; ingelegde uien waren goedkoop en lang houdbaar. In de loop der jaren industrialiseerden bedrijven zoals De Leeuw en Kesbeke: handkarren maakten plaats voor fabrieken.

Ingrediënten: 500 gr wat grotere zilveruitjes, 1 tl Keltisch zeezout, 275 ml natuurazijn, 250 ml water, 125 gr honing, 1 tl kurkumapoeder, 2 tl mosterdzaad, 1 tl peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels, 1 klein rood pepertje

Aan de slag: Recept Amsterdamse uien inmaken

Waarom kopen als je het ook makkelijk zelf kunt maken? Weet wat je eet. Pel de uitjes zorgvuldig. Bestrooi ze met het zout en laat ze 4 uur pekelen in een schaal in de koelkast. Spoel ze daarna goed af onder koud water en laat uitlekken in een vergiet.

Meng in een pan de azijn, water, suiker en alle kruiden (mosterdzaad, peperkorrels, laurierblad, kurkuma, **. Breng aan de kook op middelhoog vuur en laat 3-5 minuten zachtjes doorkoken, zodat de smaken intrekken. Roer de kurkuma goed door tot een glad papje voor een mooie gele tint.

Voeg de uitgelekte uien toe aan het hete mengsel. Laat 10-15 minuten zachtjes koken op laag vuur. Proef en pas zoet of zuur aan met extra suiker of azijn.

Verdeel de hete uien en het vocht over brandschone, gesteriliseerde glazen potten. Ik zet de potten in de koude oven en laat deze verwarmen tot 150°C en dan voor 15 minuten op 150 graden laten staan. Vul tot 1 cm onder de rand en sluit stevig af met de deksel.

Laat minstens 3 weken intrekken op een donkere, koele plek. Ik bewaar de potten in de koelkast. Ze zijn houdbaar tot 6 maanden. Lekker bij stoofvlees, kaas of stamppot.

Voorraadkast van de Romeinen

Op de lagere school leerde ik van bovenmeester Gemst ( zesde klas) dat de Betuwe, voorraadkast van de Romeinen was. Het waren spannende verhalen die de geschiedenislessen leuk maakten, Betuwe. Maar was het ook waar? Hoe kwam het dat de zo’n verzameling van fruitteelt was en is?

Een reconstructie van Romeinse soldaten met vers fruit uit Betuwse tuinen (Museum Het Valkhof)

Stel je voor: het is 19 v.Chr. Langs de modderige oevers van de Rijn marcheren Romeinse legioenen onder Drusus. Ze hebben honger. De tocht naar het noorden -voorbij de moerassen- is zwaar. Maar tussen Waal en Lek ligt een vruchtbaar eiland dat hen redt.

De Bataven, een Germaanse stam, zijn de sleutel. Ze wonen hier al decennia, mogelijk uitgenodigd door de Romeinen zelf als buffer tegen noordelijke stammen. In ruil voor militaire steun – hun zwemmende cavalerie is legendarisch – mogen ze hun land bewerken zonder Romeinse belastingen.

Voorraadkast van de Romeinen

De rivierklei is goud waard. Akker na akker levert graan, bonen en gerst. Runderen grazen op de uiterwaarden; melk, boter en kaas vullen de rantsoenen van soldaten in forten als Noviomagus (Nijmegen) en Fectio (Vechten).

Maar het is meer dan brood en vlees. In de tuinen (horti) bij de castella groeien exotische vruchten: perziken uit Perzië, pruimen uit de Balkan, kersen en druiven. Archeologen vinden de pitten nog steeds – in Tiel, Elst, Zaltbommel. Deze vruchten zijn geen luxe voor officieren alleen; ze zijn vitaminebommen voor troepen die anders scheurbuik krijgen.

De Rijn is de levensader. Schepen varen af en aan met amforen vol olijfolie, wijn en vissaus. Lokale producten – bier, gedroogd fruit, leer – gaan de andere kant op. De Betuwe is geen achterland; het is een logistiek knooppunt.

De Betuwe is nog steeds Nederlands fruitparadijs. De Romeinen plantten de eerste perzik – wij oogsten de Elstar. De Betuwe: De Voorraadkast van de Romeinen. Waar wij in het seizoen onze aardbeien halen.

bron: museum Het Valkhof

Verse aardbeien uit de voorraadkast van de Romeinen, de Betuwe
Verse aardbeien uit de voorraadkast van de Romeinen, de Betuwe

Zilveruitjes zelf inmaken

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?

Natuurlijk zijn er verschillende merken ingemaakte zilveruitjes in de winkel. Ze smaken echter allemaal ongeveer hetzelfde. Door het zelf te maken kan je de smaak aanpassen aan je eigen wensen. In tegenstelling tot veel gekochte zilveruitjes, die vaak extra suiker, zout, of conserveringsmiddelen bevatten, heb je bij zelf inmaken volledige controle. Je kunt onnodige toevoegingen vermijden en natuurlijke aroma’s gebruiken. Je weet wat je eet.

Ik heb zo’n 500 gram zilveruitjes nodig. Ze moeten zo vers en zo klein mogelijk zijn. Dat wordt uitzoeken bij de groenteman. Gelukkig is het zelfbediening en niet al te druk in de winkel. Na wat graaien en selecteren heb ik het benodigde aantal grammen. Inclusief 50 gram meer ‘voor de breuk’. In plaats van de traditionele suiker gebruik ik honing. Hiermee kan ik de gewenste smaakvariatie aanbrengen. Omdat honing wat zoeter is gebruik ik wat meer azijn, zo’n 25 ml meer.

Ingrediënten: 500 g verse zilveruitjes, 275 ml natuurazijn (5-7% zuur), 250 ml water, 125 gr honing, 1 el Keltisch zeezout, 2 tl mosterdzaad, 1 tl dillezaad, 1 tl zwarte peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels.

Aan de slag: zilveruitjes zelf inmaken

Ik gebruik vier glazen potten waar al eerder zoetzuur in heeft gezeten. Deze uitgebreid in de afwasmachine gehad zodat ze grondig schoon zijn. Om de potten te steriliseren zet ik ze zonder deksel in de oven. De oven op 150 graden en de tijd instellen op 20 minuten. Onze oven is in vijf minuten op 150 graden, zodat het steriliseren zo’n 15 minuten in beslag neemt.

Het pellen van de uitjes is best een werkje. Door ze te overgieten met kokend water en dan met koud water te spoelen zijn de schilletjes makkelijker te verwijderen. Met een scherp mesje aan de onderkant van de uitjes een kerfje zetten en het velletje laat na wat aanmoediging los.

In een pan met dikke bodem gaan achtereenvolgens azijn, water, zout, mosterdzaad, dillezaad en zwarte peperkorrels en wordt aan de kook gebracht. De honing meng ik eerst met wat kokend water om de honing wat makkelijker op te lossen. Dan gaat de honing ook in de pan. Roeren tot de honing en zout oplossen en 5 minuten zachtjes laten koken. 

De gepelde uitjes 1-2 min in kokend water met een snufje zout blancheren. Meteen afgieten en afspoelen met koud water. De uitjes verdelen over de steriele potten. Het hete inmaakvocht in de potten gieten tot 1 cm onder de rand. Hierbij moet ik zorgen dat de kruiden gelijkelijk over de potten verdeeld zijn. Dan meteen de deksel op de pot doen en stevig aandraaien. 

De potten gaan nog 10 minuten in een pan met kokend water, waarbij het water tot 3/4 van de pot komt. Na 10 minuten kunnen de potten in het water afkoelen. Nu komt de fase van geduld hebben. De potten moeten 1 tot 2 weken op een donkere koele plek bewaard worden. Dan is het proces van zilveruitjes zelf inmaken afgerond. Na openen tot 3 maanden in de koelkast bewaren.

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerd Gekarameliseerde verse zilveruitjes Zilveruitjes zelf inmaken

Mijn verjaardag in 1960

Mijn verjaardag werd altijd op de zondag ná mijn echte verjaardag gevierd. Ik zal een jaar of tien zijn geweest. De kamer versierd met drie slingers. Zo rond 1 uur ‘s middags kwam de visite: tante Greet met ome Johan (zeg maar Piet), nicht Tonia, tante Betsie, beter bekend als ‘Rooie Betsie’, tante Jeanne (door de Amsterdamse tak steevast Sjaan genoemd) en één of twee buurvrouwen. Natuurlijk werd er ‘lang zal hij leven’ gezongen voor mijn verjaardag.

We hadden een kleine familie, maar ook een vrij kleine huiskamer. Het leek een drukte van jewelste. De stoelen in een kring, mijn moeder bij de deur naar de keuken. Dat was handig om de koffie, thee, taart en koekjes te halen. We hadden de luxe van taart, gebak én luxe koekjes. Zo’n kring van visite was gezellig, maar best wel onhandig. De volwassenen kregen koffie of thee én een schotel met een stuk taart of een gebakje. Daar zat je dan met je handen vol. Mijn broers en ik kregen een glaasje ranja en een gebaksbordje met een stuk taart. Maar wel aan tafel op drinken. 

De visite wist dat ik Matchbox autootjes spaarde dus kreeg ik zo’n zes autootjes op mijn verjaardag. Geen dubbele of die ik al had. Mijn moeder hield een lijstje bij van wat ik graag wilde. De speelgoedwinkel had boekjes van Matchbox met alle modellen er in. Elk jaar aangevuld met de nieuwe modellen. Dat was op zich al het sparen waard.Was iedereen voldaan van koffie, thee en gebak dan kwamen de glaasjes en hapjes op tafel. Hoewel, de schalen met hapjes werden doorgegeven en gingen van hand tot hand. Eerst de volwassenen, dan de kinderen. Ome Johan en mijn vader dronken een jonkie, Rooie Betsie een sherry. Mijn moeder en haar zus tante Jeanne een advocaatje met ruim slagroom.

In de keuken mocht ik helpen de hapjes klaar te maken: gekookte worst en leverworst in plakjes snijden. De kaas -jonge en belegen- in blokjes. Op de blokjes belegen kaas ging met een prikkertje een blokje stemgember of een zilveruitje. Mijn moeder sneed de augurken in plakjes. Alles op aparte schalen. Soms mocht ik langs gaan, want het was mijn verjaardag. Dat bleek niet handig wegens de beperkte manoeuvreer ruimte. Dan maar doorgeven en de schaal zo goed als leeg terug kwam voor de volgende ronde.

Na de verschillende glaasjes en de grapjes van ome Johan werd het tijd voor een kom soep. De buurvrouwen gingen dan alvast. Er moest thuis gekookt worden. De achterblijvers konden kiezen uit tomatensoep of kippensoep. Uit blik. Een enkele dwarsligger wilde koffie, maar daar begon mijn moeder niet aan ‘dan blijf ik bezig’ was haar argument. Daarna was het afscheid nemen met de verplichte kussen en was het afwassen geblazen. 

De verjaardagshapjes

  • In de keuken werden de gekookte worst in plakjes gesneden; 
  • leverworst in plakjes gesneden met een stukje augurk of een zilveruitje, een bakje mosterd om te dippen;
  • Kleine augurkjes met daaromheen een plakje cervelaatworst of een plakje salami vastgezet met een prikkertje;
  • Jonge kaas in blokjes geserveerd met een bakje mosterd om te dippen;
  • Belegen kaas in blokjes met een stukje stemgember of een plakje augurk, of een zilveruitje, of een Amsterdamse ui vastgezet met een prikkertje;
  • Asperges uit blik omwikkeld met ham;
  • Een bakje Amsterdamse uien.

Bakjes met paprikachips en naturel chips, eventueel dipsausjes uit een zakje werden op tafel gezet, naast bakjes met Tuc zoute koekjes, een bakje pinda’s of nootjes. Op tafel een glas met rookwaar: sigaretten en kleine sigaartjes (señoritas).

Buikspek in de koekenpan bereid

In ons gezin zijn niet alle leden verzot op buikspek. De structuur bevalt niet echt. Ik ben wel te porren voor een goed bereid stukje buikspek. Dus bij de slager een stukje zonder zwoerd gekocht. Mijn favoriete bereidingswijze; buikspek in de koekenpan bereid.

Buikspek is veelzijdig. Buikspek in de oven, buikspek op de BBQ, buikspek in de slowcooker, in de koekenpan, sticky buikspek. Het kan allemaal. Om de naturel smaak te houden gebruik ik alleen wat zout en wat peper. Buikspek is van zichzelf al lekker. Deze keer bak ik het in de koekenpan.

Ingrediënten: 250 gr buikspek zonder zwoerd, wat zout en wat peper, een beetje ghee.

Aan de slag: buikspek in de koekenpan

Een uur voordat ik ga bakken haal ik het buikspek uit de koelkast en laat het op kamertemperatuur komen. Voorzover nodig even droogdeppen. Ik kies er voor om het vet licht in te snijden met een snede of vier.

Om de smaak wat levendiger te maken wrijf ik het vlees in met wat zout en peper. Dan mag het een kwartiertje rusten. Na een kwartier verhit ik de ghee in een gietijzeren koekenpan op middelmatig vuur. De pan moet goed heet zijn voordat de spek in de pan gaat.

Eerst gaat het spek op het vetrandje in de pan voor een minuut of vijf. Dan het spek draaien voor nogmaals vijf minuten. Na deze vijf minuten wordt het spek op een iets lager vuur om en om gebakken. Na een minuut of tien kan het vuur uit en is het spek klaar voor serveren. Ik leg het spek op dubbel keukenpapier op een bord om uit te lekken.

Andere bereidingen:

Sticky buikspek
Buikspek uit de oven:
Buikspek op de BBQ

En nog veel meer te vinden op internet

error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics