Gyros kruidenmix zelf maken

Gyros kruidenmix zelf maken

Ingrediënten: 1 el gedroogde oregano, 1 el gedroogde tijm, 1 el paprikapoeder, 1 tl knoflookpoeder, 1 tl uienpoeder, 1 tl gemalen komijn, 1 tl gemalen koriander, 1 tl gedroogde rozemarijn,  ½ tl zwarte peper, ½ tl kaneel, ½ theelepel chilipoeder

Aan de slag: Gyros kruidenmix zelf maken

Meng alle kruiden en specerijen goed door elkaar in een kleine schaal. Bewaar de mix in een luchtdichte pot of bakje op een koele, droge plek. Het blijft enkele maanden goed.

Gebruik ongeveer 1-2 eetlepels van de mix per 500 gram vlees (zoals kip, varkensvlees of lamsvlees) voor gyros. Meng met wat olijfolie en eventueel citroensap voor een marinade. Marineer het vlees minimaal 1 uur en gril of bak het daarna op hoog vuur voor de authentieke smaak.

Provençaalse kruidenmix zelf maken

Er zijn van die plannen waarvan ik zeg ‘moet ik toch eens doen’. Maar het komt er maar niet van. Terwijl het eigenlijk maar een klein klusje is. Alles in huis en toch nog niet gedaan. Nu de koe bij de horens vatten en aan de slag met kruidenmixen. Provençaalse kruidenmix zelf maken

Ingrediënten:  2 el tijm, 2 el rozemarijn, 2 el oregano, 1 el marjolein, 1 el basilicum, 1 tl dragon, 1 tl bonenkruid (optioneel), 1 tl lavendelbloemen (optioneel)

Aan de slag: Provençaalse kruidenmix zelf maken

Meng alle gedroogde kruiden goed door elkaar in een kom. Bewaar in een luchtdichte pot op een koele, droge plek.

Italiaanse kruidenmix zelf maken

Alle kruidenmixen zijn kant en klaar te koop. Op internet en in fysieke winkels. Waarom zou je dan zelf een kruidenmix willen maken. Nou, door zelf een kruidenmix samenstellen bepaal je de specifieke ingrediënten, aangepast aan jouw smaak. Bijvoorbeeld geen zout of juist een vleugje peper. Door een Italiaanse kruidenmix zelf maken maak je je eigen unieke mix. Eerst een opsomming van Italiaanse kruiden.

Oregano – Een krachtige, aardse smaak;
Basilicum – Zoet en licht peperig;
Tijm – Subtiel, aards en licht citroenachtig;
Rozemarijn – Houtachtig en aromatisch;
Peterselie – Frisse, licht bittere smaak;
Marjolein – Zachter en zoeter dan oregano;
Salie – Aards en licht peperig;
Knoflookpoeder – Geeft een hartige, umami-smaak;
Uienpoeder – Voor een subtiele zoetheid
Venkelzaad – Licht zoet en anijsachtig;
Laurierblad (gedroogd en gemalen) – Voor een subtiele, warme smaak, vaak in stoofschotels.
Chilivlokken – Voor een pittige smaak.

Ingrediënten (voor circa 4 eetlepels): 2 el gedroogde basilicum, 2 el gedroogde oregano, 1 el gedroogde tijm, 1 el gedroogde rozemarijn, 1 tl gedroogde marjolein, 1 tl knoflookpoeder (optioneel), 1 tl uienpoeder (optioneel)

Aan de slag: Italiaanse kruidenmix zelf maken

Meng alle gedroogde kruiden goed door elkaar in een kom. Gebruik een vijzel of koffiemolen om de rozemarijn iets fijner te malen als je een fijnere textuur wilt. Bewaart in een luchtdichte pot op een koele, droge plek is de kruidenmix zes maanden houdbaar.

Griekse kruidenmix zelf maken

Het staat in recepten zo makkelijk, ‘voeg Griekse kruiden toe’. Maar, wat zijn die Griekse kruiden en hoe is hun invloed op het gerecht. Natuurlijk zijn er Griekse kruidenmixen te koop in de super en andere winkels. Soms met veel zout, of net niet wat je zou willen. Dus… Griekse kruidenmix zelf maken. Weet wat je eet.

Typische kruiden die onder Griekse kruiden vallen, zijn: Oregano: Een van de meest gebruikte kruiden in Griekse gerechten, met een krachtige, aardse smaak.
Tijm: Voegt een subtiele, warme smaak toe, vaak gebruikt in vlees- en groentegerechten.
Rozemarijn: Een aromatisch kruid dat goed past bij lamsvlees en aardappelen.
Dille: Wordt vaak gebruikt in sauzen, salades en visgerechten. 
Munt: Veel gebruikt in gerechten zoals tzatziki en salades.
Basilicum: Soms toegevoegd voor een zoete, kruidige toets.
Laurierblad: Gebruikt in stoofschotels en soepen voor een diepe smaak.
Peterselie: Vaak als garnering of in salades zoals tabouleh.
Marjolein: Vergelijkbaar met oregano, maar milder, soms gebruikt in vleesgerechten.

Griekse kruidenmix zelf maken

Ingrediënten (voor ongeveer 4 eetlepels mix): 1 el gedroogde oregano, 1 el gedroogde tijm, 1 tl gedroogde rozemarijn (fijngehakt), 1 tl gedroogde munt, 1 tl knoflookpoeder, 1 tl uienpoeder, 1 tl gedroogde basilicum, ½ tl gedroogde marjolein, ¼ tl gemalen zwarte peper.

Meng alle ingrediënten goed door elkaar. Bewaar de Griekse kruidenmix in een luchtdichte pot op een koele donkere plaats.

Wat heb je nodig?

Van sommige dingen kan je nooit genoeg hebben. Er is altijd wel iets wat handig is op het moment dat je het niet voorhanden hebt. ‘Toch maar kopen voor de volgende keer’. Maar, wat heb je nodig?

Er bestaat een grote verscheidenheid aan potten, pannen, messen, vergieten om aan te schaffen en te gebruiken in de keuken. En maar beperkte kastruimte.

Om te beginnen zijn een aantal pannen wel handig, zo niet noodzakelijk. Anders kookt het zo beroerd.
Een grote pan met dikke bodem. Deze pan moet ruim bemeten zijn, zo’n drie tot vijf liter. Ik gebruik deze pan voor soep, vlees aanbraden en dergelijke. Een middenmaat kookpan is noodzakelijk voor het koken van aardappelen, groenten enz.

Een grote koekenpan van zo’n 28 cm. Liefst van gietijzer. Gietijzeren pannen hebben een prima gelijkmatige warmteverdeling. Ze gaan een leven lang mee. Het nadeel kan zijn dat deze pannen zwaar zijn. Een kleinere gietijzeren koekenpan van 20 cm gebruik ik veel in de keuken. Niet noodzakelijk, maar reuze handig. Een kleinere steelpan -altijd handig om kleine hoeveelheden of eieren koken- liefst met een dikke bodem.

Hoewel er kwalitatief redelijke anti-aanbaklaagpannen zijn, koop ik het liefst gietijzeren pannen. Elke anti-aanbaklaag slijt en laat los. Een uitzondering maak ik voor de Maifan stone pannen. Bijzondere pannen met een stenen laag. Deze laag zou geneeskrachtig werken, heb ik me laten vertellen.

Naast deze pannen gebruik ik veel de slowcooker van vijf liter. Voor soep en stoofgerechten. Eenvoudig de ingrediënten in de pan doen en voor acht uur op de stand ‘laag’ zetten. Niets meer aan doen. Voor de pure luxe heb ik ook een slowcooker van anderhalf liter. Een wadjang (wok met twee handgrepen) van gietijzer is ook een prettige luxe. Er zijn regelmatig mooie aanbiedingen bij de budgetsupermarkten.

Dan de messen. Wat heb je nodig? Ik gebruik Japanse messen. Deze zijn van harder staal en blijven lang scherp. Ook kan je deze messen vlijmscherp (laten) slijpen. Een groentemes (Nakiri), een Santoku voor het algemene werk van snijden, snipperen en hakken, een schilmesje (Petty) voor het fijnere werk als aardappels pitten, schillen en fijn snijden. Voor het snijden van grote stukken vlees gebruik ik een fileermes.

 

Als het maar slow is.

Ons motto: Als het maar slow is.
Een paar jaar geleden besloten VL en ik te gaan slowcookeren. Dus al gauw een slowcooker gekocht. Kruiden, fruit en groenten drogen werd ook ons ding. Een voedseldroger aangeschaft. Wat doe je als je aandacht uitgaat naar gezonde sappen? Juist, een slowjuicer kopen. Dus de machinekamer uitgebreid met een slowjuicer.

Waarom een slowcooker? De overwegingen voor het aanschaffen van een slowcooker zijn persoonlijk. Ik vind zo’n ‘langzame koker’ vooral prettig vanwege de lange garingstijden. Over het algemeen kies ik voor acht uren stoven op het standje ‘Laag’. De smaken vermengen zich volledig. Het resultaat is een zeer smakelijk gerecht met bijzonder mals vlees.

Ik moest wel wennen om ‘s morgens de ingrediënten te schillen, snijden, wassen, het vlees eventueel aan te braden en alles in de slowcooker te doen. Om daarna er acht uur lang er niet naar om te kijken. Bij de meeste gerechten staat de afzuigkap ook zo’n acht uur aan. Wat weer extra kosten en extra geluid geeft.

Waarom een slowjuicer? We gaan voor gezond. Dat betekend zo veel mogelijk biologisch en we willen zo weinig mogelijk voedingsstoffen verliezen. Hoe de slowjuicer werkt lijkt nog het meest op wat onze kiezen doen, het langzaam vermalen van groenten en fruit. Niet verwarmen of stuk slaan, maar langzaam het sap uit de ingrediënten persen. Ook de pulp gebruik ik nuttig.

Het is een beetje uitzoeken welke ingrediënten wij lekker vinden om te combineren. Een prettige zoektocht waar vooral VL mee bezig is. Niet alle groenten zijn in grotere hoeveelheden of dagelijks aan te raden. Ook hier geldt ‘overdaad schaadt’.

Waarom een voedseldroger? We kopen het liefst seizoensgebonden groenten en fruit. Vooral als het in overvloed en dus goedkoop op de markt is. Door de producten te dehydrateren zijn ze tot wel twee jaar te bewaren. Drogen van fruit, groenten, vlees, kruiden doet wat met de smaak. Er ontstaat een natuurlijke concentratie van rijke smaken.

Drogen van voedsel voorkomt verspilling, je weet wat je eet en je kunt producten geheel naar je smaak aanpassen. Drogen in een voedseldroger is goedkoper dan drogen in de oven. Een voedseldroger is preciezer af te stellen op warmte en tijd wat geschikt is voor het product wat je op dat moment wilt drogen.

Voor alle apparaten geldt, als het maar slow is! Beter van smaak; minder verlies van voedingsstoffen; gezond, tijd en geld besparend; eenvoudig en veilig in gebruik.

De dorpen van Amsterdam Noord

Het oude Amsterdam Noord zoals ik het ken bestaat uit een aaneenschakeling van dorpen. Tuindorpen met huizen met tuintjes, slaapkamers met ramen en (niet allemaal) een badkamer. Nu nog zijn de dorpen een bezienswaardigheid. Elk dorp heeft zijn eigen sfeer en bouwstijl.

De meest in het oog springend zijn Disteldorp (1918) en Vogeldorp (1917-1918). Kleine huizen, maar met een tuintje en laagbouw. Smalle straten en pleintjes. Met op de kop van het dorp een badhuis. Deze kleine tijdelijke woninkjes hadden geen badkamer of douche. Beide dorpjes zijn inmiddels monumenten. Aan de Distelweg was de Carbidfabriek Electro gevestigd..

Tegen Vogeldorp lag de Vogelbuurt (Nieuwendammerham 1910-1923). Een statige buurt met kleine huizen in smalle straatjes, pleintjes en de statige brede Fazantenweg. Hier waren de huizen tweehoog. Een benedenwoning en een bovenwoning. De latere woningen hadden een ‘badkamer’, een tot douche omgebouwde kast. De vochtige lucht werd niet goed afgevoerd, zodat de paddestoelen op de muren groeiden.

Verderop verscheen in 1917-1926 de Van der Pekbuurt. Meer gericht op de arbeiders van de vele grote bedrijven aan het IJ. De huizen waren driehoog, de straten redelijk breed met pleintjes en perkjes.

De Bloemenbuurt en Floradorp (1920-1930) lijkt qua bouw op de Van der Pekbuurt. Aan het Floradorp lag het Florapark. Als een Noorderling Floradorp zegt, komt meteen Blauwe Zand in gedachten. Blauwe Zand ligt tegen Nieuwendam aan. Jongeren uit beide dorpen gingen regelmatig op de vuist. Dat waren massale en heftige vechtpartijen.

Tuindorp Oostzaan is op verschillende momenten gebouwd; in 1924 de eerste 1.324 woningen; tussen 1934 en 1939 nog eens 642 woningen. Tegen Tuindorp Oostzaan (jaren ‘50) werd het Terrasdorp -in de volksmond Tuttifruttidorp- gebouwd. Het lag hoger dan Tuindorp Oostzaan en had fruitnamen als straatnamen.

Tuindorp Nieuwendam werd gebouwd tussen 1924-1927. De woningen waren modern, want een doucheruimte. Opvallend zijn de acht poortgebouwen. De doorgaande Purmerweg is breed, de straatjes achter de poortgebouwen smal. Kenmerkend voor de tuindorpen. Rond het Purmerplein zijn winkels gebouwd.

Als laatste tuindorp is Tuindorp Buiksloot (Blauwe Zand) in de periode 1930-1932. Alle tuindorpen en de twee nooddorpen zijn gebouwd om de woningnood in Amsterdam op te lossen en arbeiders van de fabrieken en bedrijven in Noord te huisvesten. Disteldorp en Vogeldorp zijn inmiddels monumenten geworden. De verschillen in bouwstijl en sfeer is het mooist te beleven door een fietstochtje door Amsterdam Noord.

bron: mijn herinnering en Amsterdam op de kaart

De Stad en Overkant Van Het IJ

Voor de Amsterdammers uit De Stad was Amsterdam Noord maar een raar aanhangsel. Noord had geen centrum. De mensen waren ‘anders’, geen Echte Amsterdammers (volgens de Amsterdammers uit De Stad). De tweedeling tussen De stad en Overkant van het IJ is hardnekkig. Noord is door de jaren heen opgebouwd als negen tuindorpen. Als reactie op de verpauperde binnenstad. De huizen waren klein, zonder badkamer maar mét een tuintje vóór en achter. Vandaar ‘tuindorp’.

Als Noorderling moest je regelmatig naar De Stad. Daar waren C&A, Peek&Cloppenburg, Hema, Van Haren, kortom de grote winkels. De IJtunnel was wel op papier bedacht, maar nog niet gebouwd. Dus, met de pont, Bootje Boekel of Bootje Bergmann. De laatste twee waren het spannendst. De vaart duurde best lang, de golven waren vaak hoog.

Twee ponten voeren simpelweg naar de overkant. De een van de Valkenweg naar het Centraal Station. De ander van het Tolhuis naar dezelfde bestemming. De Tolhuispont bracht ook de bus, lijn 22, naar de overkant. Eénmaal aan de overkant, in De Stad kon je door het station naar het stationsplein, maar dan moest je een perronkaartje kopen. Voor elke persoon. Je kon ook met de bus, lijn 5. Die reed blokjes om het station. Van de achterkant van het station via de brandweerkazerne onder het spoor door naar het stationsplein. Vandaar reed hij rechtdoor, weer onder het spoor door naar de achterkant en de ponten.

Bootje Boekel vertrok uit Noord van de Ranonkelkade en vaarde naar de Haarlemmerpoort. Deze rit was het meest spannend en vooral lekker lang. Bootje Bergmann vaarde van de Valkenweg en het Tolhuis naar het Victoriahotel. Dat was handig, want dan stond je meteen in het Centrum.

Een derde pontverbinding ging van de Distelweg naar de Tasmanstraat, beter bekend als de Oude Houthaven. Dit was meer een pontverbinding voor vrachtwagens met gevaarlijke stoffen. Een enkele keer namen we deze Derde Pont, zoals hij werd genoemd. Je moest langs de Carbidfabriek. Alles in die omgeving was wit uitgebeten. Je voelde de lucht op je huid prikken en bijten. Geen gezonde omgeving.

Dit keer geen recept. In de twaalfde druk van het Kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool, ook wel Wannée genoemd naar de schrijfster, worden tips gegeven voor de inrichting van de keuken. Zo wordt het Aga-fornuis aangeprezen als ‘buitengewoon zuinig en makkelijk in onderhoud’. Ook worden tips gegeven hoé het gas aan te steken: ‘…men moet eerst de kraan openzetten, voordat men de lucifer afstrijkt…’

Wannée verwijst ook naar het elektrisch koken: ‘…voor de inrichting van deze electrische apparaten verwijs ik naar het “Electro Kookboek…’

Niet iedereen kon een Aga fornuis of een electrisch kookapparaat bekostigen. Daarom: ‘…in plaatsen waar geen gas of electriciteit te krijgen is of voor beurzen, waarvoor het niet bereikbaar is, zijn petroleumstellen en petroleumfornuizen onmisbaar…’ Een tip van Wannée; neem een wat duurder exemplaar, want de goedkope konden wel eens ontploffen. Met de geruststelling dat ook de duurdere wel eens ontploften.

Bijna elk gezin had wel een petroleumstel in huis voor het langzame sudderwerk

De basis van koken.

Of je nu kookt voor je gezin, vrienden, buren of andere gasten, een aantal uitgangspunten gelden altijd. Het seizoen bepaalt in zekere zin de ingrediënten en de ingrediënten op hun beurt de maaltijd. Natuurlijk is boerenkool in de zomer mogelijk. Of een frisse salade in de herfst. Mijn bedoeling is me te laten leiden door de groenten van het seizoen. Naar de seizoenen koken heeft het voordeel dat je kunt werken met lokale producten die dan ruim voor handen zijn. Groenten van de koude grond zijn vaak smaakvoller.

Een goede voorbereiding is het halve werk, zei mijn moeder vaak. Dat heb ik in mijn oren geknoopt. Wat ga ik mijn gezin of andere gasten voor zetten? Dus, een recept zoeken. Wat vindt iedereen lekker? Zijn er allergieën? Zal een nieuw recept in de smaak vallen? Zijn de gasten ‘avontuurlijk’ aangelegd of juist ‘traditioneel’?

Goed, het juiste recept gevonden. Zelf nog wat aanpassingen bedacht. Soms een ‘geheel nieuw’ recept bedacht. Het is boodschappen doen geblazen. Natuurlijk zo veel mogelijk bij de (natuur-)slager, de visboer, de groenteman of op de markt. Een goed recept valt of staat met verse biologische ingrediënten. Niet van dat makkelijke ‘in één winkel alles kopen’, wat supermarkt heet. (Ik weet nog steeds niet wat er ‘super’ is aan supermarktmeuk)

Alle boodschappen in huis, de nodige pannen, potten, messen, pollepels, spatels, enz. klaargezet. De meeste mensen vergeten het bakje voor het snijafval, dus zeker ook klaar gezet. Niets is zo vervelend en stressvol om mis te grijpen tijdens het koken. Mijn messen zijn altijd scherp. Scherpe messen komen de smaak en de veiligheid ten goede.

Tot slot staat in mijn planning of de maaltijd vandaag of misschien morgen gegeten gaat worden. Vaak worden maaltijden de volgende dag lekkerder. Hoe lang is de voorbereiding en de bereidingstijd? Ik tel daar al gauw een kwartier bij op. Hoe laat is het de bedoeling dat er gegeten gaat worden? Soms is het snijwerk al gauw drie kwartier. De dagen dat we om 23.00 uur pas aan tafel gingen, komen door de goede planning nog weinig voor.

Nieuwste aanschaf, De smaakbijbel

‘…Had ik wel echt leren koken? Of was ik alleen maar enigszins bedreven in het opvolgen van aanwijzingen…’ Deze woorden van Niki Segnet in de inleiding van de Smaakbijbel konden uit mijn mond komen. De gebruikelijke smaakcombinaties weet ik wel toe te passen. Maar nieuwe combinaties, dat vind ik lastiger. Laat staan verrassende combinaties van smaken en ingrediënten.

Nu is mijn streven zo weinig mogelijk kookboeken te hebben. Een paar echt oude kookboeken met oorspronkelijke recepten staan in mijn nogal lege ’bibliotheek’. Sinds vandaag staat daar De smaakbijbel van Niki Segnet bij.

Als je houdt van koken met een vleugje creativiteit, dan is De Smaakbijbel van Niki Segnit een absolute aanrader. Dit kookboek is geen standaard receptenverzameling, maar een culinaire reisgids die je uitdaagt om smaken op een nieuwe manier te combineren. Perfect voor wie in de keuken graag experimenteert en nieuwe smaakcombinaties wil ontdekken!

Wat De Smaakbijbel zo bijzonder maakt, is de unieke opzet. Het boek draait om het combineren van ingrediënten op basis van hun smaakprofielen. Van klassieke duo’s zoals tomaat en basilicum tot verrassende combinaties zoals aardbei met koriander – Segnit legt uit waarom smaken samengaan en geeft je een schat aan inspiratie. De schrijfstijl is toegankelijk, met een vleugje humor en een flinke dosis kennis, waardoor je het boek bijna als een roman kunt lezen. Het is ook prachtig vormgegeven, met een overzichtelijke indeling die uitnodigt om steeds weer een nieuwe pagina open te slaan.

Een kleine kanttekening: voor de absolute amateurkok kan De Smaakbijbel soms wat overweldigend zijn. Het boek bevat geen kant-en-klare recepten, maar vraagt om een basisbegrip van koken en wat lef om te experimenteren. Als je gewend bent aan stap-voor-stap handleidingen, kan het even wennen zijn om zelf aan de slag te gaan met de suggesties. Desondanks is De Smaakbijbel een must-have voor iedereen die van koken houdt.

error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics