Sajoerboontjes met tempé-crumble

Sajoerboontjes met tempé-crumble

Ingrediënten voor de sajoer:

750 gr sperziebonen, 1 grote ui, 1 bolletje soloknoflook, 1 tl laospoeder, 1 tl gemberpoeder, 2 el santen, 1 el sambal oelek, 2 el honing, 2 blaadjes laurier, 4 limoenblaadjes, 1 el ketjap, 1 tomaat, 1 scheut citroengras

Ingrediënten voor de tempé-crumble: 150 g tempé, 1 el ketjap manis, 1 tl gerookte paprikapoeder, 1 el sesamolie

Aan de slag: Sajoerboontjes met tempé-crumble

Eerst maar eens de ingrediënten voorbereiden voor het gebruik. Breek de puntjes van de sperziebonen en breek de boontjes door midden. Pel en snipper de ui en de knoflook fijn. Plet de knoflook met het groentemes. Snijdt de citroengras in tweeën en kneus de stengel met de achterkant van het groentemes. Hak de tomaat in kleine blokjes. Meng in een schaal de ingrediënten voor de boemboe: de gesnipperde ui en knoflook, laospoeder, gemberpoeder, sambal oelek, honing, ketjap tot een soepele grove pasta. 

Tempé-crumble
Verkruimel de tempé grof in een schaaltje. Verhit de sesamolie in een koekenpan. Bak de verkruimelde tempé op middelhoog vuur ± 5 min tot goudbruin en knapperig. Voeg ketjap en gerookte paprika toe, schep om en bak nog 1 min.

Verhit in een grote wok de ghee en bak de boemboe voor ongeveer vijf minuten. Voeg het gekneusde citroengras, de limoenblaadjes en de gehakte tomaat toe en bak het kort mee. Dan kunnen de sperziebonen in de wok.  Nu nog de wok vullen met water tot de boontjes onderstaan. Breng op middelvuur het mengsel aan de kook.

Zodra het kookt zet dan het vuur laag en laat het gerecht een uur pruttelen. Regelmatig omscheppen en kijken of de boontjes nog onder staan. Na een uur zijn de boontjes zacht en de saus wat ingedikt. Verwijder het citroengras. Breng op smaak met wat ketjap of zout. Schep de tempé crumble door de sajoerboontjes. Een lekkere combinatie met rendang en rijst.

Zilveruitjes zelf inmaken

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?

Natuurlijk zijn er verschillende merken ingemaakte zilveruitjes in de winkel. Ze smaken echter allemaal ongeveer hetzelfde. Door het zelf te maken kan je de smaak aanpassen aan je eigen wensen. In tegenstelling tot veel gekochte zilveruitjes, die vaak extra suiker, zout, of conserveringsmiddelen bevatten, heb je bij zelf inmaken volledige controle. Je kunt onnodige toevoegingen vermijden en natuurlijke aroma’s gebruiken. Je weet wat je eet.

Ik heb zo’n 500 gram zilveruitjes nodig. Ze moeten zo vers en zo klein mogelijk zijn. Dat wordt uitzoeken bij de groenteman. Gelukkig is het zelfbediening en niet al te druk in de winkel. Na wat graaien en selecteren heb ik het benodigde aantal grammen. Inclusief 50 gram meer ‘voor de breuk’. In plaats van de traditionele suiker gebruik ik honing. Hiermee kan ik de gewenste smaakvariatie aanbrengen. Omdat honing wat zoeter is gebruik ik wat meer azijn, zo’n 25 ml meer.

Ingrediënten: 500 g verse zilveruitjes, 275 ml natuurazijn (5-7% zuur), 250 ml water, 125 gr honing, 1 el Keltisch zeezout, 2 tl mosterdzaad, 1 tl dillezaad, 1 tl zwarte peperkorrels, 1 laurierblad, 2 kruidnagels.

Aan de slag: zilveruitjes zelf inmaken

Ik gebruik vier glazen potten waar al eerder zoetzuur in heeft gezeten. Deze uitgebreid in de afwasmachine gehad zodat ze grondig schoon zijn. Om de potten te steriliseren zet ik ze zonder deksel in de oven. De oven op 150 graden en de tijd instellen op 20 minuten. Onze oven is in vijf minuten op 150 graden, zodat het steriliseren zo’n 15 minuten in beslag neemt.

Het pellen van de uitjes is best een werkje. Door ze te overgieten met kokend water en dan met koud water te spoelen zijn de schilletjes makkelijker te verwijderen. Met een scherp mesje aan de onderkant van de uitjes een kerfje zetten en het velletje laat na wat aanmoediging los.

In een pan met dikke bodem gaan achtereenvolgens azijn, water, zout, mosterdzaad, dillezaad en zwarte peperkorrels en wordt aan de kook gebracht. De honing meng ik eerst met wat kokend water om de honing wat makkelijker op te lossen. Dan gaat de honing ook in de pan. Roeren tot de honing en zout oplossen en 5 minuten zachtjes laten koken. 

De gepelde uitjes 1-2 min in kokend water met een snufje zout blancheren. Meteen afgieten en afspoelen met koud water. De uitjes verdelen over de steriele potten. Het hete inmaakvocht in de potten gieten tot 1 cm onder de rand. Hierbij moet ik zorgen dat de kruiden gelijkelijk over de potten verdeeld zijn. Dan meteen de deksel op de pot doen en stevig aandraaien. 

De potten gaan nog 10 minuten in een pan met kokend water, waarbij het water tot 3/4 van de pot komt. Na 10 minuten kunnen de potten in het water afkoelen. Nu komt de fase van geduld hebben. De potten moeten 1 tot 2 weken op een donkere koele plek bewaard worden. Dan is het proces van zilveruitjes zelf inmaken afgerond. Na openen tot 3 maanden in de koelkast bewaren.

Lees hier de geschiedenis van inmaken

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerd Gekarameliseerde verse zilveruitjes Zilveruitjes zelf inmaken

Rosbief met bundelzwam

Soms kan een recept heel kort zijn. Een simpel, maar overheerlijk recept: Rosbief met bundelzwam, uit de oven. Voor twee personen.

Ingrediënten: 600 gr rosbief, 1 el ghee, 1 kleine ui, 1 bolletje soloknoflook, 1 tl tijm, 250 gr witte bundelzwam

Aan de slag: rosbief met bundelzwam

De rosbief een uurtje van te voren uit de koelkast en de verpakking om op kamertemperatuur te laten komen. Pel het uitje en de knoflook en snipper deze heel fijn. Snijd de bundelzwam los van de voedingsdodem

Verhit in een (gietijzeren) koekenpan de ghee. Braad de rosbief aan op iets hoger dan middel vuur. Verwarm ondertussen de oven voor op 150 graden. Is de rosbief aangebraden wrijf deze in met de gesnipperde ui en knoflook vermengt met wat ghee of olijfolie.

De kerntemperatuurmeter geeft aan of de rosbief de juiste gaarte heeft. Rosbief heeft een kerntemperatuur nodig tussen de 50 en 55 graden voor rosé. Met een piep weet je ‘het is klaar’. In mijn oven duurt het ongeveer 35 tot 45 minuten voor de piep klinkt.

De bundelzwammen losgesneden van hun voedingsbodem ongeveer 5 minuten bakken in een el ghee op middel vuur onder regelmatig omscheppen. Ik gebruik de koekenpan waarin de rosbief aangebraden is. Met de deksel op de koekenpan en op heel laag vuur worden de bundelzwammen gesmoord.

Na de ‘piep’’ van de kernthermometer is de rosbief klaar. Het vlees een paar minuten uit de oven laten rusten. Dan rosbief in plakjes snijden, op de borden verdelen en garneren met de bundelzwammen. Naar smaak Keltisch zeezout toevoegen en klaar is Kees.

Dat mocht je denken. Om op Google te verschijnen moet dit bericht geïndexeerd te zijn. Krijg ik van mijn SEO-programma (zoekmachineoptimalisatie) wat kritische opmerkingen: de content is te kort, jet keyword is te lang, het keyword komt te weinig terug in de tekst. Kortom, de zoekmachines als Google en Bing vinden dit blog minder goed, dus minder bezoekers. Een foto plaatsen scoort weer wat SEO-punten.

Dan moet ik een manier vinden om op een natuurlijke manier voldoende content te schrijven en te voldoen aan de SEO-eisen. En dat heb ik net gedaan. 🤭

Een simpel, maar overheerlijk recept: Rosbief met bundelzwam, uit de oven. Voor twee personen.
Een simpel, maar overheerlijk recept: Rosbief met bundelzwam, uit de oven. Voor twee personen.

Kleverige speklapjes, mijn guilty pleasure

Een paar keer per jaar ben ik een avond alleen thuis. VL is dan met vriendinnen op pad. De jongens zijn een avond elders. Hoewel, helemaal alleen ben ik niet. Onze twee honden houden mij gezelschap. Deze avondjes zijn voorbereid wat eten betreft. Bij onze natuurslager twee forse speklappen gekocht. De overige ingrediënten hebben we altijd in huis. Tijd voor kleverige speklapjes, mijn guilty pleasure.

Ingrediënten

2 speklapjes 1 cm dik, 1 el honing, 1 1/2 el sojasaus, 1/2 tl chilipoeder, 1 bolletje soloknoflook, 1 el ghee, Zout en peper naar smaak, 1 stengel lente-ui

Aan de slag: Kleverige speklapjes, mijn guilty pleasure

Koken en een glas wijn gaan op deze (en andere) avonden hand in hand. Dus eerst maar eens een glaasje wijn ingeschonken. De honden de keuken uit gestuurd en het hekje van de huiskamer dicht. Mopperend kruipen ze op de bank. Tijd om de marinade in elkaar te zetten:

Van het bolletje knoflook maak ik een pasta op een keramiek knoflookrasp. Tip: smeer eerst wat olijfolie op de rasp tegen het plakken. Ik meng in een kom de honing, sojasaus, knoflookpasta, chilipoeder en een snufje zout en peper tot een smeuïge pasta. Dan de speklapjes in de marinade leggen en laat 30 minuten intrekken. Onderwijl een slokje wijn om de ervaring compleet te maken. 

Na de 30 minuten dep ik de speklapjes droog met keukenpapier om spetteren te voorkomen. In een gietijzeren koekenpan verhit ik op middelhoog vuur de ghee tot redelijk heet. Bak de speklapjes 4-5 minuten per kant tot ze goudbruin en knapperig zijn. Giet de rest van de marinade erbij en laat op laag vuur nog 2-3 minuten pruttelen tot de saus indikt en kleverig wordt. Ik keer de lapjes om en om voor een egale korst. Het is klaar om gegeten te worden: Kleverige speklapjes, mijn guilty pleasure.

Na de maaltijd nog even de afwas doen, een glas whisky in schenken en bij de honden op de bank. Als boekensteunen liggen de beesten aan weerskanten tegen me aan. Genietend van de exclusieve aandacht.

Lamsbout Griekse stijl in de oven

Regelmatig duiken we in de vriezer om te zien wat aan de beurt is om bereid te worden. Vandaag is het zo’n dag; de kinderen zijn een nachtje niet thuis en dan gaan we een avondje carnivoor. Dus de vriezer raadplegen voor de avondmaaltijd. Naast speklapjes, kippenlever en rosbief vinden we lamsbout. En dat gaat het worden, maar wel lamsbout Griekse stijl in de oven.

We laten de lamsbout zo naturel mogelijk en geven met tijm en oregano er een ‘Grieks’ tintje aan. We zijn net iets te laat om de bout op 80 graden te laten garen. Dan maar de oven op 150 tot 160 graden zetten. 

Ingrediënten: 600 gr lamsbout zonder been, 1 grote ui, 3 bollen soloknoflook, 2 tl gedroogde tijm, 2 tl gedroogde oregano, 2 stengels lenteui, 2 el olijfolie, 1 el ghee, zout en peper naar smaak

Aan de slag met lamsbout Griekse stijl in de oven

Pel de knoflook en de ui. Snijdt de ui in halve ringen. Snijdt 2 bolletjes knoflook door vieren en plet de stukjes. Snipper 1 bolletje knoflook heel fijn. Maak van de kruiden, zout, gesnipperde knoflook en olijfolie een rub door ze in een kommetje te mengen. 

Snijdt het laagje vet van de lamsbout met een scherp mes ondiep ruitsgewijs in. Wrijf de bout ruim in met de rub. Verhit in een gietijzeren koekenpan de ghee en braadt op middelhoog vuur de bout aan alle kanten bruin. Verwarm ondertussen de oven op 160 graden voor. De inhoud van de koekenpan gaat in een ovenschaal samen met de halve uiringen en de stukjes knoflook. We gebruiken een kerntemperatuurmeter. Is de kerntemperatuur van de lamsbout ongeveer 65 graden dan is de bout rosé, sappig en mals. 

Met een piep meldt de kerntemperatuurmeter dat de lamsbout gereed is. De overschaal met inhoud kan uit de oven en afgedekt om een minuut of tien te laten rusten. Met een scherp mes snijden we de bout in dunne plakjes, naar smaak de ringetjes lente-ui toevoegen en is het tijd om aan tafel te gaan! 

Buikspek in de koekenpan bereid

In ons gezin zijn niet alle leden verzot op buikspek. De structuur bevalt niet echt. Ik ben wel te porren voor een goed bereid stukje buikspek. Dus bij de slager een stukje zonder zwoerd gekocht. Mijn favoriete bereidingswijze; buikspek in de koekenpan bereid.

Buikspek is veelzijdig. Buikspek in de oven, buikspek op de BBQ, buikspek in de slowcooker, in de koekenpan, sticky buikspek. Het kan allemaal. Om de naturel smaak te houden gebruik ik alleen wat zout en wat peper. Buikspek is van zichzelf al lekker. Deze keer bak ik het in de koekenpan.

Ingrediënten: 250 gr buikspek zonder zwoerd, wat zout en wat peper, een beetje ghee.

Aan de slag: buikspek in de koekenpan

Een uur voordat ik ga bakken haal ik het buikspek uit de koelkast en laat het op kamertemperatuur komen. Voorzover nodig even droogdeppen. Ik kies er voor om het vet licht in te snijden met een snede of vier.

Om de smaak wat levendiger te maken wrijf ik het vlees in met wat zout en peper. Dan mag het een kwartiertje rusten. Na een kwartier verhit ik de ghee in een gietijzeren koekenpan op middelmatig vuur. De pan moet goed heet zijn voordat de spek in de pan gaat.

Eerst gaat het spek op het vetrandje in de pan voor een minuut of vijf. Dan het spek draaien voor nogmaals vijf minuten. Na deze vijf minuten wordt het spek op een iets lager vuur om en om gebakken. Na een minuut of tien kan het vuur uit en is het spek klaar voor serveren. Ik leg het spek op dubbel keukenpapier op een bord om uit te lekken.

Andere bereidingen:

Sticky buikspek
Buikspek uit de oven:
Buikspek op de BBQ

En nog veel meer te vinden op internet

Verse zilveruitjes gekarameliseerd

Eerder maakte ik klassieke geglaceerde zilveruitjes met zoetzure zilveruitjes uit een potje. Dat was een succes, maar het avontuur lokte. Onlangs kocht ik verse zilveruitjes welke ik karameliseerde in de koekenpan. Maar is de smaak van verse zilveruitjes gekarameliseerd in de slowcooker vergelijkbaar?

We gaan het zien. Ik ga het experiment aan met een ruime 250 gram verse zilveruitjes. Met nagenoeg dezelfde ingrediënten als de gekarameliseerde uitjes in de koekenpan voor een goede vergelijking. Zorg er voor dat de uitjes in één laagje de bodem van de slowcooker bedekt.

Ingrediënten: 250 gr verse zilveruitjes, 2 el boter 1/2 el honing, 2 el droge witte wijn, 2 el bouillon, 1/2 el balsamicoazijn, 1 tl tijm, zout naar smaak.

Aan de slag: Verse zilveruitjes gekarameliseerd

Goed, zilveruitjes zijn klein en 250 gram zijn best veel uitjes. Die moeten allemaal gepeld worden. Een hoop gepiel met een mesje. Ik maak het me zo makkelijk mogelijk: de uitjes een minuut blancheren in kokend water, een kruisje in de onderkant en de schil kan er zo vanaf. Als het goed gaat. Het is een handigheid en vergt wat oefening.

De boter smelten in de slowcooker en de honing en tijm toevoegen. Dan de uitjes toevoegen en goed mengen zodat de uitjes rondom met het botermengsel bedekt is. Als de uitjes in de slowcooker goed bedekt zijn dan met de droge witte wijn, bouillon en de balsamicoazijn toevoegen.

Nogmaals goed mengen en de slowcooker instellen op ‘Laag’ voor acht tot tien uur. Om het uur even omscheppen om de uitjes gelijkmatig te bruinen is aan te bevelen. De uitjes zijn klaar als ze goudbruin, zacht en licht plakkerig zijn. Proef en voeg eventueel meer zout of suiker toe. Laat afkoelen en bewaar in een afgesloten pot in de koelkast voor maximaal één week.

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerd Gekarameliseerde verse zilveruitjes Zilveruitjes zelf inmaken





Uitgebreide tomatensalade

We hadden het zo mooi gepland, een lekkere maaltijd met keftedes gehaktbrood, gebakken aardappelen en linzensalade. Tijdens de voorbereiding de ingrediënten snijden en de linzen..uh géén linzen. Vergeten te kopen en geen zin om weer naar de winkel te gaan. Dan gaan we voor een uitgebreide tomatensalade.

In de koelkast hebben we nog een aangebroken potje uitjes met appelstroop en een potje gerookte bietjes. Dus die kunnen ook in de salade. Net als de augurkschijfjes. Een beetje creatief met de ingrediënten om gaan, dan wordt het wel wat met de salade.

Ingrediënten: 1 komkommer, 20 roma minitomaatjes, 1 grote gele paprika, 2 bollen soloknoflook, 8 schijfjes augurk, 4 bolletjes gerookte biet (Jonnie&Oos), 4 bolletjes ui met appelstroop (Jonnie&Oos), 60 gr veldsla, 4 el olijfolie, 5 el witte wijnazijn, scheutje balsamicoazijn.

Aan de slag: uitgebreide tomatensalade

Neem gerust wat tijd voor het voorbereidende werk, het knippen, snipperen en snijden. Alle ingrediënten gaan een voor een in een ruime schaal. De komkommer schillen en in kwartjes snijden. Snijd de komkommer overlangs in vieren en daarna in partjes. Met een scherp mesje worden de Roma tomaatjes in kwartjes gesneden. De ui en knoflook worden gepeld en fijn gesnipperd. De schijfjes augurk kunnen met een schaar in kleine stukjes geknipt. Voor de gerookte biet en de bolletjes ui (met appelstroop) gebruiken we weer het scherpe mesje en snijden deze ingrediënten klein.  Tot slot gaan de olijfolie, witte wijnazijn en de balsamicoazijn in de schaal.

Het geheel wordt zorgvuldig om geschept en gemengd zodat er een mooie verhouding ontstaat tussen de verschillende ingrediënten. Een uurtje afgedekt in de koelkast zodat de smaken zich vermengen. De Uitgebreide tomatensalade is een succes!

PS in dit verhaaltje heb ik een link opgenomen naar de website van Kesbeke. Omdat de producten van Jonnie&Oos zo verrassend en lekker zijn. We verdienen niet aan het plaatsen van links of anderszins met deze website.

Gekarameliseerde verse zilveruitjes

Al langer heb ik mijn zinnen gezet op het karameliseren van verse zilveruitjes. Maar, het is nog niet zo makkelijk om aan goede verse zilveruitjes te komen. De betere groentewinkel heeft ze, maar niet altijd. Tijdens het doen van de boodschappen bleek dat onze vaste groenteman mooie verse zilveruitjes verkoopt voor een leuke prijs. Er komen twee projecten aan, gekarameliseerde verse zilveruitjes in de slowcooker en ingemaakte verse zilveruitjes. Inmiddels zijn de projecten gerealiseerd.

Allereerst de keuze voor de zilveruitjes. De meest geschikte zijn de stevige kleine zilveruitjes van rond  de 1,5 cm doorsnede. Het pellen kan een gepriegel zijn. Snijd een kruisje aan de onderkant en dompel de uitjes voor een paar minuut in kokend water. Het pellen wordt een stuk makkelijker.

Ingrediënten: 250 gr verse zilveruitjes, 13 gr boter, 1 el ghee, 25 gr suiker, 100 ml rode wijn, 1/2 el balsamicoazijn, 1/2 el honing, 2 takjes verse tijm, zout naar smaak.

Aan de slag met Gekarameliseerde verse zilveruitjes

Op middelhoog vuur worden in een pan met dikke bodem de boter en ghee verhit. Voeg de suiker en wat zout toe en roer tot de suiker smelt. Voeg de gepelde uitjes toe en spatel ze door het mengsel zodat de uitjes rondom bedekt zijn. Het geheel afblussen met de wijn, balsamicoazijn en de honing. De takjes tijm toevoegen en het geheel aan de kook brengen. Dan kan het vuur laag, de deksel op de pan en zachtjes laten sudderen voor een minuut of 35.

Tijd om de takjes tijm uit het mengsel te halen en wat water toe te voegen. De komende 10 minuten laten pruttelen en in te dikken op laag vuur tot de uitjes goudbruin zijn en het vocht is verdampt tot een stroperig geheel. Spatel de uitjes voorzichtig om en om. Serveer de uitjes lauwwarm of koud.

De volgende keer probeer ik de verse zilveruitjes te karameliseren in de slowcooker.

Steeds als we bij de groenteman komen liggen ze me aan te staren; verse zilveruitjes. Eerder maakte ik al gekarameliseerde verse zilveruitjes in de slowcooker en in de koekenpan. Nu staat op het programma zilveruitjes zelf inmaken. Een experiment. Maar waarom zou het het willen, zelf inmaken?
Verse zilveruitjes gekarameliseerd Gekarameliseerde verse zilveruitjes

Professor Pannenkoek

Twee keer per jaar gaat VL met één of meerdere vriendinnen een midweek naar het Oosten van het land. Welverdiende uitjes om te genieten en te ontspannen zonder ‘maham’ te horen. Bij de uitjes horen steevast ook bezoekjes aan de winkel van Professor Pannenkoek. Een bijzondere man die zich vastgebeten heeft in de kennis en kunde van de pannenkoek. Maar waarom Professor Pannenkoek? 

In zijn jonge jaren als student deed hij in 1973 mee aan een bakwedstrijd. De winnaar mocht de titel ‘Professor Pannenkoek 1973’ in ontvangst nemen. Die winnaar was de huidige professor. Sindsdien is er geen strijd meer geweest om de titel zodat de professor zijn titel met trots is blijven dragen.

Wat maakt de pannenkoeken van de professor zo apart en interessant? Op zijn website zegt hij het volgende er over; ‘…Professor Pannenkoek (kiest) voor granen van eigen bodem. Mooie, soms vergeten graanrassen, uit de verschillende delen van ons land. Waar boeren met passie werken aan de terugkeer van echte goede biologische granen op de akkers en waar molenaars deze malen tot prachtige melen, rijk aan mineralen en voedingsstoffen…’ Hij heeft -soms honderden jaren- oude recepturen bestudeerd en ontwikkelt dagelijks nieuwe toepassingen van ingrediënten. 

Kom je in zijn winkel dan komt de pannenkoekgeur je tegemoet. De professor is aan het bakken. Natuurlijk ontkom je er niet aan om te proeven. Op de schappen staan veel zakken pannenkoekmixen, exclusief ontworpen door en voor de professor. In zijn assortiment verschillende soorten pannen en accessoires om te bakken. VL bakt de pannenkoeken het liefst in een maifan stone pannetje. Hierin kunnen vier pannenkoekjes tegelijk gebakken worden. VL koopt tijdens haar bezoeken aan de winkel twee, drie mixen voor thuis.

Bron: https://professorpannenkoek.nl/de-professor/

Dé favoriete mix in ons huis is de spelt/kaneelmix. Op zijn website zegt de professor: ‘…Dit recept ontdekte de professor in een 15e-eeuws Gents  manuscript. Het leverde een fantastische mix op van spelt, tarwe, boekweit en geurige specerijen als kaneel, kardemom, anijs, gember en kruidnagel…’

Pannenkoekjes van de spelt/kaneel mix van Professor Pannenkoek
Pannenkoekjes van de spelt/kaneel mix van Professor Pannenkoek Foto Luka
error: Het is niet toegestaan deze tekst te kopiëren
Geverifieerd door ExactMetrics