Tafelmanieren, hoe hoort het eigenlijk

()

Heel soms komt bij ons aan tafel de etiquette-regels aan de orde. De zin en onzin van tafelmanieren wordt dan uitgebreid besproken.
Amy Groskamp-ten Have (1887 – 1959), schrijfster van het boek ‘Hoe hoort het eigenlijk‘(1939) heeft de regels minutieus beschreven. Tafelmanieren, hoe hoort het eigenlijk?

Beatrijs Ritsema (1954 – 2023) van  ‘Beste Beatrijs’, de rubriek over ‘moderne manieren’ van het dagblad Trouw behandelde in haar rubriek de ‘kleine vragen’ over het omgaan met de medemens, niet alleen over tafelmanieren. Tafelmanieren, hoe hoort het eigenlijk?

Tafelmanieren, hoe hoort het

Tafelmanieren, de basisregels zijn: kauw met gesloten mond, praat niet met volle mond, houd ellebogen van tafel, en gebruik het bestek in plaats van handen. Wacht met eten tot iedereen is opgediend en zit rechtop. Maar…wanneer zijn deze basisregels tot stand gekomen? Een overzicht in vogelvlucht.

Vroege Middeleeuwen (ca. 500 – 1100)

In deze periode at bijna iedereen met de handen. Het bestek bestond uit een persoonlijk mes (voor snijden) en soms een lepel; vorken waren vrijwel onbekend in West-Europa. De tafels waren vaak simpele houten planken.

Bij de rijken (adel en geestelijkheid) gold al enige etiquette, vooral in kloosters en kastelen. De Regel van Sint-Benedictus (ca. 530) schreef voor dat monniken stil waren tijdens de maaltijd en zij lazen uit de bijbel. Aan tafel waste men handen in geurwater. De aanwezigen zaten volgens rang, de belangrijkste gast rechts van de gastheer en er werd gegeten van “trenchers” (harde broodplakken of houten borden die vet opnamen). De regels waren: geen ellebogen op tafel, niet gulzig graaien, met de mond dicht kauwen en niet spugen op het tafelkleed. Feesten waren uitgebreid en ceremonieel met bedienden en muzikanten. Er werd nog steeds met de handen gegeten.

Gewone mensen (boeren) aten eenvoudiger en informeler: pottage (dikke soep van graan en groenten), brood en af en toe vlees of vis uit een gemeenschappelijke pot. Vaak op de grond of aan een lage tafel, met de handen of een eigen lepel. Er was geen tafelkleed en geen rangorde. Ouders leerden hun kinderen door de regels te vertellen en te handhaven: niet onderbreken, brood doorgeven en niet te veel nemen. Hygiëne was belangrijk: handen wassen als het kon, maar geen speciale rituelen.

Hoge en late Middeleeuwen (1100 – 1500)

Vanaf de 12e eeuw ontstonden courtesy books (beleefdheidsboeken) voor jonge edelen, zoals Liber Urbani of Facetus. Deze leerden “hofse” manieren: beheersing van lichaam en gebaren.

Rijken verfijnden hun rituelen. Handen wassen voor het eten was verplicht, men gebruikte drie vingers om eten op te pakken, veegde de mond af vóór drinken en reikte niet over anderen heen. Het gebruiken van Trenchers  was nog steeds standaard; servetten verschenen als doek op schoot of tafel. Boeren was soms toegestaan (maar naar het plafond kijkend). De feesten van Richard II (1382) toonden een strakke organisatie: carvers sneden vlees en butlers schonken wijn. De rangorde  bepaalde wie eerst bediend werd. Vorken bleven een zeldzaamheid en werden soms als “goddeloos” gezien (Hildegard van Bingen, 12e eeuw).

Gewone mensen volgden een vereenvoudigde versie. Boeren aten nog steeds met handen uit een pot of houten kom, zonder boeken of bedienden. Tijdens dorpsfeesten kenden mensen de  basisregels: niet graaien, wachten op de beurt. Tegen de 15e eeuw verspreidden sommige gewoontes zich via kooplieden: een doek om handen af te vegen of individuele bekers.

Renaissance en 16e eeuw

In deze periode ontstonden de moderne tafelmanieren. Via de drukkunst (ca. 1440) verspreidde de boeken van William Caxtons Book of Curtesye (1477) en Erasmus’ De civilitate morum puerilium (1530).

Rijken adopteerden vorken (uit Byzantium/Italië, via Catharina de’ Medici in Frankrijk 1533). Eerst als modeaccessoire voor dames (fruitvorkjes), later meer algemeen. Servetten werden individueel, glazen verfijnd (Venetiaans glaswerk). De tafelmanieren benadrukten het rekening houden met de andere aanwezigen: niet smakken, mes schoonvegen aan servet, niet met mes in mond. 

Gewone mensen bleven langer bij handen en lepel. Vorken waren duur en verdacht (“duivelsgereedschap” volgens Luther). Boeren en stedelijke arbeiders aten nog pottage en brood, vaak staand of zittend op banken. Tafelmanieren drongen langzaam door via opvoeding.

17e en 18e eeuw (Barok en Verlichting)

Vorken werden standaard bij de elite. De Franse hofetiquette was extreem gedetailleerd: men hanteerde geschreven gedragsregels, geen ellebogen, mes rechts, vork links. Thee-rituelen in Engeland (1700s) introduceerden porselein en (overdreven) nette gebaren.

Rijken toonden luxe: zilveren besteksets, servetten als statussymbool. Door de Industriële revolutie (eind 18e eeuw) werd bestek goedkoper.

Midden- en lagere klassen begonnen etiquetteboeken te lezen. Ambachtslieden aten met mes en vork, maar informeel. Boeren hielden het praktisch: lepel voor soep, mes voor vlees.

19e eeuw (Victoriaanse tijd)

Formaliteiten vierden hoogtij. Service à la Russe (gang voor gang serveren, in plaats van alles tegelijk op tafel) maakte plaats voor bloemen en individueel bestek. Meerdere messen, vorken en lepels per gang; regels voor soep lepelen (van buiten naar binnen), geen tweede keer soep vragen (Mrs Beeton’s Household Management, 1861).

Rijken en opkomende bourgeoisie gebruikten diners als sociale performance: rechte rug, stilte tijdens eten, handschoenen voor dames.

De werkende klasse at eenvoudiger – vaak één bord, mes en vork – maar etiquetteboeken bereikten via scholen en kranten ook hen. In fabrieken en boerderijen bleef het echter nog lange tijd hands-on.

20e eeuw

Na WO I en II werden diners informeler: minder gangen, meer zelfbediening. Massaproductie maakte bestek voor iedereen. Continental style (vork links, mes rechts,) werd dominant in Europa.

Rijken behielden formele diners voor zakelijke en diplomatieke gelegenheden, maar ook zij aten thuis casual.

Gewone mensen en middenklasse volgden de basisregels (mond dicht, geen ellebogen, telefoon weg), maar fastfood en tv-eten maakten het losser. De kernwaarden (hygiëne, rekening houden met anderen) bleven universeel. Vorken en messen waren overal standaard; met de handen eten was alleen nog bij informeel straateten of specifieke culturen.

Hoe waardeert u dit bericht?

Klik op een ster om dit bericht te beoordelen!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Geverifieerd door ExactMetrics